'Ik hou meer van het gajes'

Hij was het zwarte schaap van zijn Twentse textielfamilie, hij leefde op speed en coke. Na zijn eerste boek dreigde een tante met een proces....

Mijn jongste zoon Otto heeft afwijkende botgroei in het gezicht. Treacher Collins heet dat. Weinig jukbeen, ziet er dus anders uit. Dat is een groot nadeel in een wereld die gauw denkt dat je dan ook geestelijk niet volwaardig bent, maar hij is enorm bij de pinken. Toen ik mijn drie kinderen liet portretteren zei schilder Jeff Panhuyzen: "Otto? Dat is de Dalai Lama van je familie'. En dat is zo, hij is een held. Otto is erg grappig. Heeft op zijn vierde al ongelooflijk veel gevoel voor humor. Dat zal hij hard nodig hebben.'

Natuurlijk: straks gaan ze mee op karate, zijn drie boys. Karate is beheersing. Karate is harding. Karate verschaft je autonomie. Jaap Scholten (1963) voelt nog de stokslagen van karateleraar Alfred op zijn buik. Hoe meer je de spieren aanspande, des te minder de pijn. Geen krimp geven. Ben je gek. Dat was je eer te na. 'Toen mijn broer me moest slaan, hadden we net boerenkool gegeten. Ik zei: "Zachtjes, de boerenkool'. Hij sloeg extra hard.

'Twaalf was ik bij de tweede Molukse gijzeling in '77. Wij zaten op de Molukse karateschool in Hengelo. De karateleraar trainde ook een deel van de treinkapers, zo bleek. Hij werd meteen opgepakt en verhoord. Als kind heeft de kaping mede daardoor een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Bovendien had een leraar Nederlands een broer die als militair door zijn hoofd geschoten is, toen hij bij een eerdere kaping te Wijster in de deuropening van de trein stond. Op school hakte dat er diep in. Er leek haast tastbaar contact met die trein te zijn.'

Het scenario droeg hij lang met zich mee: als Star figh ters het einde inzetten van de tweede treinkaping bij De Punt, worden in het Acadamisch ziekenhuis in Groningen twee jongetjes geboren. De twee blijken in de chaos na de kaping verwisseld te zijn. De ontdekking, nachtmerrie van alle ouders, komt pas jaren later. Heeft dit thema van de roman Morgenster met Scholtens eigen hang ups van doen?

'Jawel', zegt hij, eerst ietwat lacherig. Dan, afwerend: 'Maar daar heb ik een aantal beloftes over gedaan. Wat, en aan wie, daar kan ik niet over praten. Absoluut niet.'

Later: 'Ik moet mijn familie afschermen. Echt. Er zijn daar zo veel pijnlijke dingen gebeurd, het is een smal pad waarover ik ga. En als schrijver ben ik huiverig om materiaal prijs te geven. Ik zit erop als een moederkloek.'

'In mijn familie wordt niets besproken, er is alleen maar oppervlakte, buitenkant, daar wordt veel waarde aan gehecht.' (Uit Scholtens tweede roman Tachtig, 1995). Hij zegt: 'Ik zit op een goudmijn, wat dat betreft. Alleen in mijn familie zitten al zo'n twintig romans. Maar hoe kan ik dat gebruiken zonder mensen om me heen te kwetsen?

'Tot mijn vierde jaar heb ik niet gesproken. Met drie broers boven je, hou je je wel in. Maar een tante zei onlangs: "Je hebt gewoon lang gezwegen omdat je het niet eens was met de scheiding van je ouders'. Dat klinkt plausibel', zegt Jaap Scholten, starend in een Jameson met ijs.

Achter ons verheft zich een enorme opgezette beer, alsof hij zich zo op zijn prooi kan storten. Locatie: een statige oude villa bij de Noord-Hollandse duinen. Bij likkend haardvuur zal steeds meer en steeds langduriger gezwegen worden. 'Jaap staat soms een beetje buiten de wereld', zal iemand van zijn uitgeverij benadrukken.

Achter zijn toetsenbord is de schroom weggevallen: komt er een spervuur van zinnen los, een dag later. Een meter emoties per fax. Weerzin tegen de wereld. Nog een gesprek. En dan weer een fax. 'Ik voel me een soort hoer.'

Je zult maar drie vaders op een rij hebben gehad, van wie nummer twee een eind aan zijn leven maakte, en nummer drie door je moeder op straat is gezet. Discretie geboden. Maar net als Octave uit zijn nieuwe boek beseft hij dat je je niet kunt onttrekken aan je geschiedenis.

'Als kind voelde ik het enorme verdriet dat in huis hing en lange tijd dacht ik onbewust dat mijn echte vader daar schuld aan had. Pas veel later begreep ik dat dat niet zo was.' Er waren vakanties aan de Côte d'Azur bij zijn echte vader, en nu hij zelf kinderen heeft begrijpt Jaap Scholten wat een verzoeking het was om in de hitte met zeven, acht doorgeschoten pubers naar de Rivièra te rijden. Na de vakantie was er weer de armoede in Venray, waarnaar zijn moeder was uitgeweken, als een paria; om haar liefde voor een ander.

'Het leven werd ons onmogelijk gemaakt. We zijn wel twintig keer verhuisd. Af en toe werden we uit de hel bevrijd, als de chauffeur van opa Stork ons in een Mercedes met vleugels naar Twente reed.'

Zijn vader ('hij hertrouwde met de vrouw die door haar man voor mijn moeder was verlaten') kwam uit een geslacht van textielbaronnen die het breed lieten hangen. En textiel, dat was Enschede. 'Dat was dom werk. In Hengelo waren ze beter opgeleid, daar maakten ze machines. Je hebt in Hengelo het Lansink, een prachtige wijk naar Engels voorbeeld gebouwd, waar arbeiders en kantoormensen door elkaar woonden. De Storken ontwikkelden zo'n wijk uit verantwoordelijkheidsgevoel voor coherentie in de samenleving. Precies het tegenovergestelde van de hele privatiseringswaanzin van nu.

'Opa Stork ("Meneer Frans') was ongelooflijk geliefd in de fabriek. Hij heeft me de liefde voor de natuur bijgebracht, leren kijken vooral. Opa Scholten leefde op grote voet. Dat was nog een ouderwetse feodaal. Die gedroeg zich als een vorst op eigen terrein, tot de textielsector instortte. Het jachtgezelschap bij hem werd steeds deftiger, bijna te deftig voor Twente. De vorst van Bentheim, de prins, iedereen kwam daar. De neergang kwam toen markten wegvielen, textielfamilies de overstap naar een ander product niet wisten te maken. En wij moesten weg.

'De tijd na Twente herinner ik me vooral als heel somber, heel naar. In het zuiden waren wij absolute outcasts omdat we niet katholiek waren. In Morgenster beschrijf ik hoe hoofdpersoon Octave door klasgenoten met zijn pinken aan de kapstoklussen wordt opgehangen. Dat is autobiografisch. Mijn pinken staan krom, zie je wel? Er werden daar halve bakstenen naar ons gegooid, het was een beetje Belfast in die tijd: wij tegen het hele dorp.

'Toen mijn tweede vader dood was en ik beneden gehuil hoorde, voelde ik een zekere trots; ik werd opeens interessant gevonden. Maar vooral voelde ik me machteloos, omdat ik mijn moeder niet kon troosten. Dat schuldgevoel heb ik altijd gehouden. Ik ben iemand die zich tot in het absurde verontschuldigt. In het zuiden heb ik wel geleerd mensen te observeren, zonder de illusie te hebben dat je erbij hoort. Ik kan met iedereen omgaan, ik heb met Turkse en Marokkaanse jongens op karateles gezeten. Maar ik heb een absolute aversie tegen middelmatige mensen. Hun bemoeizucht. Hun hoofden, hun schoenen. Alles.'

'Het is alles of niets. Of Hollywood en wereldberoemd, óf de vuilnisbak en slapen in portieken. Niet de vuige middelmaat, zeg ik. Liever een glasbak dan een doorzonwoning.' (Uit: Tachtig).

'Die glasbak was ook bijna mijn ideaal toen ik nog van de hand in de tand leefde. Veel meer dan iedereen uit mijn redelijk geslaagde familie voel ik me aangetrokken tot zwervers. De mislukking leek mij veel fraaier dan het succes, dat is zo kaal en stompzinnig.'

Dat kun je ook makkelijk vinden, zeg ik, als je vanwege je comfortabele komaf niet snel aan de bedelstaf raakt. De toch al hoge stem van Jaap Scholten klinkt schril als hij hoofdschuddend reageert: 'Je moet niet overschatten wat er nog aan familiekapitaal is. Die miljoenen zijn er namelijk niet meer. Allemaal op. Vraag niet waaraan. Nee, het is meer het voorbeeld van een ontzettend feodale grootvader waardoor ik in het leven sta met een houding van: schijt aan iedereen, schijt aan regels. In wezen gewoon anarchie, maar dan van de bovenkant. Aristocratische anarchie. Het maakt niet uit of je aan de bovenkant of aan de onderkant zit; middelmaat moet je zien te vermijden.'

De Kalverstraat op zaterdag, zo stelt hij zich de hel voor. En dan het idee dat hele volksstammen uit vrije wil hun leven bij de tv vergooien! 'Ik heb het nooit erg op gehad met de kerk, maar ik denk dat mensen met de kerk beter af waren dan met rtl4.' Met verbazing: 'Toen ik mijn eerste boek schreef op het Sybrook, het familielandgoedje, dronk ik iedere dag koffie met een houthakker die wereldkampioen houthakken was, maar die nog nooit één boek had gelezen. En de jachtopziener die langs kwam, kende één boek; van de broertjes Koeman over voetbal. Zoiets maakt je nederig.

'Ieder gevoel voor superioriteit is er bij ons wel uitgeslagen. Opa Stork heeft me ontzag geleerd voor de mensen die echt het werk deden, de arbeiders. Ik hou nog steeds van handwerk, van mensen die dingen maken. Mijn moeder heeft me anarchistisch opgevoed in de zin dat er niemand is die jou de wet voorschrijft. Door haar hebben wij een weerzin ontwikkeld tegen iedereen die zichzelf belangrijk vindt. Dan hou ik meer van het gajes.

'Hengeloërs vinden Enschedeërs allemaal boeren. En wat voor Hengelo gold, dat gold natuurlijk ook voor mijn familie: die van moeders kant vond zichzelf toch meer so phisticated dan de mensen in Enschede. Daar moet de kiem zijn gelegd voor mijn afkeer van de middelmaat. Die afkeer werd er niet minder om door het lezen van Flaubert, Céline, William Burroughs en Jack Kerouac.'

Dus werd er in Scholtens schelmenbundel Bavianehaar & Chipolatapudding (1990) met doodsverachting op los geleefd ('Dat is toch het gevoel dat je hebt als je jong bent?'), en moest er in zijn romandebuut Tachtig middels seks, drugs en rock 'n' roll afgerekend worden met zijn Twentse textielfamilie, compleet met een blow job, waarbij hoofdpersoon Frederik willoos leek te zijn overgeleverd aan de beste vriendin van diens moeder. De familie van de auteur was not amused door dit type ontboezemingen.

'Mijn grootmoeder schreef me dat ze niets meer met me te maken wilde hebben. Een tante dreigde met een proces. Overigens werd niets in daden omgezet. Maar de oude garde was kwaad. Die heeft de absolute macht nog uitgeoefend. Het waren de rijkste mensen van Nederland. In dit familiebolwerk, afgesloten van de rest van de samenleving, werd onderling getrouwd. Niets kwam naar buiten.'

Loyaal aan de bovenklasse, weigerde een voorname Twentse boekwinkel 'de deftige Ik Jan Cremer' te verkopen. Een veelgeprezen, filmisch boek. Niet voor niets is Theu Boermans bezig van Tachtig een film te maken. 'Een eindeloos project natuurlijk.'

Hij kijkt me heel even aan, praat dan verder met afgewend gezicht. 'Toen ik in Delft studeerde, ben ik me gaan afzetten tegen het idee van verschillende standen. In sociaal opzicht is Nederland trouwens een verborgen standenmaatschappij. Daar maak ik me nu niet meer druk om; wel zo rustig eigenlijk. Wat mij toen zo beklemde is dat alles voor je uitgestippeld was, bij je geboorte. Als man moest je bij voorkeur ingenieur worden. In hoeverre bepaalt je afkomst wie je bent? En in hoeverre zijn dingen je eigen verdiensten? Dat zit in mijn boek Morgenster, met als ultieme testcase de verwisseling van jongens uit verschillende milieus.'

Corpsbal was hij: totdat het dronkemansgelal hem te stuitend werd. Toch maar geen industrieel ontwerper geworden, omdat 'die huichelachtige wereld' hem tegenstond ('onoprechtheid is een algemene Nederlandse eigenschap'). Door de Sahara gereisd. Opgewonden standje aan de kunstacademie in Rottterdam; ook zonder cocaïne, speed of drank. 'Volledig losgeslagen was ik. Bij een vriend naar binnen rennen en iets willen, maar niet weten wat. Dan weer weg. De totale onrust.' En al eerder: ontdekken dat de ouders van je jeugdvriendin van partner hebben gewisseld - net als die van jou. 'Dat schept een diepe verbondenheid.'

Haar stiefvader moedigde hem aan om te gaan schrijven. 'Toen de liefde voorbij was, schreef ik haar een brief per dag, in een poging haar terug te winnen', zegt Jaap Scholten. 'Het moment kwam dat ze geen brieven meer wilde, dus stuurde ik die naar haar ouders. Door haar heb ik een andere wereld leren kennen. Dat is een cruciaal moment geweest. Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan.'

Scholtens held werd John Fante, 'een van de allerbeste schrijvers van de eeuw', die zijn halve leven verdeed met golfen. Ex-golfer Scholten: 'Ooit geloofde ik dat ik op de golfbaan wonderen zou verrichten, een bijna spirituele ervaring. Maar mijn swing was er eentje van iemand die een stuipaanval krijgt. Toch zou ik dat golfen weer willen oppakken. Als ik een gevierd en beroemd schrijver ben - de trots van mijn familie.'

'In mijn familie hebben altijd zonderlingen gezeten. Mijn oudoom Chuck, de eerste importeur van Harley Davidson in Nederland, heeft geleefd als een dadaïst. Hij vertrok al vroeg naar Amerika, was afwisselend multimiljonair en arm als een kerkrat. Samen met Howard Hughes heeft hij de Spruce Goose helpen bouwen, het grootste watervliegtuig ter wereld. Oom Chuck was iets van zeven keer getrouwd en werd op zijn oude dag nog burgemeester van Horizon City, een lap woestijn van 35 bij 25 mijl in New Mexico. Hij is als nachtportier op een fabrieksterrein in Michigan gestorven. Dat gegeven heb ik gebruikt in een toneelstuk. Misschien komt er nog eens een film van.'

En dan was er tante Anna die in de jaren dertig een tijdschrift uitgaf over intieme gebeurtenissen uit haar eigen leven. Tot de abonnees behoorde de chef-portier van hotel De l'Europe in Amsterdam. 'Ze was de eerste vrouw met een auto in Enschede, toch verplaatste ze zich meestal per step. Ze werd verliefd op een chirurg en had de huwelijks annonces al laten maken. Maar die man wist van niks. Tante Anna is naar Zwitserland afgevoerd en in een sanatorium geëindigd.'

Grinnikend: 'Nee, ik geloof niet dat ik nog als zwart schaap gezien word. Ik ben geen avonturier meer, zoals mijn jongste broertje die tot voor kort bij dertig graden onder nul in ijshutten op de Rocky Mountains zat.' Kleine ondernemer, dat is hij. Schrijver bij de gratie van zijn vrouw Ilonka - een Jankovich de Jeszenice - die een detacheringsbureau voor juristen drijft. En zeg niet dat hij haar geschaakt heeft, dat komt niet uit zijn mond. Ze stond op het punt een ander te trouwen, dat wel; ze kondigde het zelf aan, op het huwelijk van een van zijn broers.

Alletwee waren ze daar als bruidspersoneel. 'Ik liep erbij als een punker, met rechtopstaande haren. Wat doe je bij een coup de foudre in zo'n geval? Proberen te laten afkoelen. Ilonka ging werken in Hongarije, het land van haar vader. 'Ik had haar Bavianehaar & Chipolatapudding gegeven en ze dacht nog: "Met die jongen moet ik niks te maken hebben". We zijn in Amsterdam op stap gegaan. Ik was tot over m'n oren verliefd. Ik heb voor haar gevochten in een discotheek toen iemand haar wegduwde, en ik ben nog wel pacifist. Maanden is onze liefde onuitgesproken geweest.

'Met de laatste zeventig rozen van de Albert Cuijpmarkt heb ik de nachttrein naar Boedapest genomen. Een Duits sprekende conducteur was nog zo aardig om een emmer water te halen. Doen wat je wilt, je passie volgen: daarin heeft mijn moeder ons onbedoeld het voorbeeld gegeven.'

Jaap Scholten, schrijver. In een Sinterklaas-advertentie voor Albert Heijn liet hij de letters sm (boter-, c.q. chocoladeletter) volgen door de zin: 'Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.' En uit het wansmakelijke buitenpaleis van 'Dracula' Ceaucescu, die een jaar eerder was geëxecuteerd, pikte hij als trofee een bureausleutel mee. Oom Coen Stork, de ambassadeur, keek even de andere kant op. Het had hem z'n carrière kunnen kosten.

In kwajongen Scholten zag uitgever Thomas Rap, die in 1999 overleed, wel een opvolger. 'Toen Thomas in Twente de entourage meemaakte om mijn eerste boek te vieren, moet hij gedacht hebben: die hebben een geldpakhuis ... la Dagobert Duck, waar zo een kruiwagen met goudstukken naar buiten kan worden gereden. Een vergissing. Ik moest het geld ook lenen. We zijn niet uit de onderhandelingen gekomen. Het heeft tot bekoeling geleid. Ik heb voor Thomas een groot zwak behouden. Hij is belangrijk voor mij geweest. Maar hij liet het vuile werk opknappen door anderen. Ik kreeg een brief van zijn boekhouder waar de honden geen brood van lustten. Zelf kon Thomas slecht ruzie maken. Een zwakte die ik herken. Heb ik zelf ook.'

Zijn jeugd heeft hem ingepeperd dat alles wat je hebt je ineens kan worden afgenomen. Hij haat zichzelf als hij onder een 25 meter hoge eik 'als een paniekerig wijf' naar zijn kinderen schreeuwt dat ze voorzichtig moeten zijn. 'In The Catcher in the Rye van Salinger droomt de hoofdpersoon dat hij kinderen moet opvangen die in het korenveld aan de rand van het ravijn spelen. Maar je moet ze loslaten, hè. Laten spelen, vertrouwen geven.

'Ik stond met een kind van twee langs de snelweg te liften, omdat de motor van onze auto was opgeblazen. Iedereen kijkt dan van: dáár hebben we niks mee te maken. Uiteindelijk zijn we meegenomen door een Turk en een Surinamer die samen in een auto zaten. Diezelfde week kregen we 's nachts brand, we woonden nog in Amster dam. Otto was net geboren, we waren bekaf. We hoorden de bel niet. De buren dachten nog dat we weg waren, want ze zagen onze auto niet. 'Ilonka hoorde lawaai, ik zag een brandweerladder bij ons naar boven komen. Ik wilde naar de kamer met de twee oudste kinderen rennen. Op hetzelfde moment kwam er een brandweerman die met afgeknepen stem door zijn gasmasker riep: "Geen paniek". Vijf brandweermannen hielden ons tegen. Je hart slaat over, de gang zat dicht van de rook.

'Het duurt een eeuwigheid dat je daar staat. Toen hoorde ik geschreeuw uit de kamer van de kinderen, goddank. Beneden waren honderden mensen. Cameraploegen die je blijven filmen. Te gruwelijk voor woorden, cameramensen.

'Nog een half jaar bleef die brand door mijn hoofd spoken. Als ik van het station naar huis liep, dacht ik dat er een brandweerauto om de hoek zou staan. Of een ziekenauto.

'Ik neem het mezelf kwalijk dat ik te afwezig ben; te veel in mijn eigen hoofd zit. Mijn oudste verwijt me soms: "Pappa, jij zegt niks terug'. Ik weet niet of ik helemaal de vader ben geworden die ik zelf gemist heb. Maar voor de kinderen is het een veilige wetenschap dat hun vader op zolder zit te werken. Zoals gelovigen die weten dat God daarboven is. Je hoeft hem niet te zien. Weten dat hij daar is, is voldoende voor de zielerust. Ze willen ook alledrie schrijver worden, mijn jongens. Omdat het zo gezellig is. En dat je dan altijd, altijd bij elkaar bent.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden