InterviewEsther Safran Foer

‘Ik voel me sterker doordat ik de waarheid het hoofd heb geboden’

Voor het schrijven van een boek over haar familie botste Esther Safran Foer vaak op de fictie uit Alles is verlicht van haar zoon Jonathan. Toch was er genoeg te ontdekken, zoals de naam van haar halfzus.

De avond voor Esther Safran Foer (74) het interview zal geven, stopt er een ambulance voor haar deur in Washington. Het is half maart en de schrijver hoest al drie weken. Haar arts heeft besloten dat het tijd is voor een onderzoek. Ze had gezegd dat haar man Bert haar wel naar het ziekenhuis kan brengen, maar nee, dat kon alleen met een ambulance, anders kwam ze niet in aanmerking voor een van de schaarse testen. Terwijl de brandweermannen hun beschermende pakken aantrekken, zwaait ze naar de bezorgde buren. En dan gaat ze naar het ziekenhuis, met gillende sirenes.

Vijf uur lang wordt ze onderzocht: een ecg, een bloedonderzoek, wattenstaafje in de neus, bloeddruk, een röntgenfoto van haar longen. Foer krijgt een onderzoek van duizenden dollars, een ziekenhuisbed voor vijf uur, maar geen coronatest, ondanks de diagnose van haar huisarts. 

‘Het goede nieuws: alles wat ze wél onderzocht hebben is oké’, zegt Foer, vier dagen later over de telefoon. ‘Dan houden we het maar op bronchitis.’ Zo is Foer: ze neemt het zoals het is. Je gaat door met de informatie die je hebt. Je neemt beslissingen, je doet wat je kunt – en met een beetje geluk overleef je het. Zo deed haar moeder het ook.

Foer, moeder van drie beroemde schrijvende zoons en baken in de Joodse gemeenschap in Washington, schreef een boek over haar ouders, over hun ontsnappingen, en over de familie die zij achterlieten toen de nazi’s in 1941 en 1942 hun dorpen binnentrokken en bijna alle Joodse inwoners vermoordden. Haar vader en moeder zouden elkaar na de Duitse overgave ontmoeten in Polen. Esther werd in 1946 geboren, waarna het gezin in 1949, hoe moeilijk dat ook was, in de Verenigde Staten belandde.

Het boek, Ik wil je laten weten dat we er nog zijn, gaat eigenlijk verder waar haar zoon Jonathan in 2002 ophield, in zijn bestseller Alles is verlicht. Terwijl Jonathan bij zijn zoektocht naar het familieverleden in Oekraïne niet genoeg feiten wist te achterhalen en zijn toevlucht nam tot fictie, is moeder Esther blijven doorgraven. Zo heeft ze, na decennia speuren, de naam van haar vermoorde halfzusje weten te achterhalen, die iedereen bijna vergeten was.

Esther Safran Foer.Beeld Spectrum

‘Ik wilde de sjtetl zoeken die volgens alle bronnen niet meer bestond’, schrijft Foer over het dorp van haar (in 1954 gestorven) vader, Trochenbrod. ‘Ik wilde meer te weten komen over mijn vader. Ik wilde meer weten over mijn zusje. Ik wilde mijn voorouders duidelijk maken dat ik hen niet ben vergeten. Dat we er nog altijd zijn.’

Het is tegelijkertijd een tragische familiegeschiedenis en een reconstructie van een vernietigde gemeenschap, maar ook een boek – hoe kan het ook anders, bij een Safran Foer – over het geheugen, pogingen het geheugen op te frissen, en de noodzaak andere geheugens te bevragen, om zo te bewaren wat anders onherroepelijk verloren gaat.

Het begint met een vrouw van 21, Ethel, die in juli 1941 in het dorpje Kolki, in de huidige Oekraïne, parachutes uit de lucht ziet komen en meteen een besluit neemt. Ze rent naar huis, pakt een schaar, wat kleren en een winterjas, en loopt over het onverharde pad naar de hoofdstraat van het dorp, als haar zusje achter haar aan komt rennen, haar eigen schoenen uittrekt en die aan Ethel meegeeft, als extra paar. Ze zouden elkaar nooit meer terugzien.

Uw moeder was een van de weinigen die wist weg te komen.

‘Ze heeft altijd gezegd dat het intuïtie en geluk zijn geweest. Het is niet makkelijk om zomaar een paar koffers te pakken en je hele bestaan op te geven. Je weet niet wat het lot is dat je te wachten staat als je niet vertrekt. Maar mijn moeder kon zich daar misschien een betere voorstelling van maken dan anderen: ze was lid geweest van een communistische jeugdbeweging, en kon zich waarschijnlijk indenken dat de Duitsers dat niet op prijs zouden stellen.’

Uw moeder is een paar jaar geleden overleden. U beschrijft haar als iemand met een provisiekast met maanden proviand. Hoe zou ze hebben gereageerd op de coronapaniek?

‘Ik dacht daar net aan. Ik probeerde te bedenken hoeveel pond rijst en bonen ik in huis moet halen. Ze had een hele kast en kelder met voorraden blikvoer, bloem en suiker. Gekocht in de aanbieding natuurlijk. Ze was altijd klaar voor een volgende ramp, voorbereid om nog een keer te overleven. Voor een pandemie zou ze al helemaal klaar zijn geweest.’

Frank, zoon van Esther en journalist bij The Atlantic, die in 2009 met zijn moeder meeging toen ze op zoek ging naar het verleden in Oekraïne, schuift telefonisch aan. ‘Oma zou zeer alert zijn geweest op zo’n situatie’, zegt hij, ‘en daardoor ook minder in paniek dan andere mensen.’

Esther: ‘Ja, dat denk ik ook. Zoals ik in het boek schreef: zij is uit haar dorp vertrokken en heeft jaren overleefd met een schaar en een winterjas. Haar vlucht eindigde in Oezbekistan. Ze was iemand die handelde. Handelen is de bron van weerbaarheid. Dat je inziet: dit is de situatie, en dat is geen situatie om passief te blijven. Tijd voor de volgende stap.’

De familie Safran Foer.

U schrijft dat ook verhalen mensen sterker maken.

Esther: ‘Families en kinderen zijn weerbaarder als ze weten dat het leven niet altijd perfect is en dat hun families verschrikkelijke tijden hebben doorgemaakt, maar dat ze die hebben overleefd. Joden geloven enorm in het geheugen, in verhalen die een metafoor vormen voor het overleven, voor de continuïteit van een heel volk. Dat is hoe we kracht en weerbaarheid bouwen.’

Frank: ‘Aanvankelijk bekeek ik deze crisis meteen in termen van de Holocaust. Mijn dochter en ik deden een soort spel, waarbij we probeerden te bedenken wie het getto van Warschau zou overleven. En toen concludeerden we dat zij degene was die het zou overleven; ze heeft het karakter van mijn grootmoeder, heel vindingrijk en vechtlustig. 

‘Maar deze crisis vergelijken met de Holocaust is natuurlijk een enorme overdrijving, en dus niet helemaal gepast. Wat mijn moeder doet is veel beter: ze plaatst het heden in die hele continuïteit van het verleden en dan zie je dat deze precaire situatie helemaal niet zo precair is.’

Hoe was het om een boek over uw familieverleden te schrijven terwijl uw zoon Jonathan de fictieve versie van het verhaal al had beschreven in Alles is verlicht?

Esther: ‘Ik moet eerst zeggen dat Frank de allereerste in onze familie was die het verhaal van mijn moeder heeft opgeschreven, op de middelbare school. Dus dat was het begin, daarin zaten alle details waarop Jonathan en ik hebben kunnen voortbouwen.’

Frank: ‘Als ik er nu op terugkijk, ben ik toen wel een beetje door jou onder druk gezet.’

Esther: ‘Interessant. Ja, ik heb lange tijd niet de kracht gehad om dit boek zelf te schrijven. Dus heb ik eerst Frank als middelbare scholier aangemoedigd het te doen, en daarna Jonathan als student aangemoedigd om een trip naar Oekraïne te maken, toen hij een zomer in Praag was, om het verhaal onderdeel te laten uitmaken van zijn afstudeerscriptie. Daaruit kwam dus Alles is verlicht. Daarna kreeg ik op een gegeven moment het idee om het boek samen met Frank te schrijven, maar mijn agent zei: nee, het moet jouw stem zijn; je moet de leegte van je familiegeschiedenis met je eigen stem vullen.’

Zat de fictie van Jonathan u in de weg?

Esther: ‘Als ik op internet naar Trochenbrod zocht kwam ik alleen maar essays over Alles is verlicht tegen. Je wilt niet weten hoeveel mensen zijn gepromoveerd op dat boek. Ik heb het losgelaten, het is een verhaal dat resoneerde bij een andere generatie. Ik weet nog dat Jonathan me vertelde hoe, na een van de eerste interviews die hij had gedaan op een universitair radiostation, er iemand inbelde en zei: bedankt dat je mijn verhaal hebt verteld. Dus Jonathan vroeg: ah, ben je ook een kind van Holocaustoverlevers? En hij zei: nee, ik ben Afro-Amerikaan.

‘In zekere zin hielp Jonathans boek me ook. Hij heeft Trochenbrod op de kaart gezet. Dankzij dat boek werden er ineens reünies gehouden van mensen die er vandaan kwamen. Sommigen van die overlevenden waren boos, omdat de beschrijving van Trochenbrod hen niet aanstond. Maar zij hielpen me wel met verder zoeken.’

Frank: ‘Hier is een vraag voor jou, mam: denk jij dat we dichter bij de waarheid zijn gekomen? Denk je dat jij een soort compleet verhaal hebt geschreven?’

Esther: ‘Nee, zeker niet. En ik weet zeker dat er stukken niet kloppen. Maar zoals ik eerder zei: we vullen allemaal de leegte in onszelf met het verhaal dat we kunnen vertellen. Kijk, ik was er niet bij. Ik heb die mensen niet gekend. Maar ik heb een belangrijke stap gezet voor mijzelf en mijn familie, en denk dat dit dichter bij de waarheid is dan Alles is verlicht.’

Frank en Esther in Oekraïne.Beeld Esther Safran Foer

Heeft u meer informatie over uw zus gevonden?

Esther: ‘We hebben een oude dame gevonden die wist hoe ze heette. Ze keek me in de ogen en zei haar naam: Asya. Ze had nog met haar gespeeld.’

Frank: ‘Ik denk niet dat het boek per se over de waarheid gaat. Het gaat over troost, en vrede.’

Esther: ‘Maar jij bent journalist. Dan heb je niets aan die categorieën, dan ben je op zoek naar geschiedenis.’

Frank: ‘Dat is waar... maar geschiedenis impliceert een scheiding tussen het heden en het verleden. En tijdens de reis die we naar Oekraïne maakten smolt dat onderscheid weg. Die reis was een eenmalige belevenis om het verleden aan te raken en erdoor te worden opgenomen.’

Esther: ‘Er is ook een groot verschil tussen geschiedenis en herinneringen. Als je de heilige boeken leest, staat er niet: studeer geschiedenis. Er staat: herinner, herinner, herinner, steeds weer opnieuw.’

En daar heb je anderen voor nodig.

Esther: ‘Ja, andere geheugens. Ik heb lang gewacht, maar was nog net op tijd. Sommige van de mensen die we hebben ontmoet zijn nu dood. Die oude dame in het dorp, die nog met mijn zusje Asya heeft gespeeld... Nu weet ik hoe zij eruitzag, met haar zwarte haar, rennend achter een bal. Anders had ik nooit geweten wie mijn zusje was.’

Het moet bijzonder zijn geweest die reis samen te maken.

Esther: ‘Toen we in Oekraïne waren, gingen we elke avond eten in een pizzeria. Mijn moeder had voor het eten gewaarschuwd, al dat varkensvlees. Dus aten we elke avond pizza. Op het centrale plein, ik kan me de tafel nog perfect herinneren. En dan herleefden we samen de dag, en huilde ik een beetje, en werd Frank ook emotioneel. Dat was een van de meest intense ervaringen van ons leven. 

‘Weet je, we hadden het over weerbaarheid. Ik voel me sterker doordat ik de waarheid het hoofd heb geboden, zo ver mogelijk, in plaats van me ervoor te verstoppen of ervan weg te rennen.’

Esther Safran Foer heeft nu allerlei potjes op de schoorsteenmantel in de huiskamer en op de vensterbank in de keuken staan, met daarin de aarde van de plekken waar ze heeft gegraven. Er staan keurige labels op: Kolki, Trochenbrod, brokstukken Berlijnse Muur, puin uit het getto van Warschau. ‘Ik ben een agressieve verzamelaar, een vrouw met een missie, die altijd en overal stukjes persoonlijke geschiedenis in afsluitbare plastic zakjes laat verdwijnen’, schrijft Foer. ‘Mijn hele huis is gevuld met herinneringen.’

Potjes met stukjes natuur van de plekken waar ze geweest is.

U beschrijft in het boek hoe u met een reisgezelschap van nabestaanden met een hooiwagen in de stromende regen naar de plek wordt gebracht waar ooit Trochenbrod moet zijn geweest, en dan met een hotelvorkje in de grond zit te wroeten om aarde op te scheppen. Heeft dat niet iets... absurds, in plaats van eerbiedigs?

Esther: ‘Het is tragisch en komisch. Je moet in staat zijn de absurditeit ervan te absorberen.’

Esther Safran Foer: Ik wil je laten weten dat we er nog zijn. Spectrum, €21,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden