INTERVIEW

'Ik splijt, en daar ben ik trots op'

Vanavond stapt Daniele Gatti op de bok als de nieuwe chef van het Koninklijk Concertgebouworkest. Critici noemen zijn stijl 'schizofreen'. Daar heeft de Milanees, na twee jaar zwijgen, wel een antwoord op.

Daniele GattiBeeld Sanne De Wilde

'Ik zal eerlijk zijn', zegt Daniele Gatti. 'Bij de eerste repetitie na de zomer heb ik uit alle macht geprobeerd er niet aan te denken dat ik de zevende chef-dirigent word in de geschiedenis van het Koninklijk Concertgebouworkest.'

Het is eind augustus in Dublin. Straks trapt Daniele Gatti met zijn nieuwe orkest de eerste Europese tournee af. Nu dubt hij wat hij zal nemen als lunch: fish and chips, of toch liever een steak? In Italiaans gekruid Engels bestelt hij de 'stèk, saignant please'. De dirigent oogt ontspannen, al verraadt het opnameapparaatje naast zijn bord achteraf rap trommelende vingers.

De beginnersschroom van Gatti (54) is voorstelbaar. Per slot van rekening treedt hij in de voetsporen van legenden als Willem Mengelberg en Bernard Haitink. En dat niet alleen: het orkest dat hem verwelkomt, klom onder zijn voorganger Mariss Jansons op tot misschien wel 's werelds beste.

Gatti werd verkozen in oktober 2014. Sindsdien hield de maestro zijn lippen op elkaar. Pas als hij in functie treedt, luidde de mantra, wil de Italiaan praten over zijn nieuwe baan.

Natuurlijk, twee jaar geleden schoof hij aan voor een kennismakingsdiner met de pers. Gatti scoorde punten met zijn anekdote over een Duitse politieman die hem aanhield wegens te snel rijden. De agent kraaide opgetogen toen hij in de kofferbak de partituur zag van Wagners opera Parsifal. Aha, dacht Gatti, een operafan, ik ben safe. Tot Heinz alsnog een vette bekeuring uitschreef.

Wie gingen Gatti voor?

Eerdere dirigenten van het Concertgebouworkest

1888-1895 Willem Kes
1895-1945 Willem Mengelberg
1945-1959 Eduard van Beinum
1961-1988 Bernard Haitink
1988-2004 Riccardo Chailly
2004-2015 Mariss Jansons

Van 1961 tot 1963 was Eugen Jochum vaste dirigent naast Bernard Haitink. In het rijtje chefs telt het Concertgebouworkest hem steevast niet mee.

Vraagtekens

Ook was er die flitsontmoeting in Parijs. Na een concert ontving Gatti de giornalista musicale van de Volkskrant in zijn dirigentenkamer. Knuistige handdruk, gulle lach. Al na vijf minuten klonk het arrivederci. 'Beloofd! In Amsterdam gaan we een keer openhartig met elkaar praten!'

Zo groeiden de vraagtekens boven 's mans hoofd. Toen zijn naam in Amsterdam uit de bus rolde, kon je her en der in Europa journalisten horen sputteren. In Parijs hadden ze de dirigent leren kennen als chef van het Orchestre National de France. Prima zwaaier, die Gatti, maar een topper? In Zürich zag men hem drie seizoenen in touw bij het Opernhaus. De man kon wat, maar was het Concertgebouworkest voor hem niet een treetje te hoog?

Dirigent Daniele Gatti repeteert met ConcertgebouworkestBeeld anp

En toen dat concert, twee maanden na de bekendmaking. Op Mahlers Zesde symfonie onder Gatti plakte Trouw vijf sterren. Bij dezelfde uitvoering schrok een recensent van de Volkskrant zich echter een hoedje. 'Stoelriemen vast, oordoppen in', begon Biëlla Luttmer haar tweesterrenkritiek, die uitliep op de constatering dat het Concertgebouworkest onder Gatti 'zichzelf niet meer' was.

Hoog tijd dus voor dat beloofde gesprek.

Bij de lunch in Dublin vertelt Gatti opgeruimd over die eerste, beladen repetitie, waar hij arriveerde 'met het zand van Sardijnse stranden nog tussen de vingers'. Hij haalt herinneringen op aan een andere vakantie, 25 jaar geleden, toen hij in en rond Amsterdam op een mountainbike 400 kilometer wegpeddelde. 'Ik en de fiets, tegenwoordig is het onvoorstelbaar. Je kunt me opdweilen, haha!'

Levensloop

Op 6 november 1961 geboren in Milaan

Muzikaal opgevoed door zijn vader, een bankemployé en zanger

Studeert compositie en orkestdirectie in Milaan

Debuteert in 1988 aan het Milanese operahuis La Scala

Vervult sinds 1992 chef-dirigentschappen in Rome, Londen, Bologna, Zürich en Parijs

Werkt als gastdirigent bij toonaangevende orkesten (Berlijn, Wenen), operahuizen (Milaan, New York) en festivals (Salzburg, Bayreuth)

Debuteert in 2004 bij het Koninklijk Concertgebouworkest

Woont in Milaan, is fan van voetbalclub Inter

Schizofrénique

De blik verglijdt van vrolijk naar serieus als het eerste pijnpunt op tafel komt. In Gattibeschouwingen wereldwijd zit namelijk een merkwaardige constante. Zijn manier van musiceren wordt schizofrénique genoemd, zwiespältig, idiosyncratic ofwel eigenaardig. Nu eens geeft hij Beethovens Vijfde symfonie een geniale lik verf, dan weer verknalt hij Mahler. Zelfs binnen één stuk kan Gatti wispelturig zijn. Hier een sublieme melodie, daar een plompe frase.

'Niet iedereen voelt zich prettig bij mijn aanpak, dat weet ik. Ik splijt, en daar ben ik trots op. Misschien splijt ik doordat ik niet behoor tot een school of traditie. Een goede uitvoering, vind ik, is de vrucht van persoonlijke denkkracht.

'Het gekke is: ik kan me intens verbonden voelen met een partituur. Dan lig ik op mijn sofa, lees de noten en hoor meteen hoe het klinkt. Tegelijkertijd probeer ik te begrijpen welke boodschap achter de noten schuilgaat. Die over te brengen aan het publiek is mijn heilige opdracht.

'Een stuk kan zo bekend niet zijn, of ik probeer het te voorzien van een vraagteken. Niet omdat ik zo nodig excentriek wil zijn, maar omdat ik de luisteraar wil verrassen. Het kan zijn dat ik daarin alleen sta. Maar respecteer mijn moed, zou ik zeggen. En mijn integriteit. Tegenover de componist neem ik de volle verantwoordelijkheid.'

Daniele GattiBeeld Sanne De Wilde

Traditionalist

In het kielzog van Gatti duikt algauw het woord 'traditionalist' op. De dirigent excelleert in muziek uit de decennia rond 1900, maar moet nog worden betrapt op een revolutionair project of een spraakmakende hedendaagse première. Dat roer gaat in Amsterdam zo te horen niet om.

'Het Concertgebouworkest is werelderfgoed. Er ligt een traditie met als kernrepertoire het orkestwerk van Mahler, Bruckner en Strauss. Die traditie wil ik koesteren en verrijken. Denk aan Franse componisten als Debussy en Ravel, die door mijn voorganger een beetje zijn verwaarloosd. Of neem Schönberg, Berg en Webern, samen de Tweede Weense School. Eerlijk gezegd heeft het me verbaasd dat die componisten er in Amsterdam zo bekaaid af komen. Na Mahlers dood stond de muziek in Wenen toch niet stil?

'Met onze artistiek directeur heb ik trouwens een paar middagen besteed aan muziek van Nederlandse componisten. Brrr... vraag me nu even niet naar namen, Louis Andriessen zat er in elk geval bij. Ik heb een compositie of vijftien doorgenomen: partituren gelezen, opnamen beluisterd. Soms dacht ik: interessant. Soms sprak het me niet aan.

'Vorig weekend heb ik een prachtig orkeststuk bestudeerd van Rudolf Escher: Musique pour l'esprit en deuil. Akkoord, Escher is dood, maar eigentijdse Nederlandse componisten kunnen gerust zijn. Ik zal ze niet negeren.'

À propos Bruckner: diens muziek zit in het Amsterdamse dna sinds de eerste chef Willem Kes in 1892 de Derde symfonie op de lessenaars zette. Voor zijn navolgers Mengelberg en Haitink was Bruckner een held. Terwijl Daniele Gatti pas net aan de Oostenrijker begint te ruiken.

'Met Bruckner heb ik willen wachten tot mijn eerste grijze haren. Mijn mentor Carlo Maria Giulini zei ooit: als een componist aan de poorten van je hart klopt, moet je opendoen. Bruckner heeft vaak geklopt, maar ik hield de poorten gesloten. Ik was bang dat ik er nog niet klaar voor was, wilde niet dat het publiek me zag worstelen op de bok.

'Ik was blij dat ik het orkest na de zomer kon meenemen in mijn aanpak. Bruckners Vierde heeft ons dichter bij elkaar gebracht. Nee, de muzikale details bespreek ik alleen met mijn musici. Dat mag arrogant overkomen, maar met het publiek deel ik mijn Brucknervisie liever in klank.'

Beeld Sanne De Wilde

Tergend traag

Nog zo'n observatie die aan Gatti kleeft: 'tergend traag tempo'. Zwaaien dirigenten tegenwoordig gemiddeld vlotter van voorheen, Gatti krijgt geregeld het verwijt dat hij door stroop waadt.

'Misschien dirigeren anderen wel te snel. Ooit hoorde ik een opname van Mahlers Zevende symfonie onder de oude Otto Klemperer. Die vent is gek, dacht ik, zó langzaam. Tot ik de partituur erbij pakte en zag dat de noten erom vroegen. Die ervaring veranderde mijn blik. Soms heb ik tijd nodig om een verhaal te vertellen. Soms wil ik de virtuositeit laten horen waarmee noten geschreven zijn. Een componist heeft er niet voor niets met potlood en gum op zitten zwoegen.

'Ik vind dus niet dat we klassieke concerten moeten aanpassen aan de concentratiespanne van smartphonepubliek. Je kunt zeggen: Daniele Gatti, je staat buiten de wereld. Welnee. Iedereen zit maar op dat schermpje te staren, druk bezig met zenden en ontvangen. Ik zou zeggen: kom eens naar een concert. Laatst, in de Vierde van Bruckner, viel in de Grote Zaal een stilte van een paar seconden. Je hoorde geen kuchje, geen geritsel, niets. Tweeduizend mensen deelden één grote emotie.'

Barokdirigenten als Nikolaus Harnoncourt en Philippe Herreweghe hebben het Concertgebouworkest gekneed in de passies van Bach. Toen Gatti zich twee jaar geleden liet ontvallen dat hij in Parijs afkoerste op zijn eerste Johannes-Passion, keken kenners elkaar gealarmeerd aan. Wilde Gatti dat ook doen in Nederland, die passiegekke natie waar de oren in barokstijl zijn gekneed?

'Waarom doet iedereen toch zo pietluttig als ik over Bach begin? Kan ik soms geen Bach dirigeren omdat ik goed ben in Wagner, Verdi en Strauss? Als ik wil, schrijf ik zo een vierstemmige fuga in Bachstijl, hoeveel dirigenten doen me dat na?

'Dus ja, op een dag dirigeer ik in Amsterdam de Johannes en de Matthäus. Ik ken inspirerende uitvoeringen onder barokdirigenten die historische instrumenten gebruiken. Een goede Bach heeft niets te maken met stijl. Bach was een ambachtsman, hij zette gewoon de ene noot na de andere. Klankkleur of de speelwijze van trillers interesseerde hem niet.

'Een Bachpassie staat niet op een operalibretto. Het gaat over het lijden en de wederopstanding van Jezus Christus, zoals verteld in de Heilige Schrift. Mijn vrees als dirigent zit niet in de muziek, maar in de boodschap. Dring ik wel door tot het hart van het lijdensmysterie?'

RCO Opening Night, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti. 9/9, Amsterdam, Koninklijk Concertgebouw, live op NPO Radio 4. Volgende week dirigeert Daniele Gatti Mahlers Tweede symfonie.

Wittebroodsweken

Daniele Gatti en het Koninklijk Concertgebouworkest hebben hun eerste concerten in een Europese tournee achter de rug. Hoe zijn de reacties?

'Een Bruckner ter contemplatie, niet een die je van de sokken blaast' (Irish Times)

'In elk opzicht een weelderig klankbad' (Die Presse)

'Celliste Sol Gabetta (...) werd steeds overstemd door de kracht van het orkest' (Tiroler Tageszeitung)

'Gatti's nieuwe baan lijkt geslaagd' (Neue Zürcher Zeitung)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden