ReportageLucky Fonz III

‘Ik hoef niet meer te denken: als ik niet genoeg lijd, ben ik niet genoeg aan het werk’

Beeld Rebecca Fertinel

Singer-songwriter en theatermaker Lucky Fonz III, Otto Wichers (38), is op tournee met zijn vierde voorstelling Buiten de lijnen

‘Als je maar niet opschrijft dat Nieuw- en Sint Joosland ver weg is’, zegt Lucky Fonz III, artiestennaam van Otto Wichers (38), vanaf de bijrijdersstoel.

We zijn onderweg naar De Wegwijzer, een school verbouwd tot charmant theater in de buurt van Middelburg met plaats voor tachtig man. Lucky Fonz III speelt er zaterdagavond een try-out van zijn vierde voorstelling Buiten de lijnen. In het programma zingt hij poëtische liedjes, maakt hij grappen en filosofeert hij alle kanten op rondom het thema grenzen en kaders: over denken aan de toekomst en erover fantaseren, over hoe onbegrensd fantasie in werkelijkheid is, over de invloed van omstandigheden en voorwaarden op betekenis, en wat dat voor hem betekent.

De Wegwijzer in Nieuw- en Sint Joosland is niet ver weg. Vanuit Wichers’ woonplaats Amsterdam is het een eindje rijden, dat wel. ‘Ik heb er altijd zo’n hekel aan als mensen Amsterdam als de maat der dingen nemen’, zegt hij, voor Broeder Dieleman, de Zeeuwse zanger die hem net liet weten dat hij vanavond helaas niet kan komen kijken, is Nieuw- en Sint Joosland om de hoek.

Beeld Rebecca Fertinel

Twee uur heen en terug, het is ook niks vergeleken met de afstanden die hij aflegde toen hij in zijn eentje als singer-songwriter door Amerika trok. In 2008 was Lucky Fonz III een van de eerste huisbands van De Wereld Draait Door. Een jaar later maakte hij zijn eerste theatervoorstelling, Ik ben een idioot, maar ik spoor niet, vorig jaar verscheen zijn zevende album Multimens. Een toverbal, noemde de Volkskrant die plaat. ‘Het is haast onmogelijk om alles mooi te vinden, maar wat een lol en vindingrijkheid.’ 

Om 11 uur ’s ochtends stond tourmanager Frits Veenstra (65) voor de deur met zijn Honda Shuttle, twaalf uur eerder stonden ze die auto nog in te laden na een optreden in Deventer. Frits Veenstra vindt autorijden verschrikkelijk, maar onderweg zijn leuk. Een beetje rondkijken. Kletsen. Muziek luisteren. Tankstationkoffie drinken. ‘Frits is mijn tourmanager, geluidstechnicus en steun en toeverlaat’, zegt Wichers halverwege de rit, waarna Veenstra geroerd in de achteruitkijkspiegel kijkt. ‘Ik voel me vereerd als hij dat zegt.’

Wichers: ‘Wij hebben altijd goede zin, toch Frits? Wanneer komt het nou voor dat wij naar een theater rijden en denken: konden we maar iets anders gaan doen vandaag?’

Veenstra: ‘Nou, ik voel me wel soms neutraal, maar op het moment dat ik mijn auto instap om van mijn huis naar Otto’s huis te rijden slaat neutraal altijd om in zin. Omdat ik weet dat het leuk gaat worden met hem. En omdat ik dit werk heel leuk vind.’

Elf jaar geleden werd Frits Veenstra zijn tourmanager, nadat Wichers er een jaar ‘mentaal doorheen zat’, zoals hij het zelf zegt. Twee depressies veranderen zijn kijk op het kunstenaarschap en op alleen touren. Zonder gezelschap het land door trekken, dat vond hij in de beginjaren van Lucky Fonz III enorm romantisch. Op het podium vroeg hij bij wie hij die avond mocht slapen. Die tijd is voorbij. ‘Ik hoef geen seksuele bevestiging meer in elke stad. En ik hoef niet meer te denken: als ik niet genoeg lijd, ben ik niet genoeg aan het werk.’

Het cliché van de getroebleerde kunstenaarsziel heeft ook hem beïnvloed, zegt Wichers. Misschien, nee, zeker weten heeft hij zijn eigen depressies en de eenzaamheid van solo op pad zijn geromantiseerd. Hij begint erover omdat hij er nog geregeld over nadenkt, nu ook weer, na het zien van een indrukwekkende documentaire over de paranoïde schizofrene soulzanger Donny Hathaway. ‘Ik ben depressief, net als Leonard Cohen, dus ik zal wel goed bezig zijn, zo dacht ik. Lijden voor de kunst, dat hoorde er gewoon bij, en ergens voelde het ook nobel. Ik vind dat nu naïef van mezelf en denk er radicaal anders over.’

Een depressie verdwijnt niet uit je leven als je ’m achter de rug hebt, weet hij inmiddels. ‘Tenminste, niet uit mijn leven. Het kan lang duren voor je het vertrouwen in je intuïtie en zintuigen hebt herwonnen. Ik was ook altijd huiverig om erover te praten, omdat ik wil voorkomen dat het lijkt alsof ik mijn depressies gebruik als een embleem voor mijn kunstenaarschap. Die dans – de relatie tot romantiek – moet je ontspringen. Kwaliteit en lijden gaan niet hand in hand, kwaliteit zou juist het anti-lijden moeten zijn.’

Plezier is voor hem een voorwaarde voor esthetiek, poëzie en inhoud, zegt Wichers. ‘Mijn plezier is van invloed op mijn kwaliteit.’ En dus even voor de duidelijkheid: touren met een theatervoorstelling is fantastisch. Zomaar een reden onder vele andere: in theaters staan vleugels in plaats van staande piano’s. ‘Alsof je in een Ferrari rijdt terwijl je thuis een Volvo hebt staan.’ En wat hij in zijn voorstelling zegt: ‘Ik heb het idee dat mensen mij in het theater interessant lijken te vinden om exact dezelfde dingen als waarom ze me vroeger buiten het theater een mafkees vonden.’

Frits Veenstra heeft touren nog leuker gemaakt. ‘Sinds Frits heb ik veel minder optreedstress.’ Al was het optreden zelden de aanstichter van nervositeit, eerder het gebeuren eromheen. ‘Kom ik wel op tijd, heb ik al mijn mondharmonica’s bij me? Ik denk ook altijd dat ik iedereen moet entertainen. Frits heeft mij geleerd dat ik me best een beetje mag afschermen. Dat je best een keer moe mag zijn, en dat je dan nog steeds aardig wordt gevonden. Op het podium moet je stralen, zegt hij, maar je hoeft echt niet beste vrienden te worden met elke lichtman die je tegenkomt.’

In de wei achter De Wegwijzer lopen twee varkens die de uitbaters van het theater Joop en Jessica hebben genoemd, naar Joop Visser en Jessica van Noord van wie Otto Wichers een groot fan is. Op zijn Twitter-aankondiging van het optreden reageerde Claudia de Breij dat hij de groetjes moest doen aan gastvrouw Trudi Wams. Zij kookt voor de artiesten die in het theater spelen, vandaag lasagne en crème brûlée. De gigantische newfoundlander Freya ligt tijdens het eten onder de tafel.

Hij zit goed in zijn vel, zegt Wichers, als artiest, maar ook in het dagelijks leven. Hij wil een huis kopen met zijn vriendin Linde, van het liedje Linde met een E, een huis met een bad.

Na ieder optreden gaat hij achter zijn ’s middags opgetuigde merchandisetafel staan, om platen te verkopen, gratis posters en door fans gemaakte boekjes uit te delen en te kletsen. ‘Alsof mijn hoofd naar de sportschool is geweest en een shot endorfine heeft gekregen’, liet iemand hem na de show in Deventer weten. Diegene verwoordde precies waarom het hem te doen is: ‘Ik wil mensen niet vertellen wat ze moeten denken, maar wel hun denken sterken.’

Er is nog genoeg tourromantiek over, vindt hij. ‘Het idee alleen al dat je iets kunt maken en spelen wat door anderen mooi wordt gevonden. Maar ook: naar plekken gaan waar je anders niet snel zou komen. Naar zo’n klein theater met een grote hond.’ 

En dan pas om een uur of 4 uur ’s nachts in bed liggen, omdat het in Zeeland zo gezellig was. Toen er nog een stuk of twintig mensen over waren in de foyer ging Wichers met een klein clubje kijken naar de steur van anderhalve meter die bij De Wegwijzer in de vijver zwemt, met een zaklampje. ‘En ik kwam erachter dat ze eigengemaakte Baileys hadden. Heb jij ooit in je leven eigengemaakte Baileys geproefd? Ik ook niet, dus ik zei: Trudi, schenk in. En het was zó lekker.’

Lucky Fonz III tourt tot en met 3 mei met Buiten de lijnen. Speellijst: zie luckyfonziii.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden