Interview Joy Delima

‘Ik kom misschien lief en meisjesachtig over, maar op toneel houd ik juist van lelijk en grotesk’

Actrice Joy Delima Beeld Ivo van der Bent

Een unicum? Wellicht. Bijzonder is het zeker: actrice Joy Delima (25) is met de rol die ze tijdens haar stage speelde genomineerd voor de belangrijkste Nederlandse theaterprijs. Loon naar zestien jaar hard werken.

Joy Delima draagt een zwarte kanten body onder een bontjas. Uitdagend kijkt ze vanaf het podium de zaal in. Dan knalt Beyoncé’s Formation uit de speaker: ‘Okay ladies, now let’s get in formation.’ Delima danst opzwepend: ze schudt met haar heupen, zwiept met haar haar, steekt haar kont omhoog. De zaal klapt en joelt. Dan stopt ze en kijkt ze ons vragend aan. Ja? Is dit hoe we haar zien? Hoe we haar willen zien? ‘Ik moet altijd dit zijn’, zegt ze toonloos. ‘Een mooi pakje, een afro, sterk, zelfverzekerd […]. En dat is ook lekker toch?’(Applaus). ‘Maar wat jullie van buiten zien is niet hoe ik me van binnen voel.’ Dan volgt een kwetsbare bekentenis, die we hier niet zullen spoilen, waarmee Delima het publiek een gevoelig lesje leert. Over hokjesdenken, stereotypen en (racistische) vooroordelen, óók positieve. Bam. Het is één van de indrukwekkendste scènes uit de voorstelling.

Dat was in oktober 2018, in de voorstelling Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool. Delima, toen 24, zat nog op de toneelschool in Arnhem en Allemaal mensen was haar eerste stage. 

Haar tweede stage, dit voorjaar, was in de voorstelling Onze straat, bij Het Nationale Theater. In dit stuk speelt Delima, volkomen geloofwaardig, een vroegwijs maar fladderig meisje van 15. Vervolgens verbluft ze het publiek door subtiel te transformeren tot ambitieuze student, en verder uit te groeien tot volwassen vrouw.

Delima was aan het repeteren in de kelder van de Arnhemse toneelschool toen ze een telefoontje kreeg: voor haar rol in Onze straat werd ze genomineerd voor de belangrijke toneelprijs Colombina, die zondag 15 september wordt uitgereikt. De jury prees Delima voor haar ontroerende en levensechte spel: ‘Haar transformatie van jonge dochter naar volwassen vrouw is razendknap.’

Op theatersite Theaterkrant schreef iemand: ‘Genomineerd voor een Colombina, voor een stageplek! Is dat een unicum? Weet iemand of dit een unicum is? Laten we het een unicum noemen.’

Of het echt een unicum is, weet de organisatie niet – niet alle namen van genomineerden van de afgelopen 55 jaar zijn gedocumenteerd. Maar zeldzaam is het zeker. Toen juryvoorzitter Hadassah de Boer haar opbelde met het goede nieuws, sputterde Delima dan ook tegen. ‘Ja, maar... dit was mijn stage!’ Lachend, nu: ‘Ik wist niet dat je tijdens je opleiding al zo’n prijs kon krijgen.’

Het tekent het tempo van haar carrière. Deze zomer studeerde ze af, dit najaar speelt ze in drie voorstellingen en een tweede seizoen in Flikken Rotterdam. En vóór haar 30ste wil ze een rol scoren in een grote internationale televisieserie. Netflix, het liefst. Vorige week werd ze 25.

Het gaat nu snel, maar daar heeft Delima zorgvuldig naartoe gewerkt. Ze zit al op toneelles vanaf haar 8ste, eerst op de Rotterdamse jeugdtheaterschool Hofplein. ‘Daar ging ik eigenlijk alleen heen omdat ik op dansles wilde. Maar toen bleek dat spelen me heel goed lag. Ik was een superverlegen kind dat zich het liefst achter de benen van mijn moeder verschuilde, maar op toneel viel dat weg. Dan had ik opeens geen gene meer, for some strange reason. Mijn moeder zei altijd dat ze me dan echt zag opbloeien.’ Tussen haar 18de en 22ste deed ze een opleiding aan de mbo theaterschool in Rotterdam. Daarna volgden nog vier jaar in Arnhem. Nuchter: ‘Ik werk in feite al zestien jaar aan mijn toneelcarrière.’

En nu maakt ze kans op een belangrijke prijs, vanwege haar grote ‘transformatietalent’. Herkent ze zich in die kwalificatie? Delima denkt even na. ‘Nou, ik vond het wel altijd al leuk om mannen te spelen. Liefst mannen die zo ver mogelijk van mij afstaan: oudere, witte, zelfvoldane, Trump-achtige types. Doordat het verschil tussen ons zo groot is, voel ik veel vrijheid in het spelen. Mijn fantasie krijgt optimaal de ruimte. Binnen het klassieke repertoire zijn de mannenrollen bovendien vaak uitdagender: de personages zijn gelaagder en ze hebben veel meer tekst. Daarbij heb ik natuurlijk altijd al een witte man willen zijn, haha.’

Actrice Joy Delima Beeld Ivo van der Bent

Misschien, denkt ze even hardop, is het ook wel het vanzelfsprekende gemak waarmee dit subtype man de ruimte inneemt, dat haar inspireert. ‘Hoe ze zich bewegen, alsof ze de ceo zijn van alles, hoe ze lopen – zelfverzekerd, en zitten: breed – door zo’n man te spelen kan ik me een compleet andere houding aanmeten. Het mag lekker vet en gróót, wat van nature niet in mijn fysiek zit; ik ben eerder geneigd me klein te maken. Daarom vond ik op school absurde, uitvergrote rollen ook altijd heel tof. 

‘Ik kom misschien lief en meisjesachtig over, maar op toneel houd ik juist van lelijk en grotesk. Zodra een rol dichter bij mezelf ligt, is die transformatie veel moeilijker.’

Maar in Allemaal mensen bleef ze juist heel dicht bij zichzelf, met succes. En in haar afstudeervoorstelling, Stamboom monologen, dit najaar in theaters te zien, komt ze nog dichterbij, kruipt ze haast onder haar eigen huid. Stamboom monologen is een zelfportret op celniveau.

In deze geestige en bewogen solo zoomt ze in op haar eigen dna, om een rijk en gecompliceerd verhaal te vertellen over afkomst, identiteit en ontheemding. Delima heeft een Surinaamse moeder en een Curaçaose vader, die weer wortels heeft in Colombia en Venezuela. ‘Dat mijn stamboom wijd vertakt zou zijn, wist ik al wel.’ Samen met haar toenmalige vriend deed ze voor de voorstelling een dna-test. ‘Ik wilde me graag identificeren met een bepaalde groep, of een volk. Misschien, dacht ik, kun je de vraag ‘wie ben ik?’ wel beantwoorden door uit te pluizen waar je vandaan komt. Vandaar die dna-test. Het kostte 80 euro, maar ik kreeg het van mijn ex als kerstcadeau.’ De uitslag, uit een laboratorium in Houston, Texas, wijst uit dat haar vriend 98 procent West-Europees is, en 2 procent Fins. Witter kan haast niet. Daarop doopt ze hem tot Casper het Spookje.

Joy zelf blijkt een melange van maar liefst elf verschillende etniciteiten: ze is deels Nigeriaans, een stukje West-Afrikaans, een beetje Centraal-Afrikaans en ook nog 2,5 procent Masai. ‘Elf etniciteiten van vier verschillende continenten! Wat zegt dat? Wat moet je daarmee? Ik vond het alleen maar heel verwarrend.’ 

Verder onderzoek wijst bovendien uit dat haar naam niet haar echte naam is. Haar achternaam is ooit verkeerd genoteerd in een gemeenteregister. Eigenlijk zou ze Delmina moeten heten: ‘van d’Elmina: afkomstig van Elmina, Goudkust, nu Ghana, vroeger het centrum van de slavenhandel van de West-Indische Compagnie.’ Haar stamboom kent een lange reeks tot slaaf gemaakten, blijkt. Dat is pijnlijk en indrukwekkend. ‘Eindelijk had ik namen bij die gruwelijke geschiedenis. Dit waren mensen met wie ik kon meevoelen. Zo kwam een abstract en onbegrijpelijk lijden opeens veel dichterbij.’

Maar van vaderskant doet ze een onaangename ontdekking: onder haar voorouders zijn niet alleen slachtoffers van de slavernij. Pluist ze haar vaders stamboom uit tot in de 17de eeuw, dan blijkt daar ene Cornelis Specht uit Utrecht aan het begin te staan. Cornelis Specht, die in 1713 een van de rijkste mensen was op Curaçao, omdat hij in 1660 een grote plantage kocht. Cornelis Specht, ‘plantagehouder’. Delima: ‘Ook wel: slavendrijver.’

Bij aanvang gaat ze ervan uit dat je moet weten waar je vandaan komt, om je ergens thuis te voelen. Maar een antwoord op haar vragen krijgt Delima niet, integendeel. ‘Ik was op zoek gegaan naar mijn black roots, maar ik vond witte slavenhouders.’

In het eerste jaar van de Arnhemse toneelschool begon ze zich te verdiepen in haar afkomst en identiteit. Ze herinnert zich het moment nog goed: ze zat pas een paar weken op school toen ze de afstudeerfoto’s van haar voorgangers bekeek, een geschiedenis van bijna zestig jaar gevat in evenzoveel klassenfoto’s. Tof om te zien, interessant. Maar toen ze bij Romana Vrede kwam, lichting 1999, begon er iets te knagen. Wacht. Nog eens kijken, helemaal terug naar het begin, opnieuw alle foto’s langs, maar nee: Romana was echt de enige. De enige zwarte vrouw. ‘Dat maakte mij dus de tweede zwarte vrouw ooit op die school. In 2015! Totaal bizar. Heel pijnlijk vond ik ook dat ik het eerst niet eens doorhad, alles in mijn leven was altijd wit. Pas toen ik Romana zag, de uitzondering, viel het kwartje. Daarna begon het me op te vallen: witte acteurs, witte gezelschappen, witte zalen. Ook de links-progressieve theatersector is gewoon een heel witte wereld.’

De ontdekking maakte dat ze zich bewuster werd van haar positie en haar rol. ‘Toen ik klein was had je geen zwarte vrouwelijke rolmodellen. Ja, Beyoncé en Oprah, en dat was het. Dat begint nu gelukkig een klein beetje te veranderen, maar het kan nog veel beter. Dus ja, ik wil graag in toffe films en series spelen, maar niet alléén voor mezelf: ik hoop ook dat ik een voorbeeld kan zijn voor anderen. 

‘Nog veel te vaak wordt er weer een Nederlandse romcom gemaakt met een volledig witte cast. Heeft niemand dan daarover nagedacht? Dat is toch pijnlijk? Als filmmaker of artistiek leider is het je táák om je bewust te zijn van wat er gebeurt in de maatschappij. Je beweert dat je mensen iets laat zien van de wereld, dus moet je je inspannen om die wereld te leren kennen en correct weer te geven.’ Op een filmset of in het repetitielokaal gaat Delima hierover graag het gesprek aan. Soms praat ze mee over hoe een script representatiever kan. En oppervlakkige rollen als zwarte edelfigurant, daar bedankt ze voor.

Actrice Joy Delima Beeld Ivo van der Bent

Maar ze hoeft ook niet fulltime op de barricaden, relativeert ze. Haar kleur, haar afkomst: ze zijn belangrijk, maar niet bepalend voor haar identiteit. Dat ontdekt ze in Stamboom monologen, en legt ze rustig en weloverwogen uit aan het publiek in Allemaal mensen. Ze is niet alleen ‘de sterke zwarte vrouw’, of ‘sexy Beyoncé’. Delima: ’Ik heb niet zestien jaar in mijn toneelcarrière geïnvesteerd om nu in dat ene hokje te gaan zitten.’ Of om Romana Vrede te citeren, toen die in 2017 als eerste zwarte vrouw de belangrijke toneelprijs Theo d’Or won: ‘Ik ben geen activist, ik ben actrice.’

13/9: Allemaal Mensen in Carré. 15/9: uitreiking toneelprijzen. Stamboom Monologen, in coproductie met De Veenfabriek, is te zien vanaf 21/9. Vanaf 26/9 speelt Joy Delima in Allemaal Mensen/Umuntu van Toneelgroep Oostpool.

Toneelprijzen: de Oscars van het Nederlands theater

15 september worden op het Gala van het Nederlands Theater de toneelprijzen uitgereikt, de Oscars van het Nederlands theater. Joy Delima is genomineerd voor de Colombina, voor de beste vrouwelijke bijdragende rol van het seizoen. In die categorie dingen ook Rosa van Leeuwen en Ariane Schluter mee. De Arlecchino is prijs voor de beste mannelijke bijdragende rol, de genomineerden zijn Bram Suijker, Phi Nguyen en Mark Kraan. Tot slot zijn er natuurlijk de Louis en Theo d’Or, voor de beste mannelijke en vrouwelijke hoofdrol. Kanshebbers zijn Ramsey Nasr, Joris Smit, Hannah Hoekstra, Kristien De Proost, Hanne Arendzen en Astrid van Eck.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden