ColumnDoof!

Ik moest zelf bijna doof worden voor ik eens ging luisteren

Auteur en scenarist Manon Spierenburg over hoe het steeds stiller wordt om haar heen.

Illustratie bij rubriek 'Doof' door Manon Spierenburg. Beeld Douwe Dijkstra
Illustratie bij rubriek 'Doof' door Manon Spierenburg.Beeld Douwe Dijkstra

In het café dat ik frequenteerde toen dat nog mocht van onze leiders staat een kastelein die elke zin in plat-Mokums begint met ‘Lll-uíster nou!’. Dat hij de behoefte voelt om eerst de aandacht van zijn gehoor op te eisen voordat hij met de rest van zijn verhaal komt, begrijp ik wel. De meeste mensen zijn zo met zichzelf bezig dat ze er in een gesprek in het beste geval op wachten tot de ander klaar is, zodat ze weer door kunnen met hun eigen sores. Spreken is zilver, zwijgen is goud, maar luisteren valt buiten het eremetaal. Ikzelf moest er bijna-doof voor worden voordat ik eens een keer ging luisteren. Dat was het moment waarop ik besloot niemand meer te vervelen met mijn eindeloze anekdoten en soundbites. Die vertelde ik, achteraf gezien, voornamelijk zodat ik het gesprek domineerde en tenminste wist waarover het ging. De anderen kon ik immers niet verstaan.

Omdat ik al vrij lang bijna niks meer hoor, leid ik een teruggetrokken bestaan samen met mijn gezin en de dieren, die die rust vanuit zichzelf hebben. Dat klinkt misschien alsof ik een mesjogge kluizenaar ben. Zo’n raar wijf met vijftien katten die met haar stok naar de buurkinderen zwaait als ze te veel plezier maken, maar niets is minder waar. Ik houd van mensen: naar ze kijken geeft alleen vaak meer voldoening dan met ze praten. Ik observeer ze zoals Jane Goodall dat bij de apen deed en probeer vanaf die beschouwende positie te achterhalen wat hun drijfveren zijn en waarom ze zich verstoppen achter een muur van woorden zonder echt iets te zeggen.

Kletspraatjes gáán maar door, de hele dag. ‘Remember when’ is the lowest form of conversation’, snauwt mafiabaas Tony Soprano zijn rechterhand Paulie toe als die schier eindeloos anektdoten oplepelt over wat ze allemaal samen hebben meegemaakt. Daar heeft hij gelijk in. Sommige stellen kunnen in het café zwijgend naast elkaar zitten, maar dat is niet omdat ze elkaars gezelschap nou zo aangenaam en ontspannend vinden, eerder omdat ze elkaar niets meer te vertellen hebben. Zodra er andere mensen bij komen hebben ze uit pure opluchting ineens praatjes voor tien en lullen ze allemaal door elkaar heen. Wat hun gesprek niet te volgen maakt, maar omdat niemand luistert doet dat er verder niet toe. Alles is eerder gezegd maar mensen zijn een meester in herhalen, in met een wisselend vernisje hetzelfde verhaal steeds anders laten klinken. De ondertiteling die ik er op basis van hun lichaamstaal zelf bij bedenk, maakt ze voor mij interessanter dan ze waarschijnlijk in werkelijkheid zijn.

Mijn bevindingen deel ik met u in deze stukjes. Heb ik toch nog het laatste woord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden