'Ik heb nu geen roman meer in mij'

Met Less Than Zero en American Psycho werd auteur Bret Easton Ellis wereldberoemd. Hij is terug met een nieuw boek....

‘Iedereen heeft een idee wie het merk Bret Easton Ellis is. Het gebeurt mij voortdurend dat journalisten die mij komen interviewen verbaasd zijn geen monsterlijk arrogante klootzak aan te treffen bij wie de coke uit zijn neus loopt en die de avond tevoren nog twee 14-jarigen heeft geneukt. Pas als ik achter mijn computer kruip en mijn fantasie de vrije loop laat, komt de duistere wereld tevoorschijn die men kent uit mijn boeken. Dat is een tweeledigheid die ikzelf ook als weird ervaar. En ik vind het weird er hier over te praten.’

Bret Easton Ellis (46) grijnst. Ondanks de quasiklagerige uitspraak die hij zojuist heeft gedaan, zit hij ontspannen aan een glaasje bronwater in een zijkamertje van het Amsterdamse Grand Hotel. Hij is in een prima stemming en met grote regelmaat speelt er een lichtspottende glimlach om zijn mond. Alweer enkele maanden nu reist hij door binnen- en buitenland, in het kader van de promotie van zijn nieuwste, naar hij heeft laten doorschemeren wellicht laatste roman, Imperial Bedrooms. Ellis slaat zich er professioneel doorheen. Van routine of verveling is niets te merken.

‘Ik kan mij het ogenblik waarop ik besloot een vervolg op Less Than Zero (zijn debuutroman uit 1985, red.) te schrijven nog heel precies herinneren. Ik was bezig aan mijn vorige roman, Lunar Park, en omdat dat boek Bret Easton Ellis als hoofdpersoon had, was ik al mijn romans aan het herlezen. Op een gegeven moment stond ik met mijn auto voor een stoplicht en toen ineens zei een stem in mijn hoofd: waar zou Clay – de hoofdpersoon van Less Than Zero – op dit moment zijn? Dat was het startpunt van een hele dialoog. Het eindresultaat was dat ik mij opnieuw naar de figuur van Clay voelde toe getrokken.’

Imperial Bedrooms was aanvankelijk helemaal niet bedoeld als een vervolg op Less Than Zero. Ellis wilde een portret schetsen van een man in een midlifecrisis, en een Clay-achtige type leek hem wel geschikt. ‘Maar al schrijvend doken ook andere personages uit Less Than Zero op. En zo ontstond er een boek over dezelfde personages als mijn debuut, maar dan ongeveer een kwart eeuw later in hun leven.’

Toen Less Than Zero in 1985 verscheen, sloeg deze roman over rijke, verveelde, moreel volstrekt afgestompte bijna-twintigers in Los Angeles, in als een bom. En sindsdien heeft het een bijna mythische status verkregen. Ellis ontving zelfs brieven van fans die vertelden dat ze, naar aanleiding van zijn boek, naar Los Angeles waren verhuisd. Hoe schrijf je – wanneer je zoals Ellis bent toegerust met een sterk satirisch temperament – een vervolg op zo’n mythisch boek? Door het de demystificeren, of juist door te pogen de mythe nog verder te vergroten?

Geamuseerd: ‘Aanvankelijk was ik van plan een heel duister boek te schrijven, als treiterige reactie op het feit dat Less Than Zero door veel personen zo is opgeblazen, zo belachelijk belangrijk is gemaakt. Als ik het succes van dat boek bezie, sta ik ergens in de coulissen om mijzelf te grinniken. Het was een persoonlijk project, een boek dat ik schreef als schoolopdracht, als vingeroefening voor latere ‘echte’ boeken en waarvan het helemaal niet de bedoeling was dat het werd gepubliceerd. Toegegeven: het is anders gelopen, maar bij het schrijven van Imperial Bedrooms heb ik geprobeerd de mythe van Less Than Zero zo veel mogelijk te negeren.’

Niettemin vormen dit boek en de verfilming ervan in 1987 het startpunt van Imperial Bedrooms. In de openingszinnen beklaagt hoofdpersoon Clay zich er immers over ‘het niemendalletje’ dat ‘iemand die zij kenden’ over hem en zijn vrienden had geschreven, in een aantal opzichten ‘niet accuraat’ was geweest.

Ellis: ‘In Imperial Bedrooms wil Clay dat beeld rechtzetten. Maar omdat hij zo’n ongelooflijke narcist is, komt het erop neer dat het portret dat ik van hem schets in Less Than Zero aanzienlijk vriendelijker is dan het beeld dat hij van zichzelf neerzet in Imperial Bedrooms.’

Toen Ellis, na achttien jaar in New York te hebben gewoond, vierenhalf jaar geleden terugkeerde naar Los Angeles, was dat met de gedachte een nieuw persoon te worden, zichzelf opnieuw uit te vinden. ‘Ik had het helemaal gehad met New York, zat behoorlijk aan de drugs, mijn beste vriend was overleden, ik was veertiger geworden en had sterk behoefte aan een nieuwe start. Die dacht ik te kunnen maken in L.A. Maar dat gebeurt niet in die stad. Los Angeles is de plek waar je wordt wie je werkelijk bent. Door de waarden die er heersen, het neurotische protocol van oppervlakkigheid, de uitgestrektheid en de geïsoleerde ligging van de stad, ben je zeer dikwijls alleen en word je voortdurend met jezelf geconfronteerd. Je rijdt in je eentje in je auto, langs lege trottoirs, woont in een appartement waar de stilte oorverdovend is. Je leeft in een maatschappij die je voortdurend dwingt in de spiegel te kijken. Het gevolg was dat ik door een inktzwarte, buitengewoon eenzame periode ging. Volkomen depressief werd. Daarvan is Imperial Bedrooms de weerslag. Dankzij dat boek ben ik daaruit gekomen.’

Net als in Lunar Park wordt in Imperial Bedrooms via merkwaardige gebeurtenissen een sfeer van suspense en paranoia opgeroepen. ‘Een deel van die paranoia zit ongetwijfeld in mijzelf. Als je vanaf je 20ste ‘beroemd’ bent, en er voortdurend van alles over je wordt beweerd, waaronder veel onzin, zal dat ongetwijfeld z’n gevolgen hebben voor je geestesgesteldheid. Overigens is er wel een verschil in de functie die paranoia in die twee boeken heeft. In Lunar Park was het vooral een plot-element. Ik wilde een horrorroman in de stijl van Stephen King schrijven en daarin was het oproepen van angst bij de hoofdpersoon essentieel.’

In Imperial Bedrooms lag het persoonlijker, aldus Ellis. ‘Niet alleen zat ik in een zware depressie, maar ik was ook nog eens voor Hollywood gaan werken. Ik was als scenarioschrijver betrokken bij een film met een behoorlijk hoog budget, die bezig was te mislukken. Mensen logen tegen me over de stand van zaken, er was een hoop schimmigheid. Ik was in die tijd nogal in de ban van Raymond Chandler (een Amerikaans schrijver van detectiveromans, red.), las obsessief al zijn romans, en achteraf begrijp ik waarom. Paranoia speelt een belangrijke rol in zijn plots, iedereen liegt tegen iedereen en dikwijls worden de mysteries in zijn boeken ook niet echt opgelost. De invloeden daarvan zijn in Imperial Bedrooms duidelijk zichtbaar.’

Het mag ironisch worden genoemd dat Ellis, die als tiener in de huizen van zijn vrienden geregeld filmsterren tegenkwam, en toen al een afkeer aan de dag legde ten opzichte van het fenomeen beroemdheid, als veertiger in de wereld van Hollywood terechtgekomen is. Ook zelf ziet hij de humor van die ontwikkeling wel in. ‘Nu ik er zelf in ben beland, blijkt de filmwereld zowel afschuwelijker als leuker dan ik altijd al had vermoed. De sfeer van exploitatie, zoals Clay die overal ziet, vind ik niet zo overheersend aanwezig. Mensen gunnen elkaar dingen, of niet. De filmwereld is als om het even welke andere business. Natuurlijk is er een casting couch, maar die heb je overal.’

Ellis constateert dat hij de afgelopen jaren langzaam maar zeker van de literatuur naar de wereld van televisie en film is afgedreven. Over het algemeen werkt hij aan onafhankelijke lowbudgetfilms, deels eigen initiatieven, deels in opdracht.

Hoewel tot dusver pas één van zijn scripts is verfilmd, is Hollywood voor Ellis op dit moment interessanter en bevredigender dan een roman schrijven. ‘Het was belangrijk voor me om Imperial Bedrooms te schrijven, maar ik heb momenteel geen roman in me. Sterker, het hele verschijnsel roman is een beetje uit mijn leven aan het verdwijnen. De tijd dat ik romans las om iets van de wereld om mij heen te leren begrijpen, ligt achter mij. Vroeger verslond ik er drie, vier per week, en als ze middelmatig van kwaliteit waren vond ik dat geen probleem. Als ik nu na enkele tientallen pagina’s niet het gevoel heb dat ik een echt goed boek aan het lezen ben, gooi ik het in een hoek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden