Ik mis de zee. Soms zend ik in gedachten een vogel uit die erheen vliegt

'De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining' (Willem Kloos). Tot mijn tiende toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, woonde ik aan zee. De zee hoorde bij mijn leven. De zee en de duinen. Je kon er in zwemmen, je kon er in verdrinken. Je kon er over dromen. De zee strekte zich uit over de hele wereld. Bij jou gekomen werd hij even klein. De golven ritselden en ruisten op het strand. En soms, bij storm, ploften ze op het strand. Ik woon nu al het grootste deel van mijn leven in steden. Ik mis de zee. Soms stel ik me voor dat zo'n stad aan zee ligt. Of ik zend in gedachten een vogel uit die naar zee en de duinen vliegt.

In de bundel Om en nabij van Hans Tentije (Uitg. De Harmonie, 2016) staat het gedicht 'Van over zee':

Een strijklicht dat zijn schaduwen uitstrekt

naar onbereikbaar geworden, al verwilderde plekken

om wat zich er ooit voltrokken heeft

en misschien nog steeds niet is gewist -

met de wolken wegdrijvende, weer te binnen

geschoten, willekeurige, grillige momenten, maar er is zoveel

horizon waarachter ze vervolgens

moeten verdwijnen, terwijl een afgelegen

landschap als dit zich zelfs

zou horen te herinneren

als het kijken het vergeten inwilligt

zijn alle beelden teruggebracht

tot hun essentie, het onderhuidse waar elk woord, elk lied

immer uit voortgekomen is

in een van over zee, van over duinvalleien

en verstuivingen komend licht, dat alles verheldert

maar niets verklaart

Eens schreef ik de regel 'een Kempse zon schijnt hier'. Met Pierre Kemp zijn we terug op het land. Uitgeverij Vantilt gaf onlangs Het regent in de trompetten uit (de mooiste gedichten van Pierre Kemp). Ik kies er twee uit. 'Optimisme om de dood':

De schoonheid van mijn lijk straalt al door mijn huid.

Ik ga mij scheren!

Mijn laatste jeugd ging met een glimlach uit,

om niet meer weer te keren.

Toch is er iets van vergulde veren,

die dwarrelen in mijn geluid,

als ik daar huppelend naar mijn spiegel ga,

voor het glas op mijn tenen sta

en zing: ik ga mij scheren! Ik ga mij scheren!!

Het tweede. 'Portret van de Maas':

Ik sta voor het trage water en beken,

hoe vrouwenleeg ik ben.

De stroom werd een verlaten lijst,

waar niets in daalt meer, niets in rijst.

De Maas glijdt zonder fantasie voorbij.

Er is geen vrouw meer,

die nog zwemt voor mij.

Verbetering: in een eerdere versie van deze column stond het gedicht van Pierre Kemp verkeerd geciteerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden