‘IK KIES VOOR DE UNDERDOG’

Anti-elitair. Rauw. Geëngageerd. Zo moet theater zijn, volgens Alize Zandwijk, artistiek leider van het Ro-theater. Maar het lijkt wel alsof haar werk in het buitenland meer wordt gewaardeerd dan in eigen land....

‘Rotterdam is een multiculturele stad met alle problemen die daarbij horen, met verpauperde wijken, met mensen die angst hebben voor het onbekende. Als theatermakers moeten we dat onder ogen zien. Wij kunnen niet zeggen dat we daar niets mee te maken hebben. Wij kunnen niet zeggen: wij maken Kunst en u zoekt het verder maar uit. Als wij iets voor deze samenleving willen betekenen, kunnen we niet alleen maar Ibsen blijven spelen.’

Theatermaker Alize Zandwijk (45) is er duidelijk over: het theater trekt zich te weinig aan van de alledaagse realiteit, is te elitair, wordt te veel gedomineerd door de witte bovenlaag van de bevolking. En zij wil in alles niet elitair zijn, zij voelt zich zelfs geen kunstenaar.

Zandwijk: ‘Daarover had ik altijd discussies met Guy Cassiers. Guy vindt zichzelf een kunstenaar, ik niet. Ik zie mijzelf als de vertolker van wat een schrijver heeft bedacht. Ik ben iemand die geëngageerd is en met een aantal mensen iets wil vertellen over deze tijd. In de hoop dat men daar dan vervolgens inzicht in krijgt en troost uit kan putten. Of om kan lachen, want mijn voorstellingen zijn, hoop ik, toch ook komisch.’

Tot voor kort vormde Alize Zandwijk samen met Guy Cassiers de artistieke staf van het Ro Theater in Rotterdam. Zandwijk was daar vast regisseur, Cassiers eindverantwoordelijke. Cassiers is inmiddels vertrokken naar Het Toneelhuis in Antwerpen, Zandwijk is per 1 augustus in Rotterdam benoemd tot artistiek leider. Bijna acht jaar hebben ze in die stad samengewerkt – een opmerkelijk duo, want meer uiteenlopend kunnen theatermakers niet zijn.

Cassiers maakte naam met een steeds vernuftiger vorm van multimediaal theater, esthetisch en verfijnd, met de Proust-cyclus Op zoek naar de verloren tijd als boegbeeld. Het werk van Zandwijk is rauwer, expressionistisch, ogenschijnlijk chaotischer en vervuld van een gestileerde alledaagsheid. Bij Cassiers videostills van droogbloemen en Franse lelies, ingenieuze tekstprojecties en baljurken; bij Zandwijk dikke mannen op het toneel met de onderbroek op hun enkels, en zwembadjes van de Hema.

‘Er is de afgelopen jaren enorm ingegaan op de verschillen tussen ons, dat heb ik vaak moeilijk gevonden. Guy heeft het Ro Theater een eigen kleur gegeven, er een stevig stempel op gedrukt. Naar zijn multimediale theater is altijd veel aandacht uitgegaan, en terecht. Maar ik vond mijn voorstellingen net zo belangrijk. Vier, vijf voorstellingen van mij hebben in het buitenland gespeeld, waardoor ik het Ro Theater internationaal onder de aandacht heb gebracht.’

Cassiers vertelt zijn verhaal met allerlei hoogwaardige technische middelen en het publiek doet daarmee wat het wil. Zandwijk wil op voorhand weten waaróm ze een voorstelling maakt, wil ook graag een boodschap uitdragen. Ze is niet zozeer politiek als wel maatschappelijk geëngageerd. Die totaal verschillende aanpak heeft intern regelmatig tot flinke discussies geleid. Dan vond Zandwijk dat zijn voorstellingen wel ergens over moesten gaan, terwijl Cassiers weer zei dat haar personages wel erg grof getekend waren.

‘Maar wij hebben elkaar altijd om die verschillen gewaardeerd, en ook van elkaar geleerd. In mijn werk kies ik voor de machteloze mens, de underdog, hij voor de wetenschap en de kunstenaar. Ja, kom op zeg, je werkt hier wél in een stad met havenarbeiders, daklozen en junks. Onze felste discussies gingen over zijn Proust-cyclus. Los van het feit dat ik het prachtig vond om te zien, is voor mij “herinneren” geen thema. Het thema van nu gaat over angst, ontbinding, geen ideologie meer hebben.’

Vanaf komend seizoen staat Zandwijk in Rotterdam alleen aan het roer. Met naast haar directeur Carel Alons, haar dramaturgen en acteurs. En Pieter Kramer, die als vast regisseur aan het gezelschap is verbonden. Met haar groep wil Zandwijk allereerst een vastere plek in de stad veroveren. Haar grote voorbeeld is de KVS in Brussel, waarmee het Ro Theater in de toekomst coproducties gaat maken. Bij de KVS worden Marokkaanse schrijvers binnengehaald, er vinden debatten plaats, theater gaat daar over de achterkant en onderkant van het stadse leven.

‘Over twee jaar ga ik King Lear doen met Jack Wouterse in de titelrol. Daarover ben ik nu al aan het nadenken, over waarom we dat oude stuk hier en nu gaan doen, waarom in deze stad. Ik wil die voorstelling aangrijpen om eens met andere dan alleen witte acteurs te werken. Misschien laat ik een aantal Rotterdamse Marokkanen in die voorstelling muziek maken. Politiek correct ja, en het zal de problemen in deze stad zeker niet oplossen als ik met Marokkanen ga werken, maar ik krijg misschien wel een ander publiek in de zaal. Zestig procent van de Rotterdamse bevolking is van allochtone afkomst, maar wie bij ons in het theater komt is de witte bovenlaag. Dat moet echt veranderen.’

Dat Zandwijk in Rotterdam nu een van ’s lands grootste theatergezelschappen leidt, is niet vanzelfsprekend. Aanvankelijk had ze die ambitie helemaal niet, bovendien had het weinig gescheeld of ze was naar Duitsland vertrokken. Het Thalia Theater in Hamburg heeft haar recentelijk een vast contract aangeboden, nadat zij er in 2003 voor het eerst te gast was met een bejubelde regie van Tsjechovs Iwanov. Voorstellingen als Nachtasiel, Macbeth, Kattenmoeras en Portia Coughlan waren te zien op de festivals van Edinburgh, Wenen en Hannover.

Klagen zal ze er niet over, maar het lijkt wel alsof haar werk in het buitenland meer wordt gewaardeerd dan in eigen land. ‘Dat is ook zo. Bij Zomergasten in Hamburg zitten iedere keer duizend mensen in de zaal en ze zijn laaiend enthousiast. Het Duitse theater is doorgaans erg vorm- en stijlvast, terwijl ik de alledaagse werkelijkheid juist behoorlijk uitvergroot. Mijn Zomergasten speelt zich niet af in een Russisch landhuis, maar in een aftandse kantine. Ik laat vrouwen op een waterfiets trappen, de personages verkleden zich voor een Mexicaanse party met een echte barbecue op toneel, er wordt gezongen, gedanst, gescholden. Ik hou ervan heel veel dingen tegelijk en door elkaar heen te laten gebeuren. Dat zijn ze daar niet gewend, maar ze smullen ervan. De acteurs vinden het prachtig. Zij werken doorgaans met regisseurs die precies zeggen wat ze moeten doen, en ik geef ze de vrijheid zelf dingen uit te zoeken. Alledaagse dingen, zo maar een beetje met elkaar op een bed zitten in plaats van in grote zetels.’

Het gebrek aan erkenning in eigen land, komt volgens haar door een optelsom van dingen. Nederland is een land van het woord, en zij is niet zo van het woord. Zij is ook niet zo van mooie dingen laten zien. Mensen worden vaak wat ongemakkelijk als ze de lelijke kant van de samenleving zien. En haar emoties zijn soms wel erg groot.

Publiek dat lekker naar mooie jonge acteurs en actrices wil kijken die op de covers van glossy bladen staan en met hun kop op televisie komen, zijn bij Zandwijk dan ook aan het verkeerde adres. ‘Nee, ik wil niet werken met die glossy-hockey-acteurs, zoals ik ze gemakshalve maar even noem. Als ik maar in de bladen sta, dan ben ik een bekend actrice – die mentaliteit vind ik stuitend. Geef mij maar acteurs als Jack Wouterse, Rogier Philipoom en Jacqueline Blom – er moet altijd wel iets aan mankeren, wil ik er iets aan vinden.

Alize Zandwijk, doorliep de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Kampen. Daarna regisseerde ze bij Toneelgroep Amsterdam een aantal spraakmakende jongerenproducties. Werkte bij Stella in Den Haag (prachtige Vrijdag van Hugo Claus) en is vanaf 1998 verbonden aan het Ro Theater. Regisseert regelmatig in het buitenland en is sinds enkele jaren gastregisseur bij het Thalia Theater in Hamburg.

Dat haar buitenlandse activiteiten hier relatief weinig publiciteit krijgen, steekt haar. ‘Ik doe daar echt net zoveel als Johan Simons en veel meer dan Ivo van Hove, maar er is nauwelijks aandacht voor. Ik snap dat niet. Nou ja, die mannen weten zichzelf veel beter te verkopen, hebben betere praatjes, kunnen allerlei interessante verhalen vertellen en kunnen zichzelf enorm opblazen. Dat kan ik allemaal niet, in die zin ben en blijf ik een boerentrien uit de Achterhoek.’

Ze woont intussen samen met acteur Herman Gilis in Antwerpen. Ook daar treft haar de hardheid van het moderne leven. In de repertoirekeuze voor het komend seizoen is haar maatschappelijke betrokkenheid dan ook evident. Dit najaar wordt Platonov hernomen, dat in haar regie vooral gaat over de leegte van het bestaan en het gebrek aan idealen. In november regisseert zij in Hamburg Tennessee Williams’ klassieker Kat op een heet zinken dak (‘los van het melodrama gaat dat stuk voor mij over consumeren, over globalisering, over de angst voor het onbekende’). Later volgt in Rotterdam haar regie van Onschuld, een nieuw stuk van de Duitse schrijfster Dea Loher.

‘Onschuld gaat heel erg over deze tijd, zonder dat het politiek theater is. Het is juist heel poëtisch geschreven en er lopen allerlei lijnen door elkaar heen. Het gaat over twee illegalen die een meisje zien verdrinken en haar niet durven redden, uit angst aangegeven te worden. Het hele stuk door worstelen ze met die schuldvraag. Ja, je zou ook een stuk over Rita Verdonk kunnen laten schrijven, maar dit gaat daar indirect over, en is veel poëtischer. Echt een briljante tekst.’

Zandwijk staat bekend als een lastige tante, iemand die vecht voor haar zaak en met wie je beter geen ruzie kunt krijgen. Als een recensie in de krant haar niet bevalt, belt ze de betreffende criticus thuis op om verhaal te halen.

‘Ik vind mijzelf helemaal niet lastig. Maar ik ben als theatermaker nog steeds onzeker – iedere keer maar weer proberen het wiel uit te vinden. Ik ben heel zeker in wat ik wil in mijn vak, maar de buitenwacht kan mij vervolgens meteen onderuit halen. In Duitsland ben ik veel zekerder van mijzelf, omdat ik daar niet te maken heb met vooroordelen. Ik word daar gigantisch gewaardeerd en door het enthousiasme als het ware omhoog geduwd.

‘En wat die recensies betreft: je mag toch boos zijn als je heel lang aan een voorstelling hebt gewerkt en je krijgt zo’n lullig stukje? Dan baal je als een stekker – zo simpel is het. Men vindt mijn voorstellingen te ongenuanceerd, te groot, ik haal er teveel bij, er zijn te veel repetitievondsten – dat schrijven ze altijd maar weer, en ik vind dat onrechtvaardig. Hoe komen ze er trouwens bij? Ik sta open voor alles wat er in de repetities gebeurt, maar ik denk wel honderd keer na voordat ik het in de voorstelling toelaat.’

Alize Zandwijk heeft met zichzelf afgesproken voortaan geen boze telefoontjes meer te plegen. Er is werk aan de winkel in Rotterdam. Haar groep moet zich veel meer gaan hechten in de stad, spelen op locatie. Iedere maand wordt ‘Het Magazijn van het Geluk’ geopend: in het eigen theater schrijvers uitnodigen, filosofen, kunstenaars, allerlei mensen naar binnen halen, debatten organiseren, muziek, feest. Pieter Kramer gaat voor TV Rijnmond een serie maken met verhalen uit de stad, à la 30 Minuten, destijds met Arjan Ederveen, nu met Rotterdamse acteurs. Het Ro Theater van Zandwijk moet Rotterdam én Europa in.

In stad en land wil Zandwijk haar theater brengen, met als geloofsbelijdenis een citaat van Elias Canetti, dat zij al heel lang koestert: ‘Schrijvers en regisseurs zouden het vermogen en de wil moeten hebben om zich in iedereen in te leven, ook in de kleinste, de naïefste, de meest machteloze mensen. Dit verlangen zal volkomen verstoken moeten zijn van succesbejag of geldingsdrang. Het zou een op zich zelf staande hartstocht moeten zijn, en wel de hartstocht van een gedaanteverandering.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden