Interview

'Ik hoef niet per se het onderste uit de kan te halen'

Na vijftig jaar stopt André van Duin met dijenkletsen. 'Het is leuk geweest en ik ben er trots op.' Voor het eerst speelt hij een serieuze rol op het toneel. Hoe bevalt zijn nieuwe rol? En hoe de nieuwe wereld die hij daarmee betrad?

André van Duin. Beeld Stephan Vanfleteren

Hij woont al twintig jaar in Amsterdam, maar terwijl man Martin in het pand aan de Keizersgracht koffie zet vanachter de bar met goudglanzende tap, vertelt hij gretig dat hij tegenwoordig voor hem nog onbekend cultureel terrein aan het verkennen is. Pas was hij voor het eerst in Filmmuseum Eye. 'Dat is wel een doolhof. Je weet niet of je links- of rechtsaf moet.' Hij zag er de livestream van Puccini's La Bohème vanuit Covent Garden, Londen. 'Ik ben geen operaliefhebber, maar hier heb ik wel van genoten.' Hij gaat ook meer naar theater. 'Daar kwam ik weinig.' Vorige maand bezocht hij op uitnodiging het Oerolfestival op Terschelling, hij was er nog nooit geweest.

Alsof er ineens niet alleen voor het publiek, maar ook bij hemzelf wat barrières zijn verkruimeld, sinds André van Duin - geboren Adrie Kyvon, enig kind van magazijnbediende Adrianus en huisvrouw Henriëtte - dit voorjaar op zijn 68ste na vijftig jaar de kolder en de dijenkletser verruilde voor de tragikomedie. Van Duin speelde in The Sunshine Boys van Neil Simon de rol van Willie Bogaard, een in de vergetelheid geraakte artiest. De kritieken waren lovend. 'Glansrol.' 'Doorleefd spel.' 'Van Duin overtuigt.'

Waar was u het meest beducht voor? De lach in de zaal zodra u op kwam?

'Dat was grote angst, natuurlijk. Hé, daar heb je 'm. Nu gaan we lachen. De regisseur, Gijs de Lange, heeft dat ondervangen door mij al op het toneel te plaatsen nog voordat de toeschouwers binnenkwamen. Ik zat er al een kwartier, in dat verslonsde interieur. De krant te lezen, tv te kijken. Dat werkte fantastisch. Wat ik hoorde was dat het publiek André van Duin na vijf of tien minuten was vergeten en men helemaal in het stuk zat.'

Kees Hulst (links) en André van Duin in The Sunshine Boys. Beeld Leo van Velzen

Vier sterren

André van Duin acteert in zijn eerste serieuze toneelrol in The Sunshine Boys alsof hij nooit anders heeft gedaan, schreef Volkskrant-recensent Hein Janssen in zijn recensie. Een verrassend frisse, spitse bewerking van Neil Simons toneelstuk uit 1972.

Was er niet telkens de verleiding toch even op de improvisatietoer te gaan?

'Tijdens de repetities wel, ja. Gijs heeft zes weken lang op de rem gestaan. Hartstikke leuk, André, maar niet doen. Niet doen niet doen niet doen. De lach moet uit het stuk komen. Die zit er toch al behoorlijk in. Je moet er dan niet nog eens naar gaan hengelen.'

Vreesde u de kritieken?

'Die waren ineens wel belangrijk, ja. Ik heb er voor de shows met de revue nooit zoveel last van gehad, de mensen kwamen toch wel. Maar voor toneel is dat anders. Het liep pas vol nadat de kranten waren verschenen. Naast het revuepubliek kwamen nu ook de echte toneelliefhebbers. Zo, laat nu maar eens zien wat je kan. Ik was wel blij met de recensies, ik hield er rekening mee dat onze kop eraf zou worden gehakt. Maar soms was het toch wel wat overdreven. Ik las ergens: kom het wonder aanschouwen. Dat kan ik helemaal niet waarmaken, dacht ik. Het viel mee. Bij de revue kreeg ik na afloop nog wel eens opmerkingen van het publiek: die sketch was leuk, die was wat flauw. Maar hier was het alleen maar: o, prachtig! Prachtig! Daar was ik wel wat flabbergasted over.'

Wat was het grote verschil?

'Je moet rustiger spreken, rustiger spelen. Minder, minder. Maar eerlijk gezegd vind ik de revue moeilijker. Daar ben je tweeënhalf uur keihard aan het werk. Dan kom ik echt zeiknat van het zweet van de bühne af. Dit was lang niet zo zwaar. Ik zat veel, of ik lag in bed. Het duurde een uur en drie kwartiertjes. Je moet natuurlijk wel opletten, je moet je tekst door en door kennen, terwijl je bij de revue nog weleens wat zinnen kunt overslaan. Maar verder is er niet zoveel aan de hand. Dat er ook eigenlijk geen contact met het publiek is, was wel wennen. Als de zaal bij de revue niet wilde, gooide ik er een extra grap overheen, ik dikte de boel wat aan. Je moet de toeschouwers echt voor je zien te winnen. Maar hier doe je dat niet, hier hoeft dat niet.'

Beeld Stephan Vanfleteren

Er zijn acteurs die dat heel anders ervaren. Die zeggen vaak dat ze gedijen op de interactie met de zaal.

'Dat kan, natuurlijk. Iedereen heeft zijn eigen beleving.'

Smaakt het naar meer?

'Ik zie mezelf niet Shakespeare spelen, zoals John Kraaijkamp wel heeft gedaan. Die zware stukken trekken me niet, ik moet weten waarover ik het heb. Ik weet helemaal niet waar Shakespeare het over heeft. Ik ken ook acteurs die hem hebben gespeeld en die hebben me ook geregeld gezegd: geen idee waarover het gaat. Er zal in elk geval humor in moeten zitten. Ik ben wel verslaafd aan de lach. In The Sunshine Boys was ik de hele avond een chagrijnige man en de mensen moesten lachen. Dat was wel een ontdekking.'

Waarom maakte u die overstap?

'Ik ben vijftig jaar de komiek geweest. Ik ben altijd bang dat het op een gegeven moment zielig gaat worden. Een oude man in een korte broek met een alpinopet die nog steeds leuk denkt te zijn. Je ziet het meer bij komieken. Dat gaat mij niet overkomen. Ik zie me niet meer die sketches doen, zoals die met Frans van Dusschoten en Corrie van Gorp. Flip Fluitketel, mijnheer Wijdbeens. Allemaal losers met een hoed op en een bril - zoveel verschil zat er niet tussen die typetjes. Dat is echt voorbij. Ik zal niet meer een hele show op mijn nek nemen. Dit was het moment.'

Bepaalde u dat zelf?

'Ja. Zoiets moet je alleen doen. Als het publiek het bepaalt, is het te laat. Het is leuk geweest en ik ben er trots op.'

Had u het achteraf niet eerder moeten doen?

'Joop van den Ende heeft er al eerder op aan gedrongen. Het idee van The Sunshine Boys speelde al langer. Ik ken eerlijk gezegd ook niet veel andere stukken. Ik had het gewoon te druk met andere dingen. Die waren succesvol, dus er was geen reden om iets anders te proberen. En ik vond mezelf nog te jong.'

U ziet er nog steeds verbazingwekkend fit uit.

'Ik doe er toch weinig aan. Ik zwem drie keer per week met Martin. Je gebruikt al je spieren, de kans op blessures is gering omdat het lichaam aan alle kanten wordt ondersteund. En je zweet niet. Dat is heerlijk. En 's morgens smeer ik mijn gezicht in met After Sun van Nivea. Geen spul uit dure potjes dat volgens mij allemaal uit één tank komt, maar waar dan een ander label op wordt geplakt. Nee, elke dag, zo'n spuitdingetje, een lichtblauw flesje. Ziehier mijn alles herstellende crème. Ik kan het iedereen aanraden.'

Raakte u ook wat uitgekeken op de pure kolder?

'Ik heb, denk ik, wel alle facetten gehad. Liedjes, toneel, sketches, tv, radio. Het is niet dat ik denk: ik ga het wiel weer uitvinden. Het is meer de afwisseling, nu. Ik ben nu aan het schrijven aan een comedyserie voor tv, maar we gaan ook The Sunshine Boys hernemen.'

Voelde u de uitdaging nog? Eén blik naar de zaal, een scheve bek, en daar komen de lachsalvo's.

'Nou ja, zo vanzelfsprekend gaat dat niet. Het is moeilijker mensen aan het lachen te maken dan ze aan het huilen te krijgen. Humor is divers. Het kan plat zijn. Flauw. Zwart. De een lacht om Hans Teeuwen, de ander om Jon van Eerd of Kabouter Plop. Je kunt niet iedereen behagen. Verdriet is universeel. Iedereen vindt het erg als iemand doodgaat of ernstig ziek is of dat er oorlog komt. De ontroering is er dan al snel. Je kunt als komiek nooit op routine varen om een zaal mee te krijgen.'

Kunt u uitleggen wat er met u gebeurt als u voor een zaal staat of de camera aangaat?

'Daar hebben veel mensen die ik ken het over. Zoals ik nu met jou zit te praten, ben ik rustig, ik hang niet de grappenmaker uit. Maar zodra het doek wordt opgetrokken en de lampen beginnen te branden, gaat er een knop om. Dat is altijd zo geweest, ik weet niet wat het is. Ik hoef me niet op te laden, ik hoef me niet in stilte terug te trekken om me te concentreren, nee, ik sta hier van tafel op en betreedt zo de bühne. Het is natuurlijk ook wel lekker om als typetje je veel te kunnen permitteren. Het is duidelijk dat je een rol speelt. Van die nogal zielige mannetjes die je ondanks alles niet te veel kwalijk kunt nemen.'

Heeft u met uw talent uit uw carrière gehaald wat er in zat?

'Dat weet ik zo net nog niet. Ik ben van nature nogal makkelijk. Ik hoef niet per se het onderste uit de kan te halen, ik ben redelijk snel tevreden. Joop van den Ende heeft dat wel. Het kan nog beter, nog groter, nog meer. Een workaholic. Door, door, door. Ik zeg eerder: dit is wel goed zo. Ik vind het ook lekker om thuis een tijdje niks te doen.

'Er is vaak gesuggereerd dat ik ook wel succes zou hebben gehad in het buitenland, dat ik nog beroemder had kunnen worden, nog meer geld had kunnen verdienen. Maar dat heb ik nooit geambieerd. Je moet er ook gaan wonen om te begrijpen wat er op straat leeft, hoe de taal is. Rudi Carrell is er voor naar Duitsland verhuisd. Ik wist meteen: dat heb ik er niet voor over.'

Heeft u bijvoorbeeld nooit het engagement willen opzoeken?

'Nee, nooit behoefte aan gehad. Bij mij zit de professor naast de vuilnisman, dik naast dun, jong naast oud. Dan moet je de gemene deler en de gulden middenweg zoeken. Vrijblijvend amusement. Ik ben zelf ook niet heel erudiet, dan is het geen opgave die toon te vinden. (Met gedragen stem) Ik ben de stem van het volk.

'Dat ik de actualiteit er altijd uit liet, had ook een puur praktische reden. Actualiteit is beperkt houdbaar. Kijk naar Wim Kan, die zijn conferences erop bouwde. Heel goed, erg grappig. Hoor je hem nog? Nu moet je er helemaal niet meer mee aankomen, met een mening. Dat komt op de sociale media en dan ben je gelijk klaar, hè. Voor je het weet zit je je de volgende avond te verantwoorden bij De Wereld Draait Door of Jinek.'

Stoorde het u dat het in intelligente kring lange tijd taboe is geweest u leuk te vinden?

'Nee, toen niet. Waarom zou ik? De zalen zaten vol, de kijkcijfers waren hoog. En de elite vond het onderbroekenlol. Het zij zo. Veel later zag ik ook veel voorbijkomen waarvan ik zelf dacht: dit is toch ook plat? Dit is toch ook onderbroekenlol? Maar dan is de context ineens belangrijk. Ik zat bij de TROS, vroeger. Dat vond de elite ook niks. Maar als dezelfde soort grappen bij de VPRO werden gemaakt, dan deugde het wel. Jiskefet bijvoorbeeld, of Van Oekel. Dan is het satire. Dan wordt het wel geaccepteerd.'

Wat vormde de omslag?

'De Dik Voormekaar Show. Dat werd omarmd in studentenkringen, terwijl het in principe toch dezelfde humor was. Een reeks misverstanden tussen typetjes, nu tussen Dik Voormekaar en Meneer de Groot. Misschien dat het verschil maakte dat we namen noemden. We verknipten een plaat van de Zangeres zonder Naam, we namen Vader Abraham in de maling. Ineens nam je stelling, zoiets moet het geweest zijn. Intelligent publiek heeft altijd meer de neiging iets achter je grap te zoeken. En daar kwamen ze, de directeur, de chirurg, de scene uit Hilversum. Ik veranderde niet. Ja, ik evolueerde. Maar dat kwam uit mezelf. Ik hing wat minder de belhamel uit. Vroeger was het: als ze maar lachen. Dat ging er wel wat uit, op den duur. Maar dat ze er nu zaten, voelde wel als een overwinning, ja.'

André van Duin. Beeld ANP

U noemt uzelf volkskomiek. Een echte opvolger is er niet.

'Nee, ik weet ook niet hoe dat komt. Ik zat zelf in de voetsporen van Snip en Snap en De Mounties. Tineke Schouten zit een beetje in de buurt. Ik denk dat de huidige generatie cabaretiers het ouderwets vindt. Engagement heeft een hoger aanzien. Ik vind veel cabaretiers heel goed, hoor. Jochem Myjer bijvoorbeeld. Freek en Youp bewonder ik nog altijd, maar die zijn toch ook minder scherp geworden. Daar zit veel zelfspot in. Als je jezelf ontwapent, kom je ermee weg. Met stand-up heb ik weer wat minder. Als ik in de tweede regel al 'fuck' hoor en in de derde nog een keer, dan ben ik snel weg. Veel erg dunne grappen, ook.'

Is er nog wel een markt voor vrijblijvend amusement?

'Dat denk ik wel, ja. Bij Tineke zit het altijd bommetjevol. Het is niet ouderwets. Het is tijdloos. Laurel & Hardy is ook nog steeds leuk, toch? Ze gaan in een raamkozijn zitten, het is voorspelbaar dat ze eruit gaan vallen en als het gebeurt, moet je toch lachen. Dat is toch magisch?'

Waaraan heeft u zelf het meeste plezier beleefd?

'Alles is wel min of meer succesvol geweest. Maar mijn hart ligt toch bij de radio, tenminste zoals Ferry de Groot en ik het deden. Niet alleen maar plaatjes draaien, daar vind ik weinig aan. Op tv werkte het minder, vond ik zelf. Dat vraagt om meer afwisseling. Maar op de radio kun je gerust heel lang doorgaan over een deur die niet opengaat en dan ineens weer wel. We kregen wel de vraag, hoor, of we door wilden gaan, er keken toch een miljoen mensen naar. Maar ik heb gezegd: we stoppen ermee. Het leuke van radio is: je hebt met niemand wat te maken. Niemand die zegt of het wel of niet leuk is. Geen publiek, geen producer, geen decor, geen camera, geen licht. Je zit lekker thuis, je neemt op tijd een kopje koffie, je plakt en je knipt en je geeft het bandje af bij de zendgemachtigde. Het was ook wel vernieuwend. Voor die tijd moest alles netjes gemonteerd zijn. Niet te veel door elkaar heen praten. Niet te lawaaiig. Dat was bij ons juist allemaal niet aan de orde. We waren the talk of the town. Het was een jongensdroom.'

U knipte en plakte al op uw 16de.

'Lekker pielen met beeld en geluid. Toen al, ja. Als ik die beelden van mezelf terugzie, als bandparodist in De Nieuwe Oogst - ik weet zelfs nog precies de datum, 24 juni 1964 - dan vind ik dat heel aandoenlijk om naar dat mannetje te kijken. Veel rock 'n' roll. Let's Twist Again, Twist and Shout, met Wim Kan en Godfried Bomans ertussendoor en dan de afsluiter, Surfin' Bird van The Trashmen. Papa-ooma-mow-mow, papa-ooma-mow-mow. Papa-ooma-mow-mow, papa-ooma-mow-mow. De volgende dag, toen ik de hond ging uitlaten, sprak iedereen me aan op straat. Er hadden acht miljoen mensen gekeken. Dat zou nu nooit meer lukken. Boudewijn de Groot zat ook in de voorronde, die kwam net als ik nog in de finale, hij werd tweede na mij. En good old Paul Witteman speelde piano. Van dat pianospel heb ik later nooit meer iets gehoord.'

Een paar weken na de finale stond u in het voorprogramma van de Rolling Stones, in het Kurhaus in Scheveningen.

'Daar word ik nog veel naar gevraagd, hoe dat was. Ik zal je vertellen: ik heb de Stones nooit gezien. Het was voor mij een schnabbel, ik was al met mijn bandrecorder vertrokken naar de volgende klus toen zij kwamen. Dat het een puinhoop werd, heb ik helemaal gemist.'

Het was ook in de periode, dat duidelijk werd dat u homoseksueel was. Hoe werd daar op gereageerd in het gezin Kyvon?

'Ik wist het al eerder, vanaf mijn 10de. Er is nooit iets over gezegd. Het was nooit een issue. Het was echt een arbeidersgezin, met Het Vrije Volk en de VARA-gids. Ik kwam met mijn eerste vriendjes thuis op mijn 17de of 18de. Mijn ouders hebben nooit gevraagd of er ook nog een keer een meisje mee kwam of dat ik nog ging trouwen? Het was heel normaal.'

Geen vraag, niks?

'Nooit.'

Verbaasde u dat niet?

'Als kind niet. Het was wel lekker makkelijk om het er niet over te hebben. Je hoorde er ook niet zoveel over, toen. Achteraf was het misschien wel vreemd, ja. Maar ik heb nooit gevraagd naar het waarom. Er was ook geen aanleiding voor. De vriendjes die ik had - dat zijn er niet heel veel geweest - werden altijd meteen geaccepteerd als lid van de familie.'

Is die vanzelfsprekendheid ook de reden geweest waarom u er geen geheim van maakt, maar tegelijkertijd ook niet op de barricaden staat?

'Het zou kunnen. Ik weet het niet. Ik koketteer er niet mee, zoals nogal wat andere artiesten. Het past ook niet bij me. Kijk naar de typetjes die ik speel. Dat zijn toch redelijk seksloze wezens. Willempie. Grote bloemkole! Er staat een paard in de gang. Het had er allemaal niks mee te maken. Veel mensen weten het ook niet. Ik lees wel eens op internet: André van Duin homo? Mijn wereld stort in. Ik kan er niet mee zitten. Ik denk wel: onder welke steen heb jij gezeten?'

André van Duin

André van Duin (1947, Rotterdam) begon zijn artiestenleven als bandparodist. Hij brak in 1964 landelijk door na zijn winnende deelname aan de veelbekeken talentenjacht Nieuwe Oogst van de AVRO. Er volgden optredens in shows van Willeke en Willy Alberti, Rudi Carrell, de Mounties en de Snip & Snap-revue. In 1970 trok hij onder de vleugels van Joop van den Ende zelf met een revue door Nederland, bijgestaan door Frans van Dusschoten en Ria Valk. Toen de revue op tv kwam, nam naast Van Dusschoten vooral Corrie van Gorp deel aan de sketches. Latere sidekicks in de revue waren Ron Brandsteder en Anne-Marie Jung.

In 1973 begon Van Duin met Ferry de Groot de Dik Voormekaar Show, eerst bij Radio Noordzee, later bij de NCRV en de TROS. Het programma zou in 2009 nog een vervolg op tv krijgen. Van Duin was twee jaar presentator bij Te land, ter zee en in de lucht en speelde de hoofdrol in de films Ik ben Joep Meloen en De Boezemvriend. Hij scoorde hits met persiflages (File, Het Bananenlied, Doorgaan) en carnavalskrakers (Willempie, Er staat een paard in de gang). Eind jaren tachtig kwam Animal Crackers op tv, met dierenfilmpjes die van een voice-over werden voorzien.

In 1985 ontving hij de Johan Kaart Prijs voor zijn oeuvre in de revue. In 2011 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam overhandigde hem eind vorig jaar de Frans Banninck Cocq Penning. Dit jaar vierde Van Duin zijn 50-jarig artiestenjubileum met een gala in het Beatrix Theater in Utrecht en maakte hij als acteur zijn debuut in het toneelstuk The Sunshine Boys.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden