'Ik vertrouwde erop dat de rebellen me niet zouden ontvoeren'

De Amerikaanse Lindsey Snell (31) reist als een van de laatste journalisten met oppositiestrijders door Syrië om verslag te kunnen doen van de oorlog. Nieuwszenders nemen haar materiaal nauwelijks af. Waarom niet? En waarom volhardt zij?

Lindser Snell in Durgerdam. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Enigszins wiebelig komt de Amerikaanse journaliste Lindsey Snell (31) aanlopen over het dek van de woonboot. Ze moet moeite doen om overeind te blijven op haar roze pumps, met de windstoten in haar zij en de deinende boot onder zich.

Alle arken in Amsterdam waren volgeboekt maar ze wilde per se op z'n Hollands overnachten. Via internet kwam ze terecht in Durgerdam, met aan de ene zijde het uitgestrekte IJ en aan de andere kant weilanden en huisjes in Zaanse stijl.

Snell is een van de laatste westerse journalisten die nog verslag doen vanuit de oorlogsgebieden in Syrië, onder meer voor MSNBC en Vice. De afgelopen twee jaar reisde ze zes keer met rebellen van de oppositie rond in de regio Aleppo. Ze is in Nederland omdat ze even weg wilde uit haar woonplaats Istanbul. Even haar zinnen verzetten op een plek waar ze als veganist goede vleesvervangers kan krijgen, in plaats van de eeuwige falafel en hummus.

Stoïcijns

Het water klotst venijnig tegen de boeg. Snell ziet bleek, ze voelt zich niet lekker. 'Het zou wel zeeziekte kunnen zijn, ja.' De Amerikaanse verslaggeefster die Libische wapenhandelaren aan de tand voelde en Syrische rebellen filmde aan het front, krijgt het nu benauwd op een matig onderhouden woonboot in Durgerdam.

Snell ziet er niet echt de humor van in, maar ze is sowieso geen lachebekje. Haar gezicht is zo uitdrukkingsloos, dat juist dat het eerste is dat opvalt. Of ze nu een soja-cappuccino bestelt in het café, praat over het kapotgebombardeerde Aleppo of over haar op de klippen gelopen huwelijk: ze vertrekt geen spier.

De huis-tuin-en-keukenpsycholoog zou er een trauma in lezen, afstomping door alle ellende die ze als oorlogsverslaggeefster heeft gezien. Maar dat is het niet, verzekert Snell. 'Ik weet dat ik er altijd uitzie alsof ik me verveel. Stoïcijns. Vrienden zeiden vroeger al: we weten nooit of je blij bent of boos. Ik kan daar niks aan doen, dat is nou eenmaal mijn gezichtsuitdrukking.'

CV

1984 geboren in Daytona Beach, Florida (VS)
2005 bachelor criminologie en sociologie, University of Florida
2008 afgestudeerd in de rechten, Fordham University New York
2008 - 2013 producer van documentaires bij Rakontur, Miami
2012 - 2013 producer bij Vice, serie How they see us
2014 - heden freelance correspondent voor onder andere MSNBC, met reportages vanuit Syrië, Irak, Tunesië, Libië, Afghanistan, Djibouti en Turkije.

Lindsey Snell woont sinds 2015 in Istanbul, Turkije.

Het geeft haar iets mysterieus, voor zover haar levensverhaal nog niet genoeg mysterie bevatte. Ze doet fanatiek aan yoga en eet veganistisch, maar bekeerde zich een jaar geleden ook tot de islam. De schoonheid van die religie ontdekte ze naar eigen zeggen te midden van de oorlog in Syrië. Maar wat deed de all-American girl plots besluiten een carrière als tv-producent in zonnig Florida te verruilen voor een onzeker journalistiek bestaan in het Midden-Oosten?

Snell heeft rechten gestudeerd, maar ze ontdekte al tijdens haar opleiding dat de juridische afhandeling van misdrijven haar niet bovenmatig interesseert. 'Maar ik ben wel geboeid door de omstandigheden die mensen aanzetten tot criminaliteit.'

In haar thuisstaat liggen die verhalen voor het oprapen. 'Elke grote drugszaak in de VS, elke criminele bende, altijd is er wel een verband met Florida.' Na haar afstuderen vestigt ze zich daarom in Miami om misdaadreportages te maken. Ze leert zichzelf monteren met instructievideo's op YouTube. Ze maakt onder meer Square Grouper, een documentaire over marihuanahandel in de jaren tachtig. In één vissersplaatsje werd 80 procent van de mannelijke inwoners gearresteerd wegens betrokkenheid.

Syrië

Het werk in conflictgebieden lijkt haar ook dan al interessant. 'Het zat in mijn hoofd. Maar geen enkele omroep stuurt een groentje de oorlog in.' Later, als ze werkt voor Vice in New York, maakt ze filmpjes waarin ze buitenlandse correspondenten volgt tijdens de campagne van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2012. 'Toen zag ik hoe naar binnen gericht Amerika is. Een Franse journalist was verbijsterd dat de presidentskandidaten geen woord vuil maakten aan Syrië. Die gesprekken plantten bij mij het zaadje: waarom horen we daar zo weinig over?'

Uiteindelijk krijgt ze haar eerste kans om naar een conflictgebied te gaan voor Vocativ, een journalistieke organisatie die technologisch diepgravende internetresearch inzet om verhalen boven water te halen. Zo ontdekt de redactie door Facebook-advertenties te analyseren dat er in Libië een enorme wapenhandel is ontstaan na de val van dictator Kadhafi. Per hoofd van de bevolking is er 2,5 geweer in omloop. 'Dealers adverteerden openlijk op sociale media, met kortingsacties en al', zegt Snell. Ze reist in het voorjaar van 2014 naar Libië om die wapenhandelaren te interviewen. 'Amerikaanse media deden in Libië alleen verslag uit Benghazi, waar IS zoveel ellende aanrichtte. Maar dat is maar zo'n klein deel van het verhaal.'

Snell krijgt de smaak te pakken. Ze wil ook verslag gaan doen in Syrië. 'Het is het meest bevochten stukje aarde en toch horen we er bijna niks over.' Maar het is de zomer waarin de Amerikaanse fotograaf James Foley door IS wordt onthoofd. Geen enkel Amerikaans mediabedrijf piekert erover een verslaggever naar Syrië te sturen, ook Vocativ niet. Snell neemt uiteindelijk vakantie op en vertrekt op eigen kosten, zonder opdrachtgever, samen met de Australische fotograaf Jake Simkin.

Ze heeft dan via Facebook al maanden contact met een Syriër van een rebellenfractie. 'Hij kon goed Engels, we spraken elkaar bijna elke dag. Via hem vergaarde ik veel informatie over de situatie ter plekke. Ik sprak met hem af bij het perskantoor van het Vrije Syrische Leger, net over de Turkse grens. Dat was het engste moment, dat ik daar voor het eerst het land in ging. Ik vertrouwde er tot op zekere hoogte op dat de jongens van die rebellengroep me niet zouden ontvoeren. Maar verder wist ik dat er vanalles kon gebeuren.'

Haar Amerikaanse nationaliteit werkt niet in haar voordeel. 'Ik ben er vrij zeker van dat ook nu nog sommige mensen van die rebellenfractie denken dat ik een spion ben. Dat wantrouwen hoort erbij in het Midden-Oosten, als je uit het Westen komt. Een keer bombardeerde de Amerikaanse coalitie een regio waar ik een week eerder was. Dat hielp natuurlijk niet tegen de complottheorieën.'

Tijdens haar eerste reis bezoekt ze het platteland ten westen van Aleppo. 'Het was schokkend om te zien hoeveel ziekenhuizen en scholen doelwit waren van de luchtaanvallen door Assads regime. Het is anders wanneer je met eigen ogen een gebombardeerde school ziet. En als je kinderen spreekt die erbij waren. Zij beschreven hoe ze glas hoorden breken, het gegil, het bloed dat overal in het rond spatte.'

Beeld Rechtenvrij

Kritiek

'Psychologen en artsen in dat gebied somden idiote statistieken op, over hoeveel kinderen lijden aan posttraumatisch stresssyndroom, hoeveel kinderen tot aan hun puberteit nog in bed plassen. Er groeit een hele generatie op die zonder opleiding hun toekomst ingaat.' Dat kinderen zo direct worden geraakt, sterkt haar in haar overtuiging dat deze verhalen moeten worden verteld.

Maar haar reportages over kapotgeschoten ziekenhuizen en scholen oogsten niet alleen maar lof. 'Jake en ik kregen behoorlijk vijandige reacties, ook van journalisten. Vrijwel alle westerse media waren gestopt Syrië in te reizen en vonden het dom dat wij wel gingen. Die kritiek verbaasde mij. Ik dacht dat gevaar hoort bij het vak. Je doet het vanuit een diep verlangen mensen aan het woord te laten die worden geraakt door deze vreselijke conflicten.'

Vroeger waren oorlogsverslaggevers een soort helden die werden bewonderd om hun moed, zegt Snell. 'Nu krijg ik soms reacties onder filmpjes: 'die idioot met die camera kan beter thuisblijven.'

Mede door die publieke opinie, denkt Snell, wordt het steeds lastiger haar reportages te verkopen. Want inmiddels weigeren de meeste omroepen haar materiaal uit te zenden, ook als ze alweer veilig terug is in Istanbul. Meestal is het argument dat media freelancers niet willen aanmoedigen hun leven op het spel te zetten (zie inzet hieronder).

'Als mij iets overkomt in Syrië, dan staat in de berichtgeving: ze werkte als verslaggeefster voor dit-en-dit tv-station. En dan wordt die omroep toch als medeverantwoordelijk gezien. Ik snap ergens wel dat ze die aansprakelijkheid niet willen. Maar het lijkt soms ook alsof de schijn van verantwoordelijk gedrag vooral wordt opgehouden voor de buitenwereld.'

Zo was er een omroep die haar materiaal wilde uitzenden, als ze zou doen alsof ze vanuit Turkije berichtte. 'Ik moest doen alsof ik het beeldmateriaal van een lokale journalist had gekregen. Ik vond het een belachelijk voorstel.' Snell hekelt ook de dubbele moraal: alsof het minder erg is als een lokale journalist gevaar loopt aan de frontlinie.

Moeilijke werkomstandigheden

Het resultaat van deze ontwikkeling is volgens Snell een slecht geïnformeerd publiek. 'Assad is erg goed in het bespelen van media. Het is makkelijker gemaakt voor westerse pers om een visum te krijgen en vanuit regimegebied verslag te doen. Dat is objectief gezien vele malen veiliger. Maar je ziet daar maar een klein deel van het verhaal, want 97 procent van de burgerslachtoffers valt in oppositiegebied.' Daardoor ontstaat volgens Snell een gekleurde beeldvorming, waarin het soms lijkt alsof IS het enige probleem is in Syrië.

Dus neemt ze keer op keer het risico. 'Omdat ik weet dat ik dingen film die anderen niet laten zien. En omdat ik nu een informeel vangnet van veiligheid heb, met mensen die mij helpen en op mij letten.'

De werkomstandigheden zijn moeilijk. Op veel plekken is geen elektriciteit of stromend water meer. 'En in de winter kan het ongelooflijk hard vriezen. Het is oncomfortabel in elke zin van het woord. Maar als ik aan iets werk dat ik belangrijk vind, ontstaat een soort tunnelvisie. Dan doen die omstandigheden er niet toe.'

Lindsey Snell aan het werk.

Ze reist met een strijdende oppositiefractie, 'omdat dat de enige manier is om het land nog veilig binnen te komen'. 'Ik check zoveel mogelijk van wat zij vertellen bij andere bronnen. En als dat niet kan, maak ik altijd duidelijk dat ik hun versie van het verhaal vertel. Natuurlijk ga je meeleven met de mensen met wie je werkt. Als je maar lang genoeg met mensen doorbrengt, ga je ze vanzelf beter begrijpen, grappen met ze maken.' Aan de andere kant is de Syrische oppositie waarover Snell bericht streng-religieus. 'Dus ik kan nooit echt lange tijd doorbrengen met mannen.'

Veel sociaal leven is er op reis niet. Ze werkt, eet, slaapt. ''s Avonds komen mensen soms naar me toe voor hulp, om hun telefoon te repareren of iets te vertalen.' Snell eet veganistisch, maar dat is moeilijk in Syrië, dus reist ze altijd met een grote voorraad proteïnerepen in haar tas. Tot hilariteit van de rebellen. 'Die begrijpen niks van mijn dieet en die repen vinden ze smerig.'

Thuis doet ze zes keer per week aan yoga en pilates. 'Ik voel me slecht als ik niet sport.' Dat ze dus ook in Syrië soms in haar donkere kamer in de downward facing dog gebogen staat, houdt ze voor zichzelf. 'Ik geloof niet dat de rebellen iets van yoga begrijpen.'

Bekering

In Durgerdam wappert haar zwarte hoofddoek in de wind. Met één hand houdt ze hem op zijn plek. Sinds ruim een jaar bedekt ze haar rossige haar. 'Voor mijn werk heb ik me verdiept in de islam. En het raakte me. Hoe meer ik erover leerde, hoe meer ik gefascineerd raakte.' In de oorlog in Syrië zag ze hoe het geloof mensen op de been houdt, ondanks alles.

'Vooral Amerikanen hebben een vooringenomen beeld van wat die religie betekent. Dat de islam vrouwen onderdrukt, bijvoorbeeld. Maar toen ik de religie persoonlijk leerde kennen, werden al die veronderstellingen onderuit geblazen. Ik heb gezien hoe families in Syrië samenleven en daar is echt geen vrouwenonderdrukking bij.'

Snell praat stoïcijns over haar bekering, alsof het voor haar vanzelfsprekend was, in plaats van een grote ommekeer. Ze zegt dat meespeelde dat ze vorig jaar met een Afghaanse man is getrouwd, een voormalig commandant die vertaalwerk deed voor het Amerikaanse leger. Een collega-journalist stelde hem in New York aan haar voor. Ze werden verliefd en vlogen samen naar Kabul om elkaar te midden van zijn familie het jawoord te geven. Het sprookje knakte in de dop: inmiddels is het stel alweer gescheiden.

'Het bleek in de praktijk te moeilijk om apart van elkaar te leven. Hij studeert in New York, ik woon sinds vorig jaar voor mijn werk permanent in Istanbul. We zagen elkaar maar eens per maand.' Ook bleek haar echtgenoot meer family minded dan verwacht. 'En ik ben dat niet. Als ik een kind had, zou het totaal onverantwoord zijn om naar Syrië te reizen.'

De snelle beëindiging van hun huwelijk was uiteindelijk de enige logische conclusie, zegt Snell. Haar gezicht drukt nog steeds geen enkele emotie uit. 'Ja die pokerface, ik weet het. In het Midden-Oosten komt die voor het eerst goed van pas. Je ziet het niet aan mij als ik in paniek ben.'

Terwijl ze die paniek natuurlijk soms wel voelt. Bijvoorbeeld toen ze dit voorjaar vluchtelingen interviewde bij de Turks-Syrische grens. 'Honderden Syrische families leefden daar in het bos. Ik was daar langere tijd, het was ijskoud en er was weinig eten en drinken. Maar het ongelofelijke was: deze families die al jaren in oorlog leven, hadden medelijden met míj. Ze brachten me koekjes. Het waren de liefste, vriendelijkste mensen ooit.'

Weinig illusies

Hun verhalen gaan nu de wereld in. 'Na elke reis is er hopelijk weer minstens één nieuwe kijker die mijn beelden ziet en zegt: o mijn god, ik wist niet dat dit aan de hand was. Deze arme kinderen, hoe kunnen zij zo leven?'

Dat is het kleine verschil dat ze kan maken. Snell heeft verder weinig illusies over wat haar werk teweegbrengt. 'Het is waardevol dat mensen een realistisch beeld krijgen van wat er gebeurt. Maar ik weet niet of zich dat ooit vertaalt in een concrete verbetering voor mensen in vluchtelingenkampen of mensen die met bommen worden aangevallen. Ik ben daar cynisch over. Maar ik was gelukkig al cynisch toen ik hieraan begon.'

Hypocriet?

Veel media nemen geen materiaal meer af van freelance verslaggevers die naar Syrië zijn afgereisd. Britse kranten besloten bijvoorbeeld in 2013 al geen foto's meer te kopen. Na de onthoofding van de Amerikaanse persfotograaf James Foley in 2014 werden media nog veel terughoudender. Nieuwsorganisaties zeggen dat zij freelancers tegen zichzelf in bescherming willen nemen en niet willen aanmoedigen hun leven in de waagschaal te stellen op plekken waar ze hun eigen verslaggevers nooit naartoe zouden sturen.

Ook de Volkskrant koopt vanwege de onveiligheid geen materiaal meer van freelancers die Syrië in reizen. 'We willen journalisten op geen enkele manier financieel stimuleren hun leven te wagen', zegt adjunct-hoofdredacteur Pieter Klok. 'Zeker niet als we zelf niet betrokken zijn bij het inschatten en beheersen van de risico's.'

Er verschijnen nog wel beelden uit Syrië op televisie en in kranten, maar die zijn meestal gemaakt door Syriërs die nog ter plekke zijn. Journaliste Lindsey Snell vindt de houding van westerse media daarom hypocriet. 'Een Syrische journalist gaat ook naar onveilige plekken voor de beste beelden. Hoeft die niet te worden beschermd?'

Volgens Klok is dat een iets andere kwestie, omdat de Volkskrant deze burgerjournalisten niet betaalt voor beeldmateriaal en dus niet financieel aanmoedigt om grote risico's te nemen. 'In wezen beoordeel je hen niet als journalist, maar meer als activist.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden