'Ik moest spelen'

Ze doet van alles en liefst tegelijk. Actrice Renée Fokker maakt deze week haar debuut bij Toneelgroep Amsterdam. 'Ik was even voorzichtig, want ik heb het al zo vaak gehad dat ik op een zinkend schip gestapt ben!'..

'Ik ben altijd een zwerver geweest. Een kleine zelfstandige. Heb hele rare dingen meegemaakt, als ik terugkijk. Ook wel pech gehad, zo hier en daar. Dit is geen klaagzang hoor, helemaal niet. Je raakt niet verwend, niets is vanzelfsprekend. Dient er zich even geen rol aan, leer je daar ook mee omgaan. Lekker, een paar maanden niks.'

En toen kwam dat aanbod van Toneelgroep Amsterdam. Een vast contract. Ze zegt: 'Het loopt bij mij andersom. Ik krijg nog een revival op m'n oude dag.'

Altijd relativeren. Renée Fokker glimlacht. Roze T-shirt, spijkerbroek, donker, warrig haar. Levendig gezicht waarop 43 jaar weinig vat kregen. Het is haar vrije dag, ze is thuis. Kampt met stevige (voorhoofds)holte-ontsteking, 'maar als ik volume moet maken hoor je het niet.' En dat moet, in de hoedanigheid van Kunigonde van Toernek. Dat vreselijke kreng van een jonkvrouw uit Keetje van Heilbron van Heinrich von Kleist. Het is Fokkers eerste rol als lid van het ensemble, Gerardjan Rijnders regisseert.

Keetje van Heilbron lijkt op het eerste gezicht een niet direct voor de hand liggend stuk, misschien: een sprookje, met ridders, rossen en zwaarden, keizersdochters en een heus slot, gesitueerd in een woud- en rotsrijk (Duits-) land. In 1810 ontsproot het aan de fantasie van de Romantische auteur Von Kleist, die het jaar daarop zelfmoord pleegde. Maar Rijnders is dol op het werk. Keetje (Kätchen) deed hij al eerder, evenals Penthesilea, en vorig jaar nog Der Prinz von Homburg bij de Nationale Reisopera.

Het is een gek ding, beaamt Fokker. 'Soms heel komisch, dan weer gedragen, heel poëtisch. De schoonheid van de taal is belangrijk. Het is een echt ensemblestuk ook; het gaat niet om mij, je moet het verhaal met elkaar vertellen.' Het verhaal van een jonge edele graaf (Benjamin de Wit), die op zekere dag een smidse in Heilbron binnenwandelt en een onuitwisbare indruk maakt op Keetje, de dochter des huizes. Via een hoop omwegen en verwikkelingen en ondanks de slinkse streken van jonkvrouwe Kunigonde, vindt het paar elkaar. Goed versus kwaad, en hoe liefde overwint, zegt Fokker met een kleine grimas.

'Ik ben een pluizer, ik maak een karakterschets vaak, een personage moet gaan leven. Maar dat is hier bijna niet aan de hand! Kunigonde praat in verzen, in jambes, heel statig. Een heks met een aria:

Gif! As! Nacht! Chaotische verwarring!

Ik leg het hele slot om met mijn poeder,

Met hond en kat erbij. Doe wat ik zeg.

Op deze aarde is geen plaats genoeg

Voor haar en mij. In 't stof met haar!'

Lastig. Ze staat midden in de keuken, handen ten hemel. Woede gericht tegen Keetje (Gunilla Verbeke), haar aartsrivale. De avond ervoor, tijdens de doorloop probeerde ze nog wat anders met die handen, maar Rijnders vond het niks. Peizend: 'Ik heb ook niet veel in klassieke stukken gestaan, natuurlijk. Ik was veel meer bezig met hedendaags repertoire.'

Fokker en Rijnders leerden elkaar pas kennen toen de laatste het artistiek leiderschap van Toneelgroep Amsterdam al had overgedragen aan Ivo van Hove - maar toen klikte het ook prompt. Als vaste gast ensceneerde Rijnders De nacht van de Bonobo's, het leverde Fokker een Colombina-nominatie (beste bijrol) op. Het was alsof ze thuiskwam, zegt ze. 'Ik ging weer bloeien'.

Haar carrière kreeg een impuls, ze speelde de hoofdrol in de geprezen toneeladaptie van het filmscenario Met grote blijdschap, was te gast in de TA-(dans-)voorstelling Teorema en voelde het wel een beetje aankomen: 'het klopte dat ik daar was'. Ivo van Hove belde voor een gesprek.

'In de dagen dat-ie mij polste was er veel gedoe bij TA. We hebben de dingen duidelijk doorgepraat. Ik was even voorzichtig, want ik heb het al zo vaak gehad dat ik op een zinkend schip gestapt ben!' Opgewekt: 'Ik zou mijn lijstje er eens bij moeten pakken. Je wilt het allemaal niet weten! Ik begon bij Baal en Baal werd opgedoekt - dat was het begin. Ik zat nog net op school toen, we deden De Rondleidster van Botho Strauss en mijn tegenspeler raakte overspannen. Daarna, bij De Voorziening, werd ons stuk van het repertoire gehaald. Ik denk: wat is dat met dat toneelspelen? Je had wel van die collega's - daar zat een stijgende lijn in! Bij mij niet.'

De volgende halte was het Ro Theater, zo'n vijf jaar lang, tot 1992. 'Ik was er niet op m'n plek. Was ook jong natuurlijk. Sommige dingen had ik niet in de gaten, mensen lóbbyden voor rollen, en' - slaat de handen voor het gezicht - 'ik kon dat niet aan, joh. Op toneel wil ik graag een rol spelen, maar ernaast lukt dat niet. Als iemand een mop vertelt die ik niet leuk vind, kan ik niet eens lachen.'

Ze filmde er veel bij, op school al. 'Ik had eigenlijk twee carrières.' Terug naar Oegstgeest, Loos, in regie van Theo van Gogh, series als De Zomer van '45. 'Het was wel veel, tijdens De Zomer heb ik een jaar niet thuis geslapen, altijd onderweg. Maar goed, dan ben je 26.'

Uiteindelijk dreef ze weg van het theater. Kont tegen de krib. 'Ze zien het kennelijk niet, nou dan ga ik wel wat anders doen. Ik ging bij het Ro weg en kreeg m'n eerste kind.' Maakt een baby-wiegende beweging: 'Zat op de bank en voelde: dat was dan de carrière van Fokker. Ik hoorde nergens bij.' Ze nam een rol aan in de serie Vrouwenvleugel. 'Arme Renée, hoorde ik denken. Schijt eraan, dacht ik.'

Drie jaar later kreeg ze haar Gouden Kalf voor haar rol in Blind Date, opnieuw bij Theo van Gogh. Niets aan de hand dus. Lacht hartelijk. 'Nou, het is wel een golfbeweging steeds. Maar inderdaad, bergopwaarts ging het weer.'

Op tafel ligt een dikke paperback: Agnes van Peter van Straaten. De auteur wordt binnenkort zeventig, ter ere waarvan regisseur Pieter Verhoef een documentaire maakt die wordt gelardeerd met stukjes - in totaal 45 minuten - Agnes. Renée Fokker is de titelheldin. Krap een week na de première van Keetje beginnen de opnamen. Blij: 'Agnes is toch een icoon!'

Ze ging met Van Straaten uit eten. 'Hij ís eigenlijk Agnes. Vijftien jaar heeft hij eraan geschreven en hij weet nu nog wanneer ze welke lippenstift op had.'

'We hebben wel raakvlakken, Peter en ik. Hij komt uit Arnhem, ik uit Nijmegen, we schieten meteen in dat accent. Zijn vader was architect, net als de mijne, ze overleden beiden op 83-jarige leeftijd. Ja, en mijn zoon heet Daan - zie Daniël van Agnes.' Na de film wordt bekeken of Agnes misschien een serie kan worden bij de VPRO.

'Er komt veel op mijn weg. Mensen zien me daardoor wel als een zondagskind, maar dat is een vertekend beeld. Ik sta wel enorm open voor alles, en ik zie dat ook terug bij mijn jongen van elf. Mijn evenbeeld.'

Renée Fokker werd geboren in een warm nest met acht kinderen, 'als de zevende en de lastigste'. Ze wilde alles en maakte niets af, naar eigen zeggen. Maar een ding stond vast: 'Ik was een speler. Ik moest spelen. Ik was gek van het Festival of Fools, het Footsbarn Theatre, noem maar op. Als 14-jarige reisde ik ze achterna, deed workshops. Ik ontmoette mensen die op de clownschool in Zürich zaten. Dacht: daar moet ik heen. Ik wilde mensen aan het lachen maken en met een wagen het land in. En ik ging zelf ook, daar zijn nog foto's van, geschminkt, in mijn eentje de straat op. Een bakvis, net iets te lang, met te dunne beentjes. Ik deed altijd of ik Française was. En haalde zo best wat geld op!'

De middelbare school maakte ze niet af. 'Ik heb heel jong alles gedaan wat God verboden heeft', zegt ze half besmuikt. 'Wilde alles proberen, at gewoon stukken stuff - en de dingen overkwamen me.

'Ik woonde in een kraakpand, op een dag rijdt er een auto voor. Stapt een man uit, een vrouw - ze vragen: wil je fotomodel worden in Japan? Ik zat daar in mijn hippiejurk aan een waterpijp te lurken. Maar ik wilde best naar Japan en drie dagen later zat ik in Tokio. Heb daar een half jaar gewerkt. Ik was zeventien en had me daar opeens veel géld.'

Voor de kerstdagen kwam ze even terug naar Nederland. En kreeg een zwaar auto-ongeluk. 'Mijn hele kop kapot. Ik heb een prothese in mijn hoofd', zegt ze. 'Vandaar ook die last met die holtes steeds.' Schedelpan verbrijzeld, hersenvliezen door, tweehonderd glassplinters overal, maar de hersens waren niet geraakt. Dat was een duidelijk signaal, zegt ze; dit was niet de weg.

Na een dik jaar revalidatie reisde ze af naar Toneelschool Maastricht, trof daar lotgenoten rond een tafel plus een blonde mevrouw. '''Je motivatie'', zei ze. Van dat woord schrok ik al. Toen ik aan de beurt was, vluchtte ik naar de wc en ben vandaaruit in shock de trein weer in gestapt.'

Het werd uiteindelijk Toneelschool Amsterdam, maar schoolse systemen en Renée Fokker: het botst. 'Later was ik er wel eens onzeker van, je mist toch een en ander aan algemene ontwikkeling. Aan de andere kant, dat haal je in het leven wel weer in. Wat ik nog steeds heb, is een enorme betrokkenheid bij mensen op de rand van het bestaan. 't Heeft soms maar dit nodig, en je glijdt zelf uit.'

En dat blijft. 'Je kunt wel heel chic zeggen dat het allemaal fantastisch gaat, maar zekerheden zijn er niet. Ik zie het helemaal zitten bij Toneelgroep Amsterdam, het is na vijftien jaar een vernieuwde groep, maar vast staat er niets. En alles kan.' In november beginnen de repetities van Scènes uit een huwelijk onder regie van Ivo van Hove. 'Een avontuur. We gaan het meemaken. We gaan de vloer op.'

Grinnikt als ze terugdenkt aan de tijd dat ze zwijgend zij aan zij met Rijnders in de lift stond in 'zijn' stadsschouwburg, waar zij met een andere groep repeteerde. 'Wonderlijk. Net voordat ik uitstapte zei hij dan ineens: ''wat doe jíj hier?'' Toen ze werd gevraagd voor de Bonobo's aarzelde ze. Kort. Tom, haar partner - en cameraman - had eerder met Rijnders gewerkt en was een fan. 'Drie dagen erna hadden we elkaar gevonden.'

Inmiddels hebben ze plannen voor een film, komende zomer; en ze heeft er ook net weer een klaar, Het mysterie van de sardine met Victor Löw. Lacht. 'Ja, ik weet het. Daar houd ik nu eenmaal van: veel projecten door elkaar en met uiteenlopende mensen. '

'Toch, als ik nu weer aan zo'n Von Kleist begin, in zo'n waanzinnig kostuum, dan denk ik oeps! Ik voel me soms weer net zo klein als toen ik begon. Dat is ook fijn: dat je je weer kunt overgeven daaraan, dat het geen gesneden koek is.'

'En ik mag het tien keer fout doen, rommelen, zoeken, krijg de vrijheid zelf na te denken en word niet als een kind steeds teruggefloten. Daar ben ik heel gevoelig voor. Vroeger durfde je niets, o, God, de mise-en-scene! Nu kan het wel. Dat is heerlijk. Dat is theater ten top, dat het alles kan zijn, sprookjes, dromen, en bovenal: vrijheid.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden