'Ik moet mij een beetje herbronnen'

De Theatermaker van Thomas Bernhard wordt een typisch Dirk Tanghe-stuk. De regisseur moet om Bernhard lachen. 'Maar het vreet ook aan me....

Langzaam bolt het decor op, rood, onheilspellend en bubbelig, als de binnenkant van een brein dat dreigt te ontploffen in een aanval van woede of waanzin. Voor op het toneel zit acteur Thomas de Bres met een vertrokken kop, een woordenwaterval borrelt uit hem op en echoot door de zaal.

Voor wie het ook bedoeld is, kennelijk niet voor medespeler Jeroen van Venrooij die stoïcijns met een boormachine over de scène loopt. 'Ja! Doorgaan!', klinkt het van de derde rij: de regisseur. Hij schiet overeind en gebaart iets naar lichtontwerper Uri Rapaport, Mahler schalt door de lege zaal. Een typische Tanghe-voorstelling is in wording.

'Het is een beetje grotesk, hè, het is tenslotte De Theatermaker', zegt Dirk Tanghe (Torhout, 1956) even later. In de foyer van theater De Lampegiet in Veenendaal kiest hij een zitje uit om te vertellen over het stuk van Thomas Bernhard dat hij ensceneert bij zijn Paardenkathedraal. Wekenlang hebben ze gerepeteerd in hun eigen Utrechtse theater, nu is het tijd met decor en al de grote zaal te proberen: première, vrijdag, is namelijk in de Stadsschouwburg Utrecht.

Thomas de Bres is Bruscon, de theatermaker uit de titel, die met zijn gezin en een zelfgeschreven stuk door het land reist en op een dag aankomt in het gehucht Otzbach, waar in zijn ogen niets aan deugt - net zo min als aan de rest van de wereld. In een lange, heftig-boze monoloog fulmineert de theatermaker tegen alles en iedereen, niet in de laatste plaats zijn zwijgende gezinsleden: zoon Ferrucio (Van Venrooij), dochter Sarah en echtgenote Agathe.

Een jaar of tien geleden kocht Dirk Tanghe een rijtje Thomas Bernhard: Schijn Bedriegt, Het Jachtgezelschap, De Wereldverbeteraar, om er maar een paar te noemen; allemaal in een keer, voor in de trein. 'Ik begon te lezen en moest eigenlijk erg lachen. Ik zag die personages voor me, karikaturaal soms, over the edge, sprekend in herhalingen en nog eens herhalingen, het menselijk gezeur, het geklaag! Altijd gaat het mis op het eind, een balkon hangt naar beneden, er gebeurt iets akeligs, hier brandt de zaal af en gaat de voorstelling niet door.'

Tanghe staat op en gaat weer zitten in een andere stoel. 'Het is ook wel heel kil soms. Heel negatief. Die zoon is slecht, de dochter kan niks, moeder is ziekjes, het is een afgang. Voor Bruscon is het te laat. Hij roept om zijn gezin, maar ze luisteren niet. Hij kan zich tegenover hen niet meer excuseren. En hij gaat maar door en door en door, dat is de kracht van het stuk, het is een partituur, het is muziek. Het is opgebouwd haast als een cardiogram: vier bedrijven, met het eerste bedrijf dat bijna de helft van het stuk beslaat, en de volgende steeds korter totdat: tuuuut - hij is dood. Vermorzeld door zijn eigen pathetiek.'

Hij knielt neer tussen de tafeltjes en zegt zacht: 'Het vreet ook wel aan me. Het gaat erg over alleen zijn. Hij mag dan kinderen hebben, er is geen contact. Ik vind dat spijtig. Ik heb dat zelf meegemaakt, als kind - dat er geen contact is. En ik heb regisseurs als Bruscon meegemaakt, daarvoor hoefde ik niet ver te zoeken. Als zeg 15-, 16-jarige: mijn vader en de amateurtoneelkring St. Rembert in Torhout. Hij en Guido Cafmeyer, ook regisseur - daar stonden ze te schreeuwen en te brullen en ik zag dan die arme mensen die het voor hun hobby deden en de schrik hadden en daar schrok ik dan weer van, verschrikkelijk.

'Ik roep zelf ook wel eens wat. Já!, roep ik dan uit enthousiasme, maar nooit om iemand pijn te doen. Ik ben blij met Thomas van dertig als die demonische figuur Bruscon. Ik wilde er niet een veel oudere acteur op zetten. Maar ik vraag wel veel van de spelers, ook van diegenen die niks zeggen. Het moet die kilheid hebben en soms moet je dan diep gaan.'

Hij is in een andere stoel gaan zitten, glimlacht. 'Het is het laatste stuk van mijn tweede Kunstenplanperiode bij De Paardenkathedraal. Ik dacht ik kan nu wel gaan grabbelen in die theaterton van acht jaar, maar nee: ik rond het af met De Theatermaker, dat is wel passend.'

Eerder al deed hij De Wereldverbeteraar, die Peter de Graef in de titelrol een Louis d'Or opleverde. 'Ik vind ieder stuk van Bernhard weer heel anders, heel eigen van sfeer', zegt Tanghe. 'Ik heb in dit verband niet meer aan die voorstelling gedacht. Dat was een monoloog met een extra personage. Dit gaat voor mijn gevoel echt over heel die ongelukkige familie.'

'Met Spoken van Ibsen als voorlaatste heb ik hierna even geen zin in nog zo'n donker stuk. Ik kan er altijd moeilijk uitbreken, hè, om het even welk werk, het slokt me op, dag en nacht, iedere seconde. Ik vind naar de cinema gaan dan al moeilijk. Misschien ga ik hierna een beetje rusten. Ik hoef niet direct iets te maken, Paula Bangels gaat eerst regisseren bij ons. Ik voel dat ik aan het einde van m'n Latijn begin te raken, een adempauze komt wel goed uit.'

Tanghe is al jaren aan het rennen. 'Voor de Paardenkathedraal was het toch altijd Malpertuis, en dan het afscheid van die groep, et cetera, nieuw avontuur in Utrecht. Ja, en ik heb toch drie kinderen, al zijn die nu al wel groter. . . Goed, dat is mijn weg, dan. Maar ik moet mij een beetje herbronnen.'

Hij mijmert: 'Over twee jaar ben ik tien jaar bij De Paardenkathedraal en dat wil ik vieren met uitbundige, grote reisvoorstelling. Ja, dat moet ik goed gaan voorbereiden.' Hij staat op uit het zitje, strekt de benen. Eerst maar eens een lekkere wandeling door Veenendaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden