‘Ik kan nu doen wat ik altijd al wilde’

Het moet echt de laatste zijn, de expositie in de Hup Gallery in Amsterdam. Maar nieuwe ideeën en plannen heeft de van oorsprong Hongaarse Ata Kandó nog genoeg....

Het was te verwachten. Als Ata Kandó, fotograaf in hart en nieren, een kat neemt, dan neemt ze niet zomaar een kat. Dan kiest ze uiteraard een kat met smaak, een beest dat zijn – en in dit geval: haar – klassiekers kent.

Zo komt het dat Sonja, een kleine zilvergrijze poes die een maand geleden haar intrede deed in Kandó’s appartement in Bergen, met haar vlijmscherpe nageltjes steeds opnieuw hetzelfde boek uit de boekenkast trekt: een monografie over Robert Capa, beroemd oorlogsfotograaf van Magnum. Van Kandó’s ge-‘shoeshoe’ trekt ze zich niets aan. De 92-jarige fotografe haalt haar schouders op. ‘Het ís ook een mooi boek.’

Om ruimte te maken voor een dienblad vol met cake en chocola heeft ze zo-even de stapels papieren en pennenbakjes opzijgeschoven. Netjes geordend, zodat ze als het bezoek straks weg is, verder kan met haar bezigheden. De van oorsprong Hongaarse fotografe, die in 1954 uit Parijs naar Nederland kwam (met haar toenmalige echtgenoot Ed van der Elsken) en die, met een onderbreking van twintig jaar (toen ze in Californië woonde), hier is gebleven, heeft het druk.

Over een paar dagen opent in Amsterdam in de Hup Gallery de expositie Stories, met ruim dertig vintageprints uit haar twee sprookjesfotoboeken, Droom in het Woud (1957) en Kalypso & Nausikaä (2004). Om nog maar te zwijgen van de andere projecten die op stapel staan: ideeën voor nieuwe fotoboeken, het ordenen van haar archief, het uitvogelen van haar nieuwe digitale camera.

‘Ik vind het vreselijk moeilijk om nee te zeggen’, zegt Kandó. Haar plichtsgevoel zit haar vaak in de weg. In 1956 was ze, samen met de fotografe Violette Cornelius, de enige die foto’s nam van de vluchtelingen bij de Hongaarse grens (‘Hoe het mogelijk is dat er niet meer waren, snap ik nog steeds niet’) – wat zou ze dan weigeren wanneer men die foto’s nu in Brussel wil laten zien ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de Hongaarse Revolutie? Maar het is ook haar eergevoel dat meespeelt, want: ‘Hoe meer mensen je foto’s zien, hoe beter je je voelt.’

Daarnaast is Kandó een perfectionist pur sang. Foto’s die op te dun papier of met inferieure inkt worden afgedrukt door ‘mensen die niet visueel zijn ingesteld’ – ze kan zich er danig over opwinden. ‘Vreselijk! Het maakt me ziek. Omdat ze het niet zíen.’

Toen haar boek Kalypso & Nausikaä vorig jaar, ongeveer vijftig jaar na het maken van de foto’s, werd uitgebracht (volgens het oorspronkelijke ontwerp van Jurriaan Schrofer uit 1957), was Ata Kandó dan ook in de drukkerij te vinden. Ze wilde zeker weten dat het zwart van de foto’s, waarop haar drie kinderen te zien zijn die de sage van Homerus uitbeelden, wel echt zwart zou zijn, en het wit niet te grijs, zoals ze dat jaren geleden in de donkere kamer van de Utrechtse Grafische School aan haar leerling Ad van Denderen uitlegde. Het boek behoorde tot De Best Verzorgde Boeken 2004.

Zo loopt het ene project in het andere over, al jaren. Toch is Ata Kandó er stellig van overtuigd dat ze een volgende aanbieding voor een tentoonstelling zal afslaan. Dat deze in Hup echt de laatste wordt. Daarvoor is ze zich te veel bewust van de tijd die begint te dringen. Het laatste gedeelte van haar archief moet worden uitgezocht voordat het naar het Nederlands fotoarchief in Rotterdam kan. ‘Ik heb er geen zin in, maar ik ben de enige die het kan doen.’

Ze wil nog een fotoboek maken over het leven van de door haar bewonderde Amerikaanse schrijver Jack London. En tja, als er iemand komt die aanbiedt haar foto’s van de indianenstammen uit het Amazonegebied, gemaakt op reizen in 1961 en 1965, opnieuw en vooral ‘respectabeler’ uit te geven, dan zal ze daar zeker op ingaan. Al is het alleen maar uit eerbetoon voor de indianen die daar systematisch zijn uitgemoord. ‘Maar gelukkig – of ongelukkig – komt er niemand,’ grimlacht ze.

‘Ach, ik weet niet hoe het gaat lopen. Misschien haal ik het allemaal niet. Ik weet alleen dat ik nu kan doen wat ik altijd al wilde. En zolang ik er ben ga ik door met het een en ander.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden