Interview

'Ik heb heimwee naar Amerika'

Oh, oh Amerika heet zijn nieuwe boek: de liefde voor het land zit diep bij Charles Groenhuijsen (61). Toch woont hij in een huurappartement in Utrecht, terwijl zijn gezin daar is gebleven. 'Hier verdien ik mijn geld.'

Beeld No Candy

Goodbye, zei Nancy Reagan ooit over de dementerende oud-president Ronald. Ze bedoelde: je neemt langzaam, beetje voor beetje, afscheid. Zo heb ik dat ook met mijn moeder ervaren. Door alzheimer werd haar leven leger en beperkter. Ik zie het als optrekkende grondmist, om haar heen werd alles grijs, vaag, onherkenbaar. Op een goed moment ging het kaarsje uit, in februari is ze overleden.

'Als je moeder sterft, waait het dak van je huis. Het is een momentum in je leven. Haar zeven kleinzonen droegen de kist, onder wie mijn twee jongens - die aangeslagen, geprangde koppies zal ik niet gauw vergeten. Dertig jaar geleden stierf mijn vader onverwacht aan acuut hartfalen. Dat was meer een schok. Twee maanden na zijn pensionering viel hij gewoon om. Hij heeft mijn kinderen nooit gekend. Dat is bitter. Mijn moeder is 91 jaar geworden, dat vind ik een eerlijker einde.'

Ik kan me voorstellen dat je je jeugdjaren dan nog eens voorbij laat komen. Het milieu waarin je opgroeide - hoe zou je dat omschrijven?

'Als traditioneel. Mijn vader werkte zijn hele leven bij Douwe Egberts in Joure, later in Utrecht, als technisch inkoper van grote installaties. Mijn moeder was huisvrouw. We waren katholiek, maar ik noem het Fons-Jansenkatholiek, analoog aan de cabaretier: vrolijk, optimistisch, passend bij de jaren zestig. Op de lagere school kreeg ik les van frater Paulus. Die trok eens een jongen hard aan zijn oor. Ik ben opgestaan en zei: 'Dat moet u niet doen.' Ik kan slecht tegen onrecht. Later heeft hij in de klas zijn fout erkend, groots van die man.

'Ik lijk op mijn moeder. Zij had een vergelijkbaar soort eigenzinnigheid en koppigheid. Ik was een erg lastig kind, dat was niet om vrolijk van te worden. Maar ze had geduld met me. Haar vaste recept was: ga maar naar boven, je mag pas weer beneden komen als je rustig bent. Aan het ontbijt heb ik mijn vader, toch een milde man, een keer zo kwaad gemaakt dat hij me achterna rende - nog net niet met een bijl. Vraag me niet waarover het ging, maar ik wist: nu ben ik over de grens gegaan. Dat laatste heb ik wel eens vaker gedacht.'

CV

16 april 1954 Geboren in Joure

1973 Studie geschiedenis universiteit Utrecht

1974 Redacteur Utrechts universiteitsblad

1975 - 1983 Verslaggever/correspondent Utrecht voor de Volkskrant

1983 - 1986 Verslaggever NOS-journaal

1986 - 1989 Correspondent Amerika voor NOS in Washington

1989 - 1996 Presentator en programmamaker NOS Laat, Medialand, NOVA

1996 - 2005 Amerika-correspondent NOS in Washington

2003 Nominatie omroepman van het jaar

2005 Ontslag bij de NOS na 23 jaar

2008 Presentator Verleden van Nederland, VPRO

2013 Presentator WNL op Zondag

2015 Boek Oh, Oh, Amerika

Charles Groenhuijsen is getrouwd en heeft drie kinderen

Op je 9de liep je al rond met een microfoon.

'Klopt. Het oordopje van een elektronica bouwdoos van Philips kon je ook als microfoon gebruiken, dat plakte ik in een wc-rol en ik legde er een zakdoek overheen. Ik ondervroeg mijn huisgenoten, deed net of mijn vader minister was: 'Excellentie, mag ik u iets vragen?' Dat had ik op televisie gezien. Minister Luns kwam uit een ver land en onderaan de vliegtuigtrap stond een keurige tv-verslaggever die deze vraag stelde.

'Ik herinner me ook nog goed de beelden van de mijnramp in het Duitse Lengede, eind 1963. Reddingswerkers hadden een gat geboord, daar ging een koker doorheen waarin mijnwerkers met de armen stijf omhoog naarboven werden gehesen. Ik kreeg 't er zelf benauwd van. Niet lang daarna liep mijn vader op een ochtend bedrukt mijn slaapkamer binnen: 'President Kennedy is doodgeschoten.' Kennedy was de verpersoonlijking van de tijdgeest, van de nieuwe frisse jeugdigheid na de bedompte jaren vijftig. Amerika was bij ons thuis een voorbeeldland, mijn vader reisde daar voor zijn werk vaak naartoe. Als ik denk aan die begrafenisreportage, hoe wij dat beleefden... Kippenvel. Nu weer.'

Waarom wilde je journalist worden?

'Nieuwsgierigheid, denk ik. En een zekere bemoeizucht. Op m'n 20ste ben ik bij het Utrechts universiteitsblad gaan werken. Ik studeerde toen nog geschiedenis. Ik interviewde bewindslieden van het kabinet-Den Uyl, zoals Marcel van Dam en Jan Pronk. Heerlijk. Met studeren ben ik gestopt - gestruikeld over een scriptie over de korenvoorziening in het oude Rome. Wetenschap is niks voor mij. Journalistiek is veel leuker: het is breder, sneller, actueler en je mag gewoon dingen weglaten.

'In 1975 maakte ik de overstap naar de Volkskrant. Jarenlang was ik correspondent in Utrecht. Ik heb nog verslag gedaan van de acties voor het behoud van Amelisweerd, een bos dat moest worden gekapt voor de A27. De actievoerders dachten: de Volkskrant is links, die Groenhuijsen is op onze hand. Dus niet. Ik ging ook naar die grote flat van Rijkswaterstaat om met de hoofdingenieur te praten: waarom is die weg nodig? Hoor en wederhoor. Ook wel vanuit dwarsigheid.'

Beeld No Candy

Hoe ontliep je de dienstplicht?

'Ik had een autoriteitsprobleem.'

Geen verrassing.

'Neuh. S5, dan ben je niet helemaal toerekeningsvatbaar - vonden zij. Bij de keuring heb ik de boel al lopen versjteren door bij de IQ-test alsmaar lastige vragen aan die korporaal te stellen. Ik word claustrofobisch van zo'n uniform. Macht vind ik niet interessant. Ik heb ook geen enkele neiging om ergens de baas te zijn, daar ben ik veel te ongedurig en te ongeduldig voor, dat dingen niet kunnen of te langzaam gaan. Ik raak verveeld. Geeft bij mij al gauw een humeurige aanblik, dat wil niemand.

'Ongeduld was ook de reden dat ik na acht jaar schrijvende journalistiek de overstap maakte naar televisie, in die dagen hét medium van de toekomst. Voor de NOS heb ik een aantal buitenlandreizen gedaan, zoals de hongersnood in Soedan en grote ontwapeningsconferenties. 'Charles is een sjouwer', zei een NOS-collega uit die tijd. Dat is absoluut waar. Je moet mij iets te doen geven. Ik moet sjouwen, sleuren, letterlijk - met het statief van de cameraman. Dan heb je geen last van mij.'

In de lente van 1986 leerde je je vrouw Karin kennen. Vlak daarna volgde je Haye Thomas op als correspondent in Amerika. Markant jaar.

'Ja. Ik kende Karin al, ze woonde bij mijn broertje in huis. Het correspondentschap was voor mij een droombaan. Je moet je realiseren dat een redactiezaal niet mijn natuurlijke biotoop is. Ik gedij het best in eenmansbanen, zoals ik als schrijvend verslaggever al met een blocnote op de fiets door de stad reed. Karin gaf haar bestaan hier op om met mij mee naar Washington te gaan. Spannende tijd. Stormachtig.

'Amerika is nu mijn tweede vaderland. Ik heb een green card, dan mag je voor het immigration office in de rij met Amerikaanse staatsburgers. Gaat lekker snel. Stempel in je paspoort, boem-boem, de beambte zegt: 'Welcome home, sir!' Zo voelt het ook.'

Wat trekt je nou aan in die Amerikanen?

'De energie. De creativiteit. Het fundamentele optimisme, yes, we can. Ik weet het: veel Nederlanders vinden Amerikanen oppervlakkig. 'How are you doing? I'm doing great!' Het is een permanente goednieuwsshow die ze opvoeren, totdat je vrienden maakt en wel beter weet. Amerika is bij uitstek een servicemaatschappij. Je zit in een restaurant en de ober zegt: 'You look great today, what can I do for you?' Oppervlakkig? Misschien. Maar dat hoor ik toch liever dan een Nederlandse ober die wegloopt en zegt: 'Mijn collega komt zo bij u.'

'Ik ben óók kritisch. Vanuit mijn liefde voor het land schrijf ik in mijn nieuwe boek hoe desastreus de rol van de Republikeinen is. Elke vooruitgang houden ze tegen. Ik schrijf over justitie. Sheriff Joe Arpaio, vijf keer herkozen, runt een gevangenis in Arizona waarbij de gedetineerden roze ondergoed moeten dragen, in tenten bivakkeren en bij een misstap in een piepkleine cel worden gestopt, met z'n vieren, bij 35 graden, 23 uur per dag. Krankzinnig! Ik schrijf over armoede, de lage lonen. Ik gun het land wel een vleugje SP, een man als Emile Roemer, om de stuitende sociale ongelijkheid aan te pakken. Laatst sprak ik een taxichauffeur in New York die zich het schompes moest werken om de medische behandeling van zijn zoon in de gevangenis te kunnen betalen. Maar hij hield moed: 'That's the way it is, sir. I deal with it.''

Je bent versmolten met het land. Ter illustratie: hoe beleeft de familie Groenhuijsen een ijshockeywedstrijd?

'Met grote betrokkenheid, als de Capitals spelen. The Caps, dat is Washington, hè. Dan zitten we als een all American family voor de televisie, met popcorn en cola, petjes op, en we leven hartstochtelijk mee. Karin ook. Onze jongste zoon Daan, 19 jaar, steekt zich helemaal in de clubkleuren.

'We gaan ook vaak naar een wedstrijd. Dan spelen ze eerst het volkslied. Iedereen gaat staan, met de hand op het hart, gedraaid naar de vlag. Ik ook, hoor. Met een brok in m'n keel. Daarna is er een salute the troops. Er is altijd wel een veteraan in een rolstoel die drie benen is kwijtgeraakt in Afghanistan. I salute him. Of haar. Zit ook diep bij mij. En dan is het een groot feest. Als ik hier bij Galgenwaard al die ME-busjes zie staan voor een wedstrijd van FC Utrecht. Mijn god. Sportrellen bestaan niet in Amerika. Op de tribune zitten vrouwen met baby's op schoot, midden tussen de fans. Als je rottigheid uithaalt, word je gegrepen en naar voren doorgegeven.'

In 1989 keerde je terug naar Nederland om anchor te worden van NOS Laat, de voorloper van NOVA en Nieuwsuur. Was dat achteraf gezien niet een opmerkelijke stap?

'Zeker. Het ging ook te snel. Maar ja, ik zat in Washington, Karin had een baan bij het Nederlands Bureau voor Toerisme in New York. We woonden ver uit elkaar, dat was niet makkelijk. Daarom besloten we samen terug te gaan. NOS Laat was iets nieuws, vijf dagen in de week, voor mij een gouden kans.'

Toenmalig NOS-chef Ad van Liempt zag in jou een echte Amerikaanse anchor. Vanwege het gemak. De charme.

'Ik denk dat dat wel klopt. Wat ik vaak van mensen hoor is: 'Ik geloof jou.' Ik irriteer ze in elk geval niet. Wat ik vooral geweldig vind van presenteren is livetelevisie. De Golfoorlog in 1991 was voor mij een soort doorbraak. We zonden 24 uur per dag uit. Live. Je kon mij dan geen groter plezier doen om on the air in mijn oren te roepen: 'Charles, we gooien alles om.' O ja, leuk, vertel maar. En dat de regie dan zei: 'Praat in 30 seconden toe naar een filmpje over scudraketten.' Enig! Dan gebeurt er wat, hè.

'Uiteindelijk is presenteren toch een kantoorbaan. Ik vond het geen aantrekkelijke gedachte jaar in jaar uit met een geschminkt hoofd op die draaiende punaise te zitten. Kom je weer op het oude verhaal: laat mij nou gewoon sjouwen, zet me niet in een vogelkooitje. Ik keerde weer terug naar Washington. Daar zijn mijn drie kinderen opgegroeid, daar ligt in feite de oorsprong van mijn gezin.'

Zijn er eigenschappen die je mist, als presentator, als journalist?

'Ik geloof dat ik al het nodige wel heb. Vind jij van niet?'

Je staat niet bekend als een type dat een minister vloert met harde, confronterende vragen.

'Nee, daar heb ik ook nooit naar gestreefd. Dan zouden kijkers naar mij kijken zoals ze naar Sven Kockelmann kijken, en dat lijkt me niet prettig. Sven doet dat, harde interviews. Prima. Maar ik vind zijn harde toon erg onaangenaam - ik zet het uit. Zulke vragen leiden ook zelden ergens toe. Als je mij op mijn neus wilt slaan, ga ik met bokshandschoenen voor mijn hoofd staan. Als jij wilt dat ik iets ga zeggen, moet je me met open vizier tegemoet treden, dan moet je mij lokken, verleiden.'

Groenhuijsen als presentator van Medialand, 1996. Beeld anp

Britse anchors kunnen charmant en hard tegelijk zijn.

'Ja. Nou ja, ik ben ook geen softie. Maar als een minister of een gezagsdrager twee keer nee zegt op een vraag of twee keer ontwijkend antwoordt, dan blijf ik niet doorgaan.'

BBC-presentator Jeremy Paxman heeft ooit in een live-interview met politicus Michael Howard twaalf keer dezelfde vraag gesteld. Met twaalf keer een ontwijkend antwoord.

'Het is een rol die je speelt, net als Kockelmann doet. Paxman was natuurlijk de attack dog van de BBC en Newsnight. Dat had wel enige amusementswaarde.'

Meer dan dat: het was ontmaskerend.

'Ik zeg niet dat een harde aanpak nooit werkt.'

Niemand is perfect. Wat zou een persoonlijke of journalistieke misstap van Charles Groenhuijsen kunnen zijn?

'Ik had het conflict met de NOS anders moeten aanpakken. In 2005 zou ik de opvolger worden van Philip Freriks bij het Achtuurjournaal. Maar de hoofdredacteur, Hans Laroes, weigerde verzoeken van mij te behandelen om betaalde klussen buiten de NOS te doen, terwijl hij dat volgens de cao wel moest. In een mailtje daarover heb ik de fatale vergissing begaan het fameuze woord 'schnabbelgestapo' te laten vallen. Geintje, ik zou dat nooit meer zo zeggen. Op de redactie was het een running gag: 'Is er al een razzia geweest van de schnabbelgestapo?' Ik schold Laroes niet uit voor nazi, maar zo werd het wel uitgelegd. Ik had me niet uit de tent moeten laten lokken.

'De NOS heeft het snoeihard gespeeld. Ze beweerden dat ik bij mijn tweede correspondentschap in Amerika bewust ervoor had gekozen om uit vaste dienst te gaan, omdat ik met een contract meer zou kunnen verdienen. Dat was gewoon gelogen - dat lossere dienstverband was voor hen een voorwaarde! Ik kon wel wat geld meekrijgen, maar dan moest ik m'n mond houden. Waarom moest ik weg? In diezelfde tijd werd ik samen met Haye Thomas uitgeroepen tot de populairste buitenlandcorrespondent van de laatste vijftig jaar!'

Oud-NOS Journaal-hoofdredacteur Hans Laroes (M) in de rechtbank in Amsterdam tijdens het kort geding dat Charles Groenhuijsen aanspande tegen de NOS. Beeld anp

'Ik ben een minder onvoorwaardelijk net en hoffelijk mens dan de televisiekijker denkt', zei je tien jaar daarvoor tegen interviewer Hugo Camps van Elsevier. 'Ik kan gewoon vervelend zijn. Heel ongedurig ook. Mijn vrouw zegt soms: ze moesten eens weten...'

'Hahaha. Ja, dat klopt ook wel. Hans Laroes en ik zijn niet elkaars natural match, to put it mildly. Maar dat hoeft een werkrelatie toch niet in de weg te staan?

'Toen ik de ontslagbrief kreeg... Ik was kapot. Schoot vol. Als je 23 jaar lang je de pestpokken hebt gewerkt voor zo'n bedrijf, en dan zo oneerlijk wordt weggezet... Het was een mislukte poging tot karaktermoord. Er kwam een rechtszaak die ik glansrijk won, 5 ton kreeg ik mee. Nu zeg ik: het was een blessing in disguise. Ik had vrijheid. Ik kon met mijn gezin in Amerika blijven, daar waren Karin en de kids heel blij mee.'

Heb je ooit geprobeerd een journalistieke baan te vinden in Amerika?

'Ik heb ooit gesproken met het EBU, de European Broadcasting Union, maar dat zijn weer kantoorbanen. Een Amerikaans tv-netwerk heeft mij niet nodig. Wat kan ik nou dat zij niet kunnen? Ik werk voor WNL en MAX, ik doe dagvoorzitterschappen, ik ben op de radio en schrijf columns en boeken. Die variatie is nu een van de grote voordelen van mijn bestaan. Ik zou het ook heel leuk vinden om volgend jaar betrokken te zijn bij tv-uitzendingen over de Amerikaanse verkiezingen.'

Laatst hield je in nrc.next een pleidooi voor het goede nieuws. Mag ik dat zo zeggen?

'Nee, dat mag je niet.'

'Dan hebben ze wéér een kakelverse depri-onthulling over de zorg, het onderwijs, bedrijven, het milieu, sociale werkplaats, vluchtelingenkamp, opvangcentrum... het gáát maar door. (...) Hoofdredacteuren die in samenwerking met de firma Douwe Egberts prozac door de redactiekoffie mengen. Daar zouden die programma's zó van opknappen.'

'Correct geciteerd. Dit is natuurlijk retorisch. Kijk, ik ben vóór handhaving van alle berichten die op pagina 101 van Teletekst staan en dat is meestal slecht nieuws. Ik bedoel het iets dieper. Neem kindersterfte. Er verschijnt een rapport over kinderen in de derde wereld die als gevolg van de neergang van de wereldeconomie in hongersnood zijn geraakt. Dat waren er 100 miljoen, geloof ik. Verschrikkelijk. Maar vóór 2008 waren 500 miljoen kinderen uit de honger gehaald. Waarom horen we of lezen we daar nergens iets over?'

Het goede nieuws dat 3 miljoen 300 duizend automobilisten tussen 5 en 7 uur opnieuw veilig zijn thuisgekomen is geen opening van het journaal. Dat er drie mensen zijn omgekomen bij een ongeluk op de A15 wel. In de regel is nieuws toch een ordeverstorend element.

'Ja, maar het verkeer is nog nooit zo veilig geweest! Het aantal verkeersdoden is in de laatste vijftien jaar gehalveerd tot nog geen 600 doden. Dat er drie tegen een brugpilaar bij Gorinchem zijn gereden, is nieuws. Zeker. Maar zet het dan wél in perspectief. Tijdens een lezing mag ik graag de vraag stellen: gaat het goed of slecht met de wereld? De meerderheid zegt meestal: slecht. Je kunt mij geen groter plezier doen. Joepie, dát vinden wij fijn. I've got news for you, my friends! Ik verwijs naar gapminder.org van de Zweedse professor Hans Rosling, over bijvoorbeeld levensverwachting en inkomen. Wat blijkt? De wereld raakt in razend tempo beter opgeleid, rijker, gezonder en ouder. Hoezo, slecht nieuws?

'De kern van mijn betoog is: in het openbare leven zijn er veel mensen die ons voortdurend iets vertellen over de kwaliteit van ons leven. De politicus. De predikant. De leraar. Welke invalshoek kies je dan? Stel dat jouw kind thuiskomt met een rapport met een vier, een vijf, drie zevens en twee achten. En de docent hamert alleen maar op die vier en vijf. Dan zeg je toch ook: hoho, het is niet alleen maar slecht? Je wilt mensen toch óók in hun kracht zetten? In mijn ogen is de journalistiek het enige vak waarbij het benadrukken van het negatieve zó de regel is geworden. Als ik dit soort dingen zeg, word ik weggezet als een naïeve positivo. Is niet erg - ik heb een brede rug. Ik ben graag vrolijk dwars.'

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Beeld No Candy

Kom je ooit voorgoed terug naar Nederland?

'Later misschien. Ik heb nu heimwee naar Amerika. Andersom niet. De drie kinderen zijn het huis uit, de oudste studeert binnenkort af. Dat brengt al enige financiële verlichting. Karin werkt op een school in Washington als 'learning specialist' voor kinderen met leerproblemen. Ik verdien hier mijn geld - ik woon in een huurappartement in hartje Utrecht. In die reusachtige, transatlantische spagaat zit ik al jaren, dat is het lot van de expat.'

Dat trekt, begrijp ik, op persoonlijk vlak een zware wissel?

'Ik ga niet mijn huwelijk in de krant bespreken. Ja, natuurlijk is het lastig. Het probleem is vooral de fysieke afstand: je mist te veel dagelijkse dingen van elkaar. Dat je samen ergens verschrikkelijk om moet lachen. Dat je zegt: laten we vanavond in bed niet twee maar drie afleveringen van House of Cards kijken. Die dingen doe je nu alleen. En zij ook. Want ik ben maandenlang hier, en zij daar.'

Je vader was 62 toen hij plotseling overleed. Volgend jaar ga je hem in leeftijd voorbij. Speelt dat door je hoofd?

'Nou en of. Aan mijn vaders kant zijn vier broers vrij jong aan hartfalen gestorven, eentje op z'n 52ste. Die heette nog Charles ook. Ik ben geen sombermans, maar om de zoveel tijd zit ik wel bij een cardioloog op zo'n fiets. Mijn beeld van mijn vader is: een oudere man. Ik heb hem kapot zien gaan aan stress op zijn werk, hij had net wat te veel Hans Laroesen om zich heen. In de genen ben ik toch meer mijn moeder. Hoop ik. Veertig jaar geleden liep ik op het Utrechtse Janskerkhof met een opschrijfboekje. Ik ben de 60 gepasseerd, maar ik voel me nog steeds jong en fit. Ik ben nog steeds die sjouwer, go, go, go. Wat moet ik dan?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden