'Ik nam me voor een blijmoedige weduwe te zijn'

Haar man was nog maar net overleden of Esther (50) vond zichzelf terug in de armen van een weduwnaar.

Mijn man overleed een half jaar geleden op het hoogtepunt van onze liefde. Wij waren tien jaar samen, hij was een stralende, niet altijd makkelijke man die honderd uur per week werkte. Op een dag kreeg ik een ingeving en besloot dat ik dan maar beter bij hem in de zaak kon gaan werken, dan zagen we elkaar nog eens. Dat bleek een goede oplossing. Ik was blij met wat we hadden en de tekortkomingen nam ik voor lief. En net toen hij besloot het rustiger aan te doen en we verhuisden naar een kalmer deel van het land, werd bij hem een niet te genezen tumor geconstateerd. In de acht weken dat hij nog leefde, heb ik hem de laatste week thuis verzorgd. Een ziekenhuisbed in de huiskamer, wij samen; op een of andere manier waren die weken onwerkelijk mooi en lucide. Het klinkt een beetje raar, maar die laatste maanden was het of er alleen maar liefde was. Al het praktische en daarmee iedere bron voor irritatie, hield op te bestaan. Het leven van alledag vernauwde zich aangenaam tot de proporties van ons huis, onze kamer en toen hij afgelopen najaar overleed, kon ik niet anders dan overeenkomstig de manier waarop hij was overleden, zijn begrafenis regelen en zijn dood beleven. Ik was intens verdrietig, maar ik nam me voor dat ik een blijmoedige weduwe zou worden. Alle financiële en fiscale adviseurs die soms ingewikkeld deden, legde ik nog eens geduldig uit wat mijn wensen waren, in plaats van knorrig en verongelijkt te doen. Ja, het was een besluit. Kennelijk kan dat, tijdens die wervelstorm van verdriet en rouw het besluit nemen geen slachtoffer te zijn.

Precies zo'n besluit was het om afgelopen januari, drie maanden na zijn dood, een reis te gaan maken door Iran. Een studievriendin organiseerde die rondreis voor haar kennissen. Het kwam erop neer dat we grote delen van de dag in een twaalfpersoons busje zaten en uitkeken over een dor, grijs landschap met hier een daar de plooien van een kale berg en af en toe een dorp. Ik had noch naar deze tocht uitgekeken, noch er tegenop gezien. Ik dacht: ik laat het allemaal over me heen komen.

In het gezelschap was een man wiens vrouw precies een maand eerder was overleden dan mijn man. Mijn vriendin had me van tevoren gepolst, vind je dat niet lastig, maar ik schudde mijn hoofd. In de bus zochten de man en ik als vanzelf elkaars gezelschap en al tijdens de eerste tocht zaten we allebei te huilen. Ik vertelde hem dat ik veel had aan de boeddhistische boeken die mij het vertrouwen gaven: het komt wel goed met mij. Hij vertelde zijn ervaringen. Op een dag beklommen we een woestijnduin. Ik had me losgemaakt van de groep. Ik strekte mijn armen uit als vleugels, daar leek dit weidse landschap om te vragen en ineens zag ik hem een tiental meter bij me vandaan in het zand liggen en dacht, kijk ons nou, allebei alleen met ons eigen verdriet, zal ik naar hem toegaan, hem een kus brengen? Ik deed het niet. Ik was de vrouw met wie hij zo fijn kon praten, zo'n kus zou de vriendschap misschien gecompliceerd maken. Maar toen we een dag later weer naast elkaar in het busje belandden, kropen we al pratend over de dood steeds dichter naar elkaar toe en voelde ik een golf van opwinding door mijn hele lichaam. Ik raakte in verwarring. Alles had ik verwacht, een nieuwe vriendschap, gedeeld lotgenootschap, liefde wellicht, maar dit niet. Mijn lichaam werd met een schok wakker. Deze sensatie moet ik voor me houden, besloot ik, uit respect voor deze man die hier waarschijnlijk niet op zit te wachten. Ik werd overspoeld door emoties, maar schaamte zat daar niet bij. Een 'te snel na de dood van je man' bestaat alleen in de ogen van buitenstaanders. De liefde voor mijn man was zo sterk, het leek alleen maar logisch dat die liefde ook na zijn overlijden zou blijven stromen. Kortstondig was die ingedamd, maar nu, met deze ontmoeting, vloeide die alweer. Behoorlijk ontregelend was het wel, dat stemmetje dat zei: leg je hoofd gewoon op zijn schouder. Ik had al eerder iets speels in hem ontdekt, maar dat had geen vergelijkbare storm teweeggebracht. Toen ik hem een paar middagen later zei dat ik het contact met hem fijn vond en ervan in de war raakte, noemde hij ontroerd mijn naam. O, Esther. Tijdens een van de laatste avonden sliepen we met zijn allen in een ruimte. De volgende ochtend zou hij alleen op pad gaan met de man van mijn vriendin, die fotograaf was. De anderen zouden in alle vroegte verder reizen. Ik beschouwde zijn aankondiging als uitnodiging. Toen de rest vertrok, vroeg hij: mag ik tegen je aan komen liggen? Ik antwoordde, ja, dat mag. In onze slaapzakken kropen we naar elkaar, hij hield me stevig vast. Ik begon te trillen en te beven. Zo'n sterke fysieke reactie had ik nooit meegemaakt, en nog valt het me moeilijk er een kwalificatie aan te geven. Het woord 'fijn' komt niet in de buurt. Eerder was er sprake van een ontlading waar ik alleen maar aan kon toegeven. De fotograaf zei later: ik zag twee slaapzakken en vier armen. De volgende ochtend banjerden we met zijn drieën door de bergen, telkens keek ik naar die stevige armen die mij hadden omklemd. Dat wil ik nog eens, dacht ik. Op zijn laatste dag gaf ik hem het nummer van mijn hotelkamer. Naakt en huiselijk schoof hij die nacht rechts van mij in bed. Hij was groter dan de man die ik de afgelopen tien jaar in mijn armen had gehad. Rustig aan, zeiden we tegen elkaar, maar na de zoen die volgde, werd het allerminst rustig.

Nu, terug in Nederland, zien we elkaar ieder weekend. Er gaat geen keer voorbij dat we niet huilen om onze geliefden, maar waar vrienden vaak zorgelijk doen, begrijpen wij precies wat de ander meemaakt. Soms vraagt iemand: is het niet het verlies dat jullie bindt? Maar dat denk ik niet. We zullen zien.'

Ook voor deze zomer zijn we op zoek naar mannen en vrouwen die willen vertellen over een bijzondere vakantieliefde van lang of kort geleden. We willen ook graag de vakantieliefde zelf aan het woord laten en zo nodig gaan we daar samen met u naar op zoek. Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden