Interview

'Ik kan geen fascinerender personage bedenken dan Connie Palmen'

Waar liggen de grenzen van fictie? Kun je je idool Connie Palmen als fictief figuur opvoeren in een roman waarin je je obsessie ontleedt? Met die vragen worstelde Eva Posthuma de Boer.

null Beeld Jolijn Snijders
Beeld Jolijn Snijders

De vierde roman van Eva Posthuma de Boer (43) gaat over bewondering en obsessie. Boven alles is Ica een boek van een schrijfster die een boek schrijft over een schrijfster die een boek schrijft over een schrijfster.

Posthuma de Boer zat drie jaar geleden in haar vakantiehuis in Frankrijk te werken aan haar roman De Comedy Club toen ze opeens het idee voor Ica kreeg. 'Ik dacht letterlijk: ik kan geen fascinerender personage bedenken dan Connie Palmen.'

Dat is exact de gedachte van Nadine Sprenger, de jonge schrijfster die besluit een romanfiguur op te hangen aan de door haar zo bewonderde Ica Metz. Het is geen opgave om Connie Palmen te ontwaren in Ica Metz, een kleine, magere, doorrookte diva met piekerig haar, groot verdriet om twee overleden mannen, weinig honger en veel drankdorst.

CV

Eva Posthuma de Boer (1971) werkte als theaterproducent voor het Amsterdamse comedycafé Toomler en Comedytrain. Haar debuutroman Eindeloze dagen verscheen in 2007, gevolgd door Lichthart (2009), De Comedy Club (2012) en Ica (2015). Voor Het Parool schrijft Posthuma de Boer een culinaire column in zaterdagbijlage PS. Ze woont in Amsterdam, is getrouwd met acteur Frank Lammers en moeder van een zoon en een dochter.

Het motto van Ica komt uit Palmens debuutroman De wetten: 'Tussen de waarheid en het schrijven botert het niet.' Uit de lijst met geraadpleegde literatuur achterin blijkt dat het oeuvre van Connie Palmen uitvoerig is bestudeerd.

De inzet was een dubbelinterview, een gesprek tussen twee schrijfsters over net echte fictiepersonages. Maar Palmen - zelf in de afrondende fase van een boek dat later dit jaar verschijnt - liet weten voorlopig niet toe te komen aan de roman van Posthuma De Boer.

Hoe had je dat gevonden, met Connie Palmen aan deze keukentafel?

'Nou ja, van mij hoefde dat dubbelinterview niet zo. Ik vraag me ook af wat Connie had kunnen zeggen. Misschien vindt ze mijn boek wel slecht. Dat is dan vervelend, want wat moet ze zeggen? Het maakt haar niet sympathiek als ze het slecht vindt.

'Ik wil dit boek op eigen houtje de wereld in brengen. Ik heb haar al gebruikt. Ik wil niet ook nog proberen haar in te zetten voor de promotie van mijn boek.'

Was je bang voor dat verwijt?

'Je gaat geen boek schrijven over Connie Palmen omdat je dan lekker veel aandacht krijgt. En als het een slecht boek was geweest dan had jij hier nu niet gezeten. Dus ik heb iets goeds gedaan. Denk ik.

'Dat laat niet onverlet dat ik wel even een teleurstelling voelde toen ze liet weten dat ze voorlopig niet aan het lezen van Ica ging toekomen, omdat ik drie jaar lang haar ogen over mijn schouders heb gevoeld. Ik heb me zó vaak afgevraagd: wat gaat zij hier van vinden? Maar zij hoeft niks te doen. Ik doe haar dit al aan.'

Zie je dat zo?

'Een beetje wel. Het lijkt mij nogal wat. Ik heb deze roman geschreven uit bewondering voor Connie Palmen, maar het is hier en daar wel scherp.'

Wat bewonder je zo aan haar?

'Een van de redenen waarom ik dit boek graag wilde schrijven is dat ik me altijd kwaad heb gemaakt over de kritiek die Connie Palmen krijgt op het genre dat zij autobiofictie noemt. Men vindt het geen fictie omdat de personages gebaseerd zijn op mensen die echt hebben bestaan.

'Dat heb ik nooit begrepen. Ik vind haar boeken prachtig: de thematiek, de sfeer. Ze raken me, ik ga mee in een wereld die zij op schrift heeft gesteld. Wie bepaalt eigenlijk wat de grenzen van fictie zijn? Dat wilde ik onderzoeken in een roman, met haar als protagonist.

'Het schrijven was in zekere zin ook een zoektocht naar de herkomst van mijn bewondering. Ik vind Connie Palmen zó ongelooflijk slim en geestig. Alles wat zij zegt, vind ik boeiend. Dat heb ik niet zo vaak. Ze blijft gewoon een fascinerend vrouwtje. Ik heb godverdomme drie jaar op haar zitten studeren en nóg kan ik haar niet doorgronden.'

Wanneer heb je Connie Palmen verteld over Ica?

'Afgelopen oktober pas. Tot die tijd wist bijna niemand dat ik dit boek schreef. Ik dacht: ik ken haar te goed, het zou lullig zijn als ze het via via te weten komt. Ik wilde het haar dus per se zelf vertellen, maar wanneer? Eerst maar eens zien dat ik het voor elkaar krijg om dat boek te schrijven, dacht ik.

'Toen de brochure van de uitgever zou worden gemaakt, liet mijn redacteur weten dat het handig zou zijn als ik het bekend ging maken. Ik heb Connie een mailtje gestuurd. We waren elkaar al eens tegenkomen op Film By The Sea in Vlissingen. Ik vroeg haar of ze daar nu ook weer zou zijn, en schreef dat er iets was dat ik haar wilde voorleggen.

'Ik kreeg een hilarisch antwoord terug: mijn lieve Evapopje, mijn hart is vervuld bij de gedachte je weer te zien. Je mag me alles vragen, waar en wanneer je maar wilt. Maar mijn antwoord, mijn lieve schat, luidt hoogstwaarschijnlijk nee.'

null Beeld Jolijn Snijders
Beeld Jolijn Snijders

Wilde je haar goedkeuring?

'Nee. Maar ik vond het wel dodelijk spannend om het haar te vertellen. Vlak voor ik het idee voor Ica kreeg had ik haar ergens gezien. Bij het afscheid heb ik iets gezegd als: laten we elkaar gauw weer zien, dan gaan we naar de kroeg. Als ik dit boek niet was gaan schrijven, was ik misschien al tien keer dronken met haar geworden. Tenminste, als het aan mij ligt. Wij hebben écht iets met elkaar. Door het boek werd het ingewikkeld. Want bij elke ontmoeting die nog volgde - en dat waren er nog een paar - moest ik mijn mond houden.'

Hoe reageerde ze?

'Het eerste dat ze zei was: ja, daar kon ik natuurlijk op wachten, dat me dat zou overkomen. Ze zei ook: je hebt lef, en dat moet je hebben als schrijver. En: it better be good.'

Wat Ischa Meijer voor Connie Palmen was, is Ica voor Nadine. De bewondering grenst aan obsessie.

'Nadine heeft allerlei verwachtingen van Ica die ik zelf nooit van Connie Palmen heb gehad. Zij gaat ver in haar pogingen om contact te maken. Ik heb me die dingen alleen maar in mijn hoofd gehaald voor dit boek.

'Tijdens het schrijven heb ik geregeld totaal absurd gevonden wat ik aan het doen was. Lichtelijk ziekelijk om je zó in iemand te verdiepen. Maar om Ica te schrijven moest ik die vrouw bij me hebben.

'Het duurde even voordat Connie Palmen Ica werd. In het begin noemde ik haar consequent C.P. Tot ik na verloop van tijd ontdekte dat die hele C.P. nog geen woord had gezegd. Ik ben hier een zwijgend personage aan het neerzetten, dacht ik, hoe komt dat?'

Hoe kwam dat?

'Omdat het Connie Palmen was! Ik kon haar geen woorden in de mond leggen. Pas toen ze Ica werd, durfde ik dat, al bleef het raar. Misschien vindt Connie dit wel helemaal achterlijk, dacht ik vaak. Zo van: dit zou ik nóóit op deze manier zeggen.

'Ik durfde tot die tijd ook niet zo goed aan de beroemde mannen te komen. Dat vond ik ingewikkeld en ook privé. Het ging mij er niet om dat het Hans van Mierlo en Ischa Meijer waren, het ging erom dat zij haar liefdes verloren heeft.

'Door haar oeuvre kun je veel over het leven van Connie Palmen weten. Maar sommige dingen die ik over haar weet, staan niet in haar boeken. Daarmee ben ik voorzichtig geweest. Ik heb voor Ica dingen gebruikt die ik met Connie heb meegemaakt, maar sommige feiten heb ik bewust weggelaten.'

Connie Palmen over het verschijnen van Ica

'Ik zal vooralsnog geen tijd hebben om Eva Posthuma de Boers boek te lezen, maar ik vind het volstrekt legitiem dat ze een romanpersonage op mij baseert. Ik ken haar alleen uit de wandelgangen, het personage zal gebaseerd moeten zijn op mijn publieke persona en mijn werk. Ik neem aan dat ze, zoals het een goede schrijver betaamt, vooral in haar eigen ziel roert.'

Nadine is bang dat haar roman niet Ica-waardig zal zijn. Jij voelde de ogen van Connie Palmen over je schouders. Hoe belangrijk is haar oordeel?

'Misschien had ik die inbeelding wel nodig tijdens het schrijven. Er staan veel knipogen naar haar werk in Ica. Mensen die het werk van Connie goed kennen, halen er wellicht wat uit, maar Connie ziet alles. Ik zou het leuk vinden om op een dag te horen wat ze ervan vindt, maar ik lig er echt niet wakker van. Het is een leuke gimmick dat Ica voortkomt uit de bestaande persoon Connie Palmen, maar Ica is nu Ica. En dat personage vind ik zelf tamelijk goed gelukt.'

Fictie is een optelsom van tijd en werkelijkheid. Was dat nou een tekst van jou of Connie Palmen?

'Van mezelf. Toch? Ja. Mijn doel met Ica was onderzoeken wat fictie is, hoe ver ik met fictie zou kunnen gaan in dit boek. Ik hoop dat ik laat zien dat fictie grenzeloos is. Over het feit dat Connie Palmen zo vaak arrogantie wordt verweten in hoe ze reageert op kritiek denk ik: moet ze zich gaan verdedigen dan? Moet ze het gaan uitleggen? Nee. Zo probeer ik nu ook te denken. Ik vind dit een geslaagd boek. Hak mijn hoofd er maar af, ik zet het er zelf wel weer op.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden