InterviewFrank Ketelaar

‘Ik schrijf over ijdelheid, jaloezie, agressie, lust: dat zit ook in mijzelf’

Scenarist en regisseur Frank Ketelaar. Beeld Erik Smits
Scenarist en regisseur Frank Ketelaar.Beeld Erik Smits

Scenarist en regisseur Frank Ketelaar (61), wiens nieuwe serie BuZa vanaf vrijdag te zien is, geeft zijn personages graag iets mee uit zijn eigen, Amsterdamse jeugd. Maar dat is slechts een van de geheimen achter het succes van zijn series. De methode Ketelaar in twaalf lessen.

Cécile Koekkoek

Gelauwerd scenarist en regisseur Frank Ketelaar (61) blijkt, als we hem spreken in zijn geboortestad en woonplaats Amsterdam, een vat vol verhalen. Hij heeft ze verzameld door van jongs af aan veel te lezen, maar ook door ervaringen uit zijn jeugd voor eeuwig op te slaan – in aantekeningen, schriftjes en in zijn hoofd. In successeries als Vuurzee, Overspel en Klem zijn die verhalen nooit ver weg, wat zijn series waarachtig en doordacht maakt. Hij is een taalpurist, iemand die zelfs van een punt een punt kan maken – en dat hoor je terug in de soepele dialogen. Vrijdag gaat zijn vierdelige serie BuZa in première op NPO1, over minister van Buitenlandse Zaken Maarten Meinema, gespeeld door Kees Prins. Hoe gaat de meester te werk? De methode Frank Ketelaar ontleed aan de hand van twaalf lessen.

Lees

‘Als kind had ik een bibliotheekkaart en las ik me helemaal suf. Elke week leende ik vijf boeken. Met mijn voetjes tegen de Bocal-kachel ging ik op de grond liggen lezen. In mijn hoofd zit een reservoir aan verhalen en drama. Ik las alles. Van spannende boeken tot Boerin in Frankrijk. Of het dagboek van C. Buddingh’, waarin niets gebeurde. ‘Vanochtend weer een eitje gebakken.’ Vanaf de middelbare school kwamen daar natuurlijk Hermans, Reve en Mulisch bij. Hermans was voor mij een openbaring. ‘De portier is een invalide.’ Zo’n openingszin – deze is uit Nooit meer slapen – was al geweldig. Wat hij schreef, was zo nihilistisch. Als puber was ik daar heel gevoelig voor en werd ik er zelf ook nihilistisch van: het gevoel dat niets nut heeft, dat alles uitloopt op een mislukking. Ik droeg dat met me mee, terwijl ik van nature vrolijk en optimistisch ben. Een van de verdrietjes uit mijn leven is dat ik als kind niet mocht lezen in bed. Om half negen kwam mijn moeder het licht uit doen en lag ik me twee uur de pleuris te vervelen omdat ik niet kon slapen.’

Behaal je typediploma

‘Ik vond typen leuk en tikte vaak verhaaltjes over. Tot mijn broer zei: je moet niet overtypen, je moet zelf een verhaal verzinnen en dat tikken! Ik ben op een cursus gegaan en kan al vanaf mijn 15de blind typen. Daar ben ik nog elke dag dankbaar voor.’

An unhappy childhood is a writer’s gold mine

‘Ik kom uit een klassiek Amsterdams arbeidersgezin. Mijn vader en moeder liepen een krantenwijk om het gezin met vijf kinderen te kunnen onderhouden. We aten zelden vlees – als we vlees hadden wist ik dat mijn moeder naar de kiloknaller was geweest. Mijn zusjes zaten op de huishoudschool, waar ze van mijn vader al vroeg mee moesten stoppen om te gaan werken. Mijn vader vond leren voor meisjes onzin.

‘Ik ben een nakomertje, mijn vader is van 1916 en moeder is van 1920. Ik had twee zussen en twee broers. Mijn vader ging dood toen ik 8 was. Zijn dood heb ik later verwerkt in het scenario voor de film In Oranje. Mijn oudste broer en zussen gingen het huis uit en ik bleef over met mijn labiele moeder en mijn puberende broer, die in die periode niet te genieten was. Ik groeide op in Slotermeer, in de Tuinsteden, toen een nieuwe wijk in Amsterdam Nieuw-West en ging naar de OSG, de Osdorper Staats Gevangenis zoals wij het noemden, oftewel de Osdorper Scholengemeenschap, inmiddels het Calland Lyceum.

‘Ik was niet unhappy hoor, maar de sfeer thuis was ingewikkeld. Toch vond ik mezelf een zondagskind, want ik kon goed leren, goed voetballen en goed muziek maken – op mijn blokfluit speelde ik na wat ik op de radio hoorde. Mijn moeder was trots op me, maar ze vond het raar dat ik in bandjes ging spelen – wat deed ik toch de hele dag? Tot ik op een dag met mijn snufferd op de televisie kwam met mijn Amsterdamse rockbandje de Jan van de Grond Groep.’

Volg je talent

‘Omdat ik zo van lezen hield, ben ik na het vwo Nederlands gaan studeren. Maar ik ben er weer vrij snel mee gestopt om me volledig op muziek te kunnen storten. Uiteindelijk belandde ik op de opvang voor geflipte popmuzikanten: De Filmacademie. Ik had me aangemeld voor geluid, omdat ik een studiootje had waarin ik muziek opnam. Ik had er verstand van, dacht ik. Uiteindelijk ben ik de geluidsklas uitgegooid vanwege te weinig technische kennis.

‘Ik hield van film en ik schreef mijn verhaaltjes. En ik had verkering met Anja Geels, de dochter van filmproducent Laurens Geels. Hij was bezig om met Dick Maas een bedrijf op te richten, First Floor Features. En omdat ik met Anja was, volgde ik dat van dichtbij. Op verzoek van haar vader ging ik filmverhaaltjes schrijven, die in het begin natuurlijk hopeloos slecht waren. Ik vond dat zelf toen overigens niet; de anderen wel, en ik nu ook.

‘Ook hing ik veel rond bij de Orkatertjes, bij Vincent van Warmerdam enzo, veel betere muzikanten dan ik. Dat voelde ik en dat zat me niet lekker. Ik wilde uitblinken. Gewaardeerd worden. Toen ik in mijn derde jaar zat, kwam ik Regisseur Joram Lürsen tegen in de kantine. Hij zat Nabokov te lezen, op zoek naar inspiratie voor zijn eindexamenfilm waarvan het script maar niet wilde vlotten. We bleken allebei enorme voetbaldieren te zijn en hij studeerde vervolgens af met De finales, waarvoor ik het scenario schreef. Dat was mijn ticket naar mijn verdere carrière, alles viel op zijn plaats. Het was bijna een cesuur in mijn leven: dit kan ik, dit ken ik, dit herken ik.’

Scenarist en regisseur Frank Ketelaar. Beeld Erik Smits
Scenarist en regisseur Frank Ketelaar.Beeld Erik Smits

Maak meters

‘Olga Madsen gaf regie op de Filmacademie en daarnaast was ze bezig met een Australisch script voor een langdurige tv-serie. ‘Ik heb hier vijf scripts voor een soap’, zei ze. ‘Een soap’, vroeg ik, ‘wat is dat?’ ‘Een dagelijkse serie’, zei ze. ‘Het is vertaald uit het Australisch, maar het is geen Nederlands wat ze spreken, zou jij er misschien spreektaal van kunnen maken? Je krijgt er tweeduizend gulden voor.’ Zo schreef ik mee aan de eerste vijf afleveringen van Goede tijden, slechte tijden.’

Heb taalgevoel

‘Ik erger me elke dag dood aan de teloorgang van de Nederlandse taal. Die verschrikkelijke anglicismen. Het verlies van de vrouwelijke vorm: zij is schrijver en actrice, huh? Ik ben een enorme taalpurist. Mijn taalgevoel is een muzikaal gevoel. Een goede dialoog moet swingen. Tatatá-tatatá en niet tatata en dan niks meer. Je moet gevoel hebben voor de spreektaal. In mijn series zit vaak een Amsterdammer, wiens manier van praten bijna altijd gebaseerd is op die van mijn moeder. Marius in Klem, gespeeld door Jacob Derwig, praat zoals mijn familie. BuZa is eigenlijk de eerste serie sinds lange tijd waar geen Amsterdammer in zit. Ik lees mijn script mee als ik schrijf. Fluisterend. De acteurs volgen exact het script. Daar ben ik een enorme zeikerd in, een tiran zelfs, haha. Dat is in de loop van de tijd erger geworden. Vroeger kwam er weleens een iets minder goede acteur naar me toe die dan vroeg of de tekst aangepast mocht worden, ‘want dan loopt het net iets lekkerder’. In het begin was ik nog zo’n sukkel dat ik zei: doe maar. Later in de montage had ik er altijd spijt van. Ik denk na of ik een punt of een puntkomma neerzet, dat is voor mij een andere melodie. Mensen als Jacob Derwig, Barry Atsma, Georgina Verbaan en Kees Prins snappen dat. Die kunnen een punt of een puntkomma spelen. Zij zijn zelf ook virtuozen als het om taal gaat.

‘Als ik aan het regisseren ben, moet ik op duizend dingen letten: camera, licht, gevoel. Mijn geweldige assistente Meike Schreuder zit naast mij met het script op schoot en waarschuwt mij als er een bepaald woord niet wordt uitgesproken. Als ik niet zelf regisseer en op de set willen ze een woord of tekst aanpassen, bellen ze me eerst. Ik ben 24/7 bereikbaar. Ik ben heel precies, ik schrijf het allemaal niet voor niks op. Bij een symfonie van Mozart zeg je ook niet: die cis vind ik niet zo lekker, maak er maar een C van, haha.’

Schrijf wat je kent

‘Het adagium bij scenarioschrijven is: write what you know. Over je moeder, je broer, je tante, je buurvrouw, je nicht, je zoon, je echtgenoot. Bij mij gaat dat vanzelf. Ik zou graag willen schrijven over bijvoorbeeld een Syrische vluchteling, maar dat voel ik niet, dat kan ik niet voelen. Ik schrijf over ijdelheid, ambitie, jaloezie, agressie, lust en dat zit ook in mezelf. Dat geef je vorm in personages die je dan een klein beetje op afstand zet.

‘Ik heb de serie De prooi geschreven, naar het boek van Jeroen Smit. Rijkman Groenink is met een zilveren lepel in de mond geboren, hij staat ver van me af en dan gaat het schrijven minder makkelijk. Marius uit Klem schud ik zo uit mijn mouw.

‘Mijn 10-jarige dochter ging op Halloween langs de deuren in de Gerrit van der Veenstraat in Amsterdam. De straat was afgesloten omdat er een dode man op straat lag. Het bleek om de liquidatie van Evert Hingst te gaan. Dan komt de onderwereld ineens dichtbij, kinderen van criminelen zitten op dezelfde scholen als de mijne, voor je het weet sta je op werkweek met Willem Holleeder een kussengevecht te doen. Dat was het uitgangspunt voor Klem. Marius praat zoals mijn familie en Hugo is de man uit Amsterdam-Zuid die ik geworden ben. Ik kan ze allebei voelen, ik ben ze allebei.’

Kies de beste acteurs

‘Ik kan me de blaren op mijn vingers tikken, maar de acteurs zijn alles. Je kunt een grap schrijven, maar de acteurs moeten hem verkopen. Als ik hoofdregisseur ben, ga ik ook over de casting. Dat doe ik meestal samen met Job Castelijn en Robert Kievit.

‘Voor BuZa was de rol van minister van Buitenlandse Zaken Kees Prins op het lijf geschreven, dat móést Kees doen. Ik kan lezen en schrijven met Kees. Kees is een fenomeen. Hij is als kind in een ketel met alle talenten gevallen. Hij kan spelen, hij heeft een onwaarschijnlijk taalgevoel, marmeren harses, een monumentale kin, een bozige oogopslag en hij kan zingen, componeren en gitaar spelen. Voor de rol van Marius in Klem zijn meerdere acteurs langs geweest, maar Jacob Derwig was meteen fantastisch. Voor de rol van Hugo had ik niet aan Barry Atsma gedacht. Ik vond Barry vaak zo stoer, zo’n mooie man met een baardje, tot hij binnenkwam voor de auditie. Voor de gelegenheid droeg hij een pak dat je verwacht bij een belastinginspecteur en hij had twee brillen bij zich: ‘Wil je deze bril of deze?’ Toen hij ging spelen bleek hij exact het personage dat ik voor me zag. Ik wist het meteen. Jacob en hij waren een match made in heaven.’

Scenarist en regisseur Frank Ketelaar. Beeld Erik Smits
Scenarist en regisseur Frank Ketelaar.Beeld Erik Smits

Stop op tijd

‘De meeste series gaan te lang door. House of Cards was de eerste twee seizoenen meesterlijk, in seizoen zes niet meer om aan te zien. Dat wil ik niet. Bovendien: ik ga met mijn grasmaaier over een veldje heen, maar op een gegeven moment kan ik nergens meer een paar sprietjes vinden. Dan heb ik alles al verteld en gedaan en wordt het een herhaling van zetten. Mijn producent Robert Kievit snapt dat. Overspel was na drie seizoenen echt klaar. Ik houd in de laatste scène van een seizoen nooit rekening met een vervolg, waar ik soms spijt van heb. Toch vind ik uiteindelijk altijd wel een achterdeurtje om het verhaal weer verder te vertellen. In Klem bijvoorbeeld raakt Hugo Warmond aan het eind van serie 2 alles kwijt. Dan kun je gaan nadenken: hoe moet zo’n man verder met zijn leven?’

Kies tijdens het schrijven voor de juiste muziek

‘Tijdens het schrijven zet ik muziek op die bij de sfeer past die ik in mijn hoofd heb. Ik ben nu een spannende serie aan het schrijven, zeg maar de opvolger van Klem. Dan draai ik de score van The Silence of the Lambs op de achtergrond. Bij het schrijven van Vuurzee was dat de muziek van Basic Instinct, daarbij zie je het strand en de meeuwen al voor je. Vroeger draaide ik altijd Bach: die maakte alles heel ingewikkeld om het daarna perfect op te lossen. Ik maak het ook graag erg ingewikkeld.’

Doseer seks

‘Vind je mijn series braaf? Maar het is vaak NPO1, hè. Overspel begint onder de douche met een seksscène. Ik zou soms best ruige en wilde dingen willen laten zien, whatever works. Maar ik ben niet zo van allerlei geslachtsdelen in beeld brengen. Dat vind ik ook vervelend om aan de acteurs te vragen. Het is leuk als iets spannend, sexy en erotisch is, maar dat is juist spannender als je niet zoveel ziet, vind ik. Ik overleg exact met acteurs en vooral met actrices wat we gaan doen op de set. Ik schrijf van tevoren een mail: ik wil dit shot van je maken en dan gaan we dit of dat zien. Vind je dat oké? Als niet, dan doen we het anders. Daar komen we altijd uit. Ook met Jacob overleg ik of ik zijn blote achterste mag laten zien. Maar vooral bij vrouwen wil ik dat ze me kunnen vertrouwen. Dat is essentieel als je met elkaar werkt.’

Gebruik politiek als inspiratiebron

‘Het idee voor BuZa is al in 2014 ontstaan. Het zong rond dat er belangstelling was voor politieke series. De Deense serie Borgen was net een hit geweest. Buitenlandse Zaken is het departement waar dilemma’s over leven en dood elke dag voorbijkomen, met gijzelaars, Nederlanders in buitenlands gevangenschap en in die tijd een Russische ambassadeur die zijn vrouw in elkaar in had gemept en dronken door de straten van Den Haag scheurde. Voor de arrestatie heeft Nederland excuses moeten aanbieden. Ik ben met oud-minister Ben Bot gaan praten. Het kijkje achter de coulissen van de macht is interessant en spannend. Dat zien we nu weer in de situatie rond Afghanistan. Iedereen duikt erop, je kunt het nooit goed doen. Dat vind ik een thema van dit moment: we moeten natuurlijk genadeloos kritisch zijn op de boven ons gestelden, maar wie heeft er nog zin om daar te gaan zitten, op zo’n ministerie? De doodsbedreigingen, de sfeer van: kom jongens, we gaan allemaal naar het grote plein, we gaan iemand ophangen, de minister! Het thema van de serie is eigenlijk: wie wil nog die verantwoordelijkheid nemen?’

BuZa Beeld
BuZa

De vijf beste series volgens Frank Ketelaar

The West Wing

In The West Wing, over een fictieve Amerikaanse president en zijn staf, zie je de hand van schrijver Aaron Sorkin: virtuoze dialogen op dubbele snelheid gespeeld. Méésterlijk. En een uitzondering: alle zeven seizoenen zijn goed.

The Sopranos

Net als bij The West Wing zie je dat The Sopranos, over de Amerikaans-Italiaanse maffia, verouderd is, maar dit is toch een blijvertje. De hoofdpersoon, gespeeld door James Galdolfini, is gouder dan goud – over typecasting gesproken. En zijn vrouw Carmela is toch ook een geweldig personage?

House of Cards

Maar dan dus alleen de eerste twee seizoenen. Het vileine is lekker. Regisseur David Fincher is een held. De terzijdes naar de camera. Het sardonische van Kevin Spacey. Knap gedaan, want als kijker ga je er gewoon in mee. Ik ben met een natte vinger te lijmen voor alles wat zich in het Witte Huis afspeelt. Het is zó juicy. Ik word graag meegenomen naar The Situation Room. En ik heb natuurlijk goed naar House of Cards gekeken voor ik BuZa ging maken.

Mindhunter

Ook van David Fincher. In Mindhunter gaat de FBI gaat op bezoek bij seriemoordenaars om iets van ze te leren. Ze vertellen de gruwelijkste verhalen. Weird en goed gespeeld. Het is virtuoos mooi en knap gemaakt, Fincher is een stylist extraordinaire.

A Very English Scandal

Ik kies steeds Amerikaans, hè. Ik zal even iets Brits noemen. The Crown vind ik prachtig: een en al eye candy. The Killing en Borgen vond ik goed. En onlangs zag ik het Noorse Heksenjagt, niet perfect maar heel leuk. Vaak is het lekker als iets minder Amerikaans is. Dan ruikt en smaakt het weer even anders. Weet je welke je erbij moet zetten? A Very English Scandal. Die gaat over de leider van de Liberal Party, Jeremy Thorpe, gespeeld door Hugh Grant, die op het toppunt van zijn carrière een moord laat beramen op zijn ex. Het telt net als BuZa vier afleveringen. Roem en macht leveren altijd iets spannends op.

Ketelaar, de musicals

Kees Prins en Frank Ketelaar schreven het script voor de miniserie Bij ons in de Jordaan (2000). Toen Joop van den Ende de serie zag wist hij: deze schrijvers moet ik hebben voor een musical over André Hazes. Ketelaar en Prins werden door Van den Ende op musicalles gestuurd in New York en Londen. Vervolgens schreven zij Hij gelooft in mij, die tweeënhalf jaar in het DeLaMar Theater te zien was. Ook De Tina Turner Musical is van de hand van Ketelaar en Prins, in samenwerking met de Amerikaanse producent en musicalschrijver Katori Hall. Het script werd genomineerd voor de prestigieuze Tony Award.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden