Ik speel met het leven

'The Ninth Gate' is de vijftiende speelfilm van Roman Polanski en gaat, zegt de regisseur zelf, 'over helemaal niks - dat is toch helder uitgedrukt?' Hij bestrijdt de gangbare opvatting dat de duistere personages en het geweld in zijn films verband houden met zijn eigen grillige levensloop....

ROMAN Polanski voldoet aan het cliché van een kleine man. Hij compenseert zijn geringe gestalte met veel rumoer. Meteen bij de kennismaking vraagt hij omstandig of de locatie - de lobby van Hotel Costes in het centrum van Parijs - wel geschikt is voor een onderhoud. 'Er is een suite gereserveerd, maar die was me te donker.' Hij sluit onmiddellijk een mannen-verbond. 'Je weet wel - ideaal voor een gestolen dag met een minnares, maar waardeloos als plek om over films te praten.'

De Frans/Poolse regisseur loopt weg om een kennis te groeten. Een dikke man in het zwart wordt door Polanski geprezen om zijn laatste toneelregie. Dan kijkt hij zijn gast aan, met een pesterige glimlach. 'Daar gaat je tijd', zegt hij, refererend aan het krappe half uur dat het interview mag duren. 'Laten we beginnen met een rondleiding door dit hotel. Het is zo'n aardige plek.'

Met kordate passen beweegt Polanski zich door het restaurant, langs tafels met damasten kleden. Het gaat door smalle, donkerbruine gangen via twee vergaderzalen naar het zwembad. Daar houdt hij halt. Hij gaat op de betegelde rand zitten en maakt met zijn handen een gebaar van: heb ik iets te veel gezegd?

'Ik houd van feestelijke plekken', zegt hij op de terugweg, ter verklaring van zijn korte tour. 'We zitten nu allebei met een hoofd vol dezelfde fantasieën. Dat praat makkelijker. Ik heb namelijk geen zin te vertellen waarom ik na Rosemary's Baby opnieuw een film met een duivel heb gemaakt.'

Polanski (66) speelt de rol van dwarse charmeur met verve. Hij neemt na de kennismaking het voortouw en weigert beleefdheid te veinzen. 'Waarom ik meteen begin met wat ik níet wil zeggen? Omdat ik de filmpers ken. Die denkt: Aha! In The Ninth Gate zit een duivel. Daar deed-ie in de jaren zestig ook al iets mee. Een thema! Nou: grotere flauwekul bestaat er niet. Ik weiger serieus over de duivel te praten. De duivel is een grap.'

Vooruit - dát is dan gezegd. Maar er kan toch wél worden vastgesteld dat Polanski's werk synoniem is met duisternis, nachtmerries en angsten? Of het nou om Repulsion gaat, om Le Locataire of om The Ninth Gate - altijd draait het om personen die hun greep op het leven kwijt zijn en in een spiraal van geweld terechtkomen.

'Ik bestrijd een zwartkijker te zijn. Ik ben een survivor, en heb geleerd om de humor van het leven in te zien. Dat is vooral terug te vinden in mijn werk. Ik speel met het leven, laat in comédies noires zien hoe angst, gekte en humor in elkaars verlengde liggen.'

Een survivor, een doorzetter - het woord, terloops passerend, omschrijft bondig zijn grillige levensloop, die door biografen en critici onophoudelijk wordt verbonden met zijn films. Wie verwacht optimisme van een man die als kind op de vlucht moest voor de nazi's, en als gevolg van de holocaust zijn moeder verloor en zijn vader lange tijd niet zag? Wie kan het weerstaan geen verband te leggen tussen Polanski's fascinatie voor geweld en de moord op zijn acht maanden zwangere echtgenote Sharon Tate, in 1969 door de bende van Charlie Manson? Wie denkt bij zijn paranoïde personages niet aan Polanski's vlucht uit de Verenigde Staten in 1978, toen hij werd beschuldigd van verkrachting van een minderjarig meisje?

'Het is vermoeiend altijd te moeten reageren op de zwarte feiten uit je leven. Ik ben niet ongevoelig. Wat kan ik doen als iemand een verband ziet tussen mijn werk en mijn leven? Niks anders dan die persoon het advies geven naar de psychiater te gaan.'

Achter The Ninth Gate, benadrukt Polanski, moet helemaal niets worden gezocht. De film, over een handelaar in antiquarische boeken die te maken krijgt met door de duivel gemaakte prenten, gaat over 'helemaal niks'.

Pardon?

'Helmaal niks - dat is toch helder uitgedrukt? Het is een komische thriller, bedoeld voor vermaak. Waarom zou ik anders de boze industrieel Boris Balkan noemen? Ik heb mezelf verkneukeld toen ik de film maakte, en hoop dat de vonk overslaat.'

The Ninth Gate, gebaseerd op de roman El Club Dumas van de Spaanse schrijver Arturo Pérez Reverte, spot met genres. De avonturen van de boekenhandelaar (Johnny Depp) vormen een aanleiding voor een reis langs schilderachtige locaties, spookachtige bibliotheken en geheime genootschappen. Na een bijeenkomst van een Satans-gemeente eindigt de speurtocht uiteindelijk in een liefdesdaad met de duivel herself - een rol die wordt gespeeld door Emanuelle Seigner, de 33 jaar jongere echtgenote van Polanski. Na Frantic en Bitter Moon is dat de derde hoofdrol van Seigner in een film van haar man.

'Zo laad ik nog meer de verdenking op me dat ik geen verschil zie tussen werkelijkheid en fictie. Maar dat is geen reden om Emanuelle niet te casten. Ik zocht een actrice die mooi en koud tegelijk kan zijn. Zij moest genoeg présence hebben om zonder karakteropbouw een persoon neer te zetten. Ik wist dat Emanuelle - met haar ambigue blik en pronte lijf - zoiets kon. Dus kies ik voor haar. Temeer omdat ik haar dan bij me kan hebben tijdens de opnamen. Dat telt ook, vanzelfsprekend.'

Hij eet een hand vol amandelen, drinkt een paar slokken cola light, en zakt even weg in gedachten. 'Zoek vooral niet te diep', zegt hij dan, zonder een vraag af te wachten. 'The Ninth Gate is geen kunstenaarschap maar vakmanschap. Dit is een film waarin een femme fatale een jarretelle draagt en waarin een detective aan de lopende band sigaretten rookt. Allemaal uitvergrotingen. Als een oude vrouw in een elektrische invalidewagen om het leven wordt gebracht, dan bonkt zij na de moord natuurlijk met haar onbestuurde kar tegen de muur van haar bibliotheek.'

Film noir met humor, noemt Polanski die stijl. Alleen wordt de humor, merkt hij, niet altijd opgepikt. 'Blijkbaar is de wereld niet zo'n dorp als tegenwoordig altijd maar wordt beweerd. Ik speelde acht jaar geleden in een toneelversie van Die Verwandlung van Franz Kafka, die in Polen en Tsjechië als een schrijver met humor wordt gezien. Maar dan de Fransen. Die vinden de gedachte dat Kafka lollig kan zijn beledigend. Terwijl humor onontbeerlijk is. Als er niks te lachen valt, rest nihilisme. Dat is het einde.'

Deze zomer werkt Polanski aan wat hij zijn 'eerste persoonlijke werk' na zijn debuutfilm Mes in het water (1962) noemt. Hij kocht onlangs de rechten van The Pianist (in het Nederlands bij BZZTôH uitgegeven als: Het wonderbaarlijke leven - herinneringen uit Warschau), het relaas van de Pool Wladislaw Szpilman over diens jaren in het getto van Warschau. Szpilman schreef het boek kort na de bevrijding. Het communistische regime verbood uitgave ervan. Toen het alsnog uitkwam, enkele jaren geleden, werd het een bestseller.

'Het gaat over een serieus onderwerp, over iets dat er toe doet. Daaraan ben ik gedurende mijn loopbaan niet toegekomen.' Doodgemoedereerd: 'Meer dan amusement heb ik nooit gemaakt. Daar is niks mis mee. Alleen wil ik, nu ik ouder word, iets zinnigs vertellen. Die behoeft dringt zich op.'

Begin jaren negentig vroeg Steven Spielberg of Polanski Schindler's List wilde regisseren. De Amerikaanse regisseur legde hem de voordelen uit: hij kon draaien in Europa (Polanski mag sinds zijn vlucht in 1978 de VS niet meer in), en de geschiedenis van Schindler bood hem gelegenheid zijn oorlogstrauma één keer als voordeel te gebruiken.

'Ik wist eigenlijk meteen dat ik het niet kon doen. Schindler's List speelt in het getto van Krakau. Daar zwierf ik als jochie rond. Ik ken bij wijze van spreken de personages uit de film. Dat leek me niet iets waarin ik me te veel moest verdiepen. Ik voorzag een bodemloze depressie.'

The Pianist is een ander verhaal, stelt hij. De film speelt in Warschau - 'toch een andere stad'. Hij denkt ook genuanceerder over de opvoedende taak die een regisseur kan hebben. 'Ik heb inmiddels kinderen. Een dochter van acht. Die leeftijd had ik toen ik in mijn eentje onderdook bij boeren. Ik begrijp nu pas wat mijn vader en moeder hebben doorgemaakt. Zij zorgden ook voor een jongetje van drie. Hij is vergast. Als ik met mijn zoontje van twee over de grond kruip, moet ik vaak aan dat kind denken. Dat zijn nieuwe emoties, of beter: emoties die ik jarenlang onder het tapijt heb geveegd. Ze vinden alsnog hun weg in mijn systeem. Ik voel dat ik daar iets mee moet doen.'

Voor de opnamen van The Pianist gaat hij de komende winter in Polen draaien - het land waar hij op driejarige leeftijd met zijn Poolse ouders arriveerde nadat zijn vader, over cynisme gesproken, het sociale klimaat in Polanski's geboorteplaats Parijs ondraaglijk vond worden. Hij maakte tot nu toe slechts één film in Polen. Zeventien jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog debuteerde Polanksi, net afgestudeerd aan de filmacademie van Lodz, met Mes in het water, waarover hij in zijn autobiografie Roman schreef: 'De negatieve publiciteit was zo groot, dat ik de première niet eens afwachtte. Na de manier waarop mijn film door de officiële instanties was ontvangen, wist ik dat ik in Polen lange tijd geen nieuwe film kon maken. Ik nam afscheid van mijn vader en vertrok naar Frankrijk in de auto - het enige dat ik nog van mijn huwelijk overhad.'

Het is zijn definitieve afscheid van het toenmalige Oostblok. Mes in het water - een echtpaar en een lifter spelen machtsspelletjes met elkaar - wordt voor een Oscar genomineerd. Zijn naam als maker van werk met morele dubbelzinnigheden en erotische obsessies is meteen gevestigd.

'Ik ben niet ontevreden', zegt hij nu, 'maar ik had graag meer films gemaakt.' The Ninth Gate is pas zijn vijftiende film. Ruzies met actrices (hij trok Faye Dunaway tijdens de opnamen van Chinatown een hand vol haren uit het hoofd), of juist liefdesaffaires (met Tate, en met Nastassja Kinski en Mia Farrow) maakten hem in de ogen van producenten een risicofactor. Tijdens het draaien van Tess, naar de roman van Thomas Hardy, maakte hij zoveel vijanden dat hij aanvankelijk geen distributeur kon vinden - reden om enkele jaren uit de schijnwerpers van de film te verdwijnen, ook al werd Tess uiteindelijk met drie Oscars onderscheiden.

Hij zocht zijn heil in het theater, en regisseert nog altijd elk jaar een of twee toneelklassiekers. In 1997 maakte hij de musical Tanz der Vampire, gebaseerd op zijn horror-satire The Fearless Vampire Killers. Twee jaar lang trok de productie in Wenen volle zalen, en ook de Duitse versie, spelend in Stuttgart, is een succes.

'Vroeger ging ik na een draaiperiode naar vuige plekken, om me net zo lang af te reageren totdat ik weer in de realiteit terug was gekeerd. Tegenwoordig verwerk ik mijn filmroes in het theater. Daar kan ik ook illusies najagen, en het levert wat op ook.'

In het theater bestaat er nog, zegt hij zonder ironie, liefde voor het vak. 'In de film moet alles altijd groter en meer zijn. In zo'n cultuur overleven alleen de haaien. Er is geen loyaliteit. De musicals die ik maakte zijn ook miljoenen-producties. Toch gaan de gesprekken met de producenten vrijwel altijd over artistieke zaken. Dat mis ik in de filmwereld. Daarin wordt alles gerelateerd aan de economische betekenis.

'En het ergste: de gekte van die ene producent of regisseur, vaak de bron van een origineel kassucces, krijgt geen kans meer. Hele commissies buigen zich tegenwoordig over je plannen. Dan krijg je naar verloop van tijd creative notes toegestuurd - een eufemisme voor censuur. Alle eigenzinnigheid moet er dan uit, totdat er een acceptabele middelmaat ontstaat.'

In 1996 kreeg Polanski op de set van The Double, in Parijs, ruzie met hoofdrolspeler John Travolta, die een naaktscène weigerde te spelen en gek werd van de aanmerkingen op zijn acteerkwaliteiten. Travolta stapte op, de film werd nooit afgemaakt.

'Het Amerikaanse systeem', zegt hij smalend. 'De grootste naam heeft altijd gelijk.' Nee - ook al zou het juridisch mogelijk zijn, naar Hollywood ziet hij zichzelf niet meer terugkeren. 'Ik ben te oud om me nog eens aan te passen.' Maar Amerikanen maken wel, stelt hij op de valreep, de beste films. 'Mijn houding ten opzichte van Hollywood is ambivalent. Het Amerikaanse respect voor het publiek is te groot, maar de Europese regisseurs - de Franse voorop - zijn weer te pretentieus. Die vinden hun imago als kunstenmaker belangrijker dan het imago van hun film. Daardoor zijn ze zelfs vervreemd geraakt van het publiek in hun eigen landen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden