InterviewMohamed El Bachiri en Mohammed Azaay

‘Ik kan me troosten met het feit dat het overlijden van Loubna toch iets heeft betekend’

Mohamed El Bachiri (links) en Mohammed Azaay in Molenbeek. Beeld Siska Vandecasteele

Over zijn vrouw, die omkwam bij de ­aanslagen in Brussel in 2016, schreef ­Mohamed El Bachiri een aangrijpend boek, Een jihad van liefde. In Molenbeek spreekt hij met Mohammed Azaay, hoofdrolspeler in de Nederlandse toneelbewerking.

Mohamed El Bachiri (39) verloor bij de aanslagen in maart 2016 in Brussel zijn grote liefde Loubna Lafquiri, de moeder van zijn drie jonge zoons. Begin deze maand, bijna vier jaar later, keek hij in een theaterzaaltje in de Brusselse wijk Molenbeek naar de actrice Amara Reta die Loubna speelde. En hij keek naar zichzelf, in de gedaante van acteur Rashif El Kaoui. Zij speelden in de eerste toneelbewerking van het boek Een jihad van liefde, dat El Bachiri niet lang na de aanslagen samen met David Van Reybrouck schreef.

Dit bescheiden boekje, een ode aan Loubna, boordevol kernachtige overpeinzingen over liefde, samenleven, geloof en medemenselijkheid, werd een megaseller. Honderdduizenden exemplaren werden ervan verkocht, en het boek werd in meerdere talen vertaald. El Bachiri ontving een steunbetuiging van paus Franciscus en werd onthaald door koning Mohammed VI van Marokko. Vorig jaar kreeg de voormalig metrobestuurder de tweejaarlijkse Konstanzer Konzilspreis toegekend, voor zijn bijdrage aan een toleranter Europa. In november verscheen een tweede boek, De odyssee van Mohamed, even bescheiden van omvang en even gewichtig van thematiek.

Een paar dagen na de voorstelling schuift El Bachiri aan aan een plastic cafétafeltje in Brasserie du Parc in Molenbeek, met zicht op de woontorens met schotelantennes en een steenworp verwijderd van het nieuwe Loubna Lafquiri-plein. Vandaag is hij hier om over weer een nieuwe theaterproductie te praten. Op 1 maart gaat in het Amsterdamse theater De Meervaart Jihad van liefde in première, een solo dit keer, gespeeld door de Nederlandse acteur Mohammed Azaay (43). Azaay en El Bachiri hebben elkaar één keer eerder kort ontmoet. Op verzoek van de Volkskrant spreken ze elkaar vandaag voor het eerst uitgebreid. Met behulp van een tolk, want El Bachiri drukt zich het best uit in het Frans, zegt hij.

El Bachiri oogt als een popster, met hipsterbaardje, zwarte hoed en goudomrande bril, en spreekt zacht en melodieus. Weloverwogen formuleert hij de ene na de andere fraaie poëtische wijsheid of filosofische levensles in lange, trefzekere volzinnen. In het echt klinkt hij nauwelijks anders dan in de welluidende zinnen in zijn boek. De tolk moet hem geregeld onderbreken. Dan verontschuldigt El Bachiri zich beleefd en pauzeert hij even.

Beeld Siska Vandecasteele

Als het even stil is, zegt Azaay: ‘Mag ik misschien een vraagje stellen?’

Hij wil weten hoe het was voor El Bachiri, om zijn persoonlijke tragedie op toneel te zien. ‘Confronterend’, antwoordt die. ‘Ik zag mezelf terug in een heel kwetsbare fase. Nu pas besefte ik goed hoe zwak ik toen was (El Bachiri gebruikt het Franse woord minable) en hoe ik bijna doordraaide. Ik zag mezelf op het absolute dieptepunt, beroofd van de liefde van mijn leven en plots een alleenstaande vader met drie zoons. Als ik dat nu zie, weet ik niet meer hoe ik het heb gered. Maar dat de Mohamed op toneel overeind blijft, hoe kwetsbaar hij ook is, daar putte ik ook kracht uit.’

Azaay: ‘Ik las ergens dat je niet wilde dat iemand Loubna zou spelen?’

El Bachiri: ‘Ja, dat vond ik een afschuwelijk idee. De gedachte eraan alleen al was pijnlijk. Dus ik wilde weten of het echt nodig was.’ 

Hij voerde intensieve gesprekken met regisseur Hans Van Cauwenberghe, die hem uiteindelijk wist te overtuigen. ‘Amara speelt in de voorstelling de ziel van Loubna. Zij troost mij, ze geeft commentaar, haalt herinneringen op, maakt grapjes. Die ingreep klopte, voor mijn gevoel. Want ik voel haar nog steeds om me heen.’

El Bachiri vond het ontroerend dat de voorstelling in Molenbeek speelde, de wijk waar hij zelf was opgegroeid en waar hij nu zijn drie kinderen opvoedt. Een moeilijke wijk, met een slecht imago van broeinest van radicalisering en terreur. ‘Het is goed dat de voorstelling juist hier speelde. Ik zat tussen jongens uit de wijk die nog nooit een voet in het theater hadden gezet. Ze waren allemaal geroerd, en dat vind ik mooi, want dat is wat ik ooit voor ogen had met het boek. Maar zelf ga ik gesloopt naar huis.’

Fragment uit De odyssee van Mohamed
‘We moeten zoeken naar wat ons verbindt. Er zijn overeenkomsten tussen de verschillende godsdiensten en filosofieën. We hebben allemaal een stukje van de waarheid. Rumi heeft ons daarover prachtige woorden nagelaten: ‘De waarheid is een spiegel die uit Gods hand is gevallen en gebroken is. Iedereen raapt een scherf op en zegt dat de hele waarheid zich daarin bevindt.’’

Azaay knikt en denkt even na. ‘Ik vraag me af: kun je er intussen ook met een bepaalde afstand naar kijken?’

El Bachiri kijkt niet-begrijpend naar de tolk.

‘Ik bedoel, je bent al zo lang bezig met dit verhaal, het schrijven van het boek, twee boeken inmiddels, je geeft lezingen, interviews... Wordt het makkelijker om je verhaal te doen?’

El Bachiri schudt zijn hoofd. Hij kijkt naar het tafelblad. ‘Ik doe mijn best om mijn emoties te scheiden van het verhaal voor de buitenwereld. Dat moet, anders zou ik nooit een interview of een lezing kunnen geven. Maar vaak lukt het niet. Want het blijft mijn verhaal. Mijn verdriet. En het wordt steeds opnieuw verteld.’

Azaay: ‘Ja, dat lijkt me heel moeilijk.’

In Een jihad van liefde beschrijft El Bachiri hoe Loubna en hij elkaar ontmoetten, in de winkel in Anderlecht waar hij smartphones verkocht. ‘Ik had zin om haar te leren kennen’, schrijft hij, ‘ze leek me erg mooi en erg intelligent.’ In 2004 trouwden ze. Hij beschrijft hoe ze aan elkaar moeten wennen, en hoe hij Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus leest om haar beter te leren begrijpen. ‘Aan liefde moet je werken, absoluut. En je moet haar ook onderhouden, net als je geloof.’

Ook noteert hij gedachten over vroeger en nu: over opgroeien in Molenbeek, over discriminatie, zijn ouders en zijn opvoeding, over onderwijs en het geloof. Vaak ernstig, soms, als het over fundamentalistische geloofsgenoten gaat, met een vleugje vileine humor: ‘Sommigen meten de geloofwaardigheid van een imam af aan de lengte van zijn baard. Komaan zeg, een vlotte haargroei op de kin is toch geen teken van wijsheid?’

Beeld Siska Vandecasteele

Ter voorbereiding op de voorstelling las Azaay het boekje een paar keer. Hij ziet overeenkomsten met zijn eigen levensloop die hem helpen bij de rol, zegt hij. Allebei hebben ze Marokkaanse ouders, zijn ze moslim en komen ze uit een ‘moeilijke’ wijk, Azaay uit het Haarlemse Schalkwijk. Hij kent het stigma, de discriminatie en de uitsluiting waarover El Bachiri schrijft. Beiden werden geregeld geweigerd bij discotheken. De twee mannen lachen om hun gedeelde ‘Italiaanse’ afkomst, die de ontmoeting met een leuk meisje soepeler moest laten verlopen. Azaay: ‘Ik ben óók regelmatig Antonio uit Zuid-Italië geweest.’

Ook Azaay kent de schok van het plotselinge verlies van een dierbare, vertelt hij. ‘Mijn vader overleed volkomen onverwachts toen ik 19 was, dus iets van dat verdriet herken ik.’ Hij besluit: ‘Ik heb soms het gevoel dat we een soort parallelle levens hebben geleefd.’

El Bachiri glimlacht breed. ‘Ik heb er wel vertrouwen in dat jij mij gaat spelen.’

Er was namelijk wel een probleempje bij Rashif El Kaoui, de acteur uit die andere voorstelling, vertrouwt hij Azaay samenzweerderig toe.

Azaay: ‘Ja?’

El Bachiri: ‘Hij had heel veel haar!’

Meteen trekt Azaay zijn muts af en toont zijn kale kruin. ‘Wat!? Had hij het niet eens afgeschoren?’

El Bachiri, verontwaardigd: ‘En hij kon heel goed dansen, terwijl ik helemaal niet goed kan dansen. Ga jij ook dansen in de voorstelling?’

Azaay: ‘Daar kan ik helaas geen uitspraken over doen.’

Beeld Siska Vandecasteele

Fragment uit Een jihad van liefde

Wat is dit boek?

Een gedicht.

Een eerbetoon, een ode aan Loubna.

Een antwoord aan de menselijkheid, niet aan de waanzin.

De uitdrukking van pijn, maar ook van veerkracht – door liefde. 

[...]

Ik hoop dat het iedereen deugd mag doen.

Mijn wens is alle harten te troosten.

El Bachiri lacht. ‘Maar serieus: ik heb jullie script gelezen en dat vond ik erg goed. Het is alsof de schrijver (Sarah Ringoet, red.) mij stiekem heeft gestalkt. Ze beschrijft scènes uit mijn leven die ik herken, gedachten die ik heb gehad, die helemaal niet letterlijk in het boek staan. Alsof ze tussen de regels door veel meer van mij heeft begrepen.’

Azaay: ‘Dat is zo mooi aan Een jihad van liefde, dat iedereen zich erin kan herkennen: man, vrouw, Belg, Nederlander, Marokkaan of Chinees, moslim of atheïst, we kennen de liefde die hij beschrijft, en het verdriet om het verlies. We kunnen meevoelen met zijn lijden. Dat gaat voorbij die beperkende hokjes waarin we vaak denken, van: o, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek, daar heb ik niks mee gemeen. Wel dus.’

El Bachiri knikt. ‘Wij worden vaak gereduceerd tot de oppervlakkige kenmerken van onze identiteit en dat heeft in ons geval ook nog een negatieve connotatie. Maar we zijn meer dan waar we vandaan komen, meer dan ons geloof, dan onze nationaliteit. We zijn allemaal mens.’

Het wordt hem vaker gevraagd, en dan antwoordt hij stoïcijns: ja, dat geldt óók voor de man die zijn grote liefde heeft vermoord. Onder het kopje ‘Over de aanslagen’ wijdt hij één zin aan de dader: ‘Hij laat me koud, die kerel.’

El Bachiri wil niet haten en geen woede of wraak prediken, zegt hij. Hij is humanist en pacifist. In Een jihad van liefde haalt hij even gemakkelijk islamitische schriftgeleerden aan als denkers als Epicurus, Sun Tzu, Khalil Gibran en Boeddha, om zijn boodschap kracht bij te zetten.

Azaay wil weten hoe het kan dat El Bachiri, die nooit zijn school afmaakte en werkte als metrobestuurder (sinds de aanslagen doet hij dat niet meer), aan zijn filosofische kennis komt. ‘Deed je er een studie naast?’

El Bachiri antwoordt dat hij gewoon altijd heel nieuwsgierig was. ‘Als ik op de metro reed, luisterde ik naar podcasts over filosofen als Aristoteles, Socrates en Voltaire. Of over interessante historische figuren, zoals Casanova.’ Hij las ook veel tijdens zijn pauzes, zegt hij. ‘Ik ben geïnteresseerd in geschiedenis en historische figuren, in oude dichters en denkers: onze samenleving en ons gedachtegoed zijn het resultaat van hun werk.’ Plechtig: ‘Om religieuze teksten te kunnen begrijpen is kennis van filosofie, geschiedenis en logica bovendien onontbeerlijk.’

Maar tegelijk, lacht hij, houdt hij niet zo van dikke boeken.

‘Vandaar!’, roept Azaay, terwijl hij wappert met El Bachiri’s kleine, dunne boekje.

Hij houdt van citaten, van mooie, krachtige formuleringen, zegt El Bachiri. ‘Eén zin van Confucius, Aristoteles of Boeddha kan je je hele leven bijblijven. Eén goeie zin kan door mijn hoofd blijven spoken en steeds weer tot een nieuw inzicht leiden.’

Azaay, begeesterd: ‘Ja! Ik heb dat met Shakespeares to be or not to be. Zijn of niet-zijn – daar kun je toch je hele leven over nadenken?’

Beeld Siska Vandecasteele

Hij is even stil. En vraagt dan: ‘Helpt het jou ook bij je rouwproces? Biedt het troost?’

El Bachiri: ‘Ja, ik denk dat het me helpt om mijn... eh, tragedie... filosofisch te benaderen. Te blijven denken en lezen en schrijven houdt me op de been. En zo kan ik er op de een of andere manier toch betekenis aan geven. Sinds het boek is verschenen heb ik zulke interessante ontmoetingen, gesprekken en discussies. Die voeden mijn geest, ik word er een rijker mens van.’

De reacties die de diepste indruk maakten – naast die van de paus en van de koning van Marokko natuurlijk, o, en die van acteur Will Smith – waren die van jonge ex-jihadisten. ‘Ik kreeg een brief van een jongen uit Oostenrijk, een Syriëganger, die eenmaal terug in Oostenrijk mijn boek had gelezen. Hij wilde me laten weten dat hij spijt had.’

Ook voerde El Bachiri een lang gesprek met een jong meisje uit Molenbeek dat had gejuicht op de dag van de aanslagen. ‘We zijn samen thee gaan drinken, zij moest huilen en heeft haar excuses aangeboden.’

Azaay: ‘Maar voel jij dan nooit woede? Zij vierde de aanslag waarbij jouw vrouw is omgekomen.’

El Bachiri schudt zijn hoofd. ‘Het grootste gevaar is dat we elkaar gaan ontmenselijken. Toen ik dat meisje en ik elkaar ontmoetten, kon zij zien wie ik was: een weduwnaar, een vader van drie kinderen. En ik probeerde me ook in haar te verplaatsen, dit kwetsbare kind uit een moeilijk gezin dat een nieuw thuis had gevonden bij fundamentalisten. Ik probeer de ander altijd als mens te blijven zien en ook steeds een appèl te doen op de medemenselijkheid van die ander. En het bijzondere is: veel mensen zijn bereid te luisteren.’

Dat is, op een wrange manier, de positieve kant van het drama, zegt hij. ‘Dit begon allemaal met de dood van mijn vrouw, en het verdriet daarom wordt niet minder. Maar mensen van over de hele wereld herkennen mijn verhaal, en voelen zich aangesproken en geroerd. Zo kan ik me troosten met het feit dat het overlijden van Loubna toch iets heeft betekend.’

Azaay legt een hand op zijn arm. ‘Dat moet heel bijzonder zijn, dat je dit allemaal kunt bereiken met alleen maar jouw gedachten en je taal.’

El Bachiri: ‘Het verbaast me soms dat zulke simpele woorden zo krachtig kunnen zijn.’

Jihad van liefde, door George en Eran Producties in samenwerking met De Meervaart, Senf Theaterproducties en het Amsterdams Andalusisch Orkest. Première 1/3, tournee t/m 4/5.

Een Jihad van liefde en De odyssee van Mohamed van Mohamed El Bachiri zijn verschenen bij De Bezige Bij. 

Loubna Lafquiri

Loubna Lafquiri (1981) overleed op 22 maart 2016 bij de bomaanslag op het Brusselse metrostation Maalbeek. Lafquiri gaf turnles op een islamitische basisschool in Schaarbeek. Ze was getrouwd met Mohamed El Bachiri en ze hadden samen drie kinderen. Vorig jaar werd er een plein op de hoek van de Edmond Machtenslaan en de De Rooverelaan in Sint-Jans-Molenbeek naar haar vernoemd. Ze kreeg er ook een monument. Naast haar beeltenis staat op de gedenksteen een gedicht gegraveerd, geschreven door El Bachiri, afkomstig uit Een jihad van liefde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden