InterviewRegisseur Kleber Mendonça Filho

‘Ik kan simpelweg geen films maken zonder het politieke klimaat erbij te betrekken’

Kleber Mendonça Filho, fanatiek criticaster van de Braziliaanse regering, vertelt aan de Volkskrant hoe zijn griezelige en bizarre sciencefictionwestern Bacurau bijna is ingehaald door de werkelijkheid.

Geniet van het leven zolang er nog leven is, zegt een personage in Bacurau. Elders in dezelfde film wordt iemands hoofd in close-up tot moes geschoten. Euforische geweldsuitbarstingen en een op de hielen gezeten levensvreugde: ze gaan hand in hand in Bacurau, een even vreemde als bevredigende mengeling van spaghettiwestern, horror, gitzwarte humor en satire, waarmee de gevierde Braziliaanse cineast Kleber Mendonça Filho in eigen land een enorm kassucces scoorde. 

Mendonça’s derde speelfilm, die hij schreef en regisseerde met zijn vaste production designer Juliano Dornelles, speelt zich af in een uithoek van het Brazilië van de (zeer) nabije toekomst. Populistische engerds voeren het bewind en de tv zendt publieke executies uit als entertainment. Centraal in Bacurau staat het gelijknamige fictieve dorpje, dat zich als laatste plek in de regio verzet tegen een machtsbeluste burgemeester en prompt van de landkaart verdwijnt – letterlijk. Wanneer de dorpelingen dan ook nog eens worden belegerd door moordzuchtige Amerikaanse toeristen, vechten ze keihard terug. 

Regisseur Kleber Mendonça FilhoBeeld Getty

‘Maar als ze dan zo’n pleziermoordenaar halfdood hebben geschoten, doen mijn personages niet wat ze in veel andere films zouden doen’, zegt Kleber Mendonça Filho (51) via Zoom, vanuit zijn woning in zijn geboortestad Recife. ‘Vaak zie je de held naar de zwaargewonde vijand lopen, een gevatte oneliner ophoesten en de schurk afmaken met een genadeschot. Dat cynische pad weigerden we te volgen. In Bacurau kijken de dorpelingen hun belager in de ogen en vragen hem oprecht: waarom? Waarom doe je dit? Ik vind dat een cruciale vraag die tegenwoordig nauwelijks wordt gesteld, aan de politieke leiders die van onze wereld een puinhoop maken.’ 

Lees ook de recensie: In het genre-experiment Bacurau levert Mendonça scherper sociaal commentaar dan ooit ★★★★☆

Bacurau lijkt een breuk met Mendonça’s debuut Neighbouring Sounds (2012) en de opvolger Aquarius (2016), die zich volledig ophielden in zonnige wijken van Recife, stijlvast en zonder expliciet geweld. Maar de films delen een koppig geloof in medemenselijkheid en versmelten steeds het filmische met het politieke. Aquarius, over een oude vrouw die zich niet door projectontwikkelaars laat wegpesten uit het appartement waar ze al jaren woont, begon in Mendonça’s hoofd als een verhaal over familie, identiteit en geheugen. ‘Vervolgens werd het ook een aanklacht tegen gentrificatie en neoliberale hebzucht. Ik kan simpelweg geen films maken zonder het politieke klimaat erbij te betrekken.’ 

Neighboring Sounds en Aquarius, de eerdere speelfilms van Mendonça.

Bacurau valt gemakkelijk te interpreteren als een allegorie van het ultrarechtse bewind van de Braziliaanse president Jair Bolsonaro. Mendonça is de eerste om zulke parallellen te bevestigen, al zal hij Bolsonaro’s naam niet snel in de mond nemen. ‘De Braziliaanse regering heeft niets dan tragiek, terreur en angst gecreëerd. Wat ooit verkeerd leek, is sinds enkele jaren normaal en vice versa. Nu, tijdens de coronapandemie, voelt Brazilië al helemaal als een soort kruising tussen Monty Python en de zombiefilms van George A. Romero. En dat onder leiding van een man die de invoering van een nieuw stekkersysteem belangrijker vindt dan de strijd tegen covid-19.’

Mendonça spreekt in het gesprek vaak zijn afkeer uit over Bolsonaro. Over diens stelselmatige afbraak van de Braziliaanse filmcultuur, die in tien jaar tijd werd opgebouwd met een zorgvuldig, democratisch beleid van fondsen en overheidssteun. ‘Dankzij deze president blijft daar niks van over, terwijl de nationale filmindustrie, met 300 duizend werknemers, ontzettend belangrijk is voor de Braziliaanse economie. Pure sabotage. En dan zijn kunst en cultuur slechts enkele van de vele windmolens waartegen de president als een duivelse don quichot ten strijde trekt.’

Mendonça’s openlijke kritiek op de regering heeft hem en de Braziliaanse overheid in een constante wedloop gebracht. Toen Aquarius in 2016 in première ging op het filmfestival van Cannes, gebruikten Mendonça en zijn team de rode loper om te demonstreren tegen de afzetting van de toenmalige Braziliaanse president Dilma RousseffIn 2018 beschuldigde het inmiddels opgeheven ministerie van Cultuur Mendonça van fraude: hij zou onrechtmatig gebruik hebben gemaakt van de subsidie voor Neighbouring Sounds en werd gesommeerd om een half miljoen dollar terug te betalen. ‘Inmiddels zijn alle bizarre beschuldigingen weer van tafel geveegd, maar het blijft een rare, kafkaëske zooi’, zegt Mendonça. Toen hij nog volop in de zaak verwikkeld was, won Bacurau in Cannes de juryprijs, om vervolgens in eigen land een enorme hit te worden, succesvoller nog dan Bohemian Rhapsody

‘De film raakt een open zenuw in de Braziliaanse samenleving’, verklaart Mendonça het succes. ‘Hij speelt in op allerlei kwesties die de mensen nu volop bezighouden, in de wereld en in Brazilië in het bijzonder: de wedergeboorte van het fascisme, de zoektocht naar identiteit en nationale trots. Vorige week organiseerden we een eenmalige YouTube-vertoning van Bacurau, die enorm veel kijkers trok. Zeventigduizend mensen gaven live commentaar op de film. Veel bezoekers uitten hun bewondering, maar er waren ook rechtse kijkers die er schande van spraken: alwéér een Braziliaanse film die de bandiet verheerlijkt. En met die bandieten bedoelden ze niet de Amerikaanse sadisten die het dorp binnenvallen, maar de dorpelingen zelf!’

De eerste plannen voor Bacurau deden Mendonça, Dornelles en producent Emilie Lesclaux (tevens Mendonça’s echtgenote) al in 2009 op. ‘We waren met onze kortfilm Recife frio op een filmfestival en zagen daar allerlei films die op een neerbuigende manier het bestaan in afgelegen Braziliaanse oorden observeerden. Films die de mensen buiten de stad neerzetten als simpele, onschuldige zielen. Dat haat ik echt, wanneer stedelijke filmmakers in een gehucht neerstrijken, hun vooroordelen bevestigd zien en daar dan hun werk op baseren.’

Het trio kreeg zin in een tegenreactie. ‘Bovendien leek het ons geweldig om een echte genrefilm te maken, en daarbij te uit thrillers, horrorfilms van John Carpenter en de virtuoos gewelddadige westerns van Sam Peckinpah, eigenlijk alles waar we zelf als cinefielen zo van houden.’

Dat het negen jaar zou duren voordat Bacurau daadwerkelijk werd gemaakt, kwam doordat Neighbouring Sounds en Aquarius voorrang kregen. ‘Bovendien kon de film zodoende in de pas blijven lopen met de realiteit. Met de verkiezing van Trump werd het veel minder onzinnig dat we een stel moordzuchtige Amerikaanse idioten in onze film loslieten. En toen in Brazilië deze president aan de macht kwam, voelden onze bedenksels opeens niet meer radicaal genoeg.’

Bacurau

Zodoende nam het script steeds uitzinnigere vormen aan, met een Bolsonaro-achtige burgemeester die geestdodende medicijnen uitdeelt en ufo’s die lijken overgevlogen uit een antieke sf-film. Mendonça: ‘Tijdens het schrijven kon ik soms echt denken: hoe moeten we hier een zinnig, functionerend geheel van maken? Maar voor mij verandert altijd alles zodra ik door mijn script begin te wandelen. Daarmee bedoel ik dat ik de wereld van het scenario als een echte wereld ga ervaren, waarin ik me vrij kan bewegen. Zodra ik het gevoel heb dat ik door het huis van de personages loop en weet wat er in hun laden en kasten ligt, begint een film voor mij te werken.’

Dat proces kwam bij Bacurau in een stroomversnelling toen Mendonça en Dornelles, na een autorit van 11 duizend kilometer, eindelijk een geschikte locatie vonden. ‘Bacurau moest zo’n cowboyoord zijn, met alle huizen langs één weg, zodat je als toeschouwer in één oogopslag snapt hoe de gemeenschap fysiek in elkaar zit. Na een tocht die ons ver voorbij de grenzen van onze eigen staat Pernambuco bracht, stuitten we toevallig op Barra, het dorp waar de film uiteindelijk in drie maanden tijd is opgenomen.’

Bacurau

De 89 inwoners van Barra spelen mee in Bacurau: als figurant, maar ook in enkele, speciaal voor hen geschreven bijrollen. Zoals allerlei genres op elkaar botsen in de film, zo moesten Mendonça en Dornelles ook de verschillende acteerstijlen aan elkaar smeden: de onopgesmukt spelende mensen uit Barra, de professionele Braziliaanse acteurs én de doelbewust schmierende Amerikanen en Engelsen in het door Udo Kier aangevoerde moordenaarsteam. 

Uiteindelijk ging alles vanzelf, toen de camera’s eenmaal waren opgesteld in het westernlandschap van Barra. ‘Een prachtig, dramatisch decor is het, dat tot nu toe volkomen is genegeerd door Braziliaanse filmmakers’, aldus Mendonça. ‘Het was heerlijk om daar te draaien, waarbij Juliano en ik volop improviserend te werk gingen, zonder duidelijke rolverdeling.’

Het gehucht Bacurau werd een haast paradijselijk oord waar jong en oud, boeren, hoeren, gigolo’s en transgenders vreedzaam en respectvol met elkaar samenleven. ‘Er is ook een goed functionerende dokterspraktijk, met aan het roer een geweldige arts, gespeeld door Sonia Braga. Zoiets kan ik van Barra helaas niet zeggen. Zelfs nu, midden in de coronacrisis, zitten de bewoners zonder medische voorzieningen. Het virus heeft Barra nog niet bereikt, maar dat kan elk moment gebeuren. Wie gezondheidsproblemen krijgt, moet een autorit van twaalf uur maken naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Aan zoiets lees je echt de minachting van de regering voor het volk af. Het is net alsof Bacurau een utopische versie van het dorp is geworden.’

Sonia Braga (midden) in Bacurau

Twee jaar na de filmopnamen heeft Mendonça nog altijd heimwee naar Barra. En hij blijft zich verbazen over de manier waarop de film en de werkelijkheid zich aan elkaar spiegelen en elkaar inhalen. Aan het begin van Bacurau ligt de zanderige weg naar het plaatsje bezaaid met doodskisten: een beeld dat in tijden van corona extra luguber aanvoelt, ook voor Mendonça zelf. ‘De laatste vier maanden hebben de Braziliaanse media ons constant geconfronteerd met doodskisten, kerkhoven en eenzame begrafenissen. Die beelden hebben zich in ons brein gebrand. Dan is het erg vreemd om ze in mijn film terug te zien. En dat zeg ik niet eens als de bedenker van die film, maar als toeschouwer.’

Mendonça reisde net de wereld rond met Bacurau, toen de pandemie losbarstte. Het gesprek met de Volkskrant is een van zijn eerste interviews sinds tijden. ‘De afgelopen veertien weken heb ik mijn woning nauwelijks verlaten. Ik werk in de tuin, eet gezond, breng veel tijd door met mijn gezin, kijk elke dag een filmklassieker en schrijf tussendoor aan nieuwe ideeën. Dat is het beste wat je nu kunt doen, in Brazilië: het keizerrijk van de stupiditeit zo veel mogelijk buiten de deur houden en je omringen met de mensen die het leven nog de moeite waard maken.’

Eigen geweldstaal

Iedere regisseur die een film vol geweld maakt, zal zijn eigen geweldstaal moeten ontwikkelen, aldus Kleber Mendonça Filho. Voor de geweldsuitbarstingen in Bacurau keek hij goed naar de films van Paul Verhoeven. ‘Bijvoorbeeld naar het begin van Robocop, waarin politierobot ED-209 een zakenman compleet aan flarden knalt. Mensen vinden het geweld bij Verhoeven vaak veel te overdreven. Daar ben ik het niet mee eens. Het is niet overdreven maar uiterst filmisch, destructief, smerig, pijnlijk én moreel: het blijft zo lelijk als het is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden