PROFIEL

'Ik grossier in wanhoop'

Voor haar eigen Groot-Brittannië is Katie Mitchell te onconventioneel, al is ze in kleine kring een gevierd theatermaker. Stadsschouwburg Amsterdam haalde haar als 'Brandstichter' naar Nederland, voor het gelijknamige theaterprogramma dat woensdag begint.

'De wanhoop duurt nooit lang, hè. Ik maak korte voorstellingen.' Beeld Daniel Rosenthal

'Ach!', roept Katie Mitchell met een lach. 'We missen nu net het beste deel! Het stuk waarin die fucker door een stel gemene vrouwen wordt gedwongen uit het raam te springen. Ja, dit scènebeeld ziet er misschien redelijk normaal uit, maar de rest is dat verre van. Ha!'

De Britse regisseuse draait zich om en kijkt schalks de zaal in. Zelf zit ze op het toneel van de Stadsschouwburg Amsterdam (SSBA). Aan de hand van beeldfragmenten van haar voorstellingen vertelt ze over haar werk, dat vanaf volgende week hier te zien zal zijn. En vanaf het seizoen 2016/17 bij Toneelgroep Amsterdam, waar zij, zo maakte het gezelschap gisteren bekend, als gastregisseur zal aantreden.

Nu is Katie Mitchell 'Brandstichter', oftewel middelpunt van dit festival van de SSBA, met vijf producties en een video-installatie van haar hand, plus een randprogramma. Omdat het tijd wordt met haar kennis te maken.

Gevierd theatermaker

Mitchell (50) is een gevierd theatermaker, met name in Duitsland. Voor haar eigen Groot-Brittannië is ze vaak te onconventioneel: wie Engelse recensies leest, krijgt het beeld van een bitch die respectloos aan klassiekers morrelt en die je met haar geëngageerde werk ook nog eens een schuldcomplex bezorgt. 'Does Katie Mitchell have a fun side?' vroeg The Daily Telegraph zich onlangs af.

Ja hoor. Ze gooit ontspannen haar benen over de stoelleuning en praat met humor en relativeringsvermogen over haar werk en drijfveren. Open gezicht, kort lichtgrijs haar, mooie heldere stem. Alles Weitere kennen Sie aus dem Kino heet het stuk waarvan we het beste deel kennelijk net hebben gemist. Het is een radicale Euripides-bewerking van Martin Crimp. 'Dat kun je niet doen met Euripides!', imiteert ze haar criticasters. 'De Britten zijn goed in taal. Dat is de focus van hun cultuur. Daar mag je niet aankomen.' Dat doet ze dus wel.

Katie Mitchell in 5 voorstellingen: 1) The Forbidden Zone

Gemaakt voor de Salzburger Festspiele ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Mitchell kiest bewust voor een vrouwelijke invalshoek, gebaseerd op een waar verhaal. In 1915 pleegt scheikundige Clara Immerwahr zelfmoord uit protest tegen het feit dat haar man zich inzet voor chemische wapens. Zoon Hermann emigreert naar de VS: zelfmoord. Zijn dochter Claire, scheikundige: ook zelfmoord. De personages worden gevolgd door vijf live-camera's; boven hen zie je de film die aldus ontstaat. Britten en Duitsers werkten zij aan zij aan deze productie, benadrukt Mitchell. En: 'Dit is óók een good old psychological thriller. Waarom maken ze zichzelf allemaal van kant?'

Laatbloeier

'Vind je dat theater gaat over het uitspreken en vertolken van tekst, of wil je dat theater menselijk gedrag representeert? Dat is de vraag. Ik wil me toeleggen op het nauwkeurig weergeven van gedragingen en emoties', verklaarde ze in een interview. En dat resulteert in producties die ze live cinema noemt: ingeleefd spel, dat ter plekke met meerdere camera's wordt gefilmd en geprojecteerd. Inmiddels heeft ze een vast team van Britse kunstenaars om zich heen dat zo werkt.

Het is een dure manier van theatermaken, ook een reden waarom Duitsland een geëigender plek is: de budgetten zijn beter. Maar het gaat bovenal om de ontvangst. 'Wij raken niet ondersteboven van een regisseur die een werk eens grondig aanpakt', aldus een recensent van de Süddeutsche Zeitung.

'Ik ben een laatbloeier', zegt ze koket tegen haar Amsterdamse publiek. Een buitenbeentje, dat voor haar gevoel pas doorbrak in 2006 met The Waves, naar Virginia Woolf. Tot die tijd was het vooral een kwestie van krampachtig proberen mee te doen, 'while the not-fitting-in-ness was getting worse'.

The Forbidden Zone. Beeld Foto Stephen Cummiskey

2) Atmen

73 Minuten lang onderwerpen twee acteurs zich aan een heftige fietstraining, terwijl ze zich buigen over de pijnlijk prangende vraag of je als jong stel nog wel een kind op deze wereld mag zetten. Tijdens hun conversatie hoor je ze hijgen, als ze niet hard genoeg trappen gaat het licht uit. Vier anderen fietsen om het geluidssysteem van stroom te voorzien. De zware fysieke arbeid en het moeilijke gesprek gaan gelijk op. Mitchell: 'Er zijn dingen die je onder ogen moet zien, zoals overbevolking en milieuproblematiek. Maar wel met humor. Leuk ook dat je merkt hoeveel moeite een beetje geluid en elektriciteit kost.'

Beeldend kunstenares

Mitchell werd in 1964 geboren in het plaatsje Hermitage. Vader was tandarts, moeder runde een restaurant. 'De eerste paar keer dat ik in het theater kwam, vond ik er niet veel aan. Ik ben opgegroeid met een dieet van internationale films. Mijn vader was een cultureel autodidact en sleurde mij en mijn broertje mee: Bergman, Fellini, Antonioni, Tarkovsky, Klimov. Mijn vader stelde de tv zo af dat de 'slechte zenders' niet waren te ontvangen. Geen Starsky & Hutch voor ons, wel BBC2. Lang geloofde ik dat dat kwam doordat ons huis op een heuvel lag.'

Aanvankelijk wilde ze beeldend kunstenares worden, maar na (en deels tijdens) haar studie Engelse literatuur in Oxford werd het theater. Als regie-assistent bij de Royal Shakespeare Company kreeg ze een beurs voor Rusland, Georgië, Litouwen en Polen; ze zag werk van helden als Lev Dodin, Anatoli Vasilev, Eimuntas Nekrošius, en het Poolse gezelschap Gardzienice. Terug in de UK was het moeilijk mixen met de mainstream. In 2006 kwam het keerpunt.

3) Trauernacht

Samen met barokdirigent Raphaël Pichon koos Mitchell veertien Bach-cantates uit voor deze muziektheatervoorstelling over een gezin dat worstelt met de dood van hun vader. Vier jonge volwassenen een sopraan, een alt, een tenor en een bas staan op toneel. Daarnaast is er een acteur die de vader speelt, in de Nederlandse setting is dat Hugo Koolschijn. Mitchell: 'Ik zag hem in Scènes uit een huwelijk, geweldig. Hij hoeft niet veel te doen, maar hij draagt de voorstelling, hij is de geest die af en toe langskomt. En dan ook weer verdwijnt. Uiteindelijk voor altijd. Het gat dat hij achterlaat is verschrikkelijk.'

Trauernacht. Beeld Patrick Berger/ArtComArt

Experimenteren

'Met The Waves voelde het alsof ik mijn aanvankelijk Europese belofte had ingelost. Daarna durfde ik te experimenteren, met meer nadruk op beeld dan op woord, met maatschappelijke thema's.' Zorg om het milieu, overbevolking, opwarming van de aarde, het zijn haar focuspunten. Princess of darkness is ze om die reden wel genoemd. Ze zegt opgewekt: 'Natuurlijk, ik grossier in wanhoop.' Later: 'Maar het duurt niet lang, hè. Ik maak korte voorstellingen.' Kort maar intens. In Amsterdam is straks Atmen te zien, waarin twee acteurs fietsend elektriciteit opwekken, terwijl ze een (geestig) gesprek voeren over de ethische implicaties van het krijgen van een baby.

Sinds Mitchell zich in de milieumaterie verdiepte, móest ze mee veranderen. 'Dus ik ben gestopt met vliegen, wat nogal gecompliceerd is met een drukke internationale carrière. En gestopt met het kopen van nieuwe kleren. Dat soort dingen. Ladida (relativerend riedeltje, dat opborrelt als ze vindt dat ze te zwaarwichtig klinkt, red.).'

4) Alles weitere kennen sie aus dem kino

Martin Crimp schreef deze nieuwe, radicale versie van Euripides' Fenicische vrouwen. Het oorspronkelijke koor van jonge, weerloze nonnen is vervangen door een stelletje gemene loeders dat machtige politiek leiders ertoe dwingt de naarste momenten in hun leven te herleven. Mitchell: 'Als in een vagevuur. Dat klinkt misschien abstract, maar als je het ziet, is het behoorlijk eenvoudig en lekker nasty.

Vrouwelijke ervaring

En ja, het gendervraagstuk. 'Ik richt mijn aandacht consequent op vrouwelijke ervaring en perceptie. Er zijn niet heel veel vrouwelijk regisseurs en iemand moet het doen. Ik voel het als een verantwoordelijkheid.' Het komt naar voren in The Forbidden Zone, in Glückliche Tage (Becketts Happy Days). 'Ik houd echt van Beckett. Hij is een specialist in wanhoop. Ik houd van de droge, abstracte taal, de menselijke psychologie. En hij rammelt aan de grenzen van de vorm. Hij zet een vrouw in een schommelstoel, ze schommelt maar wat en zegt uiteindelijk: 'Fuck life'. Pure wanhoop.'

Brandstichter 2015, 11/2 t/m 4/4 in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Over Brandhaarden:
Het eerste festival Brandhaarden vond plaast in 2012 toen de Münchner Kammerspiele van Johan Simons in Amsterdam te gast was. Winterreise (regie Johan Simons) en Ruf der Wildernis (regie Alvis Hermanis) werden toen een groot publiekssucces. Een jaar later was Alvis Hermanis zelf Brandstichter Brandhaarden en Brandstichter, beide in Amsterdam, wisselen elkaar af met voorstellingen als Sommergäste (van Gorki) en The Sound of Silence (op muziek van Simon & Garfunkel). De Volkskbühne uit Berlijn verzorgde vorig jaar met wisselend succes Brandhaarden. In 2012 werden er veertig paspartouts verkocht, nu zijn dat er al ruim tweehonderd.




5) Glückliche Tage

In Becketts Happy Days is hoofdpersoon Winnie deels ingegraven, later in het stuk zien we zelfs alleen nog haar hoofd. Ze zit letterlijk en figuurlijk vast, maar blijft doorpraten tegen echtgenoot Willie, die zwijgend over het toneel zwerft, en tegen zichzelf, terwijl ze waar mogelijk vasthoudt aan kleine dagelijkse rituelen. Mitchell: 'Dit stuk van Beckett gaat een mooie conversatie aan met mijn angst aangaande overbevolking en milieurampen. Iedereen is dood, Winnie is voor de helft al begraven, haar man maakt het niet lang meer. Het gaat over hoe je met een ramp omgaat. Meestal door banale dingen te doen. Om de verschrikking aan te kunnen. Hahaha. Dit wordt een leuke avond.'

De hele wereld in één theater: interview met René van der Pluijm

In Stadsschouwburg Amsterdam presenteert René van der Pluijm internationaal talent aan het Nederlandse publiek. 'Veel theaters stoppen met risicovolle pro-grammering. Wij gaan tegen die stroom in.'

Door: Hein Janssen

'Katie Michell stond bij mij met stip op één. Ik maak altijd lijsten van theatermakers en gezelschappen waarvan ik vind dat die ooit in Brandhaarden of Brandstichter moeten komen. En toen Melle Daamen, onze directeur, bij me kwam en zei: 'Zeg René, ik heb een voorstelling van die Mitchell gezien, moeten we niet iets met haar doen?', is het balletje gaan rollen.'

René van der Pluijm (54) is hoofd programmering van de Amsterdamse Stadsschouwburg en als zodanig verantwoordelijk voor het internationale aanbod. Drie jaar geleden begon hij met een nieuw initiatief: Brandhaarden, het jaar daarop gevolgd door Brandstichter. In het eerste geval haalt hij een heel theatergezelschap vanuit het buitenland met een aantal voorstellingen naar Amsterdam, in het tweede een bepaalde theatermaker.

Het begon met de Münchner Kammerspiele van Johan Simons (Brandhaarden), daarna kwam Alvis Hermanis (Brandstichter) en vorig jaar was de Volksbühne uit Berlijn te gast. De komende twee maanden zal Katie Mitchell in de Stadsschouwburg worden geïntroduceerd. Van haar zullen vijf uiteenlopende producties te zien zijn.

Katie wie? Was dat niet de reactie toen u dit bekend maakte?
'Ja, maar dat gebeurde bij Alvis Hermanis ook. En voor de bezoekers van die Brandstichter-editie is Hermanis zeker geen onbekende naam meer. Mitchell is in kleine kring wel degelijk bekend: zij werkte al twee keer als regisseur bij de Nationale Opera en de voorstelling waarmee zij in 2005 doorbrak, The Waves van Virginia Woolf, was ook te zien in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.'

Is het de bedoeling dat Brandhaarden / Brandstichter juist onbekende namen hier bekend maakt?
'Dat is niet de opzet, maar het is wel dankbaar om iemand die in het buitenland op de grote internationale festivals en in de belangrijke theaterhuizen al beroemd is, juist hier te presenteren. Ons format biedt de unieke gelegenheid om in vier, vijf producties de veelzijdigheid van zo'n maker of gezelschap te tonen. Maar dat aanbod moet dan wel onderscheidend zijn.'

Zijn de vijf van Katie die we de komende weken te zien krijgen onderscheidend genoeg?
'Zeker. Zij is vooral bekend door haar zogenaamde live-film-on-stage producties, waarin film en theater samenvallen, zoals in de openingsvoorstelling The Forbidden Zone. Dat is haar meest uitgesproken signatuur en dat genre heeft ze tot in de perfectie ontwikkeld.

'Maar in Amsterdam is daarnaast ook muziektheater van haar te zien: Trauernacht, gemaakt op veertien cantates van Bach. En er zijn ook wat meer klassieke toneelregies.

Twee keer eerder, in 2009 en 2013, zag ik producties van haar in Theatertreffen, het festival in Berlijn. Wunschkonzert en Reise durch die Nacht. Allebei briljant, ze gingen over eenzame, timide, depressieve vrouwen.
Los van Brandhaarden / Brandstichter is de Stadsschouwburg Amsterdam de laatste vijf jaar hét podium waarop regelmatig buitenlandse voorstellingen te zien zijn. Dat is begonnen toen de gemeente Amsterdam tijdelijk een extra subsidie van drie ton toekende, en tegelijkertijd de Rabozaal werd geopend. Dat bleek een ideaal podium voor groot gemonteerde producties. Ter vergelijking: de opening van de Rabozaal is 20meter, die van de klassieke theaterzaal 11meter.

Het hele jaar door reist Van der Pluijm alle grote Europese festivals en theaterhuizen af. Per jaar ziet hij zo'n honderd voorstellingen in het buitenland en nog eens honderd in Nederland.

Van der Pluijm: 'De gemeente heeft ons in het huidige kunstenplan negen ton gekort, dus per saldo hebben we zes ton ingeleverd. Toch hebben we binnen de begroting ruimte gevonden om internationaal te kunnen blijven programmeren. Omdat wij vinden dat dat in de culturele hoofdstad van het land van belang is en de grenzen tussen landen als het gaat om artistieke creaties eigenlijk niet relevant zijn.'

Wat kost het om een grote internationale productie naar Amsterdam te halen?
'Dan praat je al gauw over een ton voor een grote voorstelling van bijvoorbeeld de Münchner Kammerspiele, die hier drie dagen staat en waarvoor zo'n dertig man naar Amsterdam reizen, hier overnachten enzovoort. Zelfs al zijn alle voorstellingen helemaal uitverkocht, dan moet je daar nog de helft op toeleggen.'

Moet er ook geld bij Brandstichter?
'Zeker. Toch lukt het tot nu toe wel. Door subsidies, door sponsoring en doordat er een breed, artistiek goed ingevoerd publiek is dat bereid is 30, 40euro voor een kaartje te betalen. Voor jongeren tot dertig jaar hebben we overigens speciale kortingsregelingen.'

Lopen die internationale voorstellingen goed?
'Ja, ze halen de hoogste bezettingsgraad. Dat gaat helemaal tegen de trend in. Veel collega-theaters laten hun kopjes hangen en stoppen met risicovolle programmering. Wij gaan tegen die stroom in en hebben intussen een steeds grote schare vaste bezoekers. Die vertrouwen erop dat onze programmering bijzonder genoeg is om er kennis van te nemen. We merken ook dat er een gretigheid is om erbij te zijn.'

Tot slot: heeft u alweer een nieuwe ontdekking op uw lijstje staan?
'Julien Gosselin, een jonge Franse theatermaker, die is interessant om te volgen! In Avignon zag ik vorig jaar zijn eerste grote zaalregie: Les Particules élémentaires naar Houellebecqs Elementaire deeltjes. Geweldige enscenering, waar alle Franse programmeurs meteen op doken. Maar het is gelukt: in september komt hij naar Amsterdam. Naar de Stadsschouwburg, jawel.'


René van der Pluijm was voordat hij programmeur werd bij de Stadsschouwburg Amsterdam hoofd van de afdeling planning en publiciteit bij het Zuidelijk Toneel en Toneelgroep Amsterdam. Daarna werd hij hoofd programmering van de Stadsschouwburg en Oosterpoort in Groningen. In Amsterdam is hij ook verantwoordelijk voor het programmeren van de Nederlandse theatergezelschappen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden