Interview

'Ik schrijf niet voor de literaire erkenning'

Esther Verhoef (47) verkocht meer dan 11 miljoen boeken. Een gesprek over angst, ego en imago.

Visagie: Bianca Fabrie. Beeld Carli Hermès
Visagie: Bianca Fabrie.Beeld Carli Hermès

Ze ontvangt in haar schrijvershuis in hartje Den Bosch. MTV staat op, het achterraam biedt uitzicht op de Sint-Janskathedraal. Esther Verhoef - blonde haren, hoge hakken, zachte g - laat de werkkamer, de zolder en de badkamer van het eeuwenoude appartement zien, die allemaal tot in perfectie zijn afgewerkt. Verdienste van echtgenoot Berry, de man met de twee rechterhanden. Geamuseerd: 'Ik woon al mijn hele leven in bouwvallen, zodat hij zijn projectjes heeft. Zit ik weer ergens met mijn computer tussen de hamers en de beitels.' Heeft ze zelf ook bijgedragen aan haar schrijfpaleis? 'Eh, ik heb dingen aangewezen. Oók belangrijk.' Nergens staan prijzen, foto's of andere bewijzen van succes. Alleen in de werkkamer hangt een klein plankje boeken.

Als je mensen vertelt over Esther Verhoef, beginnen ze allemaal over uw dierenboeken. 'Echt waar, nog steeds? Onbegrijpelijk.'

U schreef er zestig, inmiddels zijn er wereldwijd meer dan 9 miljoen van verkocht. 'Jawel, jawel, maar de eerste is inmiddels twintig jaar oud. En het laatste dat ik schreef, Handboek Kattenfokken, is alweer van 2005. Dus dat zoiets dan toch nog leeft... Op zich wel mooi.'

Het begon met de aanschaf van een Franse buldog in 1994, Coco. Esther Verhoef wilde weten hoe het nou toch zat met die platte snuit, die grote vleermuizenoren en dat malle kurkentrekkerstaartje. Internet bestond nog niet en dus benaderde Esther in haar vrije tijd - overdag deed ze sales buitendienst bij een meubelimporteur - mensen die haar iets over het ras konden vertellen. Toen ze genoeg wist ('Ik had toen al driekwart van het boek geschreven'), vond ze het zonde om die informatie voor zichzelf te houden en stapte ze naar een uitgever. Ze kreeg direct antwoord én deadlines voor de komende drie jaar. Van al haar boeken werd De Grote Hondenencyclopedie de grootste klapper, in de jaren negentig stond het een aantal jaar (!) in de CPNB Bestseller Top 60.

Het ongelooflijke verhaal van het kattenvrouwtje dat thrillerschrijfster werd - daarom weten mensen het.

'Nou, met de term kattenvrouwtje doe je die boeken tekort, hoor. Ik heb zóveel interessante dingen meegemaakt. Ik ging bijvoorbeeld op bezoek bij een echtpaar in een rijtjeshuis dat wel veertig sloughi's had, dat zijn oosterse windhonden. Stond ik daar ineens oog in oog met een zee aan prachtige, glanzende ogen, beige ruggen en kwispelende staarten. Zó mooi. En wist je dat je aan de oorlellen van kippen kan zien welke kleur eieren ze leggen? Als ze rood zijn, leggen ze bruine en als ze wit zijn witte.'

En dan ineens die switch naar thrillers.

'Die dierenboeken moesten allemaal kloppen en ik snakte ernaar om zelf iets te verzinnen. Op een gegeven moment las ik Doodsangst van Greg Iles. Dat boek had alles: spanning, diepgang, romanelementen, álles. Tot dan toe had ik vooral plotgedreven thrillers gelezen, van die verhip-een-lijk-verhalen die nauwelijks over de menselijke psyche gaan. Terwijl de gekte van mensen, hun geheimen en de moeilijke verhoudingen onderling een verhaal juist de moeite waard maken. Ik wilde meer van dit soort boeken lezen, maar die waren er niet, en nou ja, toen ben ze maar zelf gaan maken. Eigenlijk hetzelfde als wat ik daarvoor met de Franse buldog had gedaan.'

Esther Verhoef (46) werd geboren in Den Bosch, als dochter van een huismoeder die graag oude klokken en flipperkasten repareerde en een vader die overdag advertenties verkocht bij de zondagskrant Bossche Omroep en later adjunct-directeur werd van een meubelbedrijf. 's Avonds was hij zanger en gitarist. Eerst in een Spaanse groep met 'Gypsy Kings-muziek', later in een closeharmonyband, 'waarmee hij ook nog een keer op televisie is geweest, best bijzonder.' Esther was een klein, serieus kind dat dol was op lezen en schrijven. 'Als ik een onderwerp mooi vond, zocht ik daar alles over op, of het nou om grasmaaiers of siervissen ging. Een dag later kende ik dan alle Latijnse namen uit mijn hoofd.'

Geen pre in een achterstandsbuurt als de Bossche Graafsewijk, waar Esther maar weinig anschluss kon vinden bij haar zwaar opgemaakte en reeds rokende leeftijdsgenootjes. 'Later heb ik voor mezelf geanalyseerd dat die kinderen in afschuwelijke omstandigheden opgroeiden. Er werd gedronken, gevochten, gescheiden. Wat je in de dierenwereld ziet, zie je ook bij mensen: die reageren zich af op de zwakste. In dit geval was ik dat.'

Bij gym werd ze niet alleen standaard als laatste gekozen, ook maakte ze kennis met de gewoonte van een aantal klasgenoten om aan het begin van de dag iemand uit te kiezen die 's middags in elkaar geslagen zou worden. 'Op het moment dat de bel ging, had ik mijn etui al in mijn tas om zo snel mogelijk weg te wezen.' Snel genoeg was ze nooit. Op weg naar huis werd ze door twee kinderen vastgepakt, zodat de anderen haar konden schoppen en slaan. Van haar 7de tot haar 14de was het elke dag afwachten of ze aan de beurt was. 'Mensen hebben het weleens over pesten, maar voor mij was dit echt oorlog. Ik was constant op mijn hoede, deed er alles aan om escalatie te voorkomen. Oogcontact vermijden. Me klein maken. Alles om te voorkomen dat ze me op een dag écht dood zouden slaan.' Thuis hield ze haar mond. 'Ik wist gewoon dat het geen zin had. De leraren deden er ook al niks aan, omdat die inzagen dat er met de ouders van die kinderen totaal geen gesprek was te voeren. Die waren zélf boos. Wat hadden mijn ouders moeten doen, daar op de thee gaan? Dan zou de ellende niet te overzien zijn geweest.'

Het tij keerde toen ze een op een dag de moed had om terug te slaan. 'Ik was 14, mijn moeder bracht me die dag naar school. Toen we in de auto zaten, wees ik een meisje aan dat me de dag daarvoor nog in elkaar had geslagen. Toen maakte mijn moeder de onvergeeflijke fout om dat meisje er op aan te spreken. Ik vergeet het nooit meer. Dat meisje keek haar aan, zei tot drie keer toe 'Hè?!', alsof ze mijn moeder niet verstond, en draaide toen zo d'r hoofd om. Geen enkel ontzag, nul. Ik werd zó kwaad. Toen de eerste pestkop vijf minuten later op me af kwam voor een pak slaag, ben ik voor het eerst in mijn leven gaan terugvechten. 'Dan maar dood, dacht ik. Maar dit nooit meer. Die dag won ik, puur op karakter. Daarna waren de verhoudingen voorgoed veranderd.'

CV Esther Verhoef

27 september 1968

Geboren in Den Bosch als Esther Verhallen.

1980 - 1986 Mavo en daarna havo.

1989 Columniste voor Flair.

1995 - 2005 Schrijft en fotografeert bijna zestig informatieve dierenboeken.

2003 Debuteert met thriller Onrust.

2005 Onder druk, wint Diamanten Kogel, kunstwerk van 25.000 euro.

2006 Rendez-Vous.

2006 Chaos (pseudoniem Escober).

2007 Winnaar Zilveren Vingerafdruk met Rendez-vous.

2007 Close-up.

2008 Ongenade (Escober).

2008 Alles te verliezen.

2008 Winnaar Zilveren Vingerafdruk met Close-up.

2009 Cadeauboek Erken mij voor Maand van het Spannende Boek.

2010 Déjà vu.

2011 Verhalenbundel Nouveau riche & andere spannende verhalen.

2011 Winnaar NS Publieksprijs met Déjà vu.

2012 Tegenlicht.

2013 Overkill (Escober).

2014 De Kraamhulp, wint Hebban Crimezone Award.

2014 Stil in mij - overleven bij de nonnen, non-fictieboek met Daniëlle Hermans.

2015 Lieve mama.

Esther Verhoef is getrouwd met Berry Verhoef. Ze hebben drie kinderen: een zoon (19) en twee dochters (14 en 16).

Die pestkoppen lacht u inmiddels vierkant uit.

'Nou, niet echt. Het klinkt heel zen en soft, maar zij zijn in wezen óók slachtoffer. Ik kan me herinneren dat mijn poëziealbum op een zeker moment was afgepakt. Ik ben toen naar het huis gegaan van één van die bully's. De voordeur stond open en in de keuken stond de moeder friet te bakken, midden op de dag. Het was echt een soort Ma Flodder avant la lettre, met vet haar en een shagje in haar mondhoek. Toen ik haar vroeg waar haar zoon was, liet ze me met een Bosch' accent weten dat ze geen idee had. En dat was ook écht zo. Wat ik maar bedoel te zeggen: zij hadden het ook slecht. Dus om nu een lange neus te trekken - dat doe ik niet. Sterker, ik hoop dat het ze goed gaat.'

Wel heeft ze haar verhalen uit die tijd nog eens teruggelezen. En die, ziet ze nu, liegen er niet om, qua thematiek. 'Veel te heftig, veel te zwartgallig. In ieder geval niet passend bij een kind.' Ze heeft ook een lange periode gehad dat ze boos was op de wereld. 'Bijna zoals een 17-jarige jongen boos kan zijn op de wereld. Men hoefde me maar aan te kijken en ik voelde me aangevallen. Totdat iemand een keer tegen me zei: jij hebt van jouw overlevingsstrategie je levenshouding gemaakt. Want zo was het, ik stond heel defensief in de wereld: kom maar op, mij pakken jullie niet meer. Pas toen diegene dat zei, dacht ik: o ja, en kon ik het loslaten. Niet meteen natuurlijk, maar het was wel een omslagpunt. Het mooie is: ik kan die betonnen muur ook weer oproepen als het me uitkomt.'

Dat doet ze dan ook. Waar het gezin Verhoef precies woont - ergens net buiten Den Bosch - houdt ze strikt geheim. De namen van haar kinderen, drie stuks, halen de krant niet. Ze werkt met een eigen visagist, op de foto's weet ze precies wat ze wil - hand zus, blik zo - en het is niet de bedoeling dat de journalist ter voorbereiding op het gesprek een rondje belt met familie, kennissen of vrienden. Verhoef, gedecideerd: 'Nee. Ik vind dat ik genoeg geef. Als schrijver stel je je al zo enorm kwetsbaar op, je kunt je nergens achter verschuil

null Beeld Carli Hermès
Beeld Carli Hermès

U schrijft fictie.

'Doet er niet toe. Het komt uit míjn hoofd. Ik heb de personages bedacht, ik heb bedacht wat ze tegen elkaar zeggen. Zijn er schrijvers die volledig losstaan van wat ze schrijven? Kan niet, geloof ik niet.'

Je bent je boek?

'Ja. Zo'n boek is een uitvloeisel van wat je hebt meegemaakt, van emoties die je hebt doorstaan, van dingen die je bezighouden. Die gooi je allemaal op tafel. Dan wil ik me vervolgens ook nog wel blootgeven in interviews, maar tot daar en niet verder.'

De indruk kan ontstaan alsof u een bepaald beeld van uzelf cultiveert, een beeld waarover u te allen tijde de controle behoudt.

'Als men dat denkt, dan is dat maar zo. Als het alternatief is dat ik nog meer van mezelf blootgeef, stop ik ermee. Kijk: met mezelf naar buiten treden is niet natuurlijk voor mij. Ik doe het omdat ik wil dat mijn boek zijn weg vindt naar zo veel mogelijk mensen. Daarvoor is het nodig dat ik mezelf laat zien. Maar het biedt mij niets. Sterker nog, na een interview ben ik gesloopt. Ik kan vandaag niet meer schrijven.'

Morgen weer wel, waarschijnlijk, want Verhoef houdt de vaart erin: in twaalf jaar tijd schreef ze zeventien boeken waarvan in totaal bijna 1,9 miljoen exemplaren werden verkocht. Haar werk verscheen in meer dan tachtig landen, het werd meerdere malen bekroond (NS Publieksprijs, de Diamanten Kogel), in juni gaat de verfilming van haar boek Rendez-vous in première en op de dag van het interview komt haar nieuwste thriller Lieve mama binnen op nummer 1 van de Bestseller Top 60.

Wat is uw geheim?

'Geen idee. Ik ben heel perfectionistisch, misschien is dat het.'

Daar koopt niemand een boek om.

'Nee. Nou ja, ik hoor weleens dat mensen die mijn boek lezen achter de woorden verdwijnen, dat ze in de wereld terechtkomen die ik schets. Dat zijn ook de mooiste recensies, als mensen vertellen dat ze door het lezen de trein hebben gemist.'

Van wie zou u liefst een compliment krijgen?

'Voor mijn werk? Poeh! Geen idee. Daar ben ik niet mee bezig, de drang om te schrijven komt van binnenuit. Maar goed, als ik er dan toch een moet noemen: ik werd een poosje terug geïnterviewd door Wim Brands, van VPRO Boeken. Hij bleek De Kraamhulp te hebben gelezen en daar ook een aantal zinnen in te hebben onderstreept die hij goed vond. Dat is mooi om te horen. Maar het is éven leuk. Daarna ga ik gewoon weer aan de bak. Als ik op een podium een prijs in ontvangst moet nemen, ben ik vooral bang dat ik struikel.

Krijgt u ook voldoende literaire erkenning? Op de achterflap van uw laatste boek Lieve mama staat een blurp uit het vrouwenblad Margriet.

'En daar ben ik heel blij mee. Ik doe het ook helemaal niet voor de literaire erkenning.'

Tegelijkertijd bent u blij dat Wim Brands u ziet staan.

'Nou, wat me opvalt, is dat er mensen zijn die tot het literaire landschap behoren en mijn werk überhaupt niet kennen. Wat moet ik dan met hun mening? Zij zouden dan iets over mijn werk zeggen op basis van aannamen en vooroordelen, daar heb ik niets aan.'

En bovendien: you cry all the way to the bank.

'Nee ook niet, echt niet. Ik weet wat ik kan en ik weet wat er nog allemaal aankomt, bij leven en welzijn.'

Literatuur?

'In ieder geval werk dat de thrillerclichés ontstijgt.'

U heeft een opvallende transformatie in uiterlijk doorgemaakt sinds u thrillerschrijfster bent.

'Hmm-mm. Ik was altijd heel mager, ik had totaal geen vrouwelijke rondingen. Terwijl ik niets liever wilde dan een knap meisje zijn. Maar ik kon naar de snackbar gaan wat ik wilde, ik bleef dun. Om dat te verhullen deed ik veel te wijde kleding aan, en toen ik met die dierenboeken begon was het helemaal een kwestie van haar in een staart, legerbroek aan en gaan. Pas toen ik mijn eerste kind kreeg werd ik wat voller. Heerlijk vond ik dat, eindelijk billen en benen! Toen ik ook nog stopte met roken - ik rookte rustig twee pakjes per dag - werd het pas echt feest. Ik omarmde elke kilo.'

Maar daar wordt je haar niet blond van.

'Nee, dat kwam omdat ik in 2004 doorbrak met Rendez-vous. Een damesblad wilde toen een reportage over mij maken. De fotograaf en de journaliste zagen mij staan in mijn legerbroek en ik zag ze denken: wat ís dit voor vrouw? Gingen ze ook nog in mijn kledingkast kijken of ik iets anders had, nee dus. Die shoot is uiteindelijk goed gekomen, maar bij mij viel toen wel het kwartje van: oké, zo werkt het spelletje, dit moet voortaan anders. Dus toen ben ik een goede kapper gaan zoeken. En modebladen gaan kopen. En van mijn wenkbrauwen is de helft af gegaan. Die dikke wenkbrauwen waren namelijk enorm hip in de jaren tachtig, maar ik had ze nog steeds.'

null Beeld Carli Hermès
Beeld Carli Hermès

U had ook kunnen denken: ik ben nu zover gekomen, ik ben te lang niet geaccepteerd, jullie nemen me maar lekker zoals ik ben.

'Had gekund. Maar het heeft er ook mee te maken dat ik het leuk vind me ergens in te verdiepen. Ik doe iets goed of ik doe het niet, daar ben ik redelijk obsessief in. Daarbij wilde ik mijn gezin kunnen onderhouden met de opbrengst van mijn thrillers, dat leek me de hemel. Blijkbaar was het dan nodig me op een bepaalde manier te presenteren. Ik wil niet zeggen dat het een kleine moeite was, maar inmiddels heb ik wel mijn eigen stijl gevonden.'

En daar horen geen legerbroeken meer bij.

'Thuis wel, het schrijft lekker. En ik ga er nog mee naar hardrockconcerten. Maar ik ga er niet meer de deur mee uit.'

Eet u nog wel worstebroodjes?

'Nee. Ik ben weer terug bij mijn oude maat 36 en dat is puur discipline. Ik ben motorisch nooit zo handig geweest, maar ik fiets veel. Naar ons huis in Zuid-Frankrijk bijvoorbeeld, dat is dik 1.000 kilometer. Thuis heb ik een crosstrainer waar ik regelmatig op sta en mijn dochter zit op kickboksen, dus die traint mij. Verder eet ik vooral groenten en fruit, vis, kip en havermout. In ieder geval zo weinig mogelijk koolhydraten. Tegelijkertijd ben ik een bourgondiër, dus als ik 's avonds een feest heb, hou ik daar 's middags rekening mee, want hier in Brabant gaan er meteen duizenden calorieën over tafel.'

Verhoef is al bijna dertig jaar samen met haar jeugdliefde Berry. Hij had een 'meer dan fatsoenlijke' baan als adjunct-directeur bij een afvalverwerkingsbedrijf, maar stopte na de geboorte van hun eerste kind om Esther de ruimte te geven haar dromen te ontplooien. 'Hij zag dat ik er écht voor wilde gaan en dat een en ander niet was te combineren.' Inmiddels runt hij het huishouden en schrijven ze samen thrillers onder de noemer Escober (Esther co Berry). Verhoef: 'Toen ik dierenboeken schreef, schreef Berry ook al, maar dan over bier. Geen dierenboeken maar bierenboeken. Toen ik later met mijn thrillers begon, bleek hij heel goed te zijn in plots, beter dan ik. Ik kan me verliezen in een scène, hij hangt als een helikopter erboven en ziet meteen wat er ontbreekt - of wat er juist bij moet. Het is fijn om die krachten te bundelen.'

Zijn de Escober-boeken even populair als de boeken van Esther Verhoef?

'Nee, iets minder.'

Hoe vindt hij het dat u zo enorm succesvol bent?

'Fantastisch.'

Raakt de verhouding niet zoek, als de een thuis zit en de ander voortdurend op het schild wordt gehesen?

'Berry is iemand die het gezin altijd heel belangrijk heeft gevonden. Bovendien had hij zelf niet die immense drive die ik heb. Hij kan het allemaal wel, maar het is bij hem geen heilig moeten.'

Hij rijdt u naar signeersessies door het hele land. Er zijn mannen die daar gecastreerd van raken.

'Zo'n man is Berry niet. Hij weet ook dat die signeersessies mij veel energie kosten. Die mensen zijn helemaal voor mij gekomen, die geef ik alles wat ik heb, ook al is dat maar drie minuten. Vaak lig ik dan in de auto terug te slapen. Maar hij snápt dat. En tuurlijk hebben wij ook weleens conflicten - zeker tijdens het schrijfproces ben ik niet de leukste vrouw ter wereld - maar die gaan nooit over jaloezie. Zo is mijn Berry niet. Bovendien hebben we nog zo veel plannen. Wanneer onze kinderen ons niet meer zo hard nodig hebben, zijn we van plan alles wat we hebben weg te doen en rond te trekken: drie maanden Oslo, drie maanden Sevilla, noem maar op. Dat houden we voor ogen.'

U nadert de 50, de kinderen worden groot, de carrière is geslaagd. Wat zou u die kleine Esther Verhallen in de Graafsewijk willen zeggen als u haar nu kon toespreken?

'Heb wat meer vertrouwen in jezelf. Alles wat je nu als een handicap beschouwt, wordt straks je grootste kracht. Ze zeggen niet voor niets: a rotten childhood is a writer's goldmine.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden