INTERVIEW

'Ik lééf emancipatie'

In het streng christelijke milieu waarin Margriet van der Linden opgroeide, was geen plaats voor lesbiennes. Ze schreef er een boek over, De liefde niet.

'Voor alles wat ik leuk vond, had je een broek nodig'Beeld Anne Claire de Breij

'Ik vond dat ik zo'n mevrouw aan het worden was', zegt Margriet van der Linden (45) over haar vertrek bij Opzij twee jaar geleden. 'Natuurlijk, het was een baan met prestige, een mooi salaris, ik had allerlei zekerheden. Maar daar hecht ik niet aan. Ik voelde dat ik steeds verder van mezelf afdreef. Zelfs bij een titel als Opzij, terwijl de zaak me toch na aan het hart ligt. Ik bedoel: ik lééf emancipatie.'

'Het hoofdredacteurschap past eigenlijk helemaal niet bij Margriet', zegt je vrouw Kitty.

Verraste blik. 'Daar heeft ze denk ik wel gelijk in. Ik ben een goeie interimmer, je kunt me inhuren voor een pittige klus. Ik ben van het grote plan, de grote ideeën. Maar de day-to-day business... Ik ben er te ongeduldig voor. Ik miste de lol. Ik miste het springerige kind van vroeger. En ik wilde mijn vrijheid terug.'

Je bent het boek gaan schrijven dat er nu ligt, De liefde niet. Van twintig jaar drukke banen in de journalistiek naar de eenzaamheid van het schrijverschap, hoe beviel dat?

'Heel goed. Het gekke is: er is onwijs veel discipline voor nodig. En ik ben een deadlinemonster. Als ze bij Opzij zeiden: we moeten je voorwoord woensdag hebben, dacht ik: welnee, we gaan pas vrijdag naar de drukker. Maar nu ging ik zitten, elke dag. Ik deed af en toe een congres of een dagvoorzitterschap, want schrijven brengt de zilvervloot niet binnen, maar eigenlijk verstoorde dat mijn ritme te veel. Ik ben erg van de mensen, maar ik ben ook graag alleen.'

Margriet van der Linden kreeg het de afgelopen jaren geregeld voor de kiezen. Toen ze Zomergasten presenteerde, blogde Hanneke Groenteman - een van haar journalistieke heldinnen nota bene - hoe ze de avond met Carice van Houten om zeep hielp door 'totaal humorloos en onbekwaam te interviewen' en 'elk glimpje emotie dood te slaan'. Als hoofdredacteur van Opzij - 'nog zo'n baan waarin je het eigenlijk nooit goed doet' - had ze te maken met gestaag dalende oplagecijfers en kritiek op de koers van het blad. Mocht Van der Linden de indruk wekken zich niets aan te trekken van wat mensen van haar vinden: dat is schijn. 'Volgens mij is ze nu veel happyer dan toen ze nog bij Opzij zat', zegt een oud-collega. 'Toen ze in Wie is de Mol zat, zei ze: opeens willen mensen een handtekening. Ook wel eens leuk.

Natuurlijk doet kritiek iets met haar, zegt ze thuis aan een Amsterdamse gracht, waar haar vrouw Kitty koffie en speculaas op tafel zet alvorens met de hond te gaan wandelen. Kus, dáág - gisteren waren ze ook in het bos, het was zo mooi en herfstig, 'je reinste paddestoelenporno'. Thuis is ze los, vrolijk, allesbehalve humorloos. Als ze in een antwoord vooruitloopt op de zaken, slaat ze quasistreng voor zichzelf met haar hand op tafel. 'Ja, Margriet, zou je het daar nog niet over willen hebben? Want ik heb een líjn in gedachten.' Ze lacht veel en luid en ja, het leven is lichter dan een paar jaar geleden. 'Een van de bazen nam afscheid van Weekbladpers, waar Opzij werd uitgegeven, en ze had voor iedereen een woordje. Je kent dat: met jou heb ik altijd zo prettig samengewerkt en jij had zulke goed ideëen. Tegen mij zei ze: hoe hard ik ook tegen je aantrapte en duwde, je viel nooit om. Zo zei ze het. Los van het feit dat ik het geen compliment vond, vond ik het ook dom. Nee, ik ben niet omgevallen, maar ik heb het wel gevoeld.'

En eventuele kritiek op je boek nu het verschijnt, zie je daar tegenop?

Slok koffie. 'Van alles wat ik in mijn leven gedaan heb, ben ik nog nooit zo overtuigd geweest als van dit boek.'

De liefde niet gaat over M., een meisje dat in een streng christelijk milieu opgroeit in een dorp in de Biblebelt ten zuiden van Rotterdam. Een lesbisch meisje, al wil ze daar in eerste instantie niet aan, in die omgeving, in dat gezin. Jazeker is het autobiografisch, zegt ze. Sommige details en personages zijn verzonnen, maar het is haar verhaal. En het gezin in het hoekhuis naast de dijk - moeder, vader, in het boek consequent 'de vader' genoemd, een oudere broer, een jonger broertje - dat is het gezin waar ze opgroeide en waar ze elke dag te maken had met talloze ge- en verboden. 'Geen televisie, geen broeken dragen op de middelbare school, geen sport', somt ze op. 'Bidden en bijbel lezen aan tafel, een dankgebed daarna. Op zondag naar de kerk natuurlijk, zondagsschool, catechisatie, lid worden van de jeugdvereniging waar je bijbelstudie deed. Ik heb het ook een paar keer voorbereid, over Jonas in de wallevis. Tuurlijk, Jonas wandelt die vis binnen - hoezo zou je dat niet geloven? En naast al die concrete verboden ademde alles het idee dat je zondig bent geboren. De erfzonde. Je hebt een nieuw hart nodig - een nieuw hartje, als kind, maar dat je het nodig had, stond vast. Het basisidee is: je bent geneigd tot alle kwaad. Daar valt niet tegenop te leven. Want je doet voortdurend alles fout.'

Cover van het boek van Margriet van der Linden

Wat deed je fout?

'Ik zat nog op een redelijk normale lagere school in Ridderkerk, wel christelijk natuurlijk, maar te doen. Vervolgens moest ik van mijn vader naar een vreselijke reformatorische middelbare school in Rotterdam, waar ik een rok moest dragen. Ik vond het onverdraaglijk. Ik voelde het fysiek: dit klopt niet. Voor alles wat ik leuk vond, had je een broek nodig. Voetballen, crossen, in bomen zwiepen, alles wat normale meisjes niet doen. Ik heb me altijd een vreemde eend gevoeld in die omgeving. En dan ontdek je ook nog zonde nummer één: dat je van de meisjes bent. Nou ja, dat kon natuurlijk niet. Dat schoof ik ver voor me uit.'

Hoe oud was je toen je het ontdekte?

'14.'

Hoe ging dat?

'Het was een optelsom. Ik realiseerde me dat ik anders was dan de anderen. Eerst denk je: ik ben gewoon zondig. Maar toen kreeg ik ook nog een fascinatie voor een beroemde tennisspeelster, zij werd een imaginaire vriendin.'

'Ik ben me als meisje gaan afsluiten voor mijn omgeving, denk ik. Ik leefde in een soort parallelle wereld die alleen in mijn hoofd bestond'Beeld Anne Claire de Breij

Dat was Martina Navratilova.

'Dat was absoluut Martina Navratilova. In de leesportefeuille bij mijn grootmoeder las ik een verhaal over haar. Dat er een schandaal was: ze had een vriendin. Ik was een jaar of 10, ik las dat op de bank bij mijn oma en ik weet nog dat zich een raar soort opwinding van me meester maakte, niet seksueel, meer zo van: er ís iets. Ik zag ook dat Navratilova anders was dan andere vrouwen. Ze was destijds in competitie met Chris Evert, een übervrouwelijke vrouw en de American darling van het circuit. En daartegenover stond opeens dat Tsjechische monster dat er anders uitzag, zich anders bewoog.

'Pas jaren later viel het op zijn plek. Een vriendinnetje van me ging tennissen en dat wilde ik ook, ik wilde niets liever. Ik sloeg uren met een bal tegen de muur. Maar het mocht niet van mijn ouders. Dat was ook weer zo'n verbod. Voor je het weet ga niet meer naar de kerk op zondag omdat je moet tennissen. Sportverdwazing, daar waren ze bang voor, heldenverering ook.' Lacht: 'Nou, dat kwam toch wel hoor, heldenverering. Ik verzamelde alles wat ik over Navratilova te pakken kon krijgen. Elk snippertje uit de krant. In de bibliotheek, waar ik alles las wat er thuis niet was, vond ik tennisbladen. Daarin las ik dat de ex-vriendin van Navratilova een schrijfster was, de schrijfster van Rubyfruit Jungle. Dat boek heb ik met kloppend hart zitten lezen in de bieb. Het gaat over een meisje dat diezelfde ontdekking doet, dat ze op vrouwen valt. Het gaat over mij, dacht ik. Dat ben ik.'

Schrok je?

'Het rare is: ik voelde me niet slecht. Dit klopte, dus hoe kon het zondig zijn? Maar tegelijkertijd voelde ik ook schuld en schaamte en ik was bang voor straf van God. Ik wist heel zeker dat ik er mijn mond over moest houden. Jarenlang heb ik het aan niemand verteld. Want dit kon niet, dat voelde ik aan alles.'

Dan: 'Weet je, voor het boek heb ik het meisje weer opgezocht dat ik toen was, en dat heeft me diep ontroerd. Aan de buitenkant was ik een vrolijk kind: grappen, razen, geen land mee te bezeilen. Maar ondertussen ging ik me fysiek steeds slechter voelen. Precies in dat jaar, toen ik 14 was, kreeg ik allemaal cystes in mijn mond. En uitgerekend in de kerk, met de dominee op de kansel en mijn moeder naast me, kreeg ik een hartinfarct. Tenminste, dat dacht ik. Het bleek hyperventilatie, zo heette dat toen, en nu weet ik dat het een paniekaanval was. Anderhalf jaar geleden, op de snelweg, heb ik er weer een gekregen. Ik dacht dat ik een vreselijk ongeluk zou begaan. In z'n twee en bij wijze van spreken met een hand aan de vangrail heb ik de eerste de beste afslag genomen. Ik denk dat het niet toevallig was dat het me overkwam tijdens het schrijven van juist die periode, het gevoel van beklemming was hetzelfde als toen. Een enorme eenzaamheid. Ik ben me als meisje gaan afsluiten voor mijn omgeving, denk ik. Ik leefde in een soort parallelle wereld die alleen in mijn hoofd bestond.'

'Aan de buitenkant was ik een vrolijk kind: grappen, razen, geen land mee te bezeilen. Maar ondertussen ging ik me fysiek steeds slechter voelen'Beeld Anne Claire de Breij

Hoe zag die parallelle wereld eruit?

'Fantaseren, de hele tijd. Ik verzon gewoon een half leven met Navratilova. Ik heb in menig finale van grote tenniswedstrijden gestaan. Alles wat in het echte leven niet kon. Als thuis aan tafel de bijbel werd gelezen, lag ik in bed met Navratilova. Terwijl mijn vader las over Rachab de hoer.'

Tot haar coming-out, vele jaren later, deelde Margriet van der Linden niets met haar ouders en op hun beurt vroegen die nergens naar. 'Het bestond niet. Heeft nou niemand in die tijd eens gedacht: sorry, maar wij zijn allemaal voor Jimmy Connors, hoezo altijd die Navratilova? Gebeurde niet. Aan de andere kant gaf ik mijn ouders ook niet veel aanleiding om te denken: god, we hebben een lesbisch kind! Want ik had ondertussen de hele tijd verkering met jongens. Ik ging graag met jongens om. Niet als seksuele exercitie, het was kameraadschap. Ik zoende wel met ze en er gebeurde ook wel meer, ik vond het niet vies en niet griezelig, ik draaide mijn hand er niet voor om. Het was meer een vriendendienst, dat hoorde er nu eenmaal bij.'

Was je ook verliefd op meisjes? Op echte meisjes, naast je imaginaire relatie met Navratilova?

'Sommige vriendschappen voelden aan als verliefdheid, maar dat kunnen heterovrouwen ook hebben. Ik wilde er niet aan. Er was een jonge vrouw in de kerk die het ook was. Of ook? Die het wás. Die had op een dag een boezemvriendin. Nou dat vond iedereen vies en raar en ik riep mee, hoor: bah, wat vies. Veel homo's zijn in het begin tamelijk homofoob. Zo van: dat heeft niks met mij te maken. Je moet maar eens opletten als de Gay Pride op tv is, wie het hardst zit te schreeuwen. Nog steeds gaat dat zo. Het lijkt een andere wereld, die christelijke gemeente uit mijn jeugd, maar er zijn nu natuurlijk ook overal jonge mensen die er niet voor uit kunnen komen.'

De titel De liefde niet komt uit 1 Korinthiërs 13: 'Al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen - had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.' De bijbeltekst kent ze nog woordelijk, maar geloven doet Van der Linden al een hele tijd niet meer. 'Toen ik klein was, was God een soort Sinterklaas voor me, een goeiige man met een baard. Later werd ik bang voor hem. Want ik zat in de hoek van de duivel. Ik heb God daarom ook vaak gevraagd: haal het dan wég. Voor de dag dat Jezus terug zou komen op aarde was ik ook bang. Dan zouden alle doden opstaan uit hun graven - sowieso al een verschrikkelijk beeld. En dan kon ik mijn Schepper niet ontmoeten. Want ik was niet normaal. Ik wilde dat-ie nog even wegbleef, want zo kon ik hem niet onder ogen komen.'

'Daarna ben ik nog een tijd kwaad op hem geweest. Tot ik Karen Armstrong ging interviewen, die Een geschiedenis van God heeft geschreven. Daarin las ik hoe we God altijd verpersoonlijkt hebben. Het is waar, dacht ik: eerst was-ie lief, toen werd ik bang en nu ben ik verdomme kwaad op hem. Dat moet stoppen. Pas toen hield mijn geloof echt op.'

CV Margriet van der Linden

31 januari 1970 Geboren in Nieuw-Lekkerland.
1982 Havo op de reformatorische middelbare school, Rotterdam.
1988 Evangelische School voor de Journalistiek, Amersfoort.
1992-1998 Redacteur Nieuw Israëlietisch Weekblad, De ronde van Witteman, RTL Nieuws, presentatrice 5 in het Land.
1998-2001 Correspondent in New York voor Twee Vandaag, SBS en NET5.
2001-2004 Presentator AT5 en RTV Noord-Holland.
2002-2007 Hoofdredacteur BLVD, presentator BNR Nieuwsradio, inter-viewer tv-zender Het Gesprek.
2007-2008 Betrokken bij de campagne van Hillary Clinton voor het Amerikaanse presidentschap.
2007-2013 Hoofdredacteur Opzij
2009 Presentator VPRO's Zomergasten.
2014 is de Mol in tv-programma Wie is de Mol?
2015 boek De Liefde niet bij uitgeverij Querido.
Margriet van der Linden woont in Amsterdam en is getrouwd met filmregisseur Kitty Kooring.

Je bent in 2010 getrouwd met Kitty, daarvoor had je verschillende vriendinnen. Wanneer was je coming-out

'Ik was 22. Ik zat op de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort, ik liep stage bij een krant en daar werd ik verliefd. Op een vrouw van wie ik had ontdekt dat ze een vriendin had. Dat was de eerste van wie ik het zeker wist: zij valt op vrouwen en ze zit gewoon tegenover me. Ik ging me uitsloven, we konden vreselijk lachen en binnen de kortste keren sprak ik het uit: 'Ik val misschien wel op vrouwen.' 'Misschien', zei ik nog, maar er was geen houden meer aan. Het voelde nog net niet of Jezus terugkwam op de wolken, maar het was overdonderend. Het klopte. Met jongens was het ook altijd wel leuk, maar dit klopte, dat had ik nog nooit zo gevoeld.

'In die tijd las ik Simone de Beauvoir, Anja Meulenbelt, ik ging in discussie op mijn opleiding. Ik werd opstandig. Die verliefdheid hielp enorm voor het vinden van mijn identiteit. Verliefd worden, ik kan het iedereen aanraden. Door die staat van verminderde toerekeningsvatbaarheid durfde ik opeens. Het is verder niks langdurigs geworden met die vrouw, maar het was wel de jumpstart voor mijn coming-out. Of nu ja, jumpstart - het heeft acht jaar geduurd. Er is onderzocht dat de fase voor de coming-out gemiddeld drie of vier jaar duurt en dat die de donkere tijd wordt genoemd. Bij mij duurde die dus acht jaar. Het is te zwaar om te zeggen dat dat mijn donkere tijd was...' Aarzeling, stilte. 'Maar het was wel een beetje zo.'

Tot haar coming-out, vele jaren later, deelde Margriet van der Linden niets met haar ouders en op hun beurt vroegen die nergens naar.Beeld Anne Claire de Breij

Want je was altijd iets aan het wegstoppen

'Ja, ik moest continu waakzaam zijn. Ik moest altijd wegblijven bij de rand van de ravijn. Het is een uitputtingsslag, het is niet gezond. Het grappige is: in de negen maanden die er zaten tussen het moment dat ik werd gevraagd de Mol te zijn en de finale op tv, heb ik soms hetzelfde ervaren. Natuurlijk, het was maar een spel, maar soms overviel me datzelfde gevoel: zometeen breng ik het naar buiten! Terwijl dat helemaal niet kan!'

Het bleek inderdaad niet te kunnen voor je ouders. Jullie hebben geen contact meer.

'Nee. Het was niet makkelijk om die beslissing te nemen, maar hoe rot het ook is, voor mij heeft het wel bevrijdend gewerkt.'

Een vriend vertelde dat je op je bruiloft zei: 'Ik mis ze, maar zij missen ook veel.'

'Ja. Er zijn vrienden die het zich niet kunnen voorstellen dat je geen contact meer hebt met je ouders. Het Spoorloos-verhaal, tussen ouders en kinderen kan het toch niet stuk? Die zeiden: laat mij ze maar eens bellen, dan komt het goed. Ik werd daar pissig van. Als er geen enkele ruimte is voor mijn leven, geen respect, dan wordt het vrij ingewikkeld. Ik heb me nog nooit zo lesbisch gevoeld als in de huiskamer bij mijn ouders. Daarbuiten denk ik er nauwelijks over na, maar daar was het een grote, roze olifant in de hoek van de kamer. En er werd niet over gepraat. Het ging overal over, over mijn broers, de kleinkinderen, maar nooit over mijn persoonlijke leven. Ik werd het spuugzat om die olifant achter me aan te slepen.'

Toch ben je in boek niet bitter over je ouders. Ik dacht: misschien hoop je dat ze het lezen en dat het contact wordt hersteld

'Nee, nee, het is geen verzoeningspoging. Als ik al een publiek in gedachten had bij het schrijven van dit boek, dan hoop ik dat er een meisje of een jongen tussen zit ergens in een bibliotheek die het leest en denkt: dit ben ik.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden