'Ik geloof niet meer in een utopie'

‘Kunstactivist’ Marc Bijl maakte een tentoonstelling over 9/11. ‘Ik weet niet meer wat goed is of kwaad. Ik kan geen positie meer kiezen.’..

Op 12 september 2001 liep beeldend kunstenaar Marc Bijl door Kreuzberg in zijn woonplaats Berlijn en zag hij Fuck USA op een muur staan – vers gespoten. Altijd aan de kant gestaan van punks en krakers; huizenbezitters waren fout, leegstaande kantoren waren fout, multinationals waren fout, vleeseters waren fout, en ineens dacht hij: klopt dit wel? Dat een ‘ouwe punk’ zoiets op een muur spuit, als zout in de wond: zo voelt het dus, als je aangevallen wordt?

De twijfel heeft hem sindsdien niet meer verlaten. Vandaag opent in Upstream Gallery in Amsterdam zijn nieuwste tentoonstelling 9/11 666 777, en wie Bijl de laatste jaren heeft gevolgd en verwacht dat hij m et symbolische beelden stelling neemt – 666 is de duivel, 777 God, wie wint, wie verliest? – vergeet het maar. Bijl zegt het zelf: ‘Ik weet niet meer wat goed is, en wat kwaad: een land binnenvallen omdat er olie in de grond zit, of jezelf opblazen omdat een ander niet in de juiste god gelooft? Ik kan geen positie meer kiezen. En ik ben niet de enige. Als je iets uit deze tentoonstelling wilt halen is het: we gaan naar de klote, maar we gaan niet bij de pakken neerzitten, en we houden zeker niet onze mond.’

Een guerrillakunstenaar wordt Bijl (40) genoemd. Zelf gebruikt hij graag de term kunstactivist. Sinds zijn afstuderen aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch, in 1997, trok hij graffiti spuitend, stickers plakkend en leuzen kalkend door de stad. Rotterdam eerst, toen Berlijn, New York, en opnieuw Berlijn. Kapital = Krieg schreef hij met een eddingmarker op een spiegel in de toiletten van het Joanneum Landesmuseum in Graz. The world won’t listen op een gebouw naast de Frankfurter Kunstverein. Hij plaatste een betonnen swoosh midden op een door Nike gesponsord basketbalveld op Alexanderplatz, ‘zodat de spelers letterlijk zouden struikelen over hun sponsor’. In september 2002, een jaar na 9/11, spoot hij als een dief in de nacht het woord TERROR op de zuilen van het Fredericianum in Kassel, waar de volgende dag Documenta opende: ‘Binnen was niet één kunstwerk te zien dat verwees naar de terroristische aanslag in New York. Ongelooflijk toch? Ik vond dat ik de kunstwereld wakker moest schudden.’

Maar nu is het 2010, is hij 40 geworden, en verandert niet alleen wát hij wil zeggen, maar ook hóe. ‘9/11 666 777 will be the last show where dark symbolism will meet up with abstract forms’, stond er waarschuwend in het persbericht dat zijn galerie verstuurde.

Klopt, zegt Bijl: ‘Ik begin steeds meer verwantschap te voelen met de minimalistische kunstenaars van de jaren zeventig. Zij zochten naar nieuwe symbolen, naar een minimale beeldtaal. Daar heb ik nu meer waardering voor dan voor streetart activisme. Ik heb als kunstenaar altijd paardenmiddelen ingezet: Lara Croft met een bommengordel om, Bush als Che Guevara, logo’s van multinationals, een brandend vredesteken. Die symbolen had ik nodig om mij uit te drukken, een andere beeldtaal had ik niet. Nu ga ik op zoek naar abstractere denkramen waarbinnen ik de complexe wereldproblematiek aan de kaak stel.’

Eng is het wel, die nieuwe weg. Want wat blijft er over van Marc Bijl als hij zijn symbolen loslaat? De kunstenaar: ‘Man, man, man. Dat is echt klote ja. Maar het moet.’

En dus hangt er een groot wit schilderij met zwarte spatten aan de muur. ‘Wel abstract, maar ook nog herkenbaar activistisch.’

Staan er naast de met zwarte epoxy overgoten, druipende beelden van Jezus en Maria – Bijl oude stijl: die twee zijn duidelijk uitgerangeerd – twee langwerpige spiegels met zwarte drips in strepen naar beneden. Bijl: ‘Je zult er misschien niet meteen de Twin Towers in herkennen. Terwijl ik ze in precies dezelfde verhoudingen heb gemaakt als de torens.’

Even komt de tekst van Hermann Hesse ter sprake, een tekst uit Der Steppenwolf (1927), die Marc Bijl ooit in zwarte kapitalen op een muur schreef: ‘Es brennt alsdan in mir eine wilde Begieren nach starke Gefühlen, nach Sensationen, eine Wut (...) und eine rasende Lust irgend etwas kaput zu schlagen (...).’ Denkt Bijl niet, dat het veel moeilijker is zijn zwart-romantische gevoel, dat zo goed een weg vond in zijn iconische beelden, over te brengen in abstract werk?

Het antwoord is verrassend eerlijk: ‘Onvrede en rebellie is maar één kant van mij. De andere kant is burgerlijker dan je denkt. Ik woon in een net appartementje, ik heb een schoonmaakster, alles in mijn leven is super georganiseerd.’

Nog een tandje erbij: ‘Eigenlijk geloof ik niet meer in utopie. Wel in opportunisme. Ik begrijp echt niet meer waarom kunstenaars met hun kinderen in achterstandswijken gaan wonen, omdat het zo goedkoop is. En maar denken dat je een wijk kunt veranderen als je met genoeg architecten en vormgevers bij elkaar zit.’

Dus nee, Marc Bijl zal zijn zoon niet gebruiken om zijn politieke gelijk te halen. Hij woont in een nette wijk waar hij, zoals hij het verwoordt, ‘kunst maakt voor de happy few’.

‘Ik zal altijd blijven kletsen en twijfelen en doen, maar aan het einde van de rit wil ik gewoon abstract schilder zijn. Maar ook dan moet het werk uit mijn tenen komen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden