'Ik heb heel weinig plezier beleefd aan de jaren zestig'

In haar nieuwe roman rekent de Britse schrijfster Antonia Byatt af met haar mannelijke voorgangers die de vrije liefde predikten....

‘Toen ik aan Het boek van de kinderen begon, heb ik er geen moment bij stilgestaan dat de kinderen uit het verhaal uiteindelijk gedoemd zouden zijn deel uit te maken van de Eerste Wereldoorlog. Het was mijn bedoeling een roman te schrijven die speelde in de hoogtijdagen van het Engelse kinderboek. Dat was de periode rond de eeuwwisseling van de negentiende en twintigste eeuw. Toen ik vervolgens een tijdlijn ontwierp, constateerde ik dat veel van mijn personages onvermijdelijk zouden sterven in de Eerste Wereldoorlog. Want die heeft een hele generatie weggevaagd.’

Antonia Byatt (73), beter bekend onder haar voorletters (naar verluidt noemen zelfs haar kleinkinderen haar ‘A.S.’), glimlacht bijna verontschuldigend. ‘Ik ben een slechte historica. Tijdens het schrijven diende de Eerste Wereldoorlog zich aan als een verrassing. Het interessante is dat die verrassing ook voor de personages geldt. Historici zijn het erover eens dat de Tweede Wereldoorlog zich min of meer aankondigde. Bij de Eerste Wereldoorlog was dat veel minder het geval. Die oorlog was niet onvermijdelijk. Het was een gril van de Duitse keizer.’

Volgens Byatt begon de Eerste Wereldoorlog als een feest, vol euforie en verlangen naar glorie op het slagveld. ‘Maar de Edwardianen waren dan ook een feestvierende generatie.’ Ze heeft nooit veel sympathie gekoesterd voor de lichting Engelsen die tot wasdom kwam nadat koningin Victoria in 1901 was overleden en haar zoon Edward VII op de troon belandde.

‘Ik heb me altijd veel meer aangetrokken gevoeld tot de serieuze, ietwat zwaar op de hand zijnde Victorianen, auteurs zoals Tennyson, Browning, George Eliot. Die generatie wilde begrijpen hoe de wereld in elkaar zit. De Edwardianen waren zo tevreden met zichzelf. Zij zouden de wereld verbeteren en ze wisten precies hoe het moest. Aan figuren als H.G. Wells en D.H. Lawrence heb ik echt een hekel. Dat werden zelfbenoemde en zelfingenomen profeten, alles draaide om hun ego. George Eliot had daar totaal geen last van: die twijfelde, maakte zich zorgen – ik houd van dat soort mensen.’

Toch besloot Byatt een roman te situeren in het Edwardiaanse tijdperk. Toen ze zich in de kinderboekenschrijvers van die periode verdiepte, ontdekte ze dat velen van hen een tragische levensloop kenden. Een relatief hoog percentage pleegde zelfmoord. Byatt: ‘Met hun kinderen liep het nog slechter af. De zoon van Kenneth Grahame, auteur van The Wind in the Willows, leek als kind al met zelfmoord te flirten door herhaaldelijk midden op de weg te gaan liggen en gooide zich in zijn studententijd uiteindelijk voor de trein. Grahame schreef zijn boeken zogenaamd voor zijn zoon, maar besteedde in werkelijkheid weinig aandacht aan hem. Een van de adoptiezonen voor wie J.M. Barrie Peter Pan schreef pleegde zelfmoord, net als de echtgenoot en zoon van Alison Uttley, de auteur van Little Grey Rabbit, in wier vredige literaire wereldje ik als kind zoveel uren heb doorgebracht.’

Byatt, die zelf in 1972 een zoon verloor als gevolg van een verkeersongeval, vermoedt dat de reeks zelfmoorden op zijn minst ten dele door emotionele verwaarlozing kan worden verklaard. ‘Naar mijn overtuiging schreven al deze auteurs, ook A.A. Milne (Winnie the Pooh) en E. Nesbitt (The Railway Children), niet zozeer uit liefde voor hun kinderen, maar om hun eigen kindertijd te verlengen of te herbeleven. Ik geloof dat die houding exemplarisch is voor de hele generatie. De Edwardianen waren kinderen, of liever: volwassenen die de mogelijkheid hadden zich in hun kindertijd op te sluiten.’

Haar afkeer van de Edwardiaanse zelfingenomenheid was een van de redenen waarom Byatt besloot Het boek van de kinderen (The Book of Children) niet vanuit het perspectief van één of twee personages te vertellen, maar vanuit wel twintig verschillende figuren, met een veelheid van verhaaldraden. Deze behelzen het wel en wee van oudere en jongere figuren uit de Engelse middle class: goed opgeleid, niet zelden artistiek aangelegd, grenzeloos optimistisch over de toekomst en de eigen mogelijkheden.

Bij het scheppen van het personage Herbert Methley – schrijver, nudist en onverzadigbaar vrouwenversierder – liet Byatt zich onder meer inspireren door H.G. Wells. ‘Die ging met zoveel mogelijk vrouwen naar bed en had een ethica bedacht waarmee hij dat kon rechtvaardigen. Er zitten overigens ook aspecten van bijvoorbeeld John Cowper Powys in Methley. Mijn personages zijn nooit gebaseerd op één bepaalde historische figuur.’

Byatt ziet parallellen tussen de Edwardians en de generatie van de jaren zestig van de vorige eeuw. ‘Ik heb weinig plezier beleefd aan de jaren zestig. Iedereen zegt dat de jaren vijftig een benauwend tijdperk was, maar dat is onzin. Het was een plezierige, hoopvolle tijd en ook in politiek opzicht was het beter dan het daarop volgende decennium: er waren mensen aan het bewind die stap voor stap een betere wereld wilden bouwen. De National Health Service werd geïntroduceerd, dat soort zaken bracht substantiële verbeteringen.’

De jaren zestig, daarentegen, zijn voor Byatt de tijd dat mensen hun kleren uittrokken, anarchistische universiteiten oprichtten, hasj gingen roken, de afwas lieten staan en zeiden: dit is vrijheid. ‘Wat een onzin! Het was degeneratie naar de kindertijd. Wat hebben de sixties welbeschouwd voor goeds voortgebracht? Psychiater R.D. Laing heeft een hoop doden op zijn geweten. Hij zei dat het goed was dat mensen uiting gaven aan hun waanzin. Verschillende van zijn patiënten zijn daaraan onderdoor gegaan. En hij vond dat iedereen vrij moest zijn, dus ging hij naar bed met zijn patiënten, om ze te helpen. Mijn goede vriendin uitgeefster Carmen Callil, oprichtster van Virago Press, werkte in de jaren zestig bij diverse linkse tijdschriften. Zij zegt: wij moesten koffiezetten en met de redacteuren naar bed, want we waren vrij.’

Uit memoires van kinderen van hippieouders blijkt volgens Byatt dat opgroeien in een commune overeenkomsten vertoont met opgroeien als kind van een schrijver die geloofde in seksuele vrijheid in de jaren 1890.

Het boek van de kinderen was één van de titels op de shortlist voor de Man Booker Prize 2009. Opvallend aan die lijst was dat vijf van de zes boeken als historische romans konden worden gekwalificeerd. Geen toeval, meent de schrijfster. ‘Bijna alle grote Engelse romans, van George Eliot tot Charles Dickens, gaan een generatie terug, zodat er een zekere distantie tot het onderwerp is en de schrijver meer inzicht en overzicht heeft.

‘De vader van de Europese roman, Sir Walter Scott, schreef bijna uitsluitend historische romans. Hij poogde een geschiedenis van Europa te schrijven waardoor we begrijpen wie we zijn en waar we vandaan komen. Ik vind dat een goed en modern project. Je kunt een hoop ontdekken over het hedendaagse Engeland door te kijken naar de Edwardiaanse kinderboekenschrijvers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden