'Ik heb helemaal geen platenmaatschappij nodig'

Fluitist Ronald Snijders (65) is de nestor van Surinaamse jazz. Zijn eerste albums zijn nu collector's items. Op zijn nieuwe plaat The Nelson & Djosa Sessions speelt hij die oude nummers met internationale grootheden. Met V blikt hij terug en vooruit.

Ronald Snijders: 'Ze willen dat je Wasmasjien komt zingen. Lekker lollig Caraïbisch doen.'Beeld Valentina Vos

'Kijk, dit is van de afgelopen tijd.' Dwarsfluitist en multi-instrumentalist Ronald Snijders toont in een bescheiden mapje dat uit een keukenla lijkt te zijn gevist de oogst van drie dagen componeren. Zijn meest verse muzikale ideeën gevat in bladmuziek. Vijf stukken. Dat betekent meer dan anderhalf muziekstuk per dag. En zo gaat het door, dag in dag uit. Componeren is voor Ronald Snijders een levensbehoefte. Gevolg: een gigantische productie.

De 65-jarige musicus zal in zijn ruim 40 jaar lange carrière meer dan 3.000 stukken hebben gecomponeerd. Hij telt ze niet meer. De meeste zijn niet uitgevoerd, laat staan opgenomen. In zijn bescheiden eengezinswoning in Delft is muziek alomtegenwoordig: een clavinet keyboard aan de muur, een akoestische gitaar voor het grijpen, een bosje houten fluiten achteloos in een metalen emmer. Zijn eigen albums hangen in een vitrine aan de muur.

Snijders is een van de meest gewaardeerde muzikanten in Nederland. Hij is werkzaam in fusion en jazz en gaat allerlei verbintenissen aan met andere muziekstijlen. Zo deelde hij het podium met musici als Hans Dulfer en Willem Breuker. In 1976 heeft hij gejamd met jazzgigant Chick Corea (1941). Die was danig onder de indruk van de 'excellent composer' en drukte in een correspondentie de wens uit om een keer samen te spelen, voor het echie. Is er helaas nooit van gekomen. En laatst mocht hij op het Koningsdagconcert spelen voor de koning en koningin.

Toch, in Nederland is Snijders' naamsbekendheid omgekeerd evenredig met de waardering die hij krijgt. Wie zijn naam googlet ziet bovenaan zijn presenterende naamgenoot staan. En wie op jacht gaat naar zijn oude werk zoekt tevergeefs. De eerste vijf albums, die hij in eigen beheer uitbracht, zijn collector's items geworden.

Maar er is hoop. Enkele weken geleden verscheen het album The Nelson & Djosa Sessions. Snijders speelt daarop herbewerkingen van oude nummers met grootheden uit de internationale jazz- en wereldmuziekscene als de Braziliaanse fusionformatie Azymuth, jazztrompettist Avishai Cohen en de Malinese Bassekou Kouyate en Ngoni Ba. Reden om een reis door Snijders muzikale verleden te maken met zijn eerste albums als pleisterplaatsen.

Muzikale bruggenbouwer

Hij werd op 8 april 1951 geboren in Paramaribo, als de zoon van de musicus Eddy Snijders. Begin jaren zeventig verhuisde hij van Suriname naar Nederland om in Delft civiele techniek te studeren. In 1973 won hij de persprijs van het NOS Jazzconcours in Laren. Twee jaar later koos hij definitief voor de muziek. Snijders geldt als een vernieuwer en is de officieuze uitvinder van kasekojazz. Hij is een bruggenbouwer; van Surinaamse kaseko tot wereldmuziek en jazzfunk.

Natural Sources (1977)

Brazilian Blue cruist met een open dak door een subtropisch jazzfunklandschap terwijl een vrouwenstem loom mee-neuriet. Busy Street is een sfeerbeeld van het grote-stadsstraatleven vol hoekige breaks en een vinnig slaggitaartje als aanjager. Fraaie eerste hybrides van jazz en een Caraïbisch geluid. Snijders heeft de originele versie helemaal zelf ingespeeld. 'Je had toen natuurlijk geen computers of andere hoogstaande technische snufjes en ik was door de omstandigheden gedwongen ook het ouderwetse studiohandwerk onder de knie te krijgen.' Die doe-het-zelfmentaliteit zat er altijd al in, maar na het contact met de jazzcomponist Willem Breuker nam het daadwerkelijk in eigen beheer opnemen en uitgeven een aanvang. 'Ik heb van 1974 tot 1976 gespeeld in Breukers Collectief. Ik zag van dichtbij hoe het ensemble liveshows op de band slingerde en alles in eigen hand hield. Zo kan het ook, realiseerde ik me. Ik heb helemaal geen platenmaatschappij nodig om mijn eigen muziek te verspreiden. Willem heeft me dat zetje gegeven.'

A Safe Return (1980)

Snijders ging internationaal en speelde onder meer in 1979 op het Carifesta Festival in Cuba en trad op in de Verenigde Staten. 'Ik weet nog dat ik na een optreden terug liep door Lenox Avenue in Harlem naar mijn hotel, helemaal downtown. Het voelde een beetje onguur zo laat 's nachts en ik deed bewust een cool loopje met mijn fluitkoffer vermomd als stok om niet als een gemakkelijk slachtoffer over te komen. Daar kwam vanzelf een ritme bij.' Wacht, hij doet het wel even voor. En in zijn woonkamer loopt Snijders als de koning van de straat wiens linkerbeen bij elke stap iets doorbuigt. Hij levert de bijbehorende beat: 'Toen kepak, ke-toen-toen pak.' Een bevriende Surinaamse muzikant noemt het 'biggie bal groove', grote ballengroove. Een nonchalant stoere houding die zich vertaalde in de relaxte slowfunk van de track Lenox.

Met dank ook aan Herbie Hancock. Door diens baanbrekende jazzfunkalbum Headhunters raakte Snijders geïnspireerd. Op A Safe Return komt het allemaal samen. Jazz, muziek uit Cuba en Brazilië en natuurlijk kaseko. 'Kaseko Attack op A Safe Return is een belangrijk nummer voor mij omdat die mix zo goed gelukt is. Funk en fusion aan het begin en aan het eind die ophitsende rollende snaredrum van kaseko met alles erop en eraan.'

Samenwerking

Het was liefde op het eerste gehoor toen producer en podiumprogrammeur Niels Nieuborg vijftien jaar geleden Ronald Snijders zag spelen op het North Sea Jazz Festival. 'Ik heb een zwak voor muzikanten die volstrekt eigenzinnig te werk gaan.' Er was een klik, de samenwerking volgde. Snijders leverde bijdragen aan albums van Ntjam Rosie en Giovanca, geproduceerd door Nieuborg en Jasper Cremers (Nelson & Djosa zijn hun producersaliassen). Vervolgens ontstond het idee om iets met het vroegste werk van de fluitist te doen. Nieuborg: 'Omdat het niet meer verkrijgbaar is en omdat het me interessant leek als andere muzikanten zijn muziek speelden.' Nelson & Djosa strikten voor dit album vermaarde vakbroeders uit Colombia, Mali, de VS, Israël, Nigeria, Brazilië en Engeland.

Quartz (1983)

Snijders derde album Black Straight Music uit 1981 moest eigenlijk zijn eerste zijn. 'Ik had begin jaren zeventig al een band met dezelfde naam waarmee ik wilde opnemen. Maar toen ik de kans kreeg, was er maar een klein budget en moest alles snel-snel in een rotstudio. Van die plaat zijn geen opnamen op The Nelson & Djosa Sessions terechtgekomen.' Had hij toen niet liever bij een platenmaatschappij willen opnemen die voor promotie, geld en meer naamsbekendheid kon zorgen?

Snijders: 'God weet dat ik destijds heb geprobeerd daar aansluiting bij te vinden. Ik heb de afwijzingsbrieven nog. En ze gaan allemaal van: 'Dank u wel, maar we zitten vol.' Ik heb niet de indruk dat ze toen zaten te wachten op een Surinamer die zich op een minder geijkte manier profileerde. Nee, ze willen dat je Wasmasjien komt zingen. Lekker lollig Caraïbisch doen met een grote hoed op.

Enigszins verhit: 'En dan zeggen mensen weleens tegen je: 'Ja, maar Ronald, wat wil je, je doet ook alles zelf.' Ik moest wel! Ik dacht, jullie gaan me niet tegenhouden om mijn eigen shit uit te brengen.'

Er loopt een logischer lijn van zijn tweede album naar zijn vierde Quartz, waarop Snijders de tijd had om de ideeën tot in detail uit te werken. De ballad Easy Man, van dat album afkomstig, is meer een remix dan een herbewerking. Op The Sessions prijst nu Snijders' Braziliaanse collega-multi-instrumentalist Ed Motta zich amoureus aan als 'Easy Man'.

Ronald Snijders tijdens het Koningsdagconcert in theater De Spiegel.Beeld ANP

Flute (1985)

'Ik was al zo lang bezig met kaseko en kasekojazz dat ik dacht: nou effe niet. Ik wilde gewoon lekker bezig zijn met de funk.' Op Funky Flute dat op The Sessions is terechtgekomen, kruist hij de degens met een blazerssectie.

Op een andere manier droeg hij indertijd zijn steentje bij aan muzikale kruisbestuiving en integratie. Snijders nam de track Fa Waka? (Hoe gaat het?) op. 'Mijn poging om met een combi van hiphop en funk het Surinaams te promoten. Ik zong aan het begin van die track ook letterlijk 'Ladies and gentlemen we're going to teach you the Surinamese language'. Zo'n twintig jaar voordat het Sranan zijn weg vond naar de Nederlandse straattaal. Later heb ik nog gedacht dat het in een heruitgave serieuze hitpotentie zou hebben, maar ik heb het laten liggen.'

Heeft hij nooit naar zo'n grote klapper verlangd? 'Ach, ik doe dit alles omdat ik een niet te veronachtzamen scheppingsdrang heb. Ik stel mezelf altijd de vraag hoe ik akkoorden, ritmes en muzikale vormen kan combineren tot iets geheel nieuws, iets wat nog niet bestaat.' Laat hij het beeld van hem als angry old man, dat hier en daar nog leeft, wat bijstellen. 'Mensen verbinden het hebben van een succesvolle hit aan gelukkig zijn. Maar ik kan doen wat ik wil. Ik ben helemaal vrij. En laten we wel zijn, wie hebben hier in Nederland nou wel mainstreamsucces gehad met fusion?' Als hij naar die muur kijkt waar zijn eigen platen als trofeeën pronken, kan hij alleen maar denken: 'Chapeau Ronald'.

'Ik heb mijn eigen ding gedaan. En daar gaat het om.'

Ronald Snijders en gasten - The Nelson & Djosa Sessions (V2). Snijders speelt 9/7 op het North Sea Jazz festival in Ahoy Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden