InterviewBruno Vanden Broecke

‘Ik kan de emoties van het publiek gidsen door mijn antennekes uit te steken’

In België kent iedereen Bruno Vanden Broecke, een van de grootste Vlaamse acteurs van het moment. Ook Nederland kan niet meer om hem heen: met maar liefst drie voorstellingen staat hij hier binnenkort in het theater. Een acteur die niet lijkt te acteren? ‘Dat vind ik het mooiste compliment.’

Herien Wensink
Bruno Vanden Broecke: acteur die niet lijkt te acteren Beeld Eva Roefs
Bruno Vanden Broecke: acteur die niet lijkt te acterenBeeld Eva Roefs

‘Nee’, zegt Bruno Vanden Broecke gespeeld streng via het Zoomscherm, ‘ik geloof niet in livestreams.’ De gelauwerde Vlaamse acteur die vorige week in Internationaal Theater Amsterdam drie van zijn voorstellingen zou spelen, is resoluut. Ook al zijn het sobere, kleinschalige voorstellingen die goed zouden kunnen worden gestreamd, daar heeft Vanden Broecke niet voor gekozen. ‘Daarmee onttrek je de ziel aan het stuk. Theater is tweerichtingsverkeer; ik kan de aandacht en emoties van het publiek gidsen door mijn antennekes uit te steken. De voldoening die ik daaruit krijg is met niets te vergelijken. Wat dat betreft ben ik echt een livebeest.’

Na de heropening van de theaters is het nu dus wachten op nieuwe Amsterdamse speeldata voor zijn solo’s Missie (2007), Para (2016), en zijn nieuwste voorstelling Jonathan (2020), samen met Valentijn Dhaenens. Die konden door de Nederlandse lockdown hier niet doorgaan, terwijl Jonathan, een tragikomische krachtmeting tussen een mens en een zorgrobot, in België gewoon gespeeld werd. Hij grijnst: ‘Dat hadden jullie Nederlanders wel door, geloof ik. We zagen opvallend veel gele nummerborden hier.’

Bruno Vanden Broecke (47) is in eigen land een beroemdheid. Hij werd mateloos populair als de stumperige kantoorklerk Sammy Tanghe in de tv-serie Het Eiland (2004-2005) en was vast gezicht van het bekroonde komische sketchprogramma Wat als (2011-2016). Daarnaast was hij te zien in films als Any Way the Wind Blows, Loft en Trio.

Hier is hij bekend in kleinere kring: theaterliefhebbers ontdekten hem dankzij de weergaloze monoloog Missie, een tekst van David Van Reybrouck over een witte pater in Congo. Die geraffineerde, onopgesmukte solo, waarin pater André een lezing geeft en Vanden Broecke dus nauwelijks van zijn katheder wijkt, werd hier geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival. De Volkskrant noemde Missie ‘een noodzakelijke avond van bezinning, verwondering en ontroering’. Vanden Broecke speelt deze dierbare voorstelling in regie van Raven Ruëll intussen 15 jaar, in vijf talen, door heel Europa.

‘Ik heb het stuk onlangs voor de 250ste keer gespeeld, en ik blijf ervan genieten. Het troost mij om het te spelen. Het is met me is meegegroeid met de jaren, en rijker geworden, zoals gebeurt met goede wijn. Missie spelen is nog elke keer een geschenk.’

Buikspreekpoppenspeler

Ook de iets grimmiger opvolger Para werd hier juichend onthaald. Van dezelfde makers en met dezelfde eenvoudige opzet van een lezing, alleen nu eentje van Nico Staelens, voormalig paracommando in Somalië. Ook deze voorstelling werd geselecteerd voor het theaterfestival, en Vanden Broecke werd bovendien genomineerd voor de belangrijkste Nederlandse toneelprijs Louis d’Or, die hij won.

Zijn ongemakkelijke rol als buikspreekpoppenspeler Gerard in de film Billy van Theo Maassen leverde hem in 2018 een Gouden Kalf-nominatie op. Door kenners wordt hij wel eens vergeleken met Pierre Bokma. Vanden Broecke knippert met zijn ogen. Verbaasd: ‘Maar dat is een grapje toch zeker?’

Net als bij Bokma worden vaak zijn vlekkeloze taalgevoel en tekstbehandeling geprezen. Een gimmick van zijn personage Sammy Tanghe in Het Eiland was bijvoorbeeld dat die zinnen achterstevoren uitsprak.

Waar komt zo’n idee voor een personage vandaan?

‘O, dat stamt nog van de middelbare school; toen praatte ik achterstevoren met een vriend. We hadden ons getraind om zinnen tot zeven woorden om te kunnen draaien. Zo konden we samen omgekeerd Nederlands spreken.’ Pauze. Dan, vloeiend: ‘Nekerps sdnalredeN dreekegmo nemas ew nednok oz. God, je bent 16 en je moet iets hè? Ik speelde al gitaar.’

Na de middelbare school op het jongenscollege in Sint-Niklaas koos hij aanvankelijk voor een studie Grieks en Latijn in Leuven. ‘Ik wilde leerkracht worden, maar het pakte toch anders uit.’

Hoe kwam dat?

‘In het zesde middelbaar speelde ik bij het schooltoneel in Tijl Uilenspiegel, en merkte dat mensen om me moesten lachen. Dat is best verslavend voor een 17-jarige. Nog altijd, trouwens.’

Bruno Vanden Broecke: 'Ik mag de kelder niet uit voor ik mijn tekst ken' Beeld Eva Roefs
Bruno Vanden Broecke: 'Ik mag de kelder niet uit voor ik mijn tekst ken'Beeld Eva Roefs

Na zijn studie in Leuven deed hij daarom alsnog auditie bij de toneelopleiding in Antwerpen van de fameuze theaterdocent Dora van der Groen, en werd aangenomen. Hij speelde onder meer bij Compagnie De Koe, theatercollectief SKaGeN en, sinds 2002, vast bij de Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel.

Maken dat taalgevoel en de achtergrond in klassieke talen je een betere acteur?

Aarzelend: ‘Dat weet ik niet. Het helpt wel bij de voorbereiding: ik leer mijn tekst vrij gemakkelijk. Dat doe ik in de eerste plaats op klank, ritme en melodie; ik markeer in een script bijvoorbeeld alle ie-klanken met een bepaalde kleur, papier-vertier-hier, alles groen. Mijn scripts zijn vaak een explosie van zes, zeven verschillende kleuren. Maar ik moet mezelf ook gewoon dwingen om te stampen. Na drie koffie moet ik drie bladzijden hebben geleerd. Of: ik mag de kelder niet uit voor ik mijn tekst ken. Zo heb ik de Duitse tekst van Missie geleerd.’

Je speelde Missie ook in het Italiaans.

‘Toen hielp het wel dat ik Latijn heb gestudeerd, ja, dat ging vrij vlot.’ Hij grinnikt. ‘Maar improviseren? Nee. In Missie vraagt pater André op zeker moment ‘Zijn er nog vragen?’ ‘Ci sono domande?’ Nooit, nooit, in al die voorstellingen, komt daar een reactie op. En uitgerekend nu roept iemand meteen: ‘Si!’ Daar heb ik me een beetje halfslachtig uit gered.’

Naast zijn moeiteloze tekstbehandeling onderscheidt Vanden Broecke zich als acteur door zijn vermogen in een personage te verdwijnen; de toeschouwer vergeet dat hij naar een acteur zit te kijken. De imposante Vanden Broecke, met zijn uitgesproken mimiek, speelt klein, precies en subtiel. De Nederlandse toneeljury die hem met de Louis d’Or bekroonde, noemde hem ‘een acteur die niet lijkt te acteren.’

VandenBroecke: ‘Dat vind ik het mooiste compliment dat je kunt krijgen als speler. Ik hou van documentair theater – dat je meteen aanneemt dat daar een pater staat die een saaie lezing geeft. Dat is het tegenovergestelde van virtuoos theater, van: kijk eens hoe knap ik dit hier sta te spelen! Ik wil juist helemaal niet laten zien dat ik sta te spelen, het moet lijken alsof het vanzelf komt.’

Is dat moeilijk?

‘Ja, daar moet ik veel moeite voor doen. Bij het spelen heb ik twee gouden stelregels. Eén: niet te veel tonen. Twee: nooit je publiek onderschatten. Dat zijn mijn twee oevers en mijn spel is de rivier, die stroomt daar tussen. Die regels maken soms dat we kort voor de première nog een groot deel van de tekst schrappen. Als je een scène hebt van vijf zinnen, en je vindt de perfecte ingang voor één zin, maakt dat de andere vier overbodig. Als je dat ene zinneke juist zegt, hebt ge alles al verteld.

‘In de monoloog Socrates, die ik in 2015 speelde, zegt Socrates: ‘Weet u, het is wonderlijk: de beeldhouwkunst is de kunst van het weghalen.’ Dat vind ik zo schoon. Het beeld is er al, je moet alleen het overtollige steen verwijderen. Zo beschouw ik mijn vak ook. Hoe meer je eraf hakt, hoe helderder de vorm. Daarna ga je steeds verder verfijnen. En op het einde kun je polijsten; dat gebeurt tijdens het spelen, meestal pas na de première.’

Worstelende man

Als er één personage is waar Vanden Broecke steevast in uitblinkt, dan is dat de feilbare, worstelende, onvolmaakte man. De stuntelende Sammy, gedesillusioneerde André, gefrustreerde Gerard – allemaal belichamen ze meesterlijk het menselijk tekort. ‘Ik probeer met mijn personages niet zozeer sympathie als wel herkenning op te roepen. Menselijkheid vormgeven, dat wil ik. En dat je die dan samen in een zaal beleeft en deelt.’

De laatste anderhalf jaar krijgen zijn al te menselijke personages plots gezelschap van kunstmatige intelligentie. In de film (R)evolutie van Toneelgroep Maastricht speelt hij de geïmplodeerde arts Stefan, die lijdt onder het feit dat zijn seksleven met partner Ricky volledig virtueel is geworden. Zijn assertieve huisrobot Alecto (Angela Schijf) regelt alvast een echtscheidingsadvocaat.

In het samen met Valentijn Dhaenens geschreven en gespeelde Jonathan wordt zijn personage Herman in de zorg voor zijn aftakelende moeder voorbijgestreefd door de competitieve zorgrobot Jonathan.

Ontstond het idee voor Jonathan door de steeds snellere digitalisering en technologisering sinds de pandemie?

‘Ja en nee. Ik had het idee om een voorstelling te maken over kunstmatige intelligentie al langer, sinds een gesprek met een vader op het schoolplein, tech-ondernemer en futuroloog Jonathan Berte – het stuk is naar hem vernoemd. Maar tijdens de eerste lockdown, toen we de mensonterende situatie in de verzorgingstehuizen zagen, ontstond het idee om het over een zorgrobot te laten gaan; een zelflerende humanoïde die een stervende oudere bijstaat als haar zoon haar niet mag bezoeken.’

Bruno Vanden Broecke: 'Natuurlijk kan een computer een toneelstuk schrijven' Beeld Eva Roefs
Bruno Vanden Broecke: 'Natuurlijk kan een computer een toneelstuk schrijven'Beeld Eva Roefs

Jonathan is vormgegeven als een herdenkingsdienst voor de moeder van Herman, waar ook zorgrobot Jonathan het woord krijgt, met alle ongemakkelijke verwikkelingen van dien. Er ontstaat een pijnlijk gesprek dat uiteindelijk een vermomde ode is aan de menselijkheid, hoe onvolkomen ook. Jonathan kent geen schaamte, geen geheimen, geen onzekerheid, geen spijt. Hij is nieuwsgierig naar de geur van vers gemaaid gras, en benijdt Herman om het abstracte concept ‘moederliefde’.

Zou een zorgrobot in een onderbemand verpleeghuis verschil kunnen maken?

‘Niet als alternatief voor menselijke aandacht en zorg, nee. Maar als het en-en is, zo’n robot het personeel kan ondersteunen en af en toe een praatje kan maken met een eenzame vrouw, ja, wie weet kan dat wel voor troost zorgen. Er zijn nu in isolatie zoveel mensen eenzaam gestorven.

‘Eén keer kwam er na afloop van onze voorstelling een vrouw naar me toe die me aansprak en zei: ‘38’. Ik vroeg: wat bedoelt u, mevrouw?’ En zij antwoordde: ‘38. Wij zijn er 38 verloren’. Zij werkte in een woonzorgcentrum met 63 bewoners, waarvan er 38 aan covid waren overleden.’

Het is droevige materie, maar jullie dienen die in Jonathan uiterst komisch op.

‘Ik vind het mooi om in een voorstelling licht en donker af te wisselen. Als mensen iets grappig en herkenbaar vinden, dan staan ze open, en kun je daarna toeslaan en ze raken. Humor is de poort naar verbondenheid.’

Zou een robot humor kunnen herkennen? Ironie?

‘Ik denk het wel. Gaandeweg zal zo’n programma wel kunnen leren wat wij grappig vinden. In Jonathan zit een scène waarin Herman grapjes maakt met het publiek en Jonathan dat ter plekke oppikt en gaat meedoen. Je ziet dat hij het systeem snapt van mopjes maken, en ook het masculiene opbieden ervan. Vervolgens imiteert hij dat perfect. Zo ontstaat een soort humor-battle tussen mens en robot.

‘Maar begrijpt hij het ook echt? We hebben veel gediscussieerd over dat soort filosofische vragen, waar we niet echt een antwoord op hebben. Bijvoorbeeld: zijn de gevoelens die kunstmatige intelligentie kunnen opwekken echt? Wat is typisch menselijk? En: hoe vervangbaar is de mens? Zelflerende algoritmen kunnen straks eigen content creëren. Ik las laatst al het eerste artikel geschreven door een computer.’

Kan een computer een toneelstuk schrijven?

‘Ja, natuurlijk!’

Een goed toneelstuk?

‘Dat weet ik niet. Een handicap is natuurlijk empathie, die heeft een robot niet. Zorghandelingen kun je hem wel leren, maar het is niet zo dat hij een zorgbehoefte voelt, of liefde of medelijden. Hij kan zich niet inleven, en dat is wel belangrijk in de kunst. In ons stuk zegt Jonathan: ‘De bereidheid om in een verzonnen realiteit te stappen, is uniek aan de mens. Jullie zijn in staat tot intense emotionele projectie’.

Een computer kan het ambacht leren beheersen, maar hij zal nooit de innerlijke noodzaak voelen om te creëren, toch?

‘Ja, dan kom je op interessante vragen. Wat is creativiteit, wat is inspiratie? Waar komt inspiratie vandaan? Waarom willen mensen verhalen vertellen, waarom willen ze die delen, hoe kan het dat dat troostend is? Tot nu toe lijkt dat voorbehouden aan de mens. Gelukkig.’

In de voorstelling Ouder Kind (2019) citeer je een deel van Dantes De goddelijke komedie. Die wilde je voor je veertigste helemaal uit je hoofd kennen, las ik.

‘Dat is dus niet gelukt. Ik heb het jaren volgehouden een paar keer in de week te studeren, maar ik ken maar zes van de 99 canti, zangen; bij elkaar zo’n anderhalf uur. Soms kriebelt het nog wel. Als iemand mij twee jaarlonen zou betalen om me op te kunnen sluiten en het te leren, zou ik het doen. Maar er zijn nog zoveel andere leuke dingen. Ik lees nu bijvoorbeeld de Finse ontstaansmythe, de Kalevala, die is prachtig. Het leven is te kort om alles te kunnen lezen en leren. Ik heb ook nog drie geweldige zonen en een prachtige vrouw.’

Misschien komt kunstmatige intelligentie daarbij ooit nog van pas.

‘Dat ik ga slapen en de volgende dag De goddelijke komedie uit mijn hoofd ken? Ja, daar teken ik voor.’

Jonathan speelt vanaf 30/1 in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, aansluitend tournee. Info: kvs.be. Nieuwe Nederlandse speeldata worden binnenkort bekend gemaakt. Zie: ita.nl

Regisseur Raven Ruëll, de man achter de schermen

Bruno Vanden Broecke mag als acteur het gezicht zijn van de succesvolle solo’s Missie en Para, achter de schermen is de samenwerking met regisseur Raven Ruëll van groot belang. Ruëll (1978) studeerde aan de regieopleiding RITS in Brussel. In 2002 maakte hij de voorstelling Het leven en de werken van Leopold II, die tien jaar lang werd opgevoerd in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg. Acteur en regisseur kennen elkaar twintig jaar, zijn goed bevriend en maakten samen tien voorstellingen, waarvan de laatste Ouder Kind (2019) is. Recent gaf Ruëll nog artistiek advies bij Jonathan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden