'Ik voel me beheerder van de muzikale nalatenschap'

Het kostte journalist Peter Voskuil bijna zijn huwelijk, maar nu is het er en álles staat erin: het nieuwe overzichtswerk van de complete vaderlandse popmuziek. Een feest van herkenning in tekst en foto's. We geven alvast vijf voorproefjes.

Eddy Christiani in de opnamestudio van de Avro. Beeld RV

Zonder ironie: 'Het is een wonder dat mijn vrouw niet bij me is weggelopen.' En half spottend: 'Ik vind dat ik een standbeeld verdien.' Freelancejournalist Peter Voskuil (45) werkte in zijn dijkwoning in het Zuid-Hollandse Beinsdorp vijf jaar lang onafgebroken aan Dutch Mountains. De titel verwijst naar een plaat van The Nits uit 1987.

Het resultaat is een dubbele stoeptegel op elpeeformaat die de Nederlandse platenindustrie van de jaren twintig tot nu beschrijft en documenteert - en daarmee ook de Nederlandse popgeschiedenis.

Eerder stortte Voskuil zich voor een boek, Testament, op leven en werk van tekstdichter Lennaert Nijgh. In Dutch Mountains komt iedereen aan bod die in de Nederlandse pop een voorname rol heeft gespeeld, voor of achter de schermen.

Een muziekfreak, noemt Peter Voskuil zichzelf. Later vult hij die typering aan met 'archieftijger', om zijn instelling te verduidelijken. 'Ik had altijd het gevoel dat ik dit moest doen. Dit is cultureel erfgoed dat nog niet eerder is vastgelegd. Ik voel me beheerder van de muzikale nalatenschap.'

Vijf jaar lang struinde Peter Voskuil van archief naar archief en deed ontdekking na ontdekking. Foto's waarvan niemand het bestaan wist, kwamen hierbij boven water. In totaal sprak hij met 217 mensen uit alle geledingen van de popmuziekbranche: platenbazen, pluggers, dj's, artiesten, sessiemuzikanten en muziekuitgevers.

In vijftig kaders in Dutch Mountains komen de succesvolste Nederlandse platen aan bod, van Bij ons in de Jordaan van Johnny Jordaan tot This Is What It Feels Like van Armin van Buuren. Veel bekende verhalen wist Voskuil met talloze details te verrijken.

'Ik wil zelfs weten wat voor weer het was op de dag van de opnamen. Wie waren de muzikanten? Wie was de drummer, wie speelde bas? Waar precies is het nummer geschreven? Wat was de rol van de platenmaatschappij?'

Wat hem daarbij parten speelde: 'Veel documentatie is weggeflikkerd. Ik moest alles stukje bij beetje bij elkaar harken.'

In Dutch Mountains komen alle genres aan bod. Voor de geschiedenis van 't Smurfenlied sprak hij met Pierre Kartner, a.k.a. Vader Abraham, die pas na lang aarzelen met een gesprek instemde. Voskuil trof in Breda een gesloten, argwanende man aan die hem verbood het opnameapparaat aan te zetten en niet toestond dat er vragen werden gesteld.

'Ik begreep zijn wantrouwen wel. Het is schandalig hoe Pierre Kartner in Nederland is behandeld. Hij is afgebrand omdat zijn muziek slecht voor de geestelijke gezondheid zou zijn. Bij Hilversum 3 werd de nieuwe single van Pierre Kartner rechtstreeks de vuilnisbak in geflikkerd. Hij zat altijd in het verdomhoekje.'

In Dutch Mountains wordt ook aan Pierre Kartner eer betoond. Zijn eigen smaak ('The Golden Earring, Boudewijn de Groot') liet Voskuil geen rol spelen. 'Ik wilde volledig zijn. Mijn beginmotief was om alles wat er nog aan cultureel erfgoed is bij elkaar te harken en vast te leggen voor het nageslacht.'

In de inleiding van zijn boek citeert hij schrijver en verzamelaar Boudewijn Büch, met grote instemming: 'Ik ben ervan overtuigd dat Kom van dat dak af van Peter Koelewijn een grotere invloed heeft gehad op onze cultuur dan elk willekeurig vers van Rutger Kopland.'

Voskuil: 'Literatuur, theater, film, daar is aandacht voor en daar zijn musea voor ingericht. Popmuziek is net zo goed cultureel erfgoed, maar niemand kijkt ernaar om. Met het schrijven van dit boek heb ik iets gedaan wat al veel eerder had moeten gebeuren.'

Het boek verschijnt vrijdag en kost 89,95 euro. Hoge verwachtingen heeft Voskuil niet van de verkoop - en niet alleen vanwege de prijs.

'Het is toch een nicheboek. Hier verkoop ik er geen 100 duizend van. Ik heb het geschreven uit nieuwsgierigheid en omdat ik van popmuziek houd. Ik voelde me weer zoals vroeger, toen ik hier in de streek bollen pelde. Bollenpellers weten dat ze de opbrengst nooit moeten delen door het aantal uren dat ze hebben gewerkt.'

Peter Voskuil, Dutch Mountains - het ultieme standaardwerk over de Nederlandse platenindustrie. Joh. Enschedé Amsterdam. 732 pagina's, euro 89,95.

Historische grond

Dutch Mountains wordt vrijdag gepresenteerd op historische grond, de Wisseloord Studio's in Hilversum. Marieke Eelman (Nilsson) betoont eer aan Jerney Kaagman, zangeres van Earth and Fire en later belangenhartiger van popmuzikanten. Ook Valensia, bekend van de jarennegentighit Gaia, treedt op. Het is zijn eerste optreden in twintig jaar. Het eerste exemplaar van het boek wordt overhandigd aan Rob de Nijs. Ook dat is een eerbetoon. Auteur Peter Voskuil: 'De Nijs is een overlever, hij keert steeds terug aan de top. In Frankrijk zou hij een held zijn, maar in Nederland hangt hij er maar een beetje bij. Zelfs op Radio 2 wordt hij nauwelijks gedraaid. Ze vinden hem te oud, onrechtvaardig genoeg.'

Vijf voorproefjes

Eddy Christiani, de pionier

'In de jaren vijftig raakte platenmaatschappij Bovema ruim de helft van haar omzet kwijt door een deal van CBS en Philips. Het buitenlandse repertoire ging verloren. Noodgedwongen richtte Bovema zich daardoor op Nederlandse artiesten.

'Zo is Johnny Jordaan groot geworden. Ik beschouw hem als het begin van de moderne Nederlandse populaire muziek. Door zijn succes zorgde hij ervoor dat andere platenmaatschappijen in Nederlandse artiesten gingen investeren.

'Eddy Christiani stapte in 1953 over van Phonogram naar Bovema. In dat jaar scoorde hij maar liefst zeven hits. De foto is gemaakt tijdens een opname in de studio van de Avro. Voordat platen werden uitgebracht, werd eerst gekeken of de radio het oppikte. De radiostudio, dáár gebeurde het. Christiani was een pionier, de man die de elektrische gitaar vanuit Amerika naar Europa importeerde. Voor de oorlog stelde de Nederlandse platenindustrie niets voor. Christiani effende het pad. Hij kreeg ook de eerste gouden plaat, voor het liedje Zeemanshart. Ik interviewde hem als een van de eersten. Hij vertelde dat de gouden plaat kapot was gevallen nadat hij hem in het trapgat aan een spijkertje had opgehangen. Later kwam ik erachter dat er nog een gouden plaat van Zeemanshart bestond, die lag ergens op zolder bij de zoon van de componist, Coen van Orsouw. Een enorme kick.'

Peter Koelewijn, met gitaar

'Dit is een van mijn favoriete ontdekkingen. In de Nederpop is Kom van dat dak uit 1959 de oerknal. Dat maakte het ook zo moeilijk om er iets origineels over te schrijven. Er is al heel veel over gepubliceerd. Wat kon ik daaraan nog toevoegen?

'Daar komt bij dat Peter Koelewijn zelf in de loop der jaren in interviews van alles heeft geroepen wat niet waar is. Ik ben wel wat verder gekomen. Al jaren doet een verhaal de ronde over de gitaar van Koelewijn. Die zou halverwege de opname van Kom van dat dak af zijn kapotgegaan en met kunst- en vliegwerk zijn gerepareerd.

'Het heeft dus maar een haar gescheeld of Kom van dat dak af was niet opgenomen. Na lang zoeken ontdekte ik dat er gewoon foto's zijn van het moment dat Koelewijn zich over zijn gitaar buigt. Wat je hier ziet, is platenhistorie pur sang.'

Peter Koelewijn probeert zijn gitaar te repareren. Beeld RV

Publiek met Boudewijn de Groot

'Midden jaren zestig veranderde de samenleving in no time. Voor 1965 is alles truttig. Draai een Nederlandse plaat uit 1963 en het lijkt wel 1939, zo ontzettend oubollig klinkt die muziek nu. Een lied als Spring maar achterop van Eddy Christiani was destijds zelfs gewaagd. Zomaar achterop een fiets springen, dat was wat, hoor. Zoiets geks deed je niet.

'Na 1965 kwam alles in een stroomversnelling. Mensen vouwden zich als het ware open en muziek was daar de voorhoede van. Op deze foto van Boudewijn de Groot komt dat samen. De fotograaf was Ronald Sweering, die met Boudewijn de Groot bevriend was. Boudewijn weigerde zelfs zonder Sweering op te treden. Hij voelde zich anders te onzeker, als eenzame troubadour in een tijd dat de beatbands razendsnel populair werden. Dat is ook de reden dat hij in 1968 met een band ging optreden.

'De vriendschap van De Groot en Sweering heeft prachtige foto's opgeleverd. Het zijn er veel te veel voor het boek. Sweering was een fantastische fotograaf en hij fotografeerde helemaal in de geest van de tijd. Net als muziek, zijn foto's in het beste geval een tijdmachine. Muziek kan je in één klap mee terugnemen naar je jeugd. Of, leuker nog: naar een tijd waarin je nog niet geboren was.'

Boudewijn de Groot tijdens een concert. Beeld Foto: Ronald Sweering

Normaal in de auto

'Het begin van de dialectrock. De beste muziek is meer dan goede muziek alleen. Het vertegenwoordigt iets, is een statement dat mensen raakt en vaak de voorbode of voorhoede van een maatschappelijke beweging waarin mensen zich herkennen. Normaal is daar een voorbeeld van.

'Bennie Jolink groeide met zijn band uit tot boegbeeld voor plattelandsjongeren. In plaats van zich als boertjes te laten behandelen in de stad en het westen, voorzag Normaal hen van een nieuw zelfbewustzijn.

'Waar alle popgroepen er jong en knap willen uitzien, droeg Normaal driedelige pakken waar de boeren twintig jaar eerder mee naar de kerk gingen. Ze waren twee maten te ruim. Ze droegen overdreven bretels en schoenen in maat 53. Ze kochten de kleding voor een appel en een ei bij het Leger des Heils. Ze appelleerden zo aan een boerengevoel dat iedereen in het oosten feilloos herkent. En net zoals alle boerenjongens reden ze in een Opel Commodore.'

Normaal op weg naar een optreden. Beeld anp

De toppers, muziek als geldmachine

'Tegenwoordig zijn artiesten ook ondernemers geworden. Lee Towers was een van de eersten. Hij kreeg in Rotterdam de halve haven zover dat zijn Gala of the Year werd gesponsord. Hij verkocht er Ahoy mee uit. Dat concept hebben de Toppers uitgebouwd. Normaal zouden ze de Arena niet vol krijgen, maar met zijn drieën lukte dat wel. Concerten worden zo mega-events, met inwisselbare artiesten. Het publiek komt voor een leuke avond en op social media kun je er alle kanten mee op.

'Mijn muziek is het niet, maar zakelijk zit het knap in elkaar. Daar kan ik van genieten. Geld speelt een grote rol in mijn boek. Daarin pas ik het aloude principe 'follow the money' toe. Naïeve artiesten wordt soms op zeer inventieve wijze geld ontfutseld. Het is niet goed te praten, maar stiekem heb ik daar tijdens het schrijven van genoten.'

Concert van de Toppers bij de Amsterdam Arena in mei 2010. Beeld Rob Verhorst
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.