’Ik heb geen stijl, ik heb een onderwerp’

In München is Johan Simons al volop bezig met de voorbereidingen voor zijn intendentschap bij de Kammerspiele.

Een van de eerste voorstellingen die Johan Simons maakte was Cakewalk, in 1984, op de kermis van Uitgeest. In dit Noord-Hollandse dorp speelde een toen nog piepjonge Pierre Bokma een stoere kermisjongen en Joke Tjalsma was het timide meisje achter de kassa. In deze kermisattractie ontrolde zich een liefdesverhaal, en tegelijk en klein sociaal drama. Want dat was het kenmerk van Simons en zijn Regiotheater (het latere Hollandia): kleine verhalen vertellen, voor en over gewone mensen. Met een grote boog liep Simons toen om de gevestigde schouwburgen heen. Hij maakte theater in kippenhokken, autosloperijen, op vuilstortplaatsen en, inderdaad, op de kermis.

Nu, 25 jaar later, is er weer een voorstelling van Johan Simons met een kermisattractie: Hiob, dat zich afspeelt rondom een echte carrousel. Die staat niet meer in Uitgeest, maar op het podium van de Münchner Kammerspiele, een van de twee grote stadstheaters in München.

Werkdrift
Van Uitgeest via Eindhoven (ZT Hollandia) en Gent (NTGent) naar München, dat is de weg die Johan Simons (62) tussen 1984 en 2009 heeft afgelegd. Vanaf volgend jaar zomer wordt hij intendant van de Münchner Kammerspiele, als opvolger van Frans Baumbauer. Al vijf jaar maakt Simons als gastregisseur voorstellingen in München. Hiob is zijn voorlaatste en volgende maand voor het eerst in Nederland te zien, tijdens het Holland Festival 2009. Met de bij hem horende werkdrift heeft hij in München alweer een nieuwe voorstelling gemaakt: Drei Farben. En inmiddels repeteert hij bij zijn eigen NTGent aan Kasimir en Karoline, een co-productie met De Veenfabriek die op 25 juni in Utrecht in wereldpremière gaat.

Het zijn drukke tijden voor de regisseur, die zijn baan in Gent nu combineert met de voorbereidingen voor zijn intendantschap straks in München. En derhalve regelmatig heen en weer vliegt. Zoals dit weekend, waarin er veel vergaderd moet worden, twee van zijn voorstellingen spelen en hij met gepaste trots ook nog graag zijn nieuwe werkplek wil laten zien.

Terwijl hij zijn bezoeker uit Nederland meeneemt naar zijn kantoor, verzucht hij dat het al met al een zware job is. ‘Nee, ik denk niet: ach, over een jaar zien we wel weer. Al mijn plannen moeten nu worden toegelicht, verdedigd, uitgewerkt. Ik krijg een contract voor vijf jaar, en de machine loopt, maar ik moet er nog wel een flinke slinger aan geven. Waarop je hier zeker wordt afgerekend, is het aantal bezoekers. Als dat onder de 60 procent zakt, heb je een probleem en word je naar huis gestuurd. Wat dat betreft ben je net een voetbaltrainer.’

Duits-artisitek
De directiekamer van de Münchner Kammerspiele ziet er op en top Duits-artistiek uit: versleten kantoormeubilair, stapels dossiers, scripts, beleidsplannen, toekomstvisies. Alles grijs, bruin, shabby, met in de hoek een Ikea-keukenblokje. ‘Hier moet inderdaad het een en ander worden opgeknapt’, zegt Simons, maar de overdadige slordigheid lijkt hem niet eens te deren. Waar hij wel warm voor loopt: de grote repetitieruimte beneden in het gebouw gaat hij helemaal strippen, van een tribune voorzien en er een mooie middenzaal van maken. ‘Dat wordt een nieuw podium in deze schouwburg vol tradities, waar ik voorstellingen kan maken die een ander publiek trekken.’

Het Duitse theater is strak hiërarchisch georganiseerd. Anders dan in Nederland wordt elke avond een ander stuk gespeeld, dat soms jaren op het repertoire blijft staan. In Nederland wordt een nieuwe voorstelling twee, drie maanden achtereen gespeeld, gaat soms op tournee en verdwijnt dan.

Simons wil in München een combinatie van beide systemen gaan toepassen. In de grote theaterzaal het meer klassieke repertoire (Schiller, Tsjechov, Shakespeare) en in de nieuwe middenzaal eigen stukken, experimenten. ‘Ik ga hier zeker ook een King Lear maken, en een Macbeth.

Maar ik wil ook een hechtere band met het publiek, minder passief. Daar is die nieuwe zaal zeer geschikt voor. Ik wil de sleutel daarvan kunnen geven aan iemand als Alain Platel, zodat hij daar in alle rust een voorstelling kan maken. En zelf ga ik ook theater op locatie maken. Dat zijn ze hier niet gewend, maar het moet wel.’

Dure modewinkels
Het theater van de Münchner Kammerspiele is gelegen aan de chique Maximilianstrasse, een grote allee die dwars door het centrum van de stad loopt. Met alleen maar dure modewinkels: Dior, Versace, Chanel, Gucci, Bvlgari. Voor het theater staat een marktkraam met groenten en fruit: een kilo aardappels kost hier 3,95 euro. Het theater is vanaf de winkelstraat te bereiken via twee doorgangen die naar een binnenplaats leiden waar het hoofdgebouw ligt. Een tamelijk sober Jugendstil-theater, waarin overbodige opsmuk zorgvuldig is vermeden. Prachtig zijn de ronde bogen op het balkon en de subtiele versieringen in het stucwerk.

De Kammerspiele kent een roerige geschiedenis die in 1911 begint en die vele verbouwingen, bombardementen, instortingen en subsidieperikelen heeft overleefd. In de loop der tijd zijn aan het oorspronkelijke gebouw allerlei nieuwe vleugels gebouwd waarin de repetitielokalen, techniek, ateliers en kantoren gevestigd zijn. Het gezelschap heeft driehonderd mensen in vaste dienst en een jaarlijkse subsidie van 30 miljoen euro, inclusief het jeugdtheater en een toneelschool die straks ook onder Simons vallen. Ter vergelijking: bij Toneelgroep Amsterdam werken gemiddeld zo’n tachtig mensen; het gezelschap heeft een totale subsidie van 6,4 miljoen per jaar.

Het is afgeladen vol bij de voorstelling Hiob, Simons’ theaterbewerking van de roman van Joseph Roth uit 1930 over de treurige lotgevallen van een Joodse familie in Rusland, begin vorige eeuw. Op toneel domineert een grote carrousel waarop drie woorden staan: Birth, Love, Death. André Jung, steracteur van het gezelschap, excelleert in de rol van pater familias Mendel Singer die na een heftige innerlijke strijd het geloof in God verliest.

Ovatie
Hiob is een voorstelling waarin Simons op een gedegen, bijna Duitse manier een verhaal van alle tijden vertelt; over mensen die verstrikt raken in hun eigen geschiedenis. Het publiek beloont de acteurs na afloop met een minutenlange ovatie. Hier wordt terdege beseft dat toen Roth Hiob schreef de grootste beproeving voor het Joodse volk in Europa nog moest beginnen.

Katholiek, conservatief, burgerlijk, puissant rijk – dat zijn zo wat (voor)oordelen over de stad München en zijn inwoners. ‘En dat klopt allemaal’, zegt Simons, ‘in deze stad komen rijke Arabieren hun inkopen doen. Mekka München wordt het genoemd. Maar er is een ook een andere kant, met een alternatieve scene, een anarchistisch München. Vergeet niet dat in deze stad ook Brecht heeft gewerkt, en dat Fassbinder er begonnen is. Hitler trouwens ook, maar dit terzijde. Die andere wereld speelt zich ondergronds af, letterlijk ondergronds, in de kelders en souterrains. Als je hier naar een striptent wilt, moet je de kelders in.’

Simons is in Duitsland vooral bekend geworden door de Duitse versie van De Val van de Goden waarmee ZT Hollandia in 2001 op tournee ging. Vanaf dat moment werd het gezelschap uitgenodigd voor de grote Europese festivals. Intendant Frans Baumbauer is Simons al die tijd nauwlettend blijven volgen en heeft hem uiteindelijk naar München gehaald. Daar wordt hij een Regieführende Intendant, een intendant die zelf ook voorstellingen maakt. Maar minder dan nu: in de toekomst wil hij gaan samenwerken met Alain Platel, Ivo van Hove en choreografe Meg Stuart.

Op dit moment maakt Ireen van Ditshuyzen een documentaire over hem. Trots. Eervol. Het zijn niet de woorden die direct bij hem opkomen. ‘Maar om het heel pedant te zeggen: ik vind het wel logisch dat ik hier ga werken, het is een stap die klopt. Als theatermaker heb ik niet één bepaalde stijl: ik heb een onderwerp en daaraan pas ik mijn stijl aan. Dat vinden ze hier een kwaliteit, en ook spannend. De acteurs zijn vakmatig zó bedreven, ze weten zó precies wat ze doen, dat het geen kwaad kan als er eens een frisse wind gaat waaien. Een Nederlandse of Vlaamse acteur twijfelt tot het laatste moment, dat kan een Duitse acteur zich niet permitteren. Die staat vijf, zes avonden per week in verschillende stukken te spelen, en werkt overdag aan een nieuwe rol.’

Drei farben
In de grote zaal wordt vanavond Drei Farben gespeeld, naar de filmcyclus Trois Couleurs van Krysztof Kieslowski, opnieuw voor een uitverkochte zaal. Een van de acteurs in dit drieluik is Jeroen Willems; als toeschouwer in de zaal zit Pierre Bokma. Een klein Hollands onderonsje dus, in deze Duitse cultuurtempel. Bokma is een paar dagen in München om zijn aanstaande collega’s aan het werk te zien; in oktober 2010 zal hij meespelen in Simons’ openingsproductie. In de toekomst zullen meer acteurs uit Nederland en België bij de Kammerspiele als gast gaan werken, onder wie Elsie de Brauw, Steven van Watermeulen en Katja Herbers.

Drei Farben begint spectaculair, met de verbeelding van een auto-ongeluk: uit de nok van het theater boort een echte auto zich loodrecht naar beneden met een enorme knal het podium in. Vervolgens ontrolt ook deze voorstelling zich als intense vertelling over het grote en kleine leed van gewone mensen, en hun morele dilemma’s. In die zin is, hoe verschillend zijn voorstellingen ook zijn, het thema in Simons’ werk altijd hetzelfde gebleven: de eeuwige zoektocht van de mens naar een eigen identiteit. Waarbij altijd weer die kermis om de hoek komt kijken.

Straks ook weer in Kasimir en Karoline, de voorstelling waaraan hij op dit moment werkt in Gent. ‘Dat is een van mijn favoriete stukken. Het wordt wel eens de Romeo en Julia van de arbeidersklasse genoemd, maar voor mij gaat het over de vraag waarom mensen niet kunnen zijn, zoals ze zijn. Kasimir zit als een rotsblok vast aan zijn afkomst, Karoline probeert zich omhoog te werken uit de klasse waarin ze is geboren. Zij is een vrouwelijke Icarus, zij stijgt op naar de zon en verbrandt.’

Breytenbach
Je zou kunnen zeggen: in beide personages zit een deel van Simons zelf. ‘Ik las toevallig laatst een citaat van Breyten Breytenbach: ‘We moeten beseffen dat onze absolute verplichting ligt in de ongehoorzaamheid aan de macht en onze identificatie met de armen’. Daarover gaat Kasimir en Karoline, en dus ook over de huidige tijd, over de crisis van nu, over de bankiers met de bonussen en de gewone man die daarvan de dupe wordt.’

Na afloop van Drei Farben is de acteurskantine ook geopend voor gewoon publiek. Dan wordt er bier gedronken en bloedworst besteld. Pierre Bokma, overduidelijk in een vrolijke bui, heeft al een Duitse mop over Nederlanders gehoord: Wat doen Hollanders als ze het wereldkampioenschap voetbal hebben gewonnen? Dan zetten ze hun PlayStation uit!

De oudste actrice van de Kammerspiele is Hildegard Schmahl (69) en ook zij drinkt een biertje mee. Zij speelt zowel in Hiob als in Drei Farben en kent Simons inmiddels goed. ‘Wat ik prettig aan hem vind, is dat hij niet autoritair is. Dat is wel eens anders in het Duitse theater. Hij opent elke ruimte, hij luistert goed. Af en toe geeft hij een aanwijzing, of je hoort een zucht. Acteurs zijn bij Johan zeer zelfstandig. Verantwoordelijkheid en vrijheid, daar gaat het bij hem om. En als dat in evenwicht is, ontstaat als vanzelf democratie.’

Steenfabriek
Simons is nu 62 en zal in elk geval vijf jaar in München gaan wonen en werken. Misschien ook wel langer. En dan terug naar Nederland. Terug naar zijn huis in Varik, in de Betuwe. Hij heeft plannen om daar in een oude steenfabriek een theaterhuis te stichten, waar hij zijn manier van werken op de volgende generatie wil overdragen. ‘Een live-overdracht, zodat als ik stop of als ik dood ga mijn manier van theater maken niet zo maar ineens is verdwenen. Dat lijkt me leuker en zinvoller dan langzaamaan papieren theatergeschiedenis worden.’

Te zien op 20 en 21 juni, Stadsschouwburg Amsterdam (Holland Festival)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden