INTERVIEW

'Ik vind het maken van hits niet zo boeiend, dat is zo IKEA'

Hij is zeldzaam gedreven. Popartiest Blaudzun heeft weer een nieuw album uitgebracht. Tijd voor een gesprek waarin hij zijn vijf inspiratiebronnen belicht.

Beeld Stefanie Grätz

De sleur mocht wel eens doorbroken worden, vond hij. Zo'n beetje om de twee jaar bracht Johannes Sigmond (41) onder de artiestennaam Blaudzun een album uit. En dat verliep altijd volgens hetzelfde stramien: 'Je maakt een plaat, gaat touren en als dat goed gaat, ben je twee jaar onderweg en ga je daarna weer een nieuwe plaat maken.'

En het ging goed met de laatste twee Blaudzun-albums Heavy Flowers (2012) en Promises of No Man's Land (2014). De gedreven, gepassioneerde gitaarrock vond een groot publiek, ook in het buitenland. De platen van Blaudzun bevatten uitbundig klinkende, rijk gearrangeerde liedjes, gedragen door zijn extatische, soms getergd klinkende stem. Het titelnummer van Promises of No Man's Land leverde Blaudzun een behoorlijke radiohit op, en haalde tot zijn eigen verbazing zelfs de Top 2000. 'Ik ben eigenlijk nooit uit geweest op het schrijven van hits. Er wordt me ook wel eens verweten dat mijn liedjes geen refrein hebben. Dat klopt. Ik vind het maken van hits niet zo boeiend. Van die liedjes die je in elkaar zet en waar iedereen dan iets mee kan. Dat is zo IKEA'.

Op zijn nieuwe album, het vorige week verschenen Jupiter, staan geen hits, vermoedt hij. Maar wel muziek die anders is dan op de vorige albums. Minder topzwaar misschien. 'Geen album met kop en staart, maar losse nummers'. Negen liedjes die later misschien meer verband met elkaar houden dan op het eerste gehoor blijkt. Jupiter moet een drieluik worden. De nu verschenen cd met negen liedjes is het eerste deel, de planning is dat in maart een volgend deel zal verschijnen en dat over een jaar het drieluik voltooid mag heten.

Het uitstellen van de voltooiing is een belangrijke reden waarom Blaudzun voor deze aanpak gekozen heeft. 'Zodra een plaat helemaal af is, kan hij ook weer weg. Dan is het gewoon klaar voor me. Jupiter is een levend iets. De eerste negen liedjes zijn er en ik ben meteen begonnen aan nieuwe nummers. De eerste wordt niet het begin van een nieuwe plaat maar liedje tien van Jupiter.'

Origineel en spannend, want Blaudzun heeft nog geen idee hoe de rest van het drieluik gaat klinken. Maar, zo legt hij uit in een Utrechts etablissement, vlak naast de oefenruimte van zijn band, 'er hangt nu wat minder gewicht aan doordat ik pas op eenderde ben. Als iemand zegt: wat een kutplaat, dan roep ik gewoon dat hij nog niet af is.'

Het eerste deel van Jupiter laat een lichtvoetiger klinkende Blaudzun horen. De arrangementen zijn minder vol, de gitaren minder overheersend en er is meer ruimte voor binnen rock-'n-roll afwijkende instrumenten zoals de baritonsaxofoon.

Wie hem aan het werk hoort op de plaat, of ziet spelen zoals onlangs tijdens vier achtereenvolgende avonden in het Utrechtse Ekko kan niet om de indruk heen met een zeldzaam gedreven artiest te maken te hebben. Waar haalt hij zijn inspiratie vandaan, wat zijn de pijlers waarop zijn artisticiteit leunt? Waar komt om te beginnen dat idee van een drieluik vandaan?

Blaudzun: 'Ik heb me bij schilders van drieluiken altijd afgevraagd met welk deel ze begonnen zouden zijn. Met het middenpaneel of een van de zijkanten? Of bij mij dit eerste deel het midden blijkt, weet ik eigenlijk niet. Het prettige is juist dat ik nu nog alle vrijheid heb.'

Een concreet voorbeeld had hij niet. Eigenlijk houdt hij niet zo van drieluiken in de schilderkunst, want 'het meeste is religieus gedoe waar ik moe van word.' Maar heel mooi vindt hij het drieluik Evolutie (1911) van Mondriaan. Op elk paneel dezelfde vrouw die in drie fases spiritueel ontluikt. 'Dat was Mondriaan in zijn theosofische fase, voordat hij abstract ging schilderen. Zijn figuratieve werk vind ik prachtig.'

De drie afbeeldingen vormen samen een eenheid die Blaudzun aanstaat. 'Door woorden of tekstfrasen uit de eerste negen Jupiter-liedjes op de andere twee delen te laten terugkeren, kan ik ook een soort eenheid scheppen.'

Beeld Stefanie Grätz

Een andere gemeenschappelijke noemer wordt mogelijk de vlotte manier van opnemen. Niet te lang sleutelen aan de liedjes. Ze mogen ook niet te vol worden. Het nieuwe, lichtere geluid van de band bevalt hem wel, er kan ook gedanst worden.

Nieuwe invloeden uit bijvoorbeeld de dance weet hij niet precies aan te wijzen. Maar aangeven welke muziek hem verder heeft gevormd, kost hem weinig moeite. Hij komt tot het volgende lijstje artiesten en platen.

Wielrennen

Naast muziek is wielrennen grote passie van Blaudzun. Zo verwijst zijn naam naar de wielrenner Verner Blaudzun. In 2010 werkte hij mee aan de wielerdocumentaire Il Lombardia. Hoe denkt hij over fietsliedjes? 'Vorig jaar schreef ik Bon voyage, omdat de Tour de France in Utrecht startte, maar dat was niet echt een wielerlied. Ik hou ontzettend van wielrennen en er zijn ook echt heel mooie liedjes over gemaakt. Maar ik krijgt het zelf niet uit mijn strot. Ik vind het te banaal.'

Radiohead: Kid A (2000)

'Kid A is lang mijn muzikale bijbel geweest. De plaat werd destijds moeilijk gevonden en klonk ook abstracter dan Radioheads vorige album OK Computer. Maar die elektronica en dat schimmige vond ik juist fijn. De band schiep een eigen universum waarin je lekker kon dwalen. Het abstracte gaf de luisteraar ruimte om het werk in het hoofd af te maken. Ik hou ervan als liedjes als gebouwen zijn waarin je je weg moet vinden. Of als muziek nog iets schetsmatigs heeft. Die ruimte die Radiohead open laat, vind ik prachtig.'

Blaudzun volgt Radiohead nog altijd. Zo was hij in mei aanwezig bij de twee concerten die de band in de Amsterdamse Heineken Music Hall gaf. Hij was vooral de eerste avond verrast. 'Het was helemaal niet goed, alsof ze zo uit het oefenhok kwamen. De tweede avond was het geweldig. Fascinerend hoe een band op dat niveau zo'n show als een try-out zag en een set speelde die gewoon niet af was.'

U2: Salome Tapes (1990)

Het onaffe en de schoonheid van het onvoltooide: daar komt Blaudzun toch elke keer weer bij uit als het gaat om belangrijke invloeden. Zo vindt hij de schetsen die het Teylers Museum in Haarlem van Michelangelo bewaart, misschien nog wel mooier dan de uiteindelijke schilderijen. 'Je hebt een idee en bam daar is de schets. Dat voelt zo vers. Er zit geen gedachte of tijd tussen het idee en de schets. Als je het weglegt en je kijkt er de volgende dag weer naar, ga je het toch weer anders doen.'

Veel indruk maakten destijds ook de opnamen die er van U2 naar buiten werden gesmokkeld toen de band met Brian Eno werkte aan hun album Achtung Baby (1991). 'Ik heb ze op drie cd-r's, die zogeheten Salome Tapes. Alleen maar oefensessies en heel rauw. Er zit geen producer tussen. Ze voelen iets, spelen het en bam het is er.

Het deed hem, ook toen al, denken aan de kerkdiensten die hij als jongetje met zijn familie, die lid was van de Pinkstergemeente, bezocht. 'Die diensten waren als rock -'n-roll. Je voelde iets en je deed daar meteen iets mee. Ook in de kerk zing je vanuit een instantgevoel. Dat is voor mij de essentie van rock-'n-roll. Elke avond wil ik de nummers kunnen spelen alsof ze nieuw zijn. Dan zeg ik tegen mijn band: we gaan geen liedjes naspelen, maar iets nieuws creëren dat op die nummers is gestoeld.'

Bruce Springsteen: Born to Run (1975)

Bij de opnamen van Promises of No Man's Land lag de plaat Born to Run van Bruce Springsteen als een soort 'productiebijbel' op de mixtafel. 'Een geweldige plaat met fantastische liedjes. Ze namen toen soms op wel negentig kanalen op. Zo'n vol geluid wilde ik ook. Misschien werd het te vol, maar in de jaren tachtig werkte iedereen zo. Opnemen op zo veel mogelijk kanalen en dan later kiezen wat het beste werkt. Dat uitstellen van de keuze vind ik mooi. Als je meteen kiest, is het ook af. Ik hou ervan alles lang onduidelijk te laten en niet precies te weten waar we eindigen.'

Maar uiteindelijk zijn Born to Run en ook Blaudzuns Promises of No Man's Land voorbeelden van hoe hij nu niet meer wil werken. 'Het was goed om het een keer zo gedaan te hebben, maar deze keer heb ik alles meteen live opgenomen. Al spelend zoeken naar de juiste vibe. Eentje met iets meer lichtheid en seks.'

David Bowie

Want ja, zo vervolgt hij, er zit best wat seks in zijn platen maar 'niet op een sexy manier'. Daarna ging hij op zoek, naar de mogelijkheid om meer lichtheid toe te staan in zijn muziek. Hoe kon hij zijn rockmuziek dansbaarder en sexier laten klinken? Iemand die dat volgens hem meesterlijk kon, was David Bowie. 'Zijn platen konden soms topzwaar zijn, maar er zat altijd een soort luchtigheid of show in die alles in balans bracht. De dansbare pop op Let's Dance (1983) of het moeilijkere album Heroes zijn voor Blaudzun zeer invloedrijk geweest. Net als de manier waarop Bowie blazers gebruikte in zijn muziek.

'De saxofoon is door het aalgladde geluid van iemand als Kenny G decennialang een beetje besmet geweest in de popmuziek. Dankzij David Bowie haalde ik nu bijvoorbeeld de baritonsax weer terug. Het geeft mijn muziek ineens iets wufts.' Dat konden zijn liedjes ook hebben. Blaudzun heeft dankzij een zware depressie en een echtscheiding moeilijke jaren achter de rug. Het zijn onderwerpen die in zijn nieuwe teksten niet worden geschuwd, al is hij nu weer vrolijk. 'Ik vind het heerlijk op het podium te dansen en te bewegen.' En al hebben nieuwe liedjes titels als Everything Stops en Between A Kiss and a Sorry Goodbye, ze klinken eerder opbeurend dan neerslachtig. En zijn teksten, zo vindt Blaudzun, bevatten minder metaforen dan voorheen.

Nick Cave

Met die constatering komt het gesprek op Nick Cave, wiens teksten ook minder metaforisch zijn dan vroeger en daardoor juist aan zeggingskracht winnen.

Blaudzun: 'Ik hou niet van boekjes met songteksten, maar ik koester die van Nick Cave. Wat ik van hem heb geleerd, is dat hij met zijn eigen liedjes een wereld schept waarin hij zelf niet eens gelooft: zo bezingt hij God en de duivel. Dat is natuurlijk een prachtige manier om jezelf nog meer vrijheid te geven in je teksten.'

Hoewel ongelovig, zou hij dat zelf nog niet kunnen, God in zijn teksten toelaten. 'Het is nog te dichtbij. Ik heb in de kerk geleerd dat muziek een goed vehikel is om gevoelens te uiten, maar ook hoe muziek werd ingezet als propagandamiddel. Als een reclamedeuntje voor Jezus. Dat mag het doel nooit zijn, maar ik kan het voorlopig nog niet loslaten. Misschien later, ik ben nog niet uitgewerkt.'

Blaudzun: Jupiter. V2 Records.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden