InterviewSebastian Barry

‘Ik heb als schrijver altijd zaken die vernietigd, verdrongen of vergeten waren een plek willen geven’

Beeld Claudie de Cleen

Een blik op het werk van de Ier Sebastian Barry laat zien: zijn familie komt altijd om de hoek kijken. De nieuwe roman Duizend manen is geen uitzondering. Waar komt die fascinatie vandaan?

‘Ik heb in mijn jeugd niet zoveel aan mijn ouders gehad. Ze waren nogal afstandelijk. Mijn moeder was een toentertijd beroemd actrice: Joan O’Hara. Overdag moest ze meestal repeteren en ’s avonds trad ze op in het Abbey Theatre in Dublin. Mijn vader was wat ze a man about town noemden, wat betekende dat hij altijd in de kroeg zat. Meestal was mijn grootvader van moederskant, John O’Hara, ’s avonds thuis om mij gezelschap te houden. In de koude Ierse winters sliep ik altijd bij hem in bed.

‘Die man was in zijn jonge jaren overal geweest. In de Eerste Wereldoorlog voer hij op een Brits koopvaardijschip, in de Tweede Wereldoorlog was hij een uitgesproken dappere majoor in het Britse leger, actief in het onschadelijk maken van bommen. Jarenlang was hij een zware alcoholist en terroriseerde hij iedereen in zijn omgeving met zijn onberekenbare gedrag. Maar toen hij was gestopt met drinken ontpopte hij zich tot een zeer zorgzame grootvader die mij geweldige verhalen vertelde.’

Nee, van een warm gezinsleven was bij Sebastian Barry thuis niet echt sprake. Toch, of misschien juist daarom, neemt in zijn oeuvre zijn familie een belangrijke plaats in. In 1983 debuteerde hij met de dichtbundel The Water Colourist, die hij schreef naar aanleiding van de dood van zijn grootvader aan vaderskant: een, overigens weinig succesvolle, kunstschilder.

In 1985 brak Barry door bij een breed publiek met zijn succesvolle toneelstuk The Steward of Christendom, waarvan de hoofdpersoon gebaseerd was op een overgrootvader aan moederskant.

Het was het begin van een oeuvre waarin Barry het verhaal vertelt van twee Ierse families, gebaseerd op zijn voorouders. De Dunnes uit County Sligo zijn geïnspireerd op zijn vaders familie, de McNulty’s uit County Wicklow op die van zijn moeder. Naast een familiegeschiedenis vormen de romans een alternatieve geschiedenis van Ierland, waarin Barry de complexe relatie met Groot-Brittannië onderzoekt en de zwarte kanten van het Iers nationalisme voor het voetlicht brengt.

U bent opgegroeid in een creatieve familie. Uw moeder was actrice, uw vader dichter, uw tante zangeres en harpist, uw grootvader schilder. Is het kunstenaarschap u met de paplepel ingegoten?

‘In zekere zin wel. Toen ik wat ouder werd, kwam ik tot de ontdekking dat mijn ouders, tante, beide grootvaders en verschillende familieleden beschadigde mensen waren, die hun verdriet hadden aangewend om iets creatiefs te doen. Misschien de belangrijkste ontdekking van mijn jeugd was het enorme verschil tussen hoe het publiek mijn familieleden zag en hoe ze privé waren. Dat was vermoedelijk de beste research die ik als latere schrijver heb gedaan.’

In hoeverre waren ze ook een bron van inspiratie voor die latere schrijver?

‘Het verhaal gaat dat mijn moeder mij op mijn 2de een potlood in handen duwde en zei: ga je gang Sebastian, schrijf of teken! Hoe dan ook, ik denk dat de verhalen die haar vader en zijzelf mij vertelden het begin van alles waren. Want als ze eens een periode niet naar het theater hoefde, was ook mijn moeder een groot verteller. Het gebeurde vaak dat mijn grootvader me zijn versie van een reeks gebeurtenissen vertelde en dat mijn moeder vervolgens háár verhaal deed, dat vaak totaal van het zijne verschilde. Gaandeweg werd mij duidelijk dat ze beiden probeerden te overleven door hun eigen verhaal te vertellen.’

Uw familie personifieerde de aloude Ierse verdeeldheid tussen Nationalisten, die streden voor een onafhankelijk Ierland, en Loyalisten, die al dan niet uit opportunisme de relatie met Groot-Brittannië koesterden.

‘Ik had als kind geen idee hoezeer mijn grootvader aan moederskant – die man dus bij wie ik in bed sliep – net als veel Ieren aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond. Dienst nemen in het Britse leger in de Tweede Wereldoorlog, ook al was het om aan de armoede te ontsnappen, werd als een misdaad gezien. Ierland worstelde immers met zes-, zevenhonderd jaar kolonialisme vanuit het buureiland. 

‘Mijn grootvader aan vaderskant was juist een extreme Nationalist. Hij was betrokken geweest bij de Paasopstand van 1916 en heeft daarbij mogelijk mensen vermoord. Dat klopte totaal niet met mijn beeld van de zachtaardige schilder, over wie ik schreef in mijn gedichtenbundel The Water Colourist. Ik wilde onderzoeken hoe het met die tegenstellingen zat.’

Was het vanaf het begin duidelijk dat u aan een romancyclus, geïnspireerd door twee takken van uw familie, aan het schrijven was?

‘Nee, dat is iets waarvan ik mij pas later bewust werd. Wel had ik van meet af aan het gevoel dat ik als schrijver zaken een plaats moest geven die vernietigd, verdrongen of vergeten waren. Al toen ik een kleine jongen was, voelde ik mij een soort detective. Er waren allerlei geheimen in onze familie en er werd veel gelogen en om dingen heen gedraaid. Het leek of het mijn taak was die geheimen te ontsluieren, de vergeten gebeurtenissen te achterhalen. 

‘Al mijn romans komen in feite voort uit het toneelstuk The Steward of Christendom. Dat is geïnspireerd op mijn overgrootvader, Thomas Dunne, die hoofdcommissaris was bij de Imperial Police, zoals die bestond voor Ierland onafhankelijk werd. Hij werd door zijn meeste landgenoten veracht, in de Ierse geschiedenisboeken is hij een ronduit demonische figuur. Toen ik hem als het ware bevrijdde uit de koude handen van de geschiedenis, waren de reacties overweldigend. Vrijwel elke Ierse familie was bekend met de verscheurdheid die het Britse kolonialisme heeft aangericht.’

Met dat toneelstuk boorde u dus een literaire goudader aan?

‘In elk geval in de zin dat er tot dusver acht romans uit zijn voortgekomen. Annie Dunne, uit de gelijknamige roman, is een kind van Thomas, net als Lilly (In het beloofde land) en Willy (Een lange, lange weg). Aan mijn moeders familie, de McNulty’s, heb ik tot dusver vijf boeken gewijd. Alleen over het huwelijk van mijn ouders, dat beide familielijnen samenbracht, ga ik beslist geen boek schrijven.’

Waarom niet?

‘Misschien omdat dat te dichtbij komt. Tot mijn grootouders, oudooms en oudtantes heb ik meer afstand en dus als schrijver meer vrijheid. Ik heb gemerkt dat er gaandeweg een soort zonnestelsel is ontstaan van familieleden die om elkaar heen draaien, elkaars baan beïnvloeden en wat mij betreft een intrigerend geheel vormen. Ik denk dat het goed was dat ik aanvankelijk helemaal niet wist dat ik daarmee bezig was. Het geeft je de nodige onbevangenheid. Van de meeste familieleden wist ik betrekkelijk weinig voordat ik over ze ging schrijven.’

Sebastian Barry.Beeld Getty Images

Vulde u die leemtes in met onderzoek of via de verbeelding?

‘Beide. Dat ik van de meeste familieleden slechts een handvol feiten wist, vond ik bijzonder inspirerend, want het betekende dat ik, net als in mijn jeugd, als een detective aan de slag moest. Ik ging onderzoeken hoe hun leven er mogelijk had uitgezien en vulde dat aan tot een voor mij geloofwaardig verhaal.

‘Doorgaans besteed ik ongeveer een jaar aan het lezen van boeken over de plaats en tijd waar ik mijn roman ga situeren, maar ik maak vrijwel geen aantekeningen. Wat ik probeer is zaken zodanig te absorberen dat ze deel gaan uitmaken van mijn bewustzijn. Als ik schrijf over wat een personage overkomt, moet het zijn alsof ik over mijn eigen ervaringen schrijf. Wanneer ik een jaar lang onderzoek heb gedaan begint het wachten: ik wacht tot de roman zichzelf begint te vertellen. Dat kan negen maanden tot een jaar duren, maar dat moment komt. Het wachten is misschien nog wel belangrijker dan het lezen, want je moet ook veel vergeten. Anders neemt de research je verhaal over.

‘Alleen bij mijn allereerste ‘familieroman’, De omzwervingen van Eneas McNulty, ben ik van die regel afgeweken. Eneas is gebaseerd op Charles O’Hara, de broer van mijn grootvader John. Mijn grootvader wist me veel over hem te vertellen. Hoe Charles wegens loyaliteit aan de Britten door de IRA ter dood was veroordeeld en Ierland moest verlaten. Hoe hij naar Londen was gegaan en daar op het Isle of Dogs een hotelletje voor veteranen runde dat vervolgens afbrandde. Enzovoort. Dat schreef ik allemaal op in De omzwervingen, maar achteraf was ik daar weinig gelukkig mee. Te veel feiten, te weinig verbeelding. Ik vond dat ik het over een andere boeg moest gooien.’

In uw laatste twee romans, Dagen zonder eind en Duizend manen, is de rol van de verbeelding groter dan nooit.

‘Ja, ik begin de periferie van mijn zonnestelstel te bereiken en nieuwe planeten te ontdekken. Beide boeken spelen niet in Ierland maar in de Verenigde Staten ten tijde van de Burgeroorlog en de nasleep ervan. Ik koos een ver familielid, Thomas McNulty, die maar gewoon zijn eigen verhaal moest vertellen. Natuurlijk wel gebaseerd op stevig onderzoek naar die periode in de Amerikaanse geschiedenis. Het schrijfproces was geweldig bevrijdend, maar ik had ernstige twijfels of mijn redacteur het wel een acceptabel boek zou vinden. Dat bleek gelukkig het geval.’

Thomas McNulty en zijn vriend John Cole zijn openlijk gay en treden, als ze nog jong zijn, verkleed als meisjes op in een saloon. Ik begrijp dat dit gegeven is geïnspireerd op het uit de kast komen van uw zoon Toby, aan wie het boek ook is opgedragen.

‘Het is heel wonderlijk hoe boeken tot stand komen. Grootvader John had me ooit verteld dat een oudoom van hem naar Amerika was geëmigreerd en in de ‘indianenoorlogen’ had gevochten. Ik meende dat ik begreep waarover hij het had, want ik zag elke zaterdag cowboyfilms in de bioscoop in onze straat.

‘Pas meer dan vijftig jaar later kwam het in mij op daarover te schrijven. Het was in de tijd dat Toby, altijd een heel blijmoedig kind, rond zijn 15de ineens ergens heel erg onder gebukt leek te gaan. Pas na hevig aandringen van zijn zus durfde hij het ons te vertellen: pap, mam, ik ben gay. Ik denk dat wij een liberaal gezin zijn, maar in die tijd – najaar 2014 – was het homohuwelijk in Ierland nog verboden. Het was duidelijk dat hij de nodige barrières zou moeten overwinnen. Toen Toby het mij had verteld, besefte ik dat ik mijzelf meer moest leren over hoe het is om gay te zijn.

‘In mijn onderzoek voor Dagen zonder eind was ik intussen gestuit op een foto van twee jongens die verkleed waren als meisjes. Ik had er geen nadere informatie bij. Aanvankelijk dacht ik dat dit gegeven onbruikbaar was voor het boek. Maar ik had nog geen zeven pagina’s geschreven of ik voerde twee als meisjes verklede jongens op, die een dansoptreden gaven voor de plaatselijke mijnwerkers. Ik had het gevoel dat ik de moed van mijn zoon had geleend door die scène te schrijven.’

In uw boeken voert u met regelmaat bijfiguren op die in een volgende roman als hoofdpersonage terugkeren. Heeft u iemand op het oog die in een toekomstige roman weleens een hoofdrol zou kunnen gaan spelen?

‘Ik ben erg geïntrigeerd geraakt door het personage Tennyson Bougerreau, de vrijgemaakte slaaf uit Duizend manen, en zou me graag verder in hem verdiepen. Natuurlijk ligt dat gevoelig. Ik moet goed nadenken hoe ik dat op een gewetensvolle manier kan doen, hoe ik als het ware dispensatie kan verkrijgen om over een zwart personage te schrijven.’

Hebt u favoriete personages, of juist figuren aan wie u een hekel heeft?

‘Haha, als schepper van mijn personages moet ik ze allemaal een beetje liefhebben, toch? Zelfs voor de kwaadaardige priester vader Gaunt uit In het beloofde land, wellicht mijn meest gehate personage, heb ik een zeker respect. Hij blijft trouw aan zijn idealen, hoe dubieus de meesten van ons die ook vinden. Ook Starling Carlton in Dagen zonder eind is een goede kandidaat voor de hel. Hij steelt native kinderen, verkoopt ze in Californië en wil Winona vermoorden. Tegelijk is hij een loyale vriend van Thomas. Als ik ooit op de plaats van Petrus kom te staan, laat ik ze uiteindelijk toch allemaal binnen.’

Duizend manen

Sebastian Barry

Uit het Engels vertaald door Jan Willem Reitsma

Querido; 248 pagina’s; €20.

Beeld Querido

Sebastian Barry

Sebastian Barry (Dublin, 1955) studeerde Engels en Latijn aan de Catholic University School en Trinity College in Dublin. Hij is de auteur van tien romans, vijftien toneelstukken en vier dichtbundels. Acht van zijn romans zijn geïnspireerd op zijn voorouders.

De McNulty-romans (familie moederskant)

De omzwervingen van Eneas McNulty (The Whereabouts of Eneas McNulty, 1998)

De geheime schrift (The Secret Scripture, 2008)

Een tijdelijke gentleman (A Temporary Gentleman, 2014)

Dagen zonder eind (Days Without End, 2016)

Duizend manen (A Thousand Moons, 2020)

De Dunne-romans (familie vaderskant)

Annie Dunne (Annie Dunne, 2002)

Een lange, lange weg (A Long Long Way, 2005)

In het beloofde land (On Canaan’s Side, 2011)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden