'Ik moet heel erg lachen om het Roosvicee-etiket'

Opmerkelijke carrièrestap: Yvon Jaspers presenteert het BNN-programma Over mijn lijk, waarin het stervensproces van jongeren wordt gevolgd. ‘Mensen hebben vaak het idee dat ik een heel braaf, huppelend, vrolijk meisje ben.’..

Toen ze hoorde dat BNN-presentator Patrick Lodiers ging stoppen met het programma Over mijn lijk, waarin vijf jongeren gevolgd worden die binnenkort doodgaan, belde ze hem meteen op om te zeggen dat zij het wilde overnemen. Inmiddels heeft KRO-gezicht Yvon Jaspers (36) van drie jongeren afscheid moeten nemen.

Waarom wilde je zo graag een programma maken waarin iedereen doodgaat?

‘Ik maak heel graag programma’s die over meer gaan dan over televisie. Dit is er zo één. Je ziet het ultieme leven. We zeggen allemaal elke dag alle kansen optimaal te willen benutten, maar zij doen dat echt. Ze hebben namelijk geen keus.’

Ben je door het programma minder tegen de dood op gaan zien?

‘Ik zag helemaal niet tegen de dood op. Anders kun je dit programma ook niet maken, dan stort je bij elke vraag neer.’

Toch kreeg je er wel nachtmerries van.

‘Ja. Als je in de laatste uren van iemands leven een gesprek hebt, dan is er niks anders op aarde dan dat. In zo’n nacht kreeg ik vaak nachtmerries. Ik keek in die periode ook de hele dag naar mijn telefoon, want elk moment kon het bericht komen dat iemand was overleden. Ondertussen draaide ik voor Boer zoekt Vrouw en kon ik er in het openbaar niks over zeggen. Dan zat ik in De Wereld Draait Door op de kruk bij Matthijs van Nieuwkerk en vroeg hij: En? Wat is je nieuws van de dag? Dan kon ik niet zeggen dat Maartje was overleden en dat ik morgen naar de begrafenis ging.’

Waarom niet?

‘Ik vond dat ik dat niet kon maken ten opzichte van de ouders die nog midden in het proces van afscheid nemen zaten.’

Eén van de jongeren uit het programma is een jongen van 15 die over zijn naderende dood zegt: ‘Het is gewoon een beetje naar, maar het is niet anders.’ Zie je die berusting bij iedereen of gaan sommigen ook gillend van angst de dood tegemoet?

‘Iedereen berust er uiteindelijk in. Maar dat gaat niet vanzelf, hè. Het ene moment kunnen ze een topavond hebben met vrienden en het volgende moment kiezen ze hun grafsteen uit en denken ze: O! Ik wil dit nog niet! Dat gevecht is wat je in Over mijn lijk ziet.

‘Eén meisje, Sandra, besloot er zelf een einde aan te maken, die heeft euthanasie gepleegd. Ze zei: ‘Uit respect voor mezelf wil ik ermee ophouden.’

‘Met al haar vrienden en familie erbij hebben we toen een wandeling gemaakt. Ze kwam in een rolstoel buiten, spreidde haar armen en riep: Oh, mijn laatste keer buiten! Ze was zo vrolijk. Het begon te sneeuwen en zij genoot echt van elk sneeuwvlokje dat op haar huid viel.

‘Vier uur later heeft de huisarts haar toen een spuitje gegeven. Dat hebben ze gefilmd. Wij dachten: dat gaan we niet uitzenden. Want wij zijn er niet op uit om de dood in beeld te brengen. Tot we zagen hoe ontspannen ze dood was gegaan. Toen hebben we besloten het, zoals zij wilde, toch uit te zenden. Ik denk dat het voor mensen die een intrinsieke doodsangst hebben heel troostend is om te zien dat er ook iemand kan doodgaan zonder angst.’

Wilde jij dit programma ook graag maken omdat je dacht: volgens mij kan ik dat heel goed?

‘Nee. Ik heb wel gedacht: dit past bij mij. Het gaat erom een heel zwaar, moeilijk onderwerp toegankelijk maken. En dat deed ik vroeger bij Het Klokhuis ook al. Daar ging het over: Hoe maken ze hagelslag? Dat is wel even wat anders, maar het vak lijkt erop, zeg maar. Dit is de Champions League van Het Klokhuis.’

Vind je jezelf ook bij BNN passen?

‘Ik hou me er nooit mee bezig of ik ergens bij pas. Ik pas bij dit programma en dit programma past heel goed bij BNN. Spuiten en Slikken zou weer niet bij mij passen.’

Is het niet gek dat iemand die nooit een druppel alcohol drinkt, maar van Roosvicee, knutselen en suikervrije appeltaarten bakken houdt, bij een omroep als BNN werkt?

‘Die dingen worden bij mij altijd heel groot gemaakt. Ik vind alleen de smaak van alcohol vies. Maar ik drink heus niet altijd Roosvicee. Mensen hebben vaak het idee dat ik een heel braaf, huppelend, vrolijk meisje ben, en dat BNN een hele ruige, wilde club is. En hoe kunnen die twee nou samen?’

Dat lijkt inderdaad niet zo voor de hand te liggen.

‘Ik zie BNN niet alleen als ruig en wild, maar ook als een heel betrokken omroep. Natuurlijk zijn het jonge honden, maar ik voel mezelf ook een jonge hond. En dat er op mij altijd het Roosvicee-etiket geplakt blijft worden, daar moet ik vooral heel erg om lachen. Ik heb zelf ook nooit gezegd dat ik alleen maar taarten bak en knutsel.’

Knutsel je niet heel graag dan?

‘Ik vind het ontzettend leuk om met mijn dochter paaseieren te beschilderen of weet ik wat. Maar het is niet zo dat ik de hele dag niks anders doe. Het staat meer symbool voor mijn toegankelijkheid of – weet ik het – gezelligheid, denk ik.’

Is het in die zin wel prettig om dit programma nu voor BNN te presenteren, zodat je een beetje van dat imago van ideale schoondochter afkomt?

‘Ik heb niet de illusie dat ik iets aan mijn imago kan veranderen. Je imago maak je niet zelf. Dat doen anderen. Gelukkig ben ik bevoorrecht met een imago dat wel aardig is.’

Toen je als tafeldame in DWDD Pieter Lakeman zo ver kreeg dat hij ontplofte, leek dat wat minder te stroken met het beeld van de gezellige schoondochter. Krijg je dan veel reacties van mensen die dat out of character vinden?

‘Het is helemaal niet out of character! Neem een willekeurige boer in een weiland en ik doe precies hetzelfde. Alleen een boer heeft geen politieke betekenis, dus dan wordt er niet zo veel ophef over gemaakt. Maar ik heb van niet één van mijn vrienden een reactie gehad. Die kennen mij niet anders.’

Doet zo’n moment jou dan niks?

‘Op het moment zelf schrok ik wel even. Ik dacht: O, die meneer wordt boos. O, nou jeetje, hij wordt wel héél boos. En ik keek naar Matthijs, die volgens mij ook dacht: O, zo hadden we hem nog niet gezien. En ik zag dat Matthijs tevreden was. Maar het is voor mij geen schokkend iets. Dat zou het inderdaad wel zijn als ik eigenlijk een heel braaf Roosvicee, appeltaartenbakkend wezen was. Dan zou ik denken: Wat heb ik nou gedaan? Maar dat is dus niet zo.’

Liesbeth Wytzes schreef naar aanleiding van het voorval in Elsevier: ‘Yvon is een wolf in schaapskleren’. Max Pam noteerde in Het Parool: ‘Lakeman had het even te kwaad bij zoveel domheid.’ Kun je die kritieken ook goed hebben?

‘Ja, ik verbaas mezelf erover hoe makkelijk ik dat kan. Dat moet ook wel, want anders zou ik nooit meer op televisie durven. Want van elke stap die ik zet, vindt iemand iets. Soms vindt iemand me fantastisch, een voorbeeld, een idool of de vleesgeworden gezelligheid, en dan zet ik één stap verder en ben ik ineens dom en blond. Ik denk vooral: Max Pam, besteedt die letters aan mij? Hoezo? Wat ze schrijven maakt me niet zo veel uit, maar dát ze over me schrijven begrijp ik vaak niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden