Ik had geen begrip voor de fatwa

De bewering dat een Kamerlid van GroenLinks de fatwa tegen Rushdie steunde, is onjuist, zegt Mohamed Rabbae. Hij wilde diens boek slechts bij de rechter verbieden....

Ron Meerhof en Martin Sommer stelden afgelopen zaterdag dat GroenLinks ‘de eerste partij was die enthousiast het multiculturele pad op ging en als eerste geconfronteerd werd met de schaduwkanten, een islamitisch Kamerlid dat begrip toonde voor de fatwa tegen Salman Rushdie...’ (het Vervolg, 15 september).

Zonder mijn naam te noemen, bedoelen zij zonder enige twijfel mijn persoon. Immers ik ben de enige politicus van GroenLinks (van islamitische afkomst) die in 1993 centraal stond in het debat over het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie.

Ik daag beide journalisten uit te bewijzen dat ik begrip had voor de fatwa van Khomeini tegen Rushdie. Deze fatwa betekende immers dat de schrijver ter dood werd veroordeeld door Khomeini en als gevolg daarvan vogelvrij werd verklaard voor fanatiekelingen. Als beide heren hun huiswerk goed hadden gedaan, dan hadden ze in het NOS Journaal in de periode februari/maart 1989 kunnen constateren dat ik (toen als directeur van het Nederlands Centrum Buitenlanders) één van de eerste burgers van dit land was die meteen en duidelijk de fatwa van Khomeini afwees.

Waar ik wel begrip voor had, was dat een aantal moslims langs een democratische weg, namelijk via de rechter, hun probleem met het boek van Rushdie probeerden te beslechten. Samen met de landelijke moslimorganisaties maakte ik me zorgen over schadelijke effecten van de polarisatie tussen de moslims en niet-moslims. Ik heb ook samen met deze organisaties de woedende moslims aangeraden de weg naar de rechter te kiezen om het boek verboden te krijgen. ‘Ik zou het zelf doen’, heb ik later in een retrospectief interview met Trouw gezegd.

Dit was vele malen te prefereren boven een gewelddadige escalatie van het conflict met alle riskante gevolgen van dien. Dat was ook de opvatting van een aantal politici in zowel het parlement als de regering. Zij steunden mij destijds in deze keuze.

Maar wat een voordeel was in 1989, bleek een aantal jaren later een nadeel te zijn. In 1993 kwam mijn rol in de Rushdie-affaire opnieuw ter sprake in een interview met NRC Handelsblad, toen ik samen met Ina Brouwer duo-lijsttrekker van GroenLinks werd. Veel leden van de partij vonden mijn keuze voor de rechter niet passen binnen de traditie van GroenLinks. Na een aantal discussiebijeenkomsten werd ik daardoor overtuigd en heb ik deze traditie omarmd op een speciaal congres van de partij in 1993 in Arnhem. Sindsdien hanteer ik de pen om de andere pen te bestrijden.

Concluderend: ik had wel begrip voor de gang naar de rechter maar geen enkel begrip voor de fatwa van Khomeini om Rushdie te doden. Het is triest om te zien hoe sommige journalisten die de waarheidsvinding juist consciëntieus behoren te bedienen, allerminst aarzelen om hun eigen valse waarheid schaamteloos te fabriceren over zeer ernstige zaken als leven en dood.

Nu even afwachten of het in hun ethiek past om hun excuses aan te bieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.