InterviewDamon Galgut

‘Ik heb een hekel aan de eerste versies van mijn boeken’

Hoe schrijft de schrijver? Met de hand, in het geval van Damon Galgut, die in zijn nieuwe roman De belofte probeert duidelijk te maken hoezeer de positie van een witte familie in Zuid-Afrika in de loop der jaren is veranderd.

Damon Galgut: ‘In Zuid-Afrika kun je niet schrijven zonder oog te hebben voor de geschiedenis en politiek.’  Beeld Retha Ferguson
Damon Galgut: ‘In Zuid-Afrika kun je niet schrijven zonder oog te hebben voor de geschiedenis en politiek.’Beeld Retha Ferguson

‘Ik schrijf niet om mensen te entertainen. Ik schrijf zelfs niet om mijzelf te entertainen. Ik wil iets doen wat ik nog niet eerder heb gedaan. In zekere zin schrijf ik een boek om te ontdekken waarom ik het schrijf. Waarom fascineren de personages me? Waar voeren ze me heen? Ik werk van duisternis naar helderheid, van onbewust naar bewust.’

Zijn e-mailnaam luidt ‘Nomad’: niet alleen zijn voornaam achterstevoren gespeld, maar ook een indicatie van de reislust die hem tientallen jaren kenmerkte. Reizen zit er voorlopig niet in voor Damon Galgut. Zijn land, Zuid-Afrika, is ernstig getroffen door de coronapandemie en hij vermoedt dat het misschien nog wel een jaar kan duren voordat hij wordt gevaccineerd. In zijn nieuwe roman, De belofte (The Promise), die speelt in zijn geboortestreek, reist hij dan ook vooral in de tijd.

null Beeld Retha Ferguson
Beeld Retha Ferguson

De belofte vertelt het verhaal van de Afrikaner familie Swart, die een landgoed bezit in de omgeving van Pretoria. Het speelt zich af tussen 1986 en 2018 en beslaat vier episoden, steeds zo’n tien jaar van elkaar gescheiden. Tijdens elk van die episoden komen de Swarts bij elkaar ter gelegenheid van de begrafenis van een van de familieleden. Dan komen de al jaren sluimerende conflicten tussen de gezinsleden opnieuw naar de oppervlakte, want het is bij de familie Swart bepaald geen pais en vree, net zomin als in de wereld die hen omringt.

Een van de conflicten betreft de belofte uit de titel. Vlak voor haar dood heeft moeder Rachel verklaard dat Salomé, de trouwe zwarte hulp van het gezin, het krottige huisje waarin ze woont in bezit zou moeten krijgen. Maar Rachels man, Manie, en twee van haar drie kinderen, Anton en Astrid, negeren haar wens. Alleen de jongste, Amor, brengt het onderwerp telkens opnieuw ter sprake.

Damon Galgut: ‘Als het schrijfproces moeizaam gaat, is het troostrijk om er eens een oud manuscript op na te slaan en te zien dat mijn boeken ook vroeger al moeizaam tot stand kwamen.’ Beeld Retha Ferguson
Damon Galgut: ‘Als het schrijfproces moeizaam gaat, is het troostrijk om er eens een oud manuscript op na te slaan en te zien dat mijn boeken ook vroeger al moeizaam tot stand kwamen.’Beeld Retha Ferguson

Van Zuid-Afrikaanse auteurs wordt bijna per definitie gevraagd dat ze in hun werk een visie geven op de politieke situatie in hun land. Ervaart u dat als een last of als niet meer dan logisch?

‘Toen ik jonger was en minder politiek bewust, vond ik het inderdaad een last. Mijn eerste romans hadden een sterk persoonlijk, niet-politiek karakter. Ik schreef over mijn jeugd, het feit dat ik op mijn 6de ziek werd en lang in het ziekenhuis lag, de impact die dat had op ons gezin. Daar kreeg ik de nodige kritiek op: ‘Moet je eens kijken, het land staat in brand en deze geprivilegieerde witte man zeurt over zijn eigen besognes.’

‘Dat was wel een beetje een klap. Maar toen ik ouder werd, werd ik me ervan bewust dat je in een land als Zuid-Afrika niet kunt schrijven zonder oog te hebben voor de politieke situatie en de geschiedenis waaruit die voortkomt. Want die is bepalend voor hoe wij in dit land leven. In Nederland is het waarschijnlijk niet zo belangrijk als je geen mening hebt over allerlei politieke zaken, maar hier wel.’

De belofte bestrijkt een periode van ruim dertig jaar en geeft daarmee een recente geschiedenis van Zuid-Afrika: van de laatste fase van de apartheid via de hoop van het Mandela-tijdperk tot de teleurstelling van de regeringsperioden van Mbeki en Zuma.

‘Het valt mij op dat veel recensenten de nadruk leggen op de politieke kanten van het boek. Mij was het in de eerste plaats te doen om de geschiedenis van de familie Swart. Geschiedenis en politiek waren voor mij vooral belangrijk als achtergrond: elk van de vier secties moest het ethos, het gevoel van een bepaald decennium uitdragen. Maar slechts ter ondersteuning van het familieverhaal.’

null Beeld Retha Ferguson
Beeld Retha Ferguson

Het verhaal van een gedoemde familie, zo lijkt het. De grootvader, die al voor het begin van het boek is overleden, blijkt te zijn verdronken in een waterreservoir, en de meeste familieleden lijken gedoemd relatief jong te overlijden op een gewelddadige wijze.

‘Mijn boek is geïnspireerd op twee verhalen die twee vrienden mij vertelden. Het ene ging over een zwarte bediende die het huisje zou krijgen waarin ze woonde. Iedereen in de familie was het erover eens dat dat moest gebeuren, maar de vrouw in kwestie heeft er vijfendertig, veertig jaar op moeten wachten.

‘Het tweede verhaal hoorde ik van een vriend die de laatste nog levende telg van zijn familie is. Het ging over de begrafenissen van zijn naaste familieleden: vader, moeder, broer en zus. In principe waren dat natuurlijk treurige gebeurtenissen, maar de manier waarop hij erover sprak was zeer humoristisch, met veel oog voor het vaak wonderlijke gedrag van de nabestaanden. Dat was ongetwijfeld een manier om het verdriet te verwerken, maar het gevolg was dat in zijn verhaal de nadruk kwam te liggen op de levende mensen, niet op de overledenen. Zo kwam ik op het idee een familiegeschiedenis te vertellen aan de hand van een reeks begrafenissen, maar op een nadrukkelijk lichtvoetige manier.

‘Als er telkens een behoorlijke tijdsspanne zit tussen die begrafenissen, gaat zo’n boek onvermijdelijk ook over tijd. Dat is wat mij betreft het echte thema van De belofte: hoe de tijd je verwachtingen verandert, je lichaam, je leven, maar ook het land waarin je woont. De regering, de wetten, de stemming, de economie, het landschap, alles. Dat ik in dit onderwerp geïnteresseerd ben, heeft er natuurlijk alles mee te maken dat ik zelf ouder word.’

Belichamen de Swarts het veranderende Zuid-Afrika?

‘Dat zou je kunnen zeggen. Ik probeer in mijn boek duidelijk te maken hoezeer de positie van een witte familie in Zuid-Afrika in de loop der jaren is veranderd. Vanuit het absolute centrum van de macht komen ze in een veel marginalere positie terecht. Vooral landeigenaren merken dat. De vraag of zij recht hebben op het land dat ze bezitten staat steeds nadrukkelijker ter discussie.’

Dat geldt vooral voor Anton, de ambitieuze en veelbelovende oudste zoon.

‘De jonge Anton groeit op in een Zuid-Afrika waarin de wereld aan je voeten ligt als je een witte man bent. Maar tussen 1986 en 2018 verandert er ontzettend veel. Ooit was hij God, maar voor zijn gevoel eindigt hij op de mestvaalt.’

De vier sterfgevallen in het boek krijgen een steeds grimmiger, gewelddadiger karakter.

‘Ik denk dat elke dood in dit boek een ander aspect van het leven vertegenwoordigt. Alle vier de familieleden sterven op een andere manier – een slopende ziekte, een ongeluk, moord, zelfmoord – en trouwens ook elk in een ander seizoen. Ook daarmee probeer ik te laten zien dat dit een roman over het verstrijken van de tijd is.’

Religie en pseudoreligie spelen een belangrijke rol en hebben bijna altijd een negatieve invloed.

‘Als atheïst sta ik van nature wantrouwend tegenover religie. Het apartheidssysteem was nauw verbonden met het calvinisme en tot de komst van Mandela was vrijwel iedereen ervan overtuigd dat de afschaffing van de apartheid zou leiden tot een communistisch Zuid-Afrika. Een idiote gedachtenkronkel natuurlijk. In De belofte probeer ik overigens niet zozeer af te rekenen met religie en surrogaten ervoor, zoals al dat new-age-gedoe, als wel me ermee te vermaken.’

null Beeld Retha Ferguson
Beeld Retha Ferguson

U heeft open over uw seksuele geaardheid geschreven. Toen u opgroeide was homoseksualiteit verboden in Zuid-Afrika. In hoeverre heeft dat uw schrijverschap gevormd?

‘Toen ik opgroeide in calvinistisch Pretoria was homoseksualiteit simpelweg immoreel. Maar je kiest er niet voor om gay te zijn, je bent het gewoon. Hoe kan dat immoreel zijn? Toen ik me bewust werd van dat fundamentele onrecht, ging ik ook andere vanzelfsprekendheden ter discussie stellen. Het feit dat ik – naar mijn overtuiging volkomen ten onrechte – als immoreel werd weggezet, hielp me bij het ontwikkelen van een eigen wereldbeeld. In die zin heeft mijn geaardheid beslist bijgedragen aan de ontwikkeling van mijn schrijverschap. Inmiddels er ook in dat opzicht veel veranderd in de Zuid-Afrikaanse maatschappij en speelt mijn seksuele geaardheid geen rol meer.’

Als Amor 6 is, wordt ze door de bliksem getroffen. Ze had dood moeten zijn, maar ze overleeft. Toen u 6 was, werd er kanker bij u geconstateerd en was de verwachting dat u dat niet zou overleven. Dat is vast geen toeval.

‘Ik had niet verwacht dat iemand dat zou opmerken, maar dat is inderdaad geen toeval. Ik was doodziek als kind en eigenlijk al opgegeven. Maar ik heb het overleefd. Het gevolg was dat ik me al vanaf mijn 6de zeer bewust was van mijn eigen sterfelijkheid. Ik vermoed dat ik daarom ben opgegroeid als een buitengewoon serieus, introspectief kind.

‘Amor en Anton zijn tegenpolen in mijn boek, en ik denk dat ze allebei aspecten van mij vertegenwoordigen. Amor vertegenwoordigt het begrip, het geweten: zij is zich ervan bewust dat zij als witte Zuid-Afrikaanse tot op zekere hoogte de schuld draagt van de misdaden van haar voorouders. Dat zij iets heeft goed te maken. Anton probeert gewoon de positie te behouden die hij heeft. Ook in mij vechten deze twee kanten met elkaar, en ik denk dat dat voor heel wit Zuid-Afrika geldt.’

Ik begrijp dat u nog steeds met de hand schrijft. Welke voordelen biedt dat?

‘Ik kan veel sneller typen dan ik kan schrijven en juist door met de hand te schrijven heb ik meer tijd om na te denken of ik wel het juiste woord kies. Die paar seconden maken echt verschil. Als ik op een computer werk, voel ik niet de directe band tussen mijn gedachten, de bewegingen van mijn hand en vervolgens de inkt op het papier. Bovendien vind ik het leerzaam om een handgeschreven manuscript te bekijken, de vele valse starts en doorhalingen te zien. Als het schrijfproces moeizaam gaat, werkt het troostrijk om er eens een oud manuscript op na te slaan en te zien dat mijn boeken ook vroeger al moeizaam tot stand kwamen.’

Bent u een langzame schrijver?

‘Absoluut. Ik ben lang met een boek bezig voor ik er tevreden over ben. Daar komt bij dat ik in het begin meestal maar een vaag idee heb van wat ik wil met welke personages. Ik heb een hekel aan de eerste versies van mijn boeken. Die zijn bagger en als ik tijdens het schrijven de moed verlies, is dat altijd bij de eerste versie. Pas bij het schrijven van de laatste versie krijg ik er echt plezier in.’

Heeft u weleens een schrijfproject helemaal opgegeven?

‘Mijn lades liggen vol notitieboeken met aanzetten tot verhalen en boeken die er nooit zijn gekomen. Dan begin je enthousiast aan iets, maar verdwijnt het momentum en verzandt het. Ik ben bij elk voltooid boek bang dat het het laatste zal blijken te zijn. Dat mijn tank leeg is.’

Terug naar De belofte. Het boek wisselt voortdurend van perspectief. We krijgen niet alleen beschrijvingen vanuit het standpunt van alle hoofdpersonen, maar ook een toevallig passerende dakloze en zelfs vanuit een koppel rondsnuffelende jakhalzen. En er is een alwetende verteller, die van tijd tot tijd ironisch en humoristisch commentaar levert.

Een criticus schreef: de verteller lijkt een geest die telkens van een ander personage bezit neemt.

‘Bij aanvang had ik een conventionelere aanpak voor ogen. Maar het schrijven ging moeizaam, ik raakte gefrustreerd. Midden in die misère kreeg ik het aanbod een filmscript te schrijven, een welkome onderbreking. Toen ik vervolgens weer verderging met mijn roman, merkte ik dat ik het aantrekkelijk vond om te schrijven vanuit het standpunt van een camera die inzoomt op bepaalde personages, daarna weer uitzoomt en een totaalbeeld geeft, om vervolgens weer iemand anders in beeld te brengen.

‘Ik merkte dat de cinematografische logica van het vertellen mij een heleboel mogelijkheden bood. De belofte is een boek over een zwaar, somber onderwerp waarin ook nog eens vier sterfgevallen centraal staan. Als je dat op een conventionele manier beschrijft, krijg je een loodzwaar en deprimerend boek. Dat cameraperspectief werkte ontzettend bevrijdend. Ik heb bijzonder veel plezier beleefd aan het schrijven en heb dikwijls hardop gelachen, terwijl dood en verderf toch een grote rol spelen. Het is uiteraard de bedoeling dat ook de lezer dat plezier voelt.’

Er ontbreekt één belangrijk perspectief in De belofte: dat van Salomé.

‘Ik heb geworsteld met de vraag of ik ook haar een stem moest geven. Uiteindelijk heb ik er bewust voor gekozen dat niet te doen. We krijgen niet het perspectief van Salomé, noch van haar zoon Lukas of enig ander zwart personage. Hen leren we slechts van buitenaf kennen. De camera komt niet over de grens tussen wit en zwart, net zomin als een wit personage ooit in staat is zaken vanuit een zwart perspectief te zien. Niemand in het boek spreekt voor Salomé. Ze spreekt niet eens voor zichzelf. Maar in haar veelzeggende stilzwijgen is ze welbespraakt.’

null Beeld Querido
Beeld Querido

Damon Galgut: De belofte. Uit het Engels vertaald door Rob van der Veer. Querido; 320 pagina’s; € 21,99.

Wie is Damon Galgut?

Damon Galgut werd op 12 november 1963 geboren in Pretoria. Hij stamt af van een geslacht van Joodse Litouwers dat een aantal generaties geleden naar Zuid-Afrika emigreerde. Toen hij 6 jaar was, werd er kanker bij hem geconstateerd en bracht hij lange tijd in het ziekenhuis door. Tegen de verwachtingen in herstelde hij van de ziekte. Galgut studeerde drama aan de Universiteit van Kaapstad. Hij debuteerde met de roman A Sinless Season (1982), die hij al op zijn 17de voltooide en die wel is vergeleken met William Goldings Lord of the Flies. Met The Beautiful Screaming of Pigs (1991) schreef hij een nadrukkelijk politiek geïnspireerd boek, gesitueerd in het toenmalige Zuidwest-Afrika (thans Namibië). Hij brak internationaal door toen The Good Doctor (2003) werd genomineerd voor de Booker Prize. Ook In a Strange Room (2010) belandde op de shortlist voor deze prijs. Naast romans schreef Galgut een aantal toneelstukken. Hij woont in Kaapstad.

Consciëntieuze vertaler

Damon Galgut beheerst het Nederlands onvoldoende om de hier verschijnende vertalingen van zijn boeken te kunnen beoordelen, maar noemt Rob van der Veer zonder aarzeling zijn meest consciëntieuze vertaler. ‘Rob heeft me op diverse onvolkomenheden in het manuscript van De belofte gewezen, zoals woorden die ik onbedoeld meerdere keren gebruikte in één alinea: zaken die mijn redacteuren niet hadden opgemerkt. Die aanpassingen zijn vervolgens ook in de Engelse editie doorgevoerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden