InterviewEd O’Brien

‘Ik ga niet ineens zeggen: hé, ik ben het nieuwe middelpunt van Radiohead’

Beeld Louis Mackay

Als tweede gitarist van Radiohead stond Ed O’Brien altijd in de schaduw van andere bandleden. Hoog tijd om uit die schaduw te stappen met solodebuut Earth.

Met Radiohead heeft Ed O’Brien op alle grote podia ter wereld gestaan. Hij stond voor 100 duizend bezoekers op het Engelse festival Glastonbury, voor 17 duizend in de Ziggo Dome, voor 20 duizend in Madison Square Garden in New York. Toch is de 52-jarige gitarist doodzenuwachtig voor zijn allereerste solo-optreden, in een zaaltje in Toronto voor minder dan duizend man.

O’Brien, bijna 2 meter lang en een imposante en sympathieke verschijning, is al zijn hele muzikale carrière de tweede gitarist van Radiohead. Op 17 april verschijnt zijn solodebuut Earth. Normaal doet hij de tweede stem, op Earth stapt O’Brien voor het eerst op de voorgrond als leadzanger, in een mix van U2-achtige jarennegentigrock, funk en kampvuurliedjes. Hij is blij dat de plaat na zeven jaar eindelijk af is, maar dus ook nerveus.

Het gesprek vindt in februari plaats, in het Londense kantoor van muzieklabel Universal, enkele dagen voor de show in Toronto. O’Brien neemt een slok van zijn groene smoothie en geeft glimlachend toe dat de Radiohead-roem deuren naar een solocarrière heeft geopend. ‘Maar het is ook spannend. Het haalt me enorm uit mijn comfortzone.’

Bij de eerste tachtig shows van Radiohead kwam geen hond kijken, vertelt O’Brien. Als twintigers konden hij en zanger Thom Yorke in die lege zaaltjes ‘alles uitproberen’. Hun plek en houding op het podium, de energie van de band. O’Briens eerste try-outs zijn daarentegen allemaal uitverkocht. Hij staat straks voor duizend paar ogen die vol verwachting op hem gericht zullen staan.

In Radiohead is O’Brien misschien het minst prominente bandlid. Luister een willekeurig nummer van de Britse alternatieve rockband die de afgelopen jaren meer dan 30 miljoen albums verkocht. Het eerste dat opvalt is de ijle stem van Yorke, dan het experimentele gitaarspel van Jonny Greenwood, de drums van Phil Selway en de pulserende bas van Colin Greenwood. O’Brien vult de ruimte daaromheen met soundscapes door zijn gitaar te verzuipen in effecten. Radiohead is voor 85 procent de stem en teksten van Yorke, zegt O’Brien. ‘Het is mijn taak die te ondersteunen’.

De andere leden van Radiohead maakten al eerder eigen werk. In 2006 verscheen Yorkes soloalbum The Eraser, een jaar later maakte gitarist Greenwood de soundtrack voor There Will Be Blood. In 2010 bracht drummer Selway een folkplaat uit en bassist Greenwood maakte muziek voor modeontwerper Dries Van Noten. 

Voelde O’Brien geen druk om ook solo te gaan? ‘Niet echt’, zegt hij. ‘Bij de geboorte van mijn kinderen, in 2004 en 2006, besefte ik dat zij het allerbelangrijkst waren. Ik ben zelf het kind van gescheiden ouders.’ O’Brien paste voor een carrière naast de band, legt hij uit. ‘Ik wilde vader zijn, een vader met alles erop en eraan.’

Dat hij inspiratie had om zelf een plaat te maken, verraste hem. Hij woonde toen een jaar met zijn gezin in Brazilië, een time-out van het rocksterrenleven. O’Brien en zijn vrouw hielden al jaren van de sfeer in het land, de muziek vol Afrikaanse invloeden en de energie van carnaval. 

In 2012 vloog het gezin na een tour de Atlantische Oceaan over. Op een boerderij nabij Sao Paulo kwam O’Brien voor het eerst in jaren tot rust. Zijn zoon Salvador en dochter Oona gingen overdag naar school, wifi was er niet. ‘Ik dacht: dit is de uitgelezen mogelijkheid zelf muziek te schrijven.’

O’Brien begon met het maken van beats en samples op zijn computer, maar hij raakte al snel verveeld. Het ‘overweldigende carnaval’ in Rio de Janeiro inspireerde hem: de energie, kleur, dans en verbondenheid. ‘Muzikaal volgde ik daarna mijn intuïtie, die zei: pak je gitaar, probeer deze riff eens.’

Ed O’Brien in het huis in Wales waar hij ten dele Earth heeft opgenomen.Beeld Louis Mackay

It’s in me and it’s in you’, zingt O’Brien een jaar later in een studiootje vlak bij Oxford, over de verbondenheid tussen mensen in Rio. Hij woont dan weer in Groot-Brittannië. In de studio zit ook Colin Greenwood, die hij voor de baslijn heeft gevraagd van de demo die later de eerste single Brasil zal worden. Eén ding zit O’Brien niet lekker: zijn stem. Soms klinkt die te vlak, soms te scherp. Zingen noemt O’Brien ‘de grootste leugendetector’, onoprechtheid hoor je meteen. Hij laat het idee om zelf te zingen helemaal los. Hij zal een zanger of zangeres voor zijn nummers gaan zoeken.

Toch doet hij dit niet. Zijn muzikaliteit staat al dertig jaar in dienst van Radiohead. Met de liedjes die hij in Brazilië heeft geschreven, wil hij toch vooral zijn eigen geluid laten horen? ‘Ik wil niet te persoonlijk worden’, zegt O’Brien. ‘Maar de afgelopen vijf jaar ben ik tot het besef gekomen dat ik anderen snel belangrijker maak dan mezelf. Die eigenschap kan fijn zijn, maar ook ongezond.’ Rond de opnamen van Kid A (2000), bijvoorbeeld, voelde O’Brien zich soms ‘onzeker’ over zijn bijdragen. Yorke en Greenwood staan bekend als de muzikale genieën van Radiohead. Om hiermee om te gaan, zo ontdekte O’Brien deels in gesprekken met zijn vrouw, moet hij zichzelf ook zijn momenten gunnen, ‘zijn verhaal’ vertellen.

O’Brien luistert later nog eens naar zijn stem op de demo’s; nu hoort hij flarden die hem bevallen, momenten waarop hij de juiste snaar weet te raken. Hij waagt de sprong en besluit zelf te zingen. O’Brien verzamelt een groep muzikanten om zich heen, onder wie U2-producer Flood en oud-Bowie-drummer Omar Hakim. Ze wisselen sessies in een Londense studio af met sessies in een oud huis in Wales. Het zingen blijft moeilijk, zegt O’Brien, maar de 51-jarige debutant heeft geluk met de ervaren Flood. ‘Hij zei: luister, ik heb acht uur met Bono aan één zanglijn gewerkt. Soms lukt het, soms lukt het niet. Blijf naar de studio komen. Het komt wel.’

Op Earth klinkt O’Briens stem geruststellend, bijna zalvend. Werd Radiohead na OK Computer (1997) steeds experimenteler, O’Brien grijpt juist naar een lichtvoetiger en klassieker geluid. Hij rockt op Shangri-La als op oude Radioheadplaten, brengt op Olympik een ode aan de U2 en David Bowie uit de jaren negentig en zingt op Cloak of the Night een akoestisch duet met Laura Marling. De liedjes komen ‘recht uit zijn hart’, zegt O’Brien, en niet ‘uit het hoofd’, zoals hij de muziek van Radiohead typeert.

Hij neemt met Earth bewust afstand van wat hij in Radiohead doet, zegt hij. Ondanks het advies van Smiths-gitarist Johnny Marr die O’Brien op het hart drukte dat hij ‘niet bang moest zijn om als zichzelf te klinken’. Dat was namelijk Marrs eigen valkuil geweest aan het begin van zijn solocarrière, vertrouwde hij zijn collega-gitarist toe: hij wilde toen per se níét als zichzelf klinken. 

Toch weigerde O’Brien op Earth de klanktapijten te weven die hem onder Radioheadfans geliefd maken. In die galmende sound is hij ‘waarschijnlijk best goed’ geeft O’Brien toe. ‘Maar er zit geen enkele uitdaging in. Ik kan het in mijn slaap.’

Als hij nu naar Earth luistert, hoort O’Brien verbeterpunten. Vooral, hij begint er zelf vaak over, in zijn stem. Geen reden om op te geven, integendeel. In de twee repetitieweken voelde hij zijn stem krachtiger worden, zegt hij. ‘Ik heb pas de eerste stap gezet in een proces dat voor mij erg belangrijk is.’ En: ‘I have to fucking do this. 

O’Brien wil touren, een nieuwe plaat opnemen, daarmee weer gaan touren en nóg een plaat opnemen. Hij wil als solomuzikant beter worden, zegt hij, net zoals Radiohead na het eerste album Pablo Honey (1993) met doorbraakhit Creep beter werd op The Bends (1995) en OK Computer (1997). Wie weet krijgt hij een andere rol in Radiohead, als de band over onbepaalde tijd weer samenkomt voor album nummer 10. Maar: ‘Ik ga niet ineens zeggen: hé, ik word het middelpunt van de band. Dat zou niet gepast zijn.’ Als O’Brien eerlijk is, voegt hij toe, is hij nu niet met Radiohead bezig.

Op YouTube verschijnen video’s van O’Briens optreden in Toronto. Het publiek luistert in stilte naar akoestische liedjes. Op het energieke Shangri-La staat O’Brien wat stijfjes achter zijn microfoon, in een dichtgeknoopt shirt en colbert. In Olympik, het lied waarop hij het trotst is, komt hij los. Het jasje is uit, een snelle drumbeat rolt door de zaal en de tweede gitarist zet een soundscape in. Als frontman trekt O’Brien zelf minutenlang met natte haren de riffs uit zijn gitaar. 

De gitarist is blij dat Radiohead na 35 jaar nog op ‘een prachtige reis’ is. Hij ziet hoe uniek het is dat de groep nog steeds in deze samenstelling speelt. ‘We gingen samen naar school. We zijn als een familie. Zonder die broederliefde hadden we de muziek nog, maar waren er misschien leden afgehaakt.’ 

Juist bij familie hoort dat je soms even afstand kan nemen, voegt O’Brien toe. Zijn bandbroeders hebben Earth in februari nog niet gehoord. Dat komt nog wel, zegt hij, ‘iedereen is extreem druk’. Als Radiohead maken ze dan hun reis, ‘maar we maken ook onze eigen reizen’.

Onbezongen held

Bij optredens van Radiohead springt Ed O’Brien minder in het oog dan de manisch dansende Thom Yorke of de gefocuste Jonny Greenwood. Toch is hij onmisbaar in het vijftal. Volgens David Fricke van muziekblad Rolling Stone speelt Greenwood meer als ‘traditionele leider’ en voegt O’Brien zijn ‘galmende en maffe gitaarlijnen’ toe. Hij plaatste hen op de 59de en 60de plek van zijn lijst van 100 beste gitaristen aller tijden

Een gitaartechnicus van het Britse Professional Music Technology prijst O’Brien op YouTube als de ‘onbezongen held’ van Radiohead. Al het applaus gaat volgens hem ten onrechte naar ‘mysterieuze frontman’ Yorke en ‘nerderig muzikaal genie’ Greenwood. O’Brien is geen opvallende speler, zegt de technicus, ‘maar zijn weelderige, etherische soundscapes zijn essentieel voor het kenmerkende Radioheadgeluid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden