InterviewAurora

‘Ik merk aan de reacties op mijn muziek dat een bepaald type mens precies aanvoelt waarover die gaat’

Aurora Beeld Xin Li
AuroraBeeld Xin Li

De Noorse Aurora had zes jaar geleden met Runaway een hit te pakken. Dat ze (nog) niet is uitgegroeid tot een superster, vindt haar eigenzinnige fanschare eigenlijk wel prima. V toog naar de Noorse stad Bergen om te spreken met de zangeres.

Robert van Gijssel

Sinds een jaar of vijf maak ik dankbaar gebruik van een zelfhulpmiddel, dat mij van pas komt als de zaken wat minder lekker lopen. Het lied Runaway van de Noorse zangeres Aurora werkt als een meditatie en als ik het afspeel, met of zonder videoclip, kan ik effectief relativeren: hup, knoop uit de maag.

In Runaway zingt Aurora over een droom die ze als kind had. Ze klom in een boom en werd getroffen door de schoonheid van een blik op de hemel, maar tegelijkertijd voelde ze angst om weer ter aarde te storten. Het hele leven, prachtig en afschuwelijk, hemels en aards, verpakt in een rake natuurmetafoor.

Het lied zit vol met dit soort poëtische observaties. Runaway gaat over pijn en rouw, over mensen die er niet meer zijn – Aurora verloor een vriend bij de terroristische aanslag op het Noorse eiland Utøya in 2011. Het gaat over het onder ogen zien van verdriet. Aurora rent weg voor haar zorgen, maar zoekt en vindt uiteindelijk een plek om zacht in achterover te vallen. Vul zelf in wat die plek is, of kan zijn, en voel de innerlijke rust.

Runaway is een beeldschoon lied, ook in muzikaal opzicht. Je hoort een krachtige, scherpe en glasheldere stem, die doet denken aan eeuwenoude volksmuziek en een soort antieke, voorchristelijke spiritualiteit. Maar je hoort ook een powerballade en eigenlijk gewoon ijzersterke popmuziek. In de kippevel bezorgende refreinen rinkelen honderd zilveren klokken, als in de finale van een symfonie van Sjostakovitsj.

Maar boven alles hoor je in dit nummer de natuur; de ijzige schoonheid van de winterse fjorden. Die komt ook terug in de videoclip bij het lied: Aurora, een meisje van zo te zien een jaar of 18, staat op een witte bergtop, rent door metershoge sneeuw en laat haar blik gaan over het overweldigende Noorse landschap. ‘And I was running far away’, zingt ze. ‘Would I run off the world someday?’

Runaway werd een gigantische, virale hit – ik was niet de enige die ervan opknapte. Het nummer werd een streamingkampioen: alleen op YouTube werd de clip al een half miljard keer bekeken. Runaway werd ook nog, heel modern, een TikTok-rage. En volgens de Amerikaanse zangeres Billie Eilish werd zij in 2015 zo door het nummer getroffen, dat zij definitief besloot ook zelf muziek te gaan maken.

Het maakte Aurora tot een grote popster, die vreemd genoeg toch geen overbekende popnaam werd. Ze kreeg een wereldwijde, haast sektarische aanhang achter zich aan, van mensen die in haar een soort spirituele boodschapper zien. Maar de vele liedjes die volgden en ook miljoenen keren werden gestreamd en bekeken, waren vaak toch net wat te curieus en eigenwijs om te worden verwelkomd in de al te makkelijke mainstreamhitlijsten. Tot groot genoegen van haar fangemeenschap.

Aurora Aksnes uit Bergen schreef haar beroemde lied toen ze 11 was, als gedicht op een melodie die ze uit een klein keyboard had getoverd. Dat alleen al is natuurlijk een soort popmuzikaal wonder. Al heel lang wil ik weten hoe deze Aurora dit soort unieke en krachtgevende muziek maakt, waarin je bovendien zo scherp de contouren van haar omgeving getekend ziet. Laat de zangeres, 25 inmiddels, dat nu best eens willen uitleggen, ook aan de hand van haar nieuwe album The Gods We Can Touch, dat deze vrijdag verschijnt. Maar dan wel ter plekke, ín die omgeving, zodat ze dingen kan aanwijzen. Goed idee, op naar Bergen.

We spreken af in een statige en verstilde wijk in de stad, die zo spectaculair is gebouwd boven op de messcherpe, lastig bebouwbare bergen tussen de fjorden: op elk uit de zee opstijgend stuk rots dat maar een huis kán dragen, staat een huis. Ze komt aangewandeld in een reusachtige winterjas; het is koud. We bestellen koffie in een universiteitscafé.

Aurora vertelt eerst maar eens over die fjorden. ‘Als je komt aanrijden of vliegen, zie je dat het landschap het leven bepaalt. Je kunt een stad hier niet eindeloos uitbreiden; de bergen en het water houden expansie tegen. Daarom blijft Bergen ook klein en pittoresk. Je kunt aan de rand van de stad geen grote flatwijken bouwen. En we leven hier ook met het idee dat niet alles per se steeds groter hoeft te worden. Het maakt ons Noren misschien wat bescheiden en ingetogen, en verbonden met het landschap. De natuur dicteert ons leven, en wij luisteren.’

Terwijl ze praat, wapperen haar armen door de lucht. Het lijkt of ze met haar duim en wijsvinger woorden uit de lucht plukt, vooral Engelse woorden waar ze even niet op kan komen: wacht, daar vliegt er één, knip, ik heb hem. ‘Wat ons ook vormt, is een idee van tijdloosheid’, zegt ze, ‘van diepe wortelen en oude cultuur. We leven op het gesteente en overal om ons heen is natuur waaraan we niet kunnen ontsnappen. Dat hoor je in veel Noorse muziek, van volksmuziek tot heavy metal. En ook in die van mij.’

Ze houdt zielsveel van oude dingen, zegt ze. ‘En trouwens ook van heavy metal. Ik houd van echte dingen, spullen die vroeger ambachtelijk werden gemaakt en nu overal de strijd verliezen met de massaproductie, van fastfood tot kleding van H&M. Mensen zijn briljant: we kunnen zo veel. Maar we gaan te snel en alles wordt zo inwisselbaar. In mijn muziek probeer ik een diepere echtheid te zoeken, iets dat minder oppervlakkig is, en misschien daarom ook te begrijpen is voor iedereen?’ Ze denkt lang na. ‘Omdat het wat verder teruggaat, en niet modieus is?’

Aurora Beeld Xin Li
AuroraBeeld Xin Li

Aurora is een opvallend mens, dat zo uit het decor van Game of Thrones kan zijn gestapt. Haar haardracht lijkt onttrokken aan een kapsalon uit de Vikingtijd. Ook haar kleding is een soort reconstructie van stukken klederdracht uit vervlogen tijden, van zwaar geweven, oude stoffen. Het maakt haar zeer herkenbaar, merken we ook in het café waar gasten aan een paar tafeltjes zo onopvallend mogelijk naar de zangeres zitten te wijzen: ‘Daar zit Aurora!’

Ze was een eigenaardig kind, zegt ze zelf. ‘Ik liep als klein meisje al in die antieke kleren. Dat werd vreemd gevonden. En ja, ik werd gepest, maar dat besefte ik pas achteraf. Het gekke was: ik had het toen niet door. Het raakte me ook niet. Ik lachte keihard mee om de grappen, zo van: o haha, ja, dat is grappig zeg. Die houding heeft denk ik wel een gunstig effect gehad op mijn ontwikkeling. Ik ging er niet aan onderdoor, zullen we maar zeggen.’

Maar ze bleef wel die ene eigenaardige die het moeilijk vond een plek te vinden in de groep. ‘Ik had wel vrienden, lieve kinderen. Ze wilden ook wel bij mij zijn en dat ik meedeed aan leuke dingen. Maar dat wilde ik niet, want ik wilde zo graag alleen zijn. Het moet vervelend voor ze zijn geweest, denk ik nu, en voor mijn ouders en zussen, van wie ik ook zielsveel hield. Maar ik wilde echt héél graag alleen zijn.’

Aurora vond het heerlijk rondjes te maken in haar eigen hoofd, de eigen binnenwereld verkennen. ‘En vooral: leren om met mezelf om te gaan. In stilte mijn gedachten laten gaan, dat vond ik zo mooi.’ Ze glipte zo vaak mogelijk het huis uit en ging de natuur in. ‘Dan klom ik weer in bomen. Daar ging ik zitten nadenken of dingen bedenken die ik allemaal kon doen. Eigenlijk was ik gewoon aan het rondhangen met mezelf.’

Vanuit die eenzame gezelligheid vond ze zichzelf ook uit als musicus. Ze schreef gedichten, dozen vol, waaruit ze nog altijd inspiratie kan putten. ‘Op zolder vond ik een oud keyboardje. De aan-uitknop bleef niet zitten, dus daar plakte ik tape overheen – mijn eigen kleine uitvinding. Ik ging melodieën naspelen die ik kende, uit mijn hoofd, kijken hoe ver ik kwam.’

Eerste geslaagde poging: het beroemde stuk Morgenstemning uit het kamerorkestwerk Peer Gynt van de Noorse componist Edvard Grieg. Aurora: ‘Die komt ook uit Bergen. Dat wist je wel, toch?’ Haar handen zweven over een denkbeeldige piano op de tafel voor ons. ‘Ik speelde dus dat riedeltje: tá, da da da, ta da dáá da da da. Nou zeg, dat ging makkelijk. Daarna probeerde ik dingen te veranderen, andere noten te zoeken zodat de sfeer helemaal veranderde. Ik was aan het componeren, en zo bleef ik het eigenlijk altijd doen.’

Die uitleg is verhelderend. In veel liedjes van Aurora zit een mysterieuze wending, waarin de sfeer even omslaat door een enkele ingepaste noot die je niet zag aankomen. In haar clips zie je ook vaak een ijzingwekkende metamorfose, die weer perfect past bij de muziek. In de clip van Runaway en ook haar nieuwe, behoorlijk opgewekte nummer Cure for Me komt ineens een soort gothic-horror het beeld binnenzeilen en gaan je nekharen overeind staan als Aurora’s ogen wegdraaien. Het zijn dus eigenlijk allemaal variaties op haar herbewerkingen van Grieg, in beeld en geluid: de oorsprong van haar kunstenaarschap.

Haar zelfredzaamheid maakte haar muziek ongeveer zo curieus als het imago van de maker zelf: wie zelf dingen uitvindt, wordt niet snel een navolger. Ze heeft weinig echte voorbeelden, zegt ze, en ze volgt de popmuziek niet overdreven aandachtig. Ja, ze houdt van de Ierse folkzangeres Enya en van de grote Noorse zangeres van het kleine lied Ane Brun. Maar Aurora probeerde ook als jonge liedschrijver niet in wat voor voetsporen dan ook te treden.

Een paar van haar eerste liedjes werden min of meer tegen haar zin online gezet, door kennissen. Ze werd daarna direct benaderd door platenmaatschappijen. ‘Ik moest als meisje van 15 met mijn vader aanschuiven bij vergaderingen met grote muziekbedrijven. Heel vreemd, ik kon ook nog niet zo goed Engels. Maar ik merkte toen al wel dat ik weliswaar introvert was, en graag alleen, maar ook dat ik het geen probleem vond iets te moeten vertellen. Ik was niet verlegen. Om een of andere reden voel ik geen ogen op mij gericht, en dat heb ik ook op een podium.’

Dat is toch opmerkelijk: een meisje dat zo graag alleen is, en van introversie haar kunst heeft gemaakt, staat lekker losjes op de grootste podia en bespeelt enorme festivals. ‘Het is natuurlijk wel zo dat ik heb moeten leren optreden, maar ik ontdekte snel dat ik me vrij kon voelen op een podium. Omdat ik, en dat is misschien ook wat vreemd, nooit aan de toekomst denk, of aan iets dat ik wil bereiken. Daardoor denk ik misschien ook wat minder aan hoe mensen mij zien, wat de reacties zullen zijn, of dat alles kan misgaan.’

Wat zij ook ervoer, op die podia: een soort telepathisch krachtenveld dat haar verbond met haar luisteraars, de mensen in de zaal. ‘Ik voelde een direct en onderhuids contact. Het is moeilijk uit te leggen, maar het is een gevoel dat iets wordt begrepen. Dat wat je zegt of zingt, aankomt op de plek waar het zou moeten aankomen.'

Aurora bouwde, dankzij dat mysterieuze krachtenveld, een sterke band op met haar publiek. Haar liedjes over ‘anders’ zijn, over verdriet en mentale weerbaarheid, over de helende kracht van de eeuwige natuur dienden voor veel van haar fans als een bron van kracht. En dat lieten ze weten. ‘Ik krijg brieven, heel veel brieven, en die zijn vaak zó mooi. Mijn studio in Bergen hangt er vol mee. Mijn fans zijn de edelmoedigste en elegantste mensen die op deze planeet rondlopen. Ik denk dat ik een nieuwe kunstvorm heb uitgevonden: het reageren op muziek, een onderschat talent.’

null Beeld Xin Li
Beeld Xin Li

Dat moet ze uitleggen. ‘Ik denk dat mensen op veel verschillende manieren naar muziek luisteren. Als je de hersenactiviteit zou meten bij een bepaald soort liedjes, dan zou je grote verschillen zien. Ik merk aan reacties op mijn muziek, ook die onder mijn clips op YouTube bijvoorbeeld, dat er een bepaald type mens is dat precies aanvoelt waarover mijn liedjes gaan.’ Een Aurora-mens? ‘Misschien. Mensen die gevoelig zijn, die vaak het idee hebben niet serieus te worden genomen. Of die door bijvoorbeeld hun geaardheid het idee hebben dat de wereld tegen ze is. Die worden overweldigd door de massa, door sociale media, door alle troep die moet worden verkocht.’

Iedereen kan zelf onderzoeken hoe dan precies wordt gereageerd op Aurora’s muziek. Onder bijvoorbeeld haar nieuwe single Giving In to the Love hangt een lange lijst ontroerende dankbetuigingen van luisteraars die de boodschap kennelijk hebben begrepen. Het nummer gaat over eigenheid, en probeert mensen die niet voldoen aan de norm moed in te spreken. Het is een typisch Aurora-lied, waarin engelachtige folk wordt gegoten in een heel aanstekelijke popballade, waaronder een best euforische beat dreunt. En waardoorheen raadselachtige, maar bij nadere inspectie eigenlijk glasheldere zinnen zweven: ‘If I’ll be somebody, I’ll never let my skin decide it for me’, zingt ze. ‘I never had the world, so why change for it?’

Een mooie boodschap. ‘Zij heeft al mijn problemen opgelost met deze ene zin’, schrijft een fan onder de clip. Iemand anders: ‘Als ik naar Aurora luister, ga ik naar een andere wereld, een waarin mooie dingen groeien uit pijn. Ik houd van haar.’

Haar publiek heeft haar veranderd, zegt Aurora. ‘Het doet natuurlijk iets met je als je merkt dat er veel mensen zijn die écht naar je luisteren, voor wie je woorden werkelijk iets betekenen. Ik merk nu dat ik voor mijn liedjes minder diep in mijn eigen ziel zit te graven. Ik kijk meer naar de wereld om me heen, naar wat er mis mee is en wat er mooi aan is. Als mensen luisteren, kun je misschien ook zelf iets betekenen.’

Ze is activistischer geworden. Haar liedje Cure for Me bijvoorbeeld, is een vrolijk loflied op onaangepastheid, waarin ze stelt dat afwijkingen niet altijd hoeven te worden genezen. Het nummer Exhale Inhale is een bloedstollend gezongen folkliedje, een wanhoopskreet over de roofbouw op de aarde. ‘Het is een belangrijk nummer voor me. Het gaat over de angst voor de grote rampen die ons te wachten staan, en het gevoel dat ons kan bekruipen dat het allemaal te groot en overweldigend is, dat we het onheil niet meer kunnen afwenden. Ik zie die verlamming om me heen, bij veel jonge mensen. En niet alleen bij de klimaatproblematiek, maar ook in de sociale omgang met elkaar.

‘Ook als je ziet dat een vriend van je in de problemen zit, als iemand in geestelijke nood verkeert, moet je ingrijpen. Zelfs als je denkt dat het te laat is. Dat is het niet. We zullen onze angst voor het onomkeerbare moeten overwinnen.’

Het album The Gods We Can Touch is verschenen bij Decca/Universal. Op 18 en 19 februari speelt Aurora in Paradiso in Amsterdam. Deze shows zijn vooralsnog niet uitgesteld.

Toptip

Aurora en de stad Bergen horen bij elkaar: de zangeres wil er nooit meer weg. Voor bezoekers uit Nederland kan ze een activiteit streng aanbevelen. ‘Neem vanuit het centrum de lift naar de top van de Fløyen. Of ga lopen: een kronkelpad brengt je naar boven. Vanaf de top heb je een geweldig uitzicht over Bergen, de bossen en de fjorden.’ Zelf nam zij er de clip op van haar hit Runaway. ‘In de sneeuw, in een blauw jurkje. Ik had het zó koud.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden