'Ik kan het niet uitdrukken in het Engels' BRIEVEN VAN SIMONE DE BEAUVOIR AAN HAAR AMERIKAANSE MINNAAR

DE GESCHIEDENIS dreigt een wrange grap uit te halen met Simone de Beauvoir. Uitgerekend de feministische schrijfster die pleitte voor een grotere zelfstandigheid van De tweede sekse, zoals haar belangrijkste boek heet, gaat de geschiedenis in als 'de vrouw van'....

YRA VAN DIJK

Zij voedde die biografische honger van het publiek zelf met haar memoires in dikke delen. Postuum verschenen bovendien twee even stevige delen Brieven aan Sartre in 1991. En inmiddels heeft het biografisch gegraaf alweer nieuwe vruchten opgeleverd, in de vorm van de brieven die De Beauvoir schreef aan haar Amerikaanse minnaar Nelson Algren: Een transatlantische liefde.

Simone de Beauvoir had dus een ander. Sartre was weliswaar haar eerste en grote liefde, maar het schrijverspaar paste zijn vrijheidsideaal ook in de liefde toe. Bovendien was het 'seksueel niet zo'n succes' tussen hen, Sartre was volgens De Beauvoir 'in alles een warme, energieke man, behalve in bed'. Zodat niets De Beauvoir in de weg stond om tijdens een reis door Amerika haar hart te verliezen aan de schrijver Nelson Algren.

Ze waarschuwt de Amerikaan vanaf het begin dat hij niet moet verwachten dat ze ooit bij Sartre weg zal gaan. Haar plaats is bij hem in Frankrijk en dat zal niet veranderen: 'Als ik mijn leven met Sartre opgaf, zou ik een ellendeling zijn, een verraadster en een egoïst.' Dus vliegt ze één keer per jaar in een krakkemikkig vliegtuigje naar haar Amerikaanse geliefde, om na een paar maanden weer naar Sartre terug te keren. De rest van het jaar nemen de minnaars hun toevlucht tot de pen.

Gezien de enorme omvang van hun correspondentie is het een geluk bij een ongeluk dat de brieven die Algren aan De Beauvoir schreef, niet mochten worden uitgegeven. Dan zou de hoeveelheid leesmateriaal niet meer te overzien zijn. En ook zonder Algrens brieven krijgen we een uitstekende indruk van de verhouding die in 1947 begon en drie jaar duurde.

'Mijn lieve krododil', zo begint De Beauvoir haar brieven; ze ondertekent met 'Je kikkertje'. Tussen aanhef en afsluiting is veel sprake van liefde en gemis, verlangen naar post en plannen voor toekomstige ontmoetingen: 'Nelson, mijn man, ik ben van jou met lijf en hart en ziel. Wacht nog even op me.'

Ondanks de talrijke verliefde uitspraken spettert de passie niet van de pagina's. De 'hartstocht' waar de achterflap van spreekt, lijkt eerder op een weloverwogen besluit van een rationele vrouw. Jaren later zal De Beauvoir bijvoorbeeld in haar memoires schrijven dat het haar wel goed uitkwam dat Algren op een ander continent thuishoorde: 'Ik had behoefte aan afstand om mijn hart te kunnen binden', legt ze uit in La force des choses, 'omdat er geen sprake van was dat ik met iemand anders een verhouding zoals die met Sartre zou hebben.' Het is juist die afstand die Algren er in 1950 toe bewoog een einde te maken aan de romance. Hij verlangde naar een meer tastbare vrouw op wie hij niet tien maanden per jaar hoefde te zitten wachten.

Wat plaatsvond tussen de geliefden, kunnen we nalezen in de brieven die Simone in die periode vanuit Amerika aan Sartre schrijft: 'Hij zei me tamelijk kortaf dat hij van niemand anders hield, maar dat er iets was afgestorven.' De Beauvoir is er naar eigen zeggen 'tamelijk van ondersteboven', maar ziet desondanks geen reden meteen naar Frankrijk terug te keren. 'Ik kan hem moeilijk zeggen: 'Omdat je niet meer echt van me houdt, ga ik weg.' '

Pas aan het einde van de zomer gaat De Beauvoir weer naar Frankrijk. Met Algren ging het daarna alleen nog bergafwaarts. Hij hertrouwde zijn ex-vrouw, maar verliet haar al snel voor de tweede keer; als verwoed gokker raakte hij steeds dieper in de schulden en verpatste voorschotten voor boeken die hij nooit zou schrijven. Hij bleef met De Beauvoir corresponderen totdat hij in 1964 het contact verbrak uit woede over haar memoires, die hij te weinig discreet vond. Toen Algren in 1981 stierf, was er niemand om hem te begraven, zoals de bezorgster van de brieven met het nodige gevoel voor drama vermeldt.

De Beauvoir zelf pikt moeiteloos haar Parijse leventje weer op en heeft al snel een nieuwe minnaar. Haar brieven aan Algren veranderen nauwelijks van toon. Het gaat vaak over alledaagse beslommeringen met uitgevers, vertalingen en geld, maar gelukkig ook over het wel en wee van de Parijse kunstenaarswereld.

De intellectuele kringen waarin Sartre en zij zich bewogen, vormen een onuitputtelijke bron van verhalen over 'party's', etentjes, nachtclubs, premières, vetes en romances. Alsof De Beauvoir zich al bewust is van de legendarische status die deze Parijse periode zou verwerven, vertelt ze smeuïge verhalen over beroemde vrienden als Giacometti, Koestler, Camus, Merleau-Ponty, Genet of Gide.

Onvoorstelbaar rijk materiaal voor een boek, zou men zeggen: een tragische onmogelijke liefde, de wereldberoemde vriendenkring, avontuurlijke reizen, en dit alles tegen het dreigende politieke decor van de Koude Oorlog. Het is verbazingwekkend hoe saai Een transatlantische liefde desondanks gebleven is.

Dat heeft te maken met De Beauvoir zelf, die te veel aan de oppervlakte blijft. Er gebeurt niets met haar, er wringt niets, ze twijfelt nooit aan zichzelf of aan haar beslissingen. De ingrediënten die nodig zijn om een egodocument als dit een meerwaarde te geven, ontbreken. Er is geen conflict, geen zelfonderzoek, geen ontwikkeling. Af en toe rolt een traan omdat ze haar geliefde mist, maar De Beauvoir blijft zo beheerst dat de lezer opgelucht is haar in ieder geval te kunnen 'betrappen' op een drankprobleem. Zo schrijft ze vanuit Zweden trots dat ze niet meer drinkt, om drie regels verder te spreken over 'een heerlijke lunch met veel vis en acquavit, de Zweedse jenever'. Maar de drankzucht blijft de enige oneffenheid op het vlakke beeld dat we van haar krijgen.

Daar komt nog bij dat De Beauvoir in deze brieven een voorspelbare waarneemster is. Ze beperkt zich tijdens haar reizen vaak tot het noemen van de meest stereotiepe kenmerken van het land. Vanuit Scandinavië schrijft ze over het noorderlicht, uit Nederland over de musea vol Rembrandts en vanuit IJsland over de geisers: 'alle verwarmingssystemen worden gevoed door het natuurlijke warme water dat in de vorm van machtige geisers en kokende rivieren uit de vulkanische bodem komt.'

Die reisgidstoon heeft nog een andere oorzaak: de taalbarrière. De Beauvoir werd gehinderd door de vreemde taal waarin ze haar brieven moest schrijven: 'Ik kan het niet uitdrukken in het Engels.' Zelf meent ze dat het wel goed voor haar is, omdat ze in het Engels niet in de verleiding komt om 'literair' te schrijven.

Zo'n gebrek aan literairheid mag dan gunstig zijn voor Algren, dat geldt niet voor de lezer. De eenvoud van De Beauvoirs taalgebruik houdt in dat alle steden 'prachtig' zijn, boeken 'interessant' en de mensen 'aardig'. De schrijfster is volledig van dat euvel doordrongen: 'Als mijn Frans net zo slecht was als mijn Engels, zou ik een armzalige auteur zijn.'

Voor dat taalprobleem heeft de bezorgster van Een transatlantische liefde een merkwaardige oplossing gevonden. In een nogal pathetisch voorwoord legt deze Sylvie Le Bon de Beauvoir uit dat de correspondentie niet alleen door haar naar het Frans is vertaald, maar zelfs is aangepast 'om zoveel mogelijk de spreektrant, het woordgebruik, de zinswendingen en zelfs de hebbelijkheden van Simone de Beauvoir weer te geven'.

Het resultaat is een janboel, waarbij het onduidelijk is wat De Beauvoir indertijd zelf precies heeft opgeschreven. Deze kluwen is helaas in de Nederlandse vertaling niet geheel ontward, hoewel de vertaalster naar eigen zeggen wel dichter bij de oorspronkelijke Engelse versie is gebleven. Zij heeft het eufemistisch over de 'eenvoud' van De Beauvoirs' Engels en een 'zekere kernachtigheid'.

Helaas houdt die eenvoud ook in dat er geen complexe bespiegelingen of genuanceerde beschrijvingen te vinden zijn in Een transatlantische liefde. Maar daarvoor kunnen we terecht bij de echte boeken van De Beauvoir.

Yra van Dijk

Simone de Beauvoir: Een transatlantische liefde - Brieven aan Nelson Algren, 1947-1964.

Vertaald uit het Frans door Marije Gossije.

De Geus; 620 pagina's; * 69,90.

ISBN 90 5226 631 X.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden