'Ik speel tot ik een hartaanval krijg'

Rogier Philipoom..

ROOSENDAAL ‘Voor de verandering ben ik dit keer eens niet in de problemen gekomen met mijn rol,’ zegt Rogier Philipoom (1976). ‘Ik kon euforisch van het toneel af lopen, en de volgende dag toch helemaal kapot zijn. Het was de hemel of de hel. Daar is nu meer rust in gekomen.’ In Roosendaal legt het Rotterdamse RO Theater de laatste hand aan een bewerking van Georg Büchners Woyzeck. Philipoom speelt de titelrol, een nerveuze randfiguur die langzaam zijn grip verliest op de 19de-eeuwse werkelijkheid.

De rol past goed bij de acteur, die er uit ziet als een rouwdouwer à la Bruce Willis. ‘Ik ben natuurlijk zelf ook een volkse jongen,’ zegt hij. ‘Maar ook een depressieveling. Een paar jaar geleden vroeg ik me vaak af wat het allemaal voor zin heeft, acteren en zo.‘

Philipoom acteert sinds 1998 bij het Rotterdamse gezelschap. Dat heeft hij aan artistiek leider Alize Zandwijk te danken. Die regisseerde destijds zijn afstudeervoorstelling aan de Utrechtse toneelschool en haalde hem onmiddellijk naar Rotterdam om in haar eerste RO-voorstelling Nachtasiel een dakloze te spelen. Twee jaar geleden was hij Shakespeares psychopathische Richard III. Nu dus Woyzeck, opnieuw geen bedachtzaam of erg rationeel nadenkend personage. Büchners Woyzeck is een armetierige soldatenjongen die moeilijk zijn plek in de maatschappij kan vinden. Hij geeft zichzelf uit pure armoede op voor een dubieus medisch experiment. Ten slotte slaat hij door als hij ontdekt dat zijn meisje Marie, de moeder van zijn kind, hem bedrogen heeft. Hij vermoordt haar, maar de grote vraag is of Woyzeck wel toerekeningsvatbaar is.

Philipoom kan zich Woyzecks woede wel voorstellen: ‘Als je vrouw met iemand anders ligt te naaien, dan knapt er iets. Hij heeft geen eigenwaarde meer. Er is geen andere uitweg.’ Dit is de eerste regie van Gerardjan Rijnders bij het RO. Vanaf nu zal hij hier ieder jaar een voorstelling maken. Philipoom is blij met de komst van de ervaren regisseur, maar vertelt ook bezorgd dat er schouwburgen zijn die Woyzeck niet willen programmeren. De reden: ze hebben al ‘een Rijnders’ dit seizoen, namelijk de voorstelling die de regisseur binnenkort bij het Zuidelijk Toneel maakt. ‘Dat vind ik een rare tendens,’ zegt Philipoom. ‘Misschien staan daar nu wel een Teletubbiesvoorstelling, of treden er oude Idols-winnaars op.’

Philipoom vindt Rijnders ‘een feest om mee te werken’. Hij krijgt alle ruimte om zijn rol intuïtief vorm te geven. Boeken lezen of andere bewerkingen van het stuk bestuderen, is niet aan de acteur besteed. Hij zegt op gevoel te werken, totdat een regisseur zegt dat zijn gevoel fout zit. ‘Ik pleit erg voor het rommelen. In interviews met acteurs wordt acteren soms heilig verklaard. Alles wat ze doen, is dan helemaal uitgedacht. Mensen durven te weinig toe te geven dat ze het niet weten. Al gebruik ik op toneel een flesje Cola Light als inspiratiebron. Fuck it. Wat maakt het uit? Het publiek weet dat niet.’

Dat betekent niet dat Philipoom niet het maximale van zichzelf vraagt op het toneel. ‘Als ik 80 ben, loop ik misschien rustig van het toneel. Maar vooralsnog lukt dat niet. Ik speel totdat ik een hartaanval krijg. Blijkbaar vind ik dat nu nodig, iets tot in de kern voelen.’

In Woyzeck verliest de acteur ongeveer twee liter water per voorstelling. In Rijnders’ visie moet Woyzeck namelijk continu rennen. Heen en weer, achter op het podium. Overal waar Woyzeck nu aankomt, is hij buiten adem. Philipoom: ‘Hij rent van het ene baantje naar het andere, naar de kapitein, naar de dokter, dan moet hij weer hout sprokkelen, dan weer een paar erwten in zijn reet duwen. Hij werkt zich kapot.’ Dat hij dan gek wordt, moet voor Philipoom aan het eind van iedere voorstelling goed te voelen zijn.

Woyzeck is het slachtoffer van een onderdrukkende maatschappij. Dat is nog altijd relevante thematiek, maar niet direct aan Philipoom besteed. Hij vindt niet dat theater maatschappelijk gemotiveerd hoeft te zijn. ‘In Nachtasiel speelden we zwervers. Heel realistisch. Jack Wouterse stonk zelfs. Na de première sta je dan champagne te drinken, terwijl buiten op straat echte zwervers rondlopen. Wie daar binnen met een bitterbal in zijn hand zal nu heel anders naar die mensen kijken? Ik denk niet dat het zo werkt. Ook Woyzeck gaat de wereld niet veranderen.’

‘Waarom ik dan blijf spelen? Voor het louterende gevoel na afloop. Soms is het een avond voor 150 man in een schouwburg waar er 600 in kunnen, maar ik ben een hoop shit kwijt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden