ColumnSylvia Witteman

Ik snap nog steeds wat ik toen zag in Willem Ruis

Willem Ruis was de grote liefde van mijn tienerjaren. Hij zou afgelopen week 75 zijn geworden als hij niet op zijn 41ste dood was neergevallen. Ik was toen 20 en op reis in het een of andere buitenland. Ik vernam het nieuws via een dagen oude Telegraaf in een mediterrane krantenkiosk. Ik weet nóg hoe kapot ik ervan was.

Willem was ‘quizmaster’ in een tijd dat heel Nederland nog naar quizzen keek; er waren immers maar twee netten, en op het andere net was altijd Van U wil ik zingen of Van gewest tot gewest. Geen wonder dat die quizzen ongekende kijkcijfers haalden; 5 à 6 miljoen kijkers was heel gewoon, niet alleen voor Willem, maar ook voor Ted (met zijn snor), Fred (van de Wie-kent-kwis) en Ron (over wie geruchten de ronde deden die te pikant zijn om hier te vermelden).

Onder rebellerende jeugd (waar ik mezelf ook toe rekende) was het verplicht om een hekel aan quizzen te hebben, intens burgerlijk vertier immers, met die quizmasters als aalgladde volksmenners. En ik hád ook een hekel aan Ted, Fred en Ron. Maar Willem was anders. Grappig. Brutaal. Uitbundig met een temperament dat we met terugwerkende kracht gerust als adhd kunnen typeren. Altijd maar rennen op die (bij nader inzien bespottelijk hooggehakte) laarsjes van hem. Hij had leuk, slordig haar. Hij droeg, zomaar op tv, een kralenketting die zijn kinderen hadden gemaakt. Zo schattig! Maar het meest hield ik nog van zijn stem: ironisch en sexy, met tóch een restje ouderwets beschaafde polygoonjournaaldictie.

Ik las een boekje over Willem, De Willem Ruis Show van Gijs Groenteman (2003). Daar vielen me nogal wat schellen van de ogen. Zo heette Willem eigenlijk Klaas. Ik zie niet in waarom iemand liever Willem zou heten dan Klaas, die namen zijn zo goed als uitwisselbaar. Ook bleek Willem gierig en lomp tegen zijn verloofde (later zijn vrouw), eigenschappen die ik echt nooit achter hem had gezocht. Uitbundig was hij alleen op de tv; thuis was hij saai, en vrienden had hij amper. Hij bracht vooral veel tijd door in de tuin, rijdend op zijn elektrische grasmaaier. Zelfs zijn huwelijksreis naar Parijs brak hij na één dag af om terug te keren naar Haarlem.

Ik kreeg al bijna spijt dat ik in dat ontluisterende boek was begonnen, maar ik raakte toch geboeid: dat fascinerende tv-tijdperk waarin kandidaten dolblij waren als ze een ijskast konden winnen (‘een op volle toeren draaiende rookmachine, Penney de Jager die in een gouden gewaad om het setje heen dartelde en Willem die dingen zei als: ‘We nemen je mee in de diepten van je ziel.’’), dat opklimmen van KLM-steward tot ster, die pure wilskracht ontleend aan een onbegrijpelijke zucht naar roem, die megalomane shows, bodemloze putten waar de Vara miljoenen in bleef storten, de echtscheiding waarna Willem, die zich nooit met opvoeding of huishouden bemoeid had, opeens voor zijn twee dochtertjes moest zorgen en stamppot leerde koken.

Die hang naar extreme glitter en glamour, de wens om het dansend en zingend middelpunt te zijn van een megashow terwijl hij helemaal niet kón dansen en zingen; de uitputting, het verval (hij werd dikkig, liet zijn haar heel truttig föhnen en kwam niet meer uit zijn woorden op de tv, arme Willem, ooit zo’n spraakwaterval) en zijn vroege dood aan een hartaanval.

Bedroefd sloeg ik het boekje dicht en bekeek een oude show van hem op YouTube. Nog steeds begrijp ik wat ik toen in hem zag.

Als hij de 75 wél had gehaald, hoe zou zijn haar dan nu hebben gezeten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden