'Ik voelde me er meteen heel veilig bij'

Veel kunstenaars zijn geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: componist Louis Andriessen over schilder Richard Diebenkorn...

De vergelijking komt voor het eerst bij hem op. ‘Plotseling verliefd worden, dát was het. Ik herkende direct iets in het schilderij. En ik voelde me er meteen heel erg veilig bij. Vertrouwd, en warm. Maar het is ook raadselachtig, geheimzinnig. Ik begreep het, zonder dat ik het onder woorden kan brengen. Zoals dat ook gaat met verliefdheid.’

Waar en wanneer hij voor de eerste keer een schilderij zag van Richard Diebenkorn, weet Louis Andriessen niet meer precies. Het moet ergens in de jaren negentig zijn geweest, tijdens een van zijn docentschappen in de Verenigde Staten. Wel wat hij toen voelde. ‘Mijn hart brak open. Ik vond het zo ontzettend goed, zo mooi. Ik wist: dit hoort heel erg bij mij.’

Sindsdien koestert hij zijn liefde voor het late, abstracte werk van Diebenkorn als een schat, net als het boek met reproducties van diens werken, dat hij voor zich op tafel heeft liggen. ‘Het was het enige dat ik toen kon krijgen. In Nederland is hij eigenlijk totaal onbekend. Zijn werk hangt hier niet. Gelukkig heeft ieder Amerikaans museum er wel een paar. Ik ga altijd op zoek als ik daar ben. Ik vind het ook wel prettig hoor, dat exclusieve. Hij is van mij, daar mag niemand aankomen. Als iedereen hem zou kennen, zou het toch anders zijn.’

De 71-jarige componist is net terug uit Italië, waar zijn nieuwste werk, een theatraal muziekstuk over de schrijfster Anaïs Nin, in wereldpremière is gegaan. Daarvoor was hij in de Verenigde Staten, waar hij in het voorjaar met een speciaal programma werd geëerd. ‘De invloedrijkste van de Nederlandse componisten’, schreef The New Yorker. De Los Angeles Times prees in april zijn opera La Commedia (2008) als ‘hemels’. ‘Strijdlustig en opwindend. Een mijlpaal in de avant-gardemuziek’, schrijft de New York Times in zijn recensie over De staat (1976), uitgevoerd in mei in Carnegie Hall onder leiding van de beroemde componist en dirigent John Adams.

De ironie wil dat de man die in 1969 een van de initiatiefnemers was van de invloedrijke actie Notenkraker – een avond in het Concertgebouw werd luidruchtig verstoord, onder meer om te protesteren tegen het elitaire beleid van het Concertgebouworkest – nu in een adem wordt genoemd met datzelfde instituut. ‘After the Royal Concertgebouw Orchestra, Louis Andriessen is currently Holland’s greatest musical claim to fame’, schreef LA Times-criticus Mark Swed bij Andriessens uitverkiezing tot Composer of the Year 2010 door Musical America.

Maar arrivé wil Andriessen niet zijn, en strijdlustig is hij nog altijd. De ene kunstenaar die over de andere vertelt, daar heeft hij grote twijfels over. ‘Het idee dat invloed afhankelijk is van personen, getuigt van een heel burgerlijk-romantische opvatting over het kunstenaarschap. Mij interesseert het werk. Er zijn bepaalde componisten die ik ontzettend goed vind, maar wat ze uitgespookt hebben in hun privéleven zal me een zorg zijn. Je beperken tot een persoon is hem idealiseren. Bovendien, de kunstenaars waar ik van hou verdwijnen in het kunstwerk. Die delen ons niet hun gevoelens mee, dat zijn geen romantici, die maken kunst in classicistische zin. Dat is wat ik in Diebenkorn herken.’

Daarbij, wat betekent beïnvloed zijn door iemand. ‘Dat is een heel technische beperking. Ik stel de vraag wat het verschil is met iemands werk bewonderen, van iemands werk houden. Ik heb het vak geleerd van mijn vader Hendrik, van mijn broer Jurriaan, van mijn maestro Berio. Ik ben beïnvloed door de Frans-Canadese componist Claude Vivier. Zelfs door mijn leerlingen, zoals Martijn Padding. Maar ik volg ook de architectuur, de beeldende kunst, de literatuur. Daar is het aantal invloedrijke personen misschien even groot als in mijn vakgebied.’

Neem Nabokov. ‘Ben ik een heel groot bewonderaar van. Maar ik heb geen opera gemaakt gebaseerd op Lolita. Hij schrijft een boek, als een roadmovie avant la lettre, over een man die met een meisje door heel Amerika trekt. Maar eigenlijk gaat dat boek over de Amerikaanse maatschappij. Dat is ironie, dat is distantie. Er zit iets achter, iets wat raadselachtiger is, donkerder. Het gaat over iets anders, het is meerlagig, poly-interpretabel.’

Die distantie legt hij ook in zijn eigen werk. ‘Aan een leuk deuntje kan ik soms dagen rommelen. Het zit hem in de details, het moet een leuk deuntje lijken, maar het niet zijn.’ De Stijl, zijn stuk uit 1985 over Piet Mondriaan, heeft een funky begin. ‘Funk en disco waren populair in de jaren tachtig, daar wilde ik iets mee doen. Het heeft een baslijntje, funkachtig, maar ook niet. En er zit, uiteraard, een erg boogie woogie-achtig stuk in, maar ook weer net niet.’

Hij slaat het boek met werk van Diebenkorn open. ‘Zoals op veel van zijn late werken zie je aan de bovenkant een smalle rand, als van een raamkozijn, met daaronder een donker vlak, alsof het om een uitzicht gaat. Dat geeft enorm veel diepte aan het schilderij. Dan ga je meteen fantaseren. Wat zit daarachter, waar zijn we, in welk land. Wat voor nachtdieren houden zich daar op, wat voor verdriet en narigheid vind je daar. Dit is niet prettig, dat vind ik er heel goed aan. Daarom is hij ook niet zo beroemd geworden. Pollock, dat is gezellig werk. Rauschenberg, dat is werkelijk dol.’

Andriessen geeft de voorkeur aan de beheerste emotie, de apollinische in plaats van de dionysische aanpak. ‘In de dramatische ironie zit het besef dat het enige dat we zeker weten is dat we dood gaan. Daardoor alleen al raakt de mens vervreemd van de werkelijkheid. Dat stelt alles in een ander licht. Let wel, ik pleit niet voor een gebrek aan emotie, voor kilte. Zulke kunst kan natuurlijk wel opwindend zijn, emotionerend. Het is eerder een teveel aan gevoel dat je moet leren beheersen. Omdat je er anders aan kapot gaat.’

Wat hij precies in Diebenkorns werk herkent, kan Andriessen niet onder woorden brengen. ‘Dat hoeft ook niet. Zeker, ik kan uitleggen waarom een inzet van een bepaalde Mozart-symfonie nog iets beter is dan die van een andere. Maar de magie van kunst is dat de schoonheid zelf voor een groot deel ondefinieerbaar is. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken, daar moeten we dankbaar voor zijn.

‘Zijn invloed uit zich er voornamelijk in dat ik aan en over zijn werk denk, zoals ik ook aan bepaalde muziekstukken denk. En aan het feit dat er iemand was zoals hij. Die dit moest doen en niets anders. Om deze schilderijen te kunnen maken, moet je wel heel rigoureus en streng aan het werk zijn. Elke dag, zoals ik ook doe. Dat orthodoxe gefocust zijn, wat heel erg uit de mode is, dat herken ik er ook in. De wetenschap dat er zoiets is als een schilderij van Diebenkorn, daar kun je een enorme hoeveelheid energie en kracht aan ontlenen. Dat je oog in oog staat met zoiets voortreffelijks, daar moeten we ons aan spiegelen.’

Van abstract naar figuratief naar abstract
De schilder Richard Diebenkorn (22 april 1922, Portland - 30 maart 1993, Berkeley) switchte in zijn carrière van abstract expressionisme naar figuratief werk, om daarna weer abstract te gaan schilderen. Begin jaren vijftig maakte Diebenkorn abstract-expressionistische schilderijen, daarbij onder anderen beïnvloed door Willem de Kooning. Tot verbazing van critici besloot hij in het midden van de jaren vijftig – toen dat niet erg in de mode was – figuratief te gaan schilderen. Het werk van Henri Matisse had grote invloed op hem. Midden jaren vijftig werd Diebenkorn als een van de belangrijke Amerikaanse figuratieve schilders beschouwd. In 1967 keerde hij terug naar de abstractie. Vooral zijn Ocean Park-serie, die zich met meer dan 140 werken uitstrekte over een periode van ruim 25 jaar, werd beroemd. De serie is geometrisch van opzet, met grote kleurvlakken. Ze zijn abstract, maar ze wekken associaties op met het landschap zoals dat eruitziet vanuit een vliegtuig, of met het uitzicht uit een raam. Diebenkorn maakte de serie in zijn studio in Ocean Park in Los Angeles.

Van abstract naar figuratief naar abstract
Tips voor deze rubriek? Mail naar kunst@volkskrant.nl o.v.v. Wie koopt dat nou?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden