Column

Ik heb al 200 van dit soort lulverhalen voor de Volkskrant gemaakt

Een lezing op het land.

Peter Buwalda op het podium. Beeld null
Peter Buwalda op het podium.

'Hoe zal ik je aankondigen?', vroeg de man. We stonden al op het podium van het festival, de aankondiging was in volle gang, dus het was een rare vraag.

'Misschien is 'dames en heren, hier zijn The Beatles' wel wat?', zei ik, ik bedoel: hoe moet je daar nou op antwoorden?

De man knikte. 'Dames en heren', bulderde hij, 'hier zijn The Beatles!'

Prima opgelost.

Wat niet prima opgelost was, was de rest van de voordracht. Ik had niets voorbereid, namelijk, want ze gingen me interviewen. Maar ze gingen me helemaal niet interviewen. Bij de koffieautomaat, toen het slechte nieuws mij bereikte, stond Erben Wennemars. Hem was het tegenovergestelde overkomen, vertelde de schaatser; hij kwam een lezing geven (niet om te schaatsen, maar ja, ik kwam ook niet schrijven), maar hem gingen ze juist wel interviewen. 'Heerlijke meevaller', zei hij.

Tja, dat zal wel, ja. Kan ik niet jouw lezing doen, dacht ik in lichte paniek, dan kan ik op kalm tempo voorlezen hoe ik een gouden medaille heb gewonnen. De rocky road naar Nagano, of waar het ook alweer was. Leek me wel een leuk verhaal. Openingen, rondetijden, valpartijen, wat er op de finish door Erben/mij heenging. Zou ik het allemaal samen met de zaal ontdekken, woord voor woord.

Nee, onzin. Het was mijn aap waarin ik gelogeerd was, niet Erbens aap. Dus daar stonden The Beatles, glazig de zaal in te koekeloeren. Zingen kan ik niet, dus daarom besloot ik maar een column voor te lezen. Ondertussen zou me vast iets lezingachtigs te binnen schieten. En zo niet, dan las ik gewoon nóg een column voor. Bob Dylan zegt ook nooit boe of bah.

Zie je, er is altijd hoop, wanneer je voor een dampende zaal staat. Mijn vader moest een keer onverwachts een Duitse conferentie van staalharders toespreken, zijn baas duwde hem zonder overleg naar voren, en wat denk je? Hij bleek vloeiend Duits te spreken, zonder de taal machtig te zijn. Ook woog hij na zijn lezing 5 kilo minder. Alleen maar voordelen, dus.

Tijdens het voorlezen schoot mij niets bruikbaars te binnen, wel allerlei belastende kennis. Iemand had me eens verteld waarvoor Nederlanders het bangst zijn. Op één stond kanker. Op twee een terroristische aanslag. Op drie, ex aequo met een atoomoorlog, spreken in het openbaar. Daar had ik precies niks aan, nu.

Na een handvol columns wist ik iets te melden, ik zei: 'Ik heb al tweehonderd van dit soort lulverhalen voor de Volkskrant gemaakt. Ongeveer zoveel als er Beatles-liedjes zijn. Ergo, binnenkort ga ik uit elkaar.'

Daar snapte niemand iets van.

'One, two, three, fowah', mompelde ik, en zette lukraak een nieuwe column in. In verband met voornoemde angst-topdrie voelden The Beatles zich toch ook een beetje Erben Wennemars, dissociatie-technisch, door wiens ogen ik mijn eigen stukjes stond op te lezen. Rare Beatlesliedjes, vond Erben. Het ging inmiddels over Annechien Steenhuizen die in Het Journaal vertelde dat Geert Wilders op zijn kaalgeschoren kop een enorme getatoeëerde lul had met pimpelpaarse kloten tot onder zijn oksels. Erben stokte fronsend midden in dit vreemde lied.

'Spelen', brulde iemand.

Maar de aankondiger stond vanuit de coulissen verwoed te gebaren, met keelafsnijdingen. The Beatles moesten tot een afronding komen, leek het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden