'Ik loer niet op andere schrijvers'

Uitgevers blijven dapper boeken op de markt brengen terwijl de omzet bij de meesten al jaren daalt. Wilma de Rek onderzoekt in een serie gesprekken met uitgevers hoe het gaat in het vak. Martijn Griffioen, algemeen directeur van Overamstel, vindt dat zijn bedrijf nog veel groter kan groeien.

Beeld Bianca Pilet

Uitgeverij Overamstel

Griffioen (1974) is algemeen directeur van Overamstel Uitgevers. Het bedrijf, dat tot half januari Dutch Media heette, is opgericht in 2007. Toen telde het concern drie uitgeverijen, inmiddels zes: Carrera, Hollands Diep, Lebowski, Meridiaan, Moon en The House of Books. Overamstel Uitgevers is in omvang en omzet de vierde uitgeverij van Nederland.

Zijn de uitgevers daarmee niet onvervangbaar? Als Van Gelderen opstapt, heb je een groot probleem.

'Absoluut. Dus moeten we zorgen dat hij blijft. Een goede, inspirerende plek bieden aan iedere uitgever. Zij bepalen welke boeken Overamstel op de markt brengt, dat doe ik niet. Daarom geef ik ook eigenlijk nooit interviews.'

Maar ze zijn niet zelfstandig.

'Veel van onze uitgevers zijn ondernemende, vrije geesten die ooit een zelfstandige uitgeverij hebben gehad en er nu voor kozen zich bij Overamstel aan te sluiten. Omdat ze hier alle tijd hebben om te doen waar ze het liefst mee bezig zijn: het ontdekken van nieuw schrijverstalent. Andere zaken, zoals marketing, sales, pr of het opstellen van contracten, nemen we ze uit handen. Dus die uitgevers zijn blij. En de schrijvers die bij de uitgeverijen zitten, zijn ook blij, want die hebben op hun beurt het gevoel bij een independant te zitten, een klein en onafhankelijk uitgeverijtje.'

Moet een uitgeverij klein zijn?

'Ja. Dat vinden we belangrijk vanwege de aandacht die je aan alle boeken die je uitgeeft, moet kunnen schenken. Een imprint bij Overamstel geeft tussen de 25 en 40 titels per jaar uit. Al die boeken die maar liefdeloos op de markt worden gesmeten, dat is toch het ergste wat er bestaat?'

Wie doet dat?

'Iedereen. Ook wij. Ook bij ons gebeurt het soms dat we terugkijken en zien dat een boek niet voldoende aandacht heeft gekregen.'

Kun je een voorbeeld noemen?

'Oei, lastig. Oké, de uitgave van de brieven van Vincent van Gogh, eind 2014: De kunst van het woord. Zijn mooiste brieven. Dat boek verdient echt een groter en breder lezerspubliek. Er zijn er zo'n vierduizend van verkocht, het hadden er tienduizend moeten zijn, die brieven zijn zulk belangrijk Nederlands erfgoed, iedereen zou dat in zijn kast moeten hebben. We hebben het gemaakt in samenwerking met het Van Gogh Museum, het is een commerciële uitgave van de wetenschappelijke editie die door de conservatoren is gemaakt en waaraan ze meer dan tien jaar hebben gewerkt: het is dé ultieme uitgave van Van Goghs brieven.'

Wat had er beter gekund?

'We hadden het nog beter in de markt moeten zetten. Meer aandacht en meer tijd, daar komt het toch altijd op neer. Geld of reclame is niet alles. Weet je bij de juiste mensen de juiste snaar te raken? Bij de boekhandel, de pers, de social media? Dáár gaat het om.'

De afzonderlijke uitgeverijen van Overamstel moeten klein blijven; maar hoe groot mag Overamstel zelf worden?

'O, heel groot. Er kunnen nog heel veel uitgevers bij. Mijn wens is nadrukkelijk om de derde speler in de markt te worden; nu zijn we de vierde. Op het terrein van de non-fictie zijn er nog oneindig veel onderwerpen en terreinen te bestrijken. Daarnaast kijken we over de landsgrenzen; nog dit jaar gaan we in België iets beginnen en we zijn ook in Amerika bezig; in New York zetten we een imprintje met muziekboeken op. Er zijn nog zoveel mogelijkheden.'

Een paar honderd meter bij jullie vandaan zit uitgeverij Podium van Joost Nijssen. Mag die bij jouw concern aansluiten?

'Hij is welkom. Toen Podium onlangs vanuit de gracht naar hier verhuisde, heb ik Nijssen geschreven dat ik daar een langetermijnstrategie in zag. Podium heeft een heel eigen gezicht en Nijssen een heel eigenzinnige smaak.'

Van wie heb je het meest geleerd?

'Van Mai Spijkers en Wim Waanders. Toen ik 22 was en de lerarenopleiding Nederlands deed, liep ik stage bij uitgeverij Prometheus/Bert Bakker. Daar kreeg ik ook mijn eerste baan, als publiciteitsmedewerker. Ik leerde de schrijvers kennen, het vak kennen, de stad kennen. Daarna heb ik zes jaar bij Waanders gewerkt. Spijkers is vooral een voorbeeld door zijn gedrevenheid en volhardendheid. Ik denk dat Mai heel goed weet wat hij wil, en niet rust voor hij dat ook voor elkaar heeft. Ik maak ook lange dagen. 's Ochtends breng ik de kinderen naar school, maar de avonden gaan grotendeels op aan boekpresentaties, borrels, diners, boekenbeurzen. En ik loop echt niet alles af.'

Welk boek ligt op je nachtkastje?

'All the Light We Cannot See van Antony Doerr. Dat verschijnt deze maand in vertaling bij The House of Books. Prachtig verhaal, speelt zich af in WOII, het stond op veel lijstjes van toonaangevende internationale media als het beste boek van 2014. Ik verwacht er veel van.'Welke schrijvers van andere uitgeverijen zou je graag willen hebben?'Geen. Er bestaat niks leukers dan werken met schrijvers die je al lang kent en die je zelf hebt opgebouwd. Het idee dat we altijd maar kijken welke schrijvers we kunnen wegkapen, klopt niet. Ik loer niet op anderen, ik kijk meer uit naar de nieuwe 12+- roman van Carry Slee, met wie we al tien jaar samenwerken en die voor het eerst weer een boek schrijft voor deze specifieke leeftijdscategorie.'

Jullie geven Arnon Grunberg uit, die ook bij Nijgh & Van Ditmar zit.

'Klopt. Maar ik vind Arnon inmiddels wel echt bij Lebowski horen. We hebben al twee romans van hem gepubliceerd, we gaan een derde roman uitbrengen, we zijn druk met zijn buitenlandse rechten, ook van de boeken die bij Nijgh zijn verschenen. Een jonge auteur die aan het begin van zijn carrière staat en moet bouwen aan zijn succes, kan dat het best met één uitgever doen, mits die uitgever zijn werk goed doet. En als die uitgever zijn werk niet goed doet, is het goed om om je heen te kijken. Maar dat een schrijver als Grunberg meerdere uitgevers heeft, is prima; het houdt beide uitgevers scherp.'

Wat zijn de belangrijkste eigenschappen die een uitgever moet hebben?

'Goede smaak en een gezonde dosis optimisme. En onderbuikgevoel, plus de moed daarop te vertrouwen. Het vak van uitgever is niet zo erg veranderd, de kunst van een uitgever was en is dat hij talent aan zich weet te verbinden. Wat wel verandert, is de markt en dus de manier waarop je dat talent aan de man moet brengen. En daar zijn wij toevallig goed in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden