‘Ik kom toch niet uit een kokosnootboom gevallen’

Liedjesprogramma van zangeres met Surinaamse roots...

Op blote voeten, in een kleurrijke tropische jurk en met een Surinaamse hoofddoek, glijdt Manoushka Zeegelaar Breeveld in haar hangmat, het enige decorstuk van de voorstelling No Spang. ‘Nou kijk eens hoe mooi ik aansluit bij de doelgroep.’ De cynisch uitgesproken opmerking staat niet in haar script, maar is bedoeld als ironische oppepper voor zichzelf en slaat op de weigering van de subsidie-instellingen om over de brug te komen, omdat de multiculturele doelgroep niet voor een liedjesprogramma naar het theater gaat.

Na de repetitie blijkt de zangeres nog steeds kwaad. ‘Wat willen ze nou met hun eh.. multiculturele doelgroep? Ik kom niet uit een kokosnootboom gevallen en ik speel niet in een Surinaamse brassband. Wat een onzin, alsof Surinamers anders denken en liefhebben.’

Op haar derde vertrok Manoushka Zeegelaar Breeveld (Rotterdam 1970) met haar ouders en zusje naar Suriname. Tot haar twintigste genoot ze met volle teugen van het land van haar ouders. Het is een leven van no spang, de Surinaamse variant op don’t worry, be happy.

Om te studeren aan de afdeling Culturele en Maatschappelijke Vorming op de Haagse Hogeschool, keerde ze terug naar Nederland. Het leven van no spang is dan echt afgelopen. In haar vorige programma Vrij vertelde Zeegelaar Breeveld over het gevecht met mannen en de Nederlandse theaterwereld. In haar tweede muziekvoorstelling geeft ze een exposé van de zaken waar ze zich zorgen om maakt. Het is een lange lijst met Wilders, de PvdA, eten dat liefdeloos is klaargemaakt, de Bijbel die ze uit haar hoofd moest leren en ‘assholes die aardig doen’. Ze ligt er niet elke nacht wakker van, maar een type dat fluitend door het leven huppelt, is ze zeker niet.

Tussen haar overpeinzingen zingt Manoushka Zeegelaar Breeveld over de liefde, haar verdriet, haar elfjarige dochter met wie ze aardig wat uit te knokken heeft, en sterke vrouwen, zoals haar moeder, die de opvoeding van haar kinderen grotendeels op eigen kracht heeft gedaan. Ze zingt – op muziek van Curaçaose bassist Eric Calmes – soms in het Nederlands, maar meestal in het Surinaams. Ze is ook ambassadrice van Surinamstars.com en Club Paradiso FM, instellingen die Surinaamse artiesten promoten. Is ze niet bang dat ze op deze manier als een Surinaamse zangeres in de folkloristische hoek wordt geplaatst? ‘Ik zing nou eenmaal graag in het Surinaams. En ik wil iets bieden waarin Surinamers zich herkennen. Dat is er veel te weinig. Denk alsjeblieft niet dat mijn zalen gevuld zijn met alleen Surinamers. Die gaan vooral naar cabaretiers, zoals Jetty Mathurin en Jörgen Raymann.’

Die grote naamsbekendheid heeft Manoushka Zeegelaar Breeveld niet. Ze dacht dat ze met zo’n lange naam lekker zou opvallen, maar zo werkt het blijkbaar niet. Mi mooi switi kondre, de titelsong van de succesvolle muziektheaterproductie De koningin van Paramaribo was een hit, maar vrijwel niemand weet dat zij die zong. En haar rol in Grijpstra en De Gier was te bescheiden en te kort van duur.

‘Begrijp me goed, met dit intieme programma, hoor ik ook in kleine zalen. Maar veel geld levert het niet op, dus heb ik nog steeds subsidie nodig, als ik dat ‘andere Suriname’ wil laten zien. Maar ik ben niet ontevreden. Als ik dit werk zou doen in Suriname zou ik van de honger omkomen. Als de ‘mofokoranti’, de mond-tot-mondreclame in de Caribische gemeenschap begint te werken, komen de Surinamers en Antillianen wel. Heb ik toch de doelgroep te pakken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden