Interview

'Ik heb het plezier in het theater teruggevonden'

Met Mijn Tweede duikt acteur Marcel Hensema opnieuw onder in de ziel van Groningen, de grond waar hij vandaan komt. Het raakt een gevoelige snaar, merkt hij. Bij het publiek en bij hemzelf.

Beeld Cigdem Yuksel

Het is een magisch moment, de transformatie. Van een onbeduidend mannetje verandert Bob in een diva met een attitude. Eén die in volle overgave een swingende song ten gehore brengt: Schiess mich doch zum Mond, inderdaad Sinatra's Fly me to the Moon in het Duits. Elk weekend wipt Bob even de grens over, stiekem. In het dagelijks leven is hij eigenaar van dameskapsalon Chez Bob te Appingedam. Daar weten ze niets van zijn dubbelleven als travestiet in een Teutoonse privéclub.

Acteur Marcel Hensema (1970) heeft niet veel nodig voor de metamorfose. Van het kleine podium schiet zijn kappertje, hopla, zo naar de maan. Dat het plaats heeft in een repetitielokaal van het Noord Nederlands Toneel in Groningen zou je bijna vergeten. Maar dan grijpt regisseuse Ola Mafaalani in, ze wil iets veranderen aan het licht.

Bob duikt op in Hensema's solovoorstelling Mijn Tweede, naast allerlei andere uiteenlopende personages, die één ding gemeen hebben: ze komen allemaal uit de Groninger ommelanden. En hun verhalen, zegt Hensema tijdens een gesprek in zijn kleedkamer na de repetitie, zijn allemaal opgetekend uit de mond van gewone Grunningers, enthousiaste bezoekers van Hensema's vorige solo, Mijn Ede. Want zo is het gekomen.

Mafaalani, artistiek leider van het NNT, liep rond met het idee voor een voorstelling over de bard Ede Staal (1941-1986) en zocht contact met Hensema. Die speelde bij een reeks grote gezelschappen en in verschillende films en tv-series, maar niet vast bij een groep. Het was nog vóór het succes van Hollands Hoop, de serie waarin hij als forensisch psychiater Fokke Augustinus een Groningse boerderij erft. Toch had ze ergens iets opgevangen over zijn achtergrond. Marcel Hensema zou een goede Ede Staal zijn.

Hensema: 'Ik zeg tegen Ola: dat pikken de Groningers niet. Ede is hier een soort heilige. Maar ikzelf liep al heel lang rond met verhalen van de snackbar van mijn ouders in Hoogezand. Daar wilde ik iets mee op toneel. In datzelfde gesprek belde ze haar zakelijk leider: er moet wat budget vrijkomen, we gaan een nieuwe voorstelling maken: Mijn Ede. Het geheel paste in een kofferbak, ze hadden tien speelbeurten in gedachten. Het werden er ruim zeventig. Sloeg in als een bom.'

De voorstelling ging uiteindelijk niet zozeer over de zanger van 't Hogelaand maar over de betekenis van diens muziek daar. Of, zegt hij, 'over het Groningen van de jaren tachtig, de plaats en de tijd waarin ik opgroeide, alles binnen een straal van 500 meter.'

Beeld Cigdem Yuksel

Een barkruk als enige rekwisiet. 'De impact die het had, zoiets had ik zelf nog nooit meegemaakt. Van achterstandsjongeren tot aan de commissaris van de koning, mensen uit Limburg en Brabant. De naam Ede raakt een snaar, plus het feit dat je er een heel andere draai aan geeft - het ís theater. Het is niet iets folkloristisch.' En zie, het publiek ging verhalen terug vertellen. Zo doemde Mijn Tweede op, over het Groningen van nu.

Bob is een gefingeerde naam, maar de kapper in kwestie heeft Hensema zelf verteld van zijn sterallures. Enfin, van alles kwam hem ter ore, van komisch en herkenbaar tot tragisch en onvoorstelbaar. Op verzoek heeft toneelschrijver Rik van den Bos er een hecht geheel van gemaakt. In het Nederlands, waarna Hensema het 'hertaalt'.

Mijn Tweede is , vanzelfsprekend, actueler. Het gaat over Titia bijvoorbeeld, die in een falend zorgsysteem werkt. Over paranormaliteit in de Blauwe Stad. Het gaat over aardbevingen. Het gaat over een plek waar het niet geweldig gaat, eigenlijk. Een oord dat door de media regelmatig wordt afgeschreven als kansarm. Hij heeft een foto van een krantenkop op zijn telefoon staan: 'Het noorden is opgegeven.'

Laidjesschriever

Ede Ulfert Staal, de Groningse zanger op wie Hensema's voorstelling Mijn Ede is gebaseerd, werd geboren op 2 augustus 1941 in Warffum. Op zijn 5de ging hij muziek maken op een mondorgeltje. Pas rond zijn 40ste brak hij door als troubadour. Eind 1984 werd zijn eerste lp, Mien Toentje, met twaalf Groningse liedjes, een groot succes. Staal bleek ernstig ziek en stierf in 1986, het jaar waarin postuum een tweede plaat verscheen. Zijn populariteit bleef groot en tien jaar later kreeg zijn muziek opnieuw veel aandacht toen ze opdook in de film De Poolse bruid. In Groningen is Staal een fenomeen. In Delfzijl kreeg hij een standbeeld met teksten uit het lied Credo - Mien bestoan.

Hensema: 'Ik heb een band met dit gebied, ik voel me hier echt thuis. In Amsterdam ook, hoor, ik heb twee thuizen. Maar ik heb hier een gelukkige jeugd gehad en denk er met een warm gevoel aan terug. Ik zie ook de leegloop. Het winkelcentrum met veel ouderen en mensen die niet de mogelijkheid hebben weg te gaan. Er is veel dat hier niet goed gaat. Maar ik houd van de mentaliteit. Ik proef ook trots. Waar men zich vroeger een beetje achtergesteld voelde, is er nu een Gronings bewustzijn.

'Ik denk trouwens dat het buiten de Randstad op veel plekken zo is. De grachtengordel is niet doorsnee-Nederland. Ook in Limburg, in Zeeland, in Brabant lopen dorpen leeg, zie je troosteloze taferelen. Dat is ook Nederland. En ik merk dat het me voedt, met verhalen, ik vind het mooi om voorstellingen daarover en daarvoor te maken.

'Deze vorm voelt als een zegen, de betrokkenheid bij materiaal en publiek werkt voor mij. Ik heb het plezier in het theater teruggevonden en dat was ik totaal kwijt. En mijn zelfvertrouwen als toneelacteur ook.

'In grote vrije producties kan ik mijn eigenheid snel verliezen en als een natte krant staan te spelen. En dat dan vaak voor een koude, halflege zaal... Ik werd er zo ongelukkig van. Ik voel dat ik hiermee mensen raak, een mooie avond geef. Het voelt als samenzijn, niet als werk. Dus als er dan zo'n vraag naar blijkt te bestaan dat we er de schouwburg mee in kunnen, is dat natuurlijk een cadeautje.'

Mijn Tweede, première 24/1 in de Machinefabriek in Groningen. Hensema speelt op 29/3 Mijn Ede én Mijn Tweede na elkaar in Stadsschouwburg Amsterdam.

In de zaal en op het scherm

Marcel Hensema (Winschoten, 1970) doorliep de Vooropleiding Theater in Groningen en later de Toneelacademie in Maastricht. Hij speelde bij verschillende grote theatergezelschappen, waaronder Het Toneel Speelt in Een sneeuw (1996), in Ilias (1995) van Toneelgroep Amsterdam en De drie mannen van Ypsilanti (1997) bij Hollandia. Ook was hij te zien in Het glazen speelgoed (2003, geproduceerd door Joop van den Ende Theaterproducties, en geregisseerd door Mark Rietman). Hij speelde bovendien in de vierdelige theatercyclus De geschiedenis van de familie Avenier (HTS) en in Verre Vrienden (2010) bij het Nationaal Toneel. Sinds 2011 is hij verbonden aan het NNT, waar hij zijn debuut maakte met Mijn Ede. Hensema acteert in vele bioscoop- en tv-films en -series, in Nederland en Duitsland, van Pleidooi tot Penoza, van Baantjer tot Der Alte. In 2007 ontving hij een Gouden Kalf voor 'beste acteur' voor de rol van manager van Herman Brood in Wild Romance van Jean van de Velde. Ook was hij te zien in Simon van Eddy Terstall (2004) waar hij een van de hoofdrollen speelde, in 06/05 van Theo van Gogh (2007) en in De Marathon (2012).

Hensema regisseert daarnaast: in 2001 de serie Finals, in 2003 maakte hij samen met Tim Oliehoek de telefilm 15.35 Spoor 1, later genomineerd voor een Gouden Kalf en de prestigieuze Prix D'Italia. In de onlangs bekroonde televisieserie Hollands Hoop (Gouden Kalf voor Dana Nechushtan voor 'beste regie') speelt Hensema als psychiater Fokke Augustinus, naast Kim van Kooten (als diens vrouw Machteld) de hoofdrol.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden