'Ik moet roeien met de riemen die ik mezelf cadeau heb gedaan'

Waarom acteert Pierre Bokma (50)? 'Waarom? Geen idee. Ik heb geen idee.' Dat hij in zijn werk baat heeft bij zijn achtergrond, vindt hij onzin....

'Koffietjuh', zegt Pierre Bokma, als hij opstaat om zijn bestelling te pakken, van de bar in de Gentse schouwburg. 'Theetjuh. Allemaal verkleinwoordjes hier in België.' Hij buigt zich voorover: 'Denk aan het geluid van klokkende thee. Klok-klokklok? Theetttjuhhh. Alsof je een konijntje in je hand hebt - dat wil je doodmaken. Het is te teer.' De acteur knijpt zijn hand dicht. 'Ken je dat gevoel?' Als je net uit Nederland komt, is het altijd weer opvallend hoe beleefd de Belgen zijn. 'Allemaal. Allemaal. Voor een Hollander zit er geen liefde achter die ogen, maar ze zijn beleefd. Zo denken die Belgen volgens mij: als je monsters tegenkomt, moet je ze recht in de ogen kijken - en dat doen ze ook.' Satanisch lachje. Even daarvoor zei hij: 'Jij hebt natuurlijk weer gehoord: Pierre is onaardig en arrogant. Als-ie er überhaupt is.' Ik hoorde aan de andere kant: Pierre Bokma is een heel charmante en innemende man. 'O, nou, da's ook weer niet waar.'

Hij heeft een barre nacht achter de rug. En de ochtend is tot nu toe ook niet helemaal geslaagd. Tegen half vier viel de acteur pas in slaap, in het 'geweldig mooie appartement' dat toneelgezelschap NTGent deze maanden voor hem heeft geregeld. Draaien en woelen en spoken, tot een paar uur voor het aanbreken van de morgen en dan ineens, boem, in een zwarte put vallen. 'Dan lijkt wakker worden een daad van verzet.' En toen, dat heb je na dat soort nachten, kwam hij met zijn vinger tussen de deur. 'Kolere', bestudeert hij zijn nagel, met gemeen blauw randje.

Zo'n begin van de ochtend dus (en dan hebben we het niet eens over de helse boormachine die inzet zodra Bokma de foyer heeft betreden) en hij moet nog door tot 11 uur vanavond. Repeteren voor zijn rol als legeraanvoerder Agamemnon in de Griekse tragedie Oresteia, een co-productie van NTGent en Toneelgroep Amsterdam. Een klassieke rol, zoals Pierre Bokma, de Shakespeare-vertolker van Nederland, ze zo graag speelt. Regisseur is Johan Simons, met wie de acteur in een ver verleden al eens samenwerkte. 'Kijken wat er nog over is van de oude Johan en Bokma', zegt hij. 'Of dat nog naadloos in elkaar overgaat. Dat dreigt wel te gebeuren.'

Wanneer wist je dat je acteur wilde worden?

'Dat heb ik nooit geweten. Waarschijnlijk ben ik het altijd al geweest. Ik ken die grens helemaal niet. Ik weet dat ik vroeger de pias heb uitgehangen, dat ik daarvoor van scholen ben afgeschopt, of dat ik juist van rectoren punten erbij geschonken kreeg omdat ik de goegemeente zo had vermaakt, maar ik heb geen idee op welk moment ik besefte dat ik acteur wilde worden. Ik heb er wel een paar keer over gelogen, om ervan af te zijn. 'Rond mijn zestiende', zei ik dan, en verzon er n'importe welk voorbeeld bij.'

Je wás het?

'Ja, of niet. Ik was vroeger helemaal niet geïnteresseerd in toneel. Als ik een stuk zag, dacht ik alleen maar: jezus christus, wat een kutonzin zeg.

'Ik vond het leuk om geintjes te maken en de boel te ontwrichten. Da's voor mij nog wel een tijdje een sport geweest: daar kwam list en bedrog bij kijken. En dat is toneelspelen, als je het goed doet, hè. Dikbetaalde list en bedrog. Hoe je het ook wendt of keert.' Als kind acteerde je al? 'Ik had het al gauw in de gaten als mensen simuleerden. Een simulant overdrijft altijd net. Die praat te vaak over zijn verkoudheid en moeheid, maakt te vaak bepaalde gebaren of laat door gezichtsuitdrukkingen blijken wat ie al tien keer heeft gezegd. Maar, dacht ik dan, als je het nou zo en zo had gedaan, was ik er w*l ingetrapt. Dus ik verfijnde het gedrag van anderen; nam over wat ik kon gebruiken.'

Je observeerde, vanuit de coulissen. Hij denkt na. 'Ja. Ja.'

Pierre Bokma werd geboren in Parijs. Baby van een ongehuwde moeder die door haar, zwaar katholieke, familie in de jaren vijftig naar Frankrijk was gestuurd om de schande van een ongewenste zwangerschap te verbergen. In Nederland plaatste de kinderbescherming hem in een weeshuis. Na vijf jaar begon zijn zwerftocht, van pleeggezin naar pleeggezin. Op zijn 12de belandde hij op het internaat, bij de paters en de broeders.

Waarom konden ze zo weinig grip op je krijgen?

'Ik was een verloren zaak. Ik had er geen fiducie meer in. Geen van de gezinnen die het met me wilden proberen kreeg van de officiële instanties de zekerheid dat het de moeite waard was om eraan te beginnen. Het had niet zoveel zin om je aandacht te richten op een kind waarvan je niet zeker wist of het de volgende dag nog bij je was, begrijp je? Ik kon toen nog niet zo goed het grote geheel overzien. Maar ik dacht wel: je kunt doen wat je wil, ik zal me houden aan strenge verordeningen, maar ik werk niet mee aan jouw liefdewerk-oud-papier-opvoeding, het geven van troost.'

Jammer. 'Het is al heel wat om te weten dat mensen het met de beste bedoelingen met me hebben geprobeerd. Ik denk met veel warmte terug aan de pogingen die zijn ondernomen.'

Je was bij uitstek goed in het ontwrichten van de pleeggezinnen waarin je werd ondergebracht.

'Dat deed ik zonder dat ik erover had nagedacht. Ik heb een extreem koppig en halsstarrig karakter - ik ben heel ernstig overtuigd van mijn eigen gelijk.

'Vanuit de coulissen keek ik toe. Er werd namelijk heel veel óver je gepraat. Je moest constant bij psychologen en psychiaters komen. Die almaar je intelligentie testten. Dan was ik hoogbegaafd, dan was ik een randdebiel, dan was ik autistisch, dan weer was ik Oost-Indisch doof. En dan riepen ze, letterlijk: 'Hij is een psychopaat.' 'Nee, hij is briljant.' Noem maar op. Ik werd er helemaal gek van. Ook omdat er naar die uitersten vervolgens anderhalf jaar werd geleefd. Door alles en iedereen. Als een of andere eikel had geconstateerd dat je een ernstige vorm van autisme had, werd je behandeld als een zieke. Was je een psychopaat, dan gingen de mensen ineens voorzichtig met je om. En bleek je hoogbegaafd, dan keken ze naar je rapportcijfers: 'Maar dat kan helemaal niet, want er staan allemaal nullen op.''

Hij staat bozig op, om een derde koffie te bestellen. Vanaf de bar: 'Ik heb bij zo ongelooflijk veel psychologen en psychiaters gezeten, ik vind het allemaal eh?' Hij mompelt iets denigrerends. 'Mag je niet opschrijven hoor. Ik kan die mensen niet meer zien, dat mag je opschrijven. Kunnen ze weer zeggen: dáár heb je het al.'

'Ik heb eens een jaar niet gepraat tegen een psycholoog en psychiater, bij wie ik wekelijks vijf uur moest komen. 15, 16 jaar was ik. Aan het einde rekende ik uit wat die sessies hadden gekost. 'Hier', gaf ik ze de rekening. 'Dit heeft u afgelopen jaar aan me verdiend. En waar zijn we? Helemaal nergens. Ik heb geen woord gezegd. En u heeft ook niks gedaan.' 'O', zeiden ze, 'maar wij weten wel hoe jij in elkaar zit.'' Interessant.

'Nou en of.'

Waarom deed je dat?

'Om te bewijzen dat ik gelijk had. Dat het ze helemaal niets kon schelen of ik zweeg of sprak.'

Een jaar lang zwijgen: knap voor een kind.

'Kinderen kunnen vele malen vasthoudender zijn dan volwassenen. Als je maar weet waarom je het doet, is het niet moeilijk. Je verzet je tegen het gesol. Je hebt geen houvast, dus je moet zelf je palen slaan. Dat is bijna nooit de plek waar volwassenen ze zouden slaan, dus dat liep volledig uit de hand.'

Komt de recalcitrantie voort uit die achtergrond, of is het een karaktereigenschap? 'Die recalcitrantie zit echt diep in me.'

Van je vader of van je moeder?

'Geen idee. Ik hoop dat die eigenschap helemaal van mij is - hoewel het niet de beste is. Dat de Heer heeft gezegd: 'Ik heb nog een potje over en dat gaat daarnaartoe.' Het is gewoon mijn nare karakter. Moet je mee leren leven.'

Je hebt je vader nooit gekend. Was je nieuwsgierig naar hem?

'Nee, I couldn't care less.' Dan, meteen: 'Couldn't care less - wat een onzin. Ik bedoel: ik heb geen enkele wrok tegen mijn vader. Ik ben helemaal niet boos op hem dat het niet gelukt is. Sommige mensen redden het en sommigen niet. Als je het niet redt, is het gemakkelijk, want dan heb je het niet gered. Tragisch, jammer, was leuk geweest. Het heeft geen zin om over dit soort dingen na te denken en te fantaseren hoe het anders had kunnen zijn.

'Mijn moeder leeft nog, maar daar ga ik niet over praten. Dat ligt gevoelig in de familie. Een heel lieve vrouw.'

En nu ben je zelf vader van drie kinderen, bij drie verschillende vrouwen.

'Wil ik het niet over hebben. Anders kom ik in de grootst mogelijke moeilijkheden.'

Hoe oud zijn de kinderen?

'Acht, acht en zeven. Ze worden negen, negen en acht.'

Vrienden noemen je een goede, zelfs een wat ouderwetse vader. 'Dat is absoluut geflatteerd, want ik ben er vrij weinig. Ik moet roeien met de riemen die ik mezelf cadeau heb gedaan. Maar ik heb mijn eigen ideeën over opvoeding. Handjes geven. Beleefd zijn. Wie je ook tegenkomt. Omdat je dan altijd overal welkom bent. Als je eenmaal in het hol van de leeuw bent, kun je altijd nog van de gelegenheid gebruikmaken om de leeuw onschadelijk te maken of 'm aan jouw kant te krijgen.

'Maar een goede vader? ik hou ongelooflijk veel van mijn kinderen. Ik ga niet praten in superlatieven, want dan zou ik mijn genegenheid voor de kinderen tekortdoen. Dat liefde zo vanzelfsprekend kon zijn, was voor mij een geweldige opluchting.' Vertederd: 'Ach, eigenlijk zijn het zulke ontzettende? Ze hebben alledrie een enorme sociale intelligentie. Goed. De triomfator praat over zijn eigen krijgsbuit.'

Hoe vaak zie je ze?

'Een keer per week, als het kan. Mijn dochter in Rotterdam een keer in de twee weken, als ik niet weer eens een kans verpruts bij de moeder. Gaat met vallen en opstaan - basta. Ik bel elke dag, naar de jongens sowieso.'

Maakte het je niet angstig om vader te worden?

'Van iets moois ben je altijd bang dat het wegvalt, zo zeldzaam is het. Een mens zou achterlijk zijn als ie niet bang was. Even gelukkig als bang.

'Vroeger dacht ik: ik heb geen enkel middel om kinderen op wat voor manier dan ook te helpen; ik ben een ijskoude charmeur, een zwerver met grafelijke trekjes. Ik zag mezelf niet als potentiële vader, laat staan als goede vader. Ik kreeg op voorhand al een schuldgevoel. Dat als er kinderen zouden komen, ik daarvan de vader zou zijn. O mijn god.'

Bij voorbaat al een schuldgevoel?

'Ja. Ik dacht: stel dat je kinderen krijgt en er overkomt ze iets, dan zitten ze ook nog met een non-valeur als vader. Nu voelt het niet meer zo schuldig. Bovendien heb ik het extreme geluk dat ik drie uitzonderlijke moeders voor de kinderen heb. Dat kunnen er niet veel zeggen.'

Je hebt het leven wel ingewikkeld gemaakt.

'Absoluut. Absoluut. Maar geen spijt.'

Nee?

'Vind ik een zwaktebod, spijt hebben over de inrichting van je leven. Dat is gegaan zoals het is gegaan.'

Een vrouw kun je verlaten, een kind is voor altijd.

'De man kan de vrouw verlaten. Maar de vader kan nooit de moeder van zijn kind verlaten. Dat is een eeuwig verbond. Daar kan niets tussen komen. Zelfs God niet.'

Je denkt niet: het was beter geweest als ik de vader was van drie kinderen bij één moeder - dan had ik ze in elk geval vaker gezien?

'Dat weet ik niet. Dat is mij niet overkomen. Ik kan kijken naar andere vaders met een gezin en denken: zo had het ook gekund. Maar dan denk ik tegelijkertijd: ik was dan misschien wel een ramp van een vader geweest.'

In welk opzicht hebben de kinderen je leven veranderd?

'Ze zijn nooit meer uit mijn gedachten. En ik wist niet dat ik zulke permanente gedachten kon hebben. Behalve de reflectieve gedachte aan dag, nacht, lucht, water, eten. Dit is iets nieuws, waar ik het gegeven extreem dankbaar voor ben. Dat het met mijn achtergrond niet als water langs vet is gelopen, begrijp je?'

Had je dat meteen bij de geboorte?

'Zijn is zijn, dacht ik. Dat is over en uit. Klaar.'

En het was niet meer: Rémi, alleen op de wereld.

'Nee, maar dat heb ik nooit gevonden.'

Dat is weleens over je gezegd.

Onverwacht fel: 'Kan me niet schelen. Is het probleem van de mensen die dat zeggen. Hun eigen diepromantische idee. Ga nou toch weg. Ik laat me niet voor alles gebruiken. Dat gelul. Stompzinnig. Zo voorspelbaar, man. Zoek iets anders. Kijk naar je eigen kak. Zo interessant.'

Waarom hebben anderen de neiging je zo te typeren?

'Omdat ze over alles en iedereen wat te mekkeren hebben. Laat ze maar zeggen wat ze willen, hoe lelijk het ook is. Als ze maar komen kijken als ik speel, vind ik het prima.'

Pierre is grenzeloos, zeggen vrienden. In zijn liefde en in zijn woede.

'Ik ben heel explosief. Maar daar zit een goed beveiligingssysteem op. Dat gebeurt niet zomaar. µls ik explodeer, is het vaak op een voor iedereen volslagen onverwachte en onbegrijpelijke manier.'

Voor jezelf ook?

'Naderhand denk je... het is eeuwig zonde als je het hebt gedaan. Plotselinge agressie is jezelf in de kaart laten kijken. Een flinter van je geheim prijsgeven. Dat moet je niet doen. Dan ben je even gezien.'

Ik hoorde dat je een kwaaie dronk kan hebben.

'Neeneenee. Degenen die dat zeggen zijn sufferds die niet opletten. Als iemand mij irriteert ben ik scherp. En als zo iemand doorgaat hak ik hem bij zijn knieën af. En als het dan nog doorgaat, hak ik zijn hoofd eraf. Dat heeft niks te maken met een kwaaie dronk. Ik heb namelijk nóóit een kwade dronk. 'Mensen met een kwaaie dronk hebben de manische depressiviteit onder de stop van hun fles zitten. Die komt eruit zodra ze het tssssss horen van een blik bier dat wordt opengetrokken of de schroefdop van de fles whisky gaat. Dan zijn ze bereid die hellehond los te laten. Dat heb ik helemaal niet. Ik kan wel fanatiek zijn en af en toe moeilijk te stoppen. Me tegen beter weten in vastbijten in zaken.'

Tegen beter weten in?

'Het merendeel van die boosheid gaat over mezelf. Dan zie ik - het kan om de meest onzinnige waandenkbeelden draaien - geen oplossing, geen uitweg en reageer ik mijn onbegrip af op een ander. Die moet het dan ontgelden. Ik kan dan niet duidelijk maken dat het eigenlijk over mij gaat en dat ik met man en macht probeer die rails om te buigen: sorry, sorry!'

Hij bestelt nog een kop koffie. Neemt een hap van zijn croissant. Vraagt aan een medewerkster van het toneelgezelschap hoe het nu verder moet met zijn wasgoed. De enige acteur van dit kaliber zónder agent.

Je hebt ook nog steeds geen eigen huis?

'Nee.' Postadres: Muziektheater Orkater.

'Ja.'

Maar geen ruimte voor jezelf?

'Er zijn wel plekken, er zijn wel plekken. Ik zou het alleen eens wat meer moeten institutionaliseren.'

Lijkt me verschrikkelijk. Zo onthecht, zonder eigen plek, met je eigen spullen.

Hij lacht: 'Jaha. Het is mijn leven, niet het jouwe. Dus eh ?' Later: 'Het is een manier van denken. Ik hecht me niet aan dingen. Maar als het gaat zoals ik wil, komt er wel een plek. Binnen afzienbare tijd. Ik moet iets hebben voor de kinderen. Dat is mijn grootste drijfveer op het moment. Ze zullen me er ook wel toe dwingen, denk ik.'

Zie je ertegenop, dat ze een groter beroep op je gaan doen naarmate ze ouder worden?

'Nee hoor. Ik zie eerder op tegen de pijn en moeilijkheden die zij zullen moeten doorstaan bij het volwassen worden en het afschudden van hun eierschalen. Het is mijn heilige plicht ze daar doorheen te slepen, voor zover ik dat kan. En om er altijd te zijn, mochten ze me nodig hebben. Stel dat ze me niet nodig zouden hebben; ik zou van verdriet doodgaan, denk ik. Dat zou betekenen dat ze mijn bestaan ontkennen.'

Eind vorig jaar werd Pierre Bokma 50. Hij vierde zijn verjaardag hoog in de lucht, in het vliegtuig op weg naar Buenos Aires. Er werd een filmpje vertoond van Desmond Morris, auteur van The naked ape. Bokma bestudeerde hoe baby's van tussen de twee en vier maanden keken naar een eindeloze reeks plaatjes van bomen en resusaapjes.

'Bij elke nieuwe boom en nieuwe aap zag je hoe hevig geïnteresseerd die kinderen waren. Je kon zien dat ze keken naar de verschillen tussen de plaatjes. Na vier, vijf maanden was dat voorbij. Bij de derde apenkop was het: ach, weer een aap. En daarna: tja, allemaal apen. Ineens waren ze het licht in hun ogen kwijt, al na vijf maanden. Toen dacht ik: misschien is dit wel ergens waar het over gaat. Ik heb altijd die overmatige interesse gehouden.'

Daarin ben je nog dat kind van de eerste vier maanden?

'Ja, zoiets. Iets daarvan is blijven hangen, denk ik. Hoop ik!'

Gebruik je dat ook bij het ontwikkelen van een rol?

'Ik heb een overmatige belangstelling voor menselijke gedragingen, in bepaalde situaties, waarvan een ander zou zeggen: ja, dat weet ik nou wel. Als ze mij zestig resusaapjes laten zien, ben ik in dertig heel erg ge*nteresseerd. Een ander denkt na vijf plaatjes: het is goed zo.'

Waarom acteer je?

'Waarom? Geen idee. Ik heb geen idee.'

Pierre is mede zo'n goede acteur vanwege zijn achtergrond, hoorde ik. Als hij zich moet inleven in een rol kent Bokma alle sociale en culturele lagen al uit zijn eigen lapjesdeken- geschiedenis.

'Dat is een beetje psychologie van de koude grond, als ik het aardig en mild uitdruk. Spelen doe je niet vanuit een aangedragen voorraad ervaringen. Je moet het talent hebben, het verstand, het lef, de schaamteloosheid, de pure lust om het te doen.

'Er zijn hartstikke goede acteurs met een mooie, rustige, stabiele achtergrond. Hoe zit het daar dan mee? Zij hebben toch ook die verbeeldingskracht?'

Je geschiedenis werd ook maar genoemd als een van de facetten van jouw acteurschap.

'Nou, ik denk wel dat het goed uitkomt, maar dat is iets anders. Ik ga niet uit van **n centrum, **n punt. Van een bepaalde familieopvatting, of streekopvatting, of religieuze opvatting.

'Overigens moet je optekenen dat ik mij gelukkig prijs met mijn achtergrond. Ik moet er niet aan denken dat ik in een normaal gezin was opgegroeid en pas op mijn 21ste uit die gevangenis zou zijn vrijgelaten. Met alle trauma's en woede en verschrikkingen van dien.'

Had ook gekund, ja.

'Daarom. Het maakt niet zo heel veel uit.'

Hij wil rust. Zijn hoofd leegmaken voor de repetitie, in de schouwburg van Gent. Een uur later is legeraanvoerder Agamemnon al dood. Bokma ligt met zijn armen boven zijn hoofd op het podium, de ogen gesloten, terwijl de andere spelers langs hem heen dribbelen.

Regisseur Johan Simons houdt even in, kijkt eens goed, glimlacht. Dan, zacht: 'Jongens, hij ligt te slapen. Totale overgave. Heerlijk. Lief. Net een kind.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden