InterviewRob de Nijs

‘Ik heb zo’n mooi leven gehad, dat ga ik niet laten verpesten door het laatste stukkie’

Beeld Petrovsky & Ramone

Afgelopen jaar kreeg zanger Rob de Nijs (76) te horen dat hij aan de ziekte van Parkinson lijdt. Maar stoppen met optreden is er niet bij. Al zijn er wel grenzen: Malle Babbe zingen op een scootmobiel bijvoorbeeld. ‘Als het echt de verkeerde kant op gaat, dan stap ik er lekker uit.’

‘Hoi moedig mens,’ begroet een kortharige vrouw Rob de Nijs in de coulissen na afloop van zijn concert in Ede. Eventjes ervoor stond ze nog met haar handen in de lucht op zijn muziek te heupwiegen. Net als de rest van het publiek, waaronder een vrouw die heeft gevraagd of haar geliefde zanger een tekst op een blaadje wil schrijven waarna zij die op haar lijf kan laten tatoeëren. ‘Dat kan echt niet,’ zegt Robs vrouw Henriëtte stellig. ‘Een handtekening wel, maar een hele zin lukt niet meer met zijn trilhand.’

De handen van haar 27 jaar oudere man trillen tijdens het concert soms zo erg dat het haast een wonder mag heten dat hij de microfoon voor zijn mond weet te houden. Het grootste deel doet hij zittend, op een barkruk. Als hij een paar stappen zet, zie je ineens even een glimp van de persoon die hij ook is: een man van bijna 80, met parkinson, die zich wat schuifelend en onzeker in een wiebelig spoor voortbeweegt. Liedjes met zinnen als ‘Het ergste moet nog komen, ’t leukste al geweest’, lijken de mensen in het publiek meer dan ooit te raken. We want more!, jubelen ze tijdens een staande ovatie. En na afloop regent het complimenten. Zijn stem is beter geworden, breekbaarder, kwetsbaarder, klinkt het alom. En: ‘Meer dan ooit snap je dat hij zonder zijn muziek verloren is.’ Dat zeggen ook zijn dierbaren. Zijn ex-vrouw Belinda Meuldijk: ‘Wat Rob nu voelt in de zaal zal hij vreselijk missen als hij niet meer kan optreden.’

Maar toch is dat wat de zanger het afgelopen jaar bekendmaakte. ‘Vanwege parkinson komt er noodgedwongen een einde aan de 60-jarige zangcarrière van Rob de Nijs’, kopten vrijwel alle media. De Nijs zelf is er gelaten onder. ‘Ja, wat doe je eraan?’, zegt hij twee dagen na het concert, gezeten aan een tafeltje dat het hele gesprek zachtjes heen en weer wiebelt op het ritme van zijn trillende handen.

Je kondigde aan te stoppen na je val van het podium in Naaldwijk. Hoe heb jij dat beleefd?

‘Ik voelde me ineens duizelig worden, daardoor liep ik naar achteren. Maar achter het podium was geen muur, daar hing een plastic doek, daaronder was niks. Dus ik stapte gewoon in de leegte en knalde met mijn achterhoofd op het beton. Ik heb kennelijk een hard hoofd, want het heeft die klap overleefd. Maar ik was wel een tijdje echt de weg kwijt. Voor het publiek zag het er vreselijk uit.’

Op dat moment wist je zelf al twee maanden van de diagnose, zei Henriëtte. Jullie wilden het, vooral op haar verzoek, in eerste instantie geheimhouden. Ze vond het te privé, meer iets voor jullie gezin dan voor aan de grote klok.

‘Ik wilde zelf ook eerst even aankijken hoe het zich zou ontwikkelen. Want ik had eigenlijk alleen maar een trilhand. Maar nadat het filmpje van die val viraal ging, zei Jet (Henriëtte, red.) ook: ‘nu moeten we het toch maar naar buiten brengen.’ Zij zei sowieso al een tijd: ‘volgens mij heb je parkinson.’ Dat concludeerde de arts tijdens mijn eerste bezoek ook meteen. En dan valt er niet zo veel meer te doen. Ik wil misschien wel gaan kijken of ik de laatste paar jaar dat ik optreed nog iets aan kan doen aan dat shaken, zodat ik uiteindelijk niet volledig trillend het podium verlaat. Dat schijnt te kunnen, dat zei – hoe heet-ie ook weer – Bas, Bas...’

Die neuroloog die afgelopen jaar bij de thema-uitzending over Parkinson bij Pauw aan tafel zat?

‘Ja die! Dat noemen ze deep brain surgery, vertelde hij. Dan krijg je een batterijtje in je hersenen geïmplanteerd waarna je de trilling met een afstandsbediening kan uitzetten. Eerst dacht de arts dat dat bij mij niet zou kunnen omdat het hersengebied dat aangetast is vlak bij dat van mijn stembanden lag. Dat was het geval bij... hoe heet-ie nou?’

Ernst Daniel Smit.

‘Toch Ernst Daniel, hè? Het is heel raar, van mensen die ik gisteren nog zag, kan ik vandaag ineens denken: hoe heette die nou ook weer? Dat komt door de parkinson. Dat is natuurlijk klote. Maar goed, later bleek die arts zich vergist te hebben, zo’n operatie kan bij mij wel. Maar ik moet er nog even goed over nadenken of ik dat wil. Het is toch een gepeur in je hersens, dat is nogal wat. Kun jij voor mij misschien een kopje koffie inschenken?’

Ja natuurlijk. In eerste instantie was het nieuws dat je ging stoppen met zingen. Maar dat stoppen blijkt toch wel wat minder concreet dan het in eerste instantie klonk.

‘Ja. Het was natuurlijk een harde val. Ik ben daar in eerste instantie erg van geschrokken, ik dacht dat het het einde was. Nou stop ik, dacht ik. Om er vervolgens toch vrij snel weer op terug te komen. Want 14 dagen later was ik alweer up and shining. Hoe het verder gaat, weet ik alleen niet, het is een progressieve ziekte. Maar ik wil me daar ook niet in verdiepen.’

Nee?

‘Nee. Waarom zou ik dat doen? Het gebeurt toch zoals het gebeurt. Ik ben daar redelijk fatalistisch in. Als het erger wordt, moet ik maar met een elektronische scooter het podium op, haha. Nee hoor, dat is onzin.’

Je gaat niet op een scootmobiel Malle Babbe zingen?

‘Nee, nee, nee. Daar ligt een grens. Als het ineens hard achteruit gaat, heb ik gelukkig een fantastisch maatje aan Jet die een verpleegstersachtergrond heeft en die de goede dingen zegt. Ze heeft de gave om mij er elke keer weer uit te trekken door dingen te zeggen als: onzin, niet doen, niet zo denken. Ze is gewoon een wijs iemand. En die heb ik nodig als oude, domme man.’

Want je hebt wel momenten dat je in de put zit?

‘Ja, ik kan wel last hebben van pittige depressietjes. Meestal ‘s morgens vroeg. Als ik wakker word, overdenk ik alles en dan vind ik de meeste dingen eigenlijk niet zo oké. Dat heeft vooral met mezelf te maken. Ik ben absoluut niet tevreden over hoe ik bepaalde dingen in mijn leven heb opgelost. Daarvoor vraag ik vergeving. Ik bid meerdere keren per dag. Dat deed ik als kind al. Christus is altijd een idool voor mij geweest. Dat heeft me geholpen. En nu ook. Ik bid altijd voor het slapen gaan, nog net niet op de knietjes voor het bed want dat doet zeer.’

‘De ijdelheid is er niet meer zo.’Beeld Petrovsky & Ramone
Beeld Petrovsky & Ramone

Denk je dat je naar de hemel mag?

‘Als er een hemel is, dan mag ik misschien achteraan zitten.’ Lachend: ‘maar het wordt geen loge.’

Stel dat er aan de hemelpoort nog een hartig woordje met je wordt gesproken, waarover gaat het dan?

‘Hoe heet-ie ook weer, die man aan de hemelpoort?’

Petrus.

‘Petrus ja. Ik denk dat hij me vooral aanspreekt op dingen die in de relationele sfeer zijn gebeurd. Ik heb, terugkijkend op sommige vriendinnen van mij, toch het idee dat ik het niet goed heb gedaan. Daar heb ik echt spijt van.’

Van je ontrouw?

‘Ja. Daar was ik op het moment zelf redelijk laconiek onder, maar terugkijkend denk ik: dat is niet netjes. Het liefst zou ik het met al die dames weer goedmaken, maar een aantal ervan is inmiddels dood. Met Belinda (Meuldijk, de ex-vrouw en tekstschrijver van Rob de Nijs, met wie hij nog samen was toen hij een verhouding kreeg met Henriëtte, red.) heb ik gelukkig geen ruzie meer. Het is in ieder geval niet meer zo dramatisch als destijds. Want toen heb ik ook dingen laten gebeuren die niet goed waren.’

Heb je het dan over de jarenlange affaire ‘Rattengate’, die ontstond toen de foto’s die je van haar zwaar vervuilde huis vol hondenpoep en dode ratten maakte in Privé terechtkwamen?

‘Ja, onder meer. We hebben die hele ruzie toen in de roddelpers uitgevochten, dat had ik beter niet kunnen doen. Maar we zijn in hun val gelopen. Allebei. Uit wanhoop dacht ik op een bepaald moment: als ik mijn kant van het verhaal vertel, dan verandert misschien de mening van de boeren en de buitenlui over mij. Maar dat was helemaal niet zo.’

Je manager, bandleider en pianist Frank Jansen vertelde dat jullie de Ratten-gate-affaire ook echt terugzagen in de zaal.

‘Ja. De concerten werden minder bezocht. Mensen vonden mij een lul.’

Belinda zei: ‘andere artiesten zoals André Hazes kregen op een gegeven moment wind mee, en dan werd ook elk akkefietje in zijn privé-leven hem vergeven. Rob heeft nooit wind mee gehad.’

‘Ja, dat is heel waar.’

Waaraan ligt dat, denk je?

‘Aan mij. Ja haha. Ik denk dat ik voor sommige mensen een onuitstaanbare uitstraling heb.’

Leon Verdonschot, die de documentaire Niet voor het laatst over je maakte, dacht dat het misschien aan je ijdelheid ligt die atypisch is in Nederland. Dat kleefde altijd een beetje aan je. Als Herman Finkers jou nadeed maakte hij een wuft handgebaar.

‘Ja, maar dat heb ik nu absoluut niet meer. Ik wil er nog steeds niet als een hoop vodden bijlopen, maar verder is die ijdelheid er niet meer zo.’

Beeld Petrovsky & Ramone
Beeld Petrovsky & Ramone

De leren broek is uit?

‘O ja, die leren broek hè, dat was het ook. Die droeg ik vaak en graag, tot op hoge leeftijd. Dat vond ik gewoon mooi. Niet voor anderen, maar voor mezelf. Lekker. Kinky. Ik ben een eenzaat. Spinvis zei eens: ‘Rob is een genre op zichzelf.’ Dat vond ik heel aardig gezegd. Dat kan zo op een poster. Hij zette neer dat het niet zomaar iets is wat ik doe. Boudewijn de Groot heeft na een concert ook wel eens tegen me gezegd: ‘god, dat wil ik ook, met zo’n strakke broek achter de microfoon.’ Hij had allemaal wijze heertjes in de zaal met gouden brilletjes op. Die zeggen dat het mooi is, maar dat is toch minder leuk dan een publiek dat echt niet meer kan blijven stilzitten. Maar het is jammer... god, wat wilde ik nou zeggen?... Ik wilde iets zeggen over dat zingen...’

Het is jammer dat...

‘O ja, het is jammer dat niet iedereen mijn muziek weet te waarderen. Er is geregeld de draak mee gestoken. Niet iedereen weet hoe goed wij met ons bandje zijn. Een groot deel van het Nederlandse publiek is onbekend met mijn repertoire. Ja, Ritme van de regen en Malle Babbe kennen ze, maar de stukken die ik mooi vind, zijn redelijk onbekend. Dat is jammer, maar je kan er niets aan doen. Ik kan dat nu niet nog eventjes gauw gaan inhalen.’

‘Hij heeft veel mooie dingen gemaakt die niet worden gedraaid, dat ergert hem,’ zei Belinda. ‘Hij wil juist zo graag omarmd worden door de links intellectuele hoek, maar iedereen maakte altijd meteen met zijn aansteker een vlammetje en ging meewiegen met de armen in de lucht als ze hem zagen.’

‘Ja, mensen hebben me ook wel eens uitgekotst. En natuurlijk vind ik dat niet fijn. Ik heb een kwetsbaar zieltje. Niet zo erg meer als vroeger, maar het zit er nog steeds. Ik ga alleen niet roepen: ‘Ik ben eigenlijk intellectueel,’ ook al heb ik altijd heel veel gelezen. Dat lezen gaat helaas ook een stuk slechter door de parkinson. De letters dansen een beetje. Dat is jammer, dat is ook iets wat me ontvalt. Maar ja, wat doe je eraan? Wil je misschien nog een beetje koffie voor me inschenken?’

Hij kijkt onderwijl naar de posters aan de muur in het theater: ‘Wat een vreemde foto van Muizelaar hangt daar, hè? Muizelaar... wat zeg ik?’

Erik van Muiswinkel.

‘Ja, alsof hij helemaal is plat geflitst. Ik vergeet een heleboel met parkinson, hè?’

Leon Verdonschot vertelde dat je met je laatste cd, Niet voor het laatst, niet welkom was bij Pauw, DWDD en in de kwaliteitskranten. Maar toen bekend werd dat je parkinson had, wilden ze je wel allemaal. Het is misschien second best, zei Leon, maar eindelijk is daar toch op de valreep de erkenning op links...

‘Het is natuurlijk erg leuk dat er toch wel veel interesse in de zanger De Nijs blijkt te zijn. Alle meelevende reacties die ik kreeg, hebben me ook veel goed gedaan. Het zat zelfs in het NOS Journaal, hè? Dan denk je wel: hé, er wordt meer aan mij gedacht dan ik zelf wist. Dan heb je toch niet voor niks geleefd, haha.’

Als je denkt aan je afscheidstournee, zou je dan het liefst je hart willen volgen en liedjes als Malle Babbe een keer laten zitten?

Malle Babbe heb ik één keer weggelaten tijdens een concert en toen ben ik bijna gelyncht. De mensen waren alleen maar aan het roepen: ‘wij willen Malle Babbe!’. Ze komen toch voor de songs die iets hebben betekend in hun leven. En dat vind ik juist heel erg leuk.’

Als je aan het optreden bent, heb je soms even een pose of manier van kijken die een beetje flirterig is. Alsof je de vrouwen in de zaal nog altijd probeert te verleiden.

‘Dat is ook intuïtie hoor, bijna instinct, haha. Dat komt gewoon heel dicht bij wie ik ben. Mensen denken ook vaak dat ik homo ben. Dat interesseert me helemaal geen bal. Sinds mijn pubertijd heb ik al met homoseksuele mensen te maken gehad doordat ik op de cabaretschool en op balletles zat. Ik heb ook een paar vrienden die homoseksueel zijn daar voel ik me senang bij. Sommige mensen zoals – god hebbe zijn ziel... Eh, ik kom er niet op, het is een schrijver...’

‘Ik heb denk ik een onuitstaanbare uitstraling.’Beeld Petrovsky & Ramone

Een Nederlandse?

‘Ja. God hoe heet-ie nou? Hij is al een tijdje dood, hij schreef ook columns.’

Boudewijn Büch?

‘Meteen goed! Die vond het onbegrijpelijk dat ik ‘circusjasjes’ droeg, en dan had hij het over een jasje van 2.200 euro. Sommige mensen zien het verschil niet tussen Gaultier en iets wat je bij de kermiswinkel koopt. Dat is dan jammer voor ze.’

Tast de Parkinson je gevoel van mannelijkheid of je seksualiteit aan?

‘Nou, het is niet zo dat ik elke avond het bed in duik. Ja dat doe ik wel, maar dan om gaan te slapen. Nee, ik ben 76 joh. Dat wordt vanzelf minder, dat heeft niks met de parkinson te maken. Ik kijk nog steeds erg graag naar mooie vrouwen, maar het is niet meer het belangrijkste dat er is. En intimiteit is er met Jet absoluut, in de zin dat we heel open naar elkaar zijn. Ik ken haar al heel lang, maar het is nog steeds spannend.’

‘Het is zo niét sexy, de ziekte Parkinson’, zei Henriëtte.

‘Nee. Het is toch een beetje een ziekte van oude, schuifelende mannen.’

Je valt ook veel. Op Schiphol viel je met een karretje vol koffers van de roltrap, vertelde Henriëtte. Het is een vernederende ziekte, zei ze. 

‘Och. Ja. Ik was die al vergeten. Na een optreden in België viel ik ook toen een paar dames op me af renden. Ik raakte uit balans en viel. Ik brak mijn vinger, dit is daar het gevolg van.’ Hij laat een kromgegroeide vinger zien. ‘Ik kneusde ook mijn ribben en mijn enkel, en er zat een breuk in mijn kuitbeen. Het is alsof je op zo’n moment een onmiddellijke verslapping van alles hebt. Dat is heel naar. Het lukt me dan ook niet om zelf overeind te komen. Het gekke is dat je op de momenten dat je valt, denkt: oh ja, ik heb parkinson, en dan vergeet je het weer. Ik tenminste.’

Dat hulpeloze op de grond liggen, lijkt me pittig voor iemand die altijd een ijdele man is geweest.

‘Ja, dat is niet leuk. Maar ik heb het toch verbannen uit mijn hoofd om me daar te veel voor te schamen. Ik kan er niks aan doen. Het enige wat ik kan doen is weer opstaan. En er toch een beetje om proberen te lachen. Ik beschouw het eigenlijk redelijk laconiek allemaal.’

Je lijkt ook een beetje doof.

‘Ja. Dat hebben al mijn bandleden, dat is onvermijdelijk in dit vak. Ik heb nu een gehoorapparaat in, maar ik heb hem niet op het maximum staan. Dat is niet leuk meer, dan hoor je de hele tijd: khh ktt hssskh, dat is heel vervelend. Het liefst doe ik hem helemaal niet in, maar Jet zei: ‘anders versta je de interviewster niet.’ Gelukkig heb ik een heleboel dingen die nog wel leuk zijn, zoals mijn zoon Julius, die nu 7 is.’

Jullie hebben het filmpje van je val bewust aan hem laten zien om te voorkomen dat hij het via iemand anders onder ogen zou krijgen, zei Henriëtte. Hoe reageerde hij?

‘Dat zijn dingen die ik het liefst vergeet. Het zal wel pijnlijk voor hem zijn geweest. Ik ben ook een keer op Bonaire uitgegleden en toen was ik behoorlijk aan het bloeden. Goh, wat ben ik eigenlijk veel gevallen, ik merk het nu pas. Toen huilde Julius: oh, pappa gaat dood. Dat sneed door me heen.’

Heb je zelf al een keer om je ziekte gehuild?

‘Nee. Ik ben niet zo goed in huilen. Er moet er één zijn die de vaandels hoog houdt. Ik word eerder stil. Ik voel dan wel wat achter mijn ogen, hoor. Ik ben het meest verdrietig, en bang, dat ik te snel overlijd en de pubertijd van Julius niet kan meemaken. Die wil ik zo graag nog beleven. Ik hoop maar dat ik tegen de tijd dat ik overlijd, genoeg geld heb gespaard om hem een rustige en gemakkelijke schooltijd te geven. Daar zijn we nu mee bezig. Echt sparen.’

Dat is nieuw voor jou toch, sparen?

‘Dat is vrij nieuw, ja. Ik kan het goed uitgeven. Kón. Om de twee jaar een nieuwe Harley kopen en zo. Maar ik zou nu niet meer weten waar ik het geld vandaan moet halen om me dat te kunnen veroorloven.’

Beeld Petrovsky & Ramone

Het is geen vetpot meer.

‘Nee. Ik kan niet meer zo veel werken, ik moet zuinig zijn met de energie die ik nog heb. Die is goed voor één, hooguit twee concerten per week. Daarnaast verdiende ik mijn geld altijd met platen, maar de verkoop daarvan is plotseling afgekapt, want er wordt niks meer verkocht op cd. Het is allemaal streaming en daar krijg je als zanger nauwelijks iets van, dat is centenwerk. Alleen de componist en de tekstschrijvers krijgen geld, de uitvoerende artiest niet, dat is belachelijk, maar wat doe je eraan? Mijn muzikanten doen er nu klussen naast. Dat ga ik ze niet verbieden, ik ben blij dat ze me de dagen dat ik wel optreed trouw blijven. Dankzij hen kan ik ook doorgaan. Zij ondersteunen me als ik het podium op en af moet, en zorgen dat ik niet struikel over de snoeren. En tijdens het optreden vangen ze kleine foutjes op. Af en toe weet ik het tekstueel even niet meer, dan zing ik maar een woord, wat weliswaar een rijmwoord is van wat ik had moeten zingen, maar wat het oorspronkelijk toch niet was. Dan speelt iedereen door alsof hun neus bloedt. En ik ook. Dat vind ik prachtig.’

Het moment van stoppen schuift steeds op. Eerst zou je direct stoppen na je val, toen binnen een jaar, inmiddels heb je het al over ‘jaren’. Iedereen zegt: Rob gaat niet stoppen. Als hij stopt met optreden, houdt zijn leven op, zei Henriëtte. En Belinda: ‘Zijn muziek is altijd zijn nummer 1 geweest en dat zal het tot aan het eind blijven.’

‘Mijn zoons zijn belangrijker, hoor. Maar de dames die ik in mijn leven heb gehad, werden inderdaad altijd ingehaald door de muziek. Zodra ik op het podium sta ben ik gelukkig. En zeker nu is het een medicijn. Met parkinson werkt je dopamineknop minder, maar tijdens een concert voel ik al die stofjes die je nodig hebt om je prettig te voelen, loskomen. Daarom vrees ik de tijd dat ik niet meer kan optreden. Ik zit nog steeds te denken wat ik in hemelsnaam zal doen als het zover is. We zijn nu wel bezig met alle liedjes die ik heb gezongen op cd te zetten. Dat zijn er ongeveer zevenhonderd liedjes, dus ik geloof dat het uiteindelijk iets van honderd cd’s zouden worden.’

Honderd cd’s van Rob de Nijs?

‘Ja. Voor de gek die alles wil hebben, en die zijn er.’

Stel dat jij er niet meer bent om met je optredens de hypotheek te betalen, moet Henriëtte dan weer gaan werken in de zorg?

‘Ze is al bezig met cursussen op medisch gebied te volgen inderdaad. We kunnen daar heel nuchter met elkaar over praten. Ik heb met Jet ook de afspraak dat we mijn leven niet tot het uiterste gaan oprekken. Als het echt de verkeerde kant op gaat, dan stap ik er lekker uit.’

Ja?

‘Ja, daar heb ik geen zin in. Ik heb zo’n mooi leven gehad, dat ga ik niet laten verpesten door het laatste stukkie.’

CV Rob de Nijs

26 december 1942Geboren in Amsterdam

1962 Wint talentenjacht met Rob de Nijs en de Lords

1963 Scoort eerste hit met Ritme van de regen

1973 Eerste solo-lp. Hits met Dag zuster Ursula en Jan Klaassen de Trompetter

1972-1976 Speelt Bertram Bierenbroodspot in tv-serie Kunt u mij de wegnaar Hamelen vertellen, mijnheer?

1975 Malle Babbe

1982 Eerste theatertournee

1996 Eerste nummer-1-hit, Banger hart

2002 Edison voor gehele oeuvre

2016 NPO Radio 5 Oeuvre Award

2017 39ste album, Niet voor het laatst

Hij is getrouwd met Henriëtte Koetschruiter. Ze hebben een zoon, Julius (7). Met Belinda Meuldijk kreeg hij twee kinderen, Robbert (36) en Yoshi (33).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden