‘IK GA DOOR TOT IK BLUT BEN’

Ze vindt zichzelf ‘geen Hollywoodster die zo nodig popmuziek moest gaan maken’. Juliette Lewis had zelfs nog veel eerder van film naar het concertpodium willen overstappen....

‘Pfff, als ik dat van te voren had geweten, het voelde op den duur alsof ik in een trainingskamp voor mariniers beland was. Maar goddank, het zit er bijna op.’ Juliette Lewis zit in een luxe hotelsuite tegenover Buckingham Palace. Ze verblijft nu al drieënhalve maand in het Londense West-End voor een hoofdrol in een nieuwe productie van Sam Shepards Fool For Love, een toneelstuk uit 1983. Acht voorstellingen in de week.

‘Maar ik wilde het zelf’, zegt de in 1973 in Los Angeles geboren Lewis. ‘Ik was net klaar met de opnamen voor onze nieuwe plaat, en had een gat van enkele maanden te overbruggen voordat we op tournee zouden gaan. Dus toen dat belletje kwam, of ik zin had in een toneelstuk mee te doen, dacht ik meteen: doen. Ik heb immers alles al gedaan in showbusiness: tv, commercials, film en rock ’n’ roll, maar toneelspelen nog nooit.’

En juist toneelspelen leek Juliette Lewis – die in films speelde als Cape Fear (Martin Scorsese 1991), Husbands And Wives (Woody Allen 1992) en Natural Born Killers (Oliver Stone 1994) – een manier om tot het hart van de dramakunsten door te dringen. ‘Theater is toch de basis van alle podiumkunsten, je moet in een paar uur een compleet karakter neerzetten, dat is toch wat anders dan film, waar ik soms drie dagen bezig was met een scène van twee minuten. Maar na een paar weken wist ik het wel, en ging ik me toch vervelen. En dan voelen drie maanden ineens erg zwaar aan. Gelukkig was er nog muziek waarmee ik me kon uitleven.’

Passief, maar ook actief. Want niet alleen luisterde Lewis dagelijks voordat ze op moest gretig naar ‘klassieke rock, je weet wel, Wish You Were Here van Pink Floyd’, iedere middag zocht ze ook in Londen haar maatjes op om te gaan repeteren voor de tournee van haar band Juliette And The Licks, die de dag na de laatste voorstelling van Fool For Love van start zou gaan.

Lewis: ‘Als ik hier dan toch vier maanden moet blijven, dacht ik bij mezelf, dan kan ik de jongens ook maar beter naar Londen halen, en hoewel de overgang van intense rock ’n’ roll repetities naar serene theatervoorstellingen me soms iets te zwaar viel, vond ik het wel lekker: iedere middag lekker spelen en energie kwijtraken en ’s avonds in alle rust het theater in.’

De repetities liepen vooruit op een nieuwe Europese tournee ter ondersteuning van hun dit weekend te verschijnen tweede album Four On The Floor. Lewis: ‘Juliette And The Licks bekt lekker, en net als grote voorbeelden als Tom Petty & The Heartbreakers, The Patti Smith Group of Iggy & The Stooges klinkt er meteen in door dat we een echte band zijn en niet een of andere chick met een paar jongens eromheen’.

Toen ze in 2003 haar band oprichtte, voelde ze aan haar water dat ze met de nodige argwaan zou worden bejegend. ‘O, daar hebben we weer zo’n Hollywoodster die zo nodig popmuziek moest gaan maken. Ik ken de voorbeelden ja, Keanu Reeves en Billy Bob Thornton. Maar ik ben echt niet zo’n gevoelig meisje dat snel van slag raakt van vooroordelen. Wel weet ik dat het keihard werken is en niet iets dat je er zo maar even bij doet.’

Juliette Lewis heeft dan ook bewust gekozen voor een carrière in de popmuziek, en zal de komende jaren geen rollen meer aannemen, noch in theater noch voor het witte doek. ‘Mensen verklaren me voor gek, want financieel word je er niet wijzer van zoals wij het aanpakken, maar ik wil het, nee, ik moet het zelfs doen. Net zolang tot ik blut ben.’ Ze springt op van de bank en roept vol enthousiasme ‘Yeah, I’m going for broke in the music!’

En ze kan niet wachten tot ze weer het podium op kan. Waar komt dat enthousiasme toch vandaan? ‘Gewoon uit mezelf, van kindsaf aan was ik een brok energie en deed als kleuter al niets liever dan wild in de rondte springen. Waar kun je dat nu beter dan in een rockband? Die energie op het podium, in een zaal, wow, en dan die confrontatie met het publiek. Dat gevaar, dat elektrificerende gevoel van extase tijdens een concert. Iets opwindender ken ik niet. Weet je, tien jaar geleden gebruikte ik drugs, en niet zomaar een beetje, maar heel veel. Verdoving leek me de enige manier om die energie in me te temmen, nu zoek ik juist alle kicks in het tegenovergestelde van verdoving, en daar leent rock ’n’ roll zich het beste voor.

Meer nog dan acteren, weet Lewis nu. Ze werkte met ’s werelds meest vooraanstaande regisseurs, maar na een vliegende start bleven de echt grote producties uit voor de actrice die ooit nog een Oscarnominatie voor haar bijrol in Cape Fear kreeg. ‘Tja, echt voor het zeggen heb je het niet als actrice. Ook tijdens het draaien niet trouwens, ik miste er misschien wel een bepaald soort verantwoordelijkheid, die ik in de muziek wel heb. Uiteindelijk ben je als acteur maar een heel klein stukje in de grote puzzel die een filmproductie is. Het meeste werk wordt door anderen gedaan, minimaal veertig man tegelijk met een miljoenenbudget. Wordt het niks dan ligt het aan de regisseur, speel je goed, dan heeft hij je goed geregisseerd. En zo werkt het niet in de popmuziek.’

Juliette Lewis betreurt wel eens dat ze de stap van film naar rock niet eerder heeft gemaakt. Maar als dochter van Geoffrey Lewis werd ze op zeer jonge leeftijd al in het Hollywood-leven ingewijd. Ze brak al snel met haar ouders, ‘ik brak met iedereen en was alleen maar op zoek naar gevaar’. Maar had wel het talent de juiste mensen als springplank naar succes te gebruiken.

‘Ook nu weer’, gniffelt ze. ‘Maar ja, Dave Grohl kwam echt zomaar op mij af vorige zomer. We stonden net als hij met zijn Foo Fighters op veel dezelfde Europese festivals. Hij kwam kijken en zei hallo. Great guy, met dezelfde onstuitbare energie als ik en iemand die graag de underdog helpt. Ons dus, ha.’

Want veel meer dan dat voelde Lewis zich niet toen ze vorig jaar op een klein label met Juliette And The Licks haar debuut uitbracht: You’re Speaking My Language. ‘We hielden alles productioneel zo klein mogelijk en produceerden de plaat zelf. De uitnodiging van Europese zomerfestivals – stonden we ook niet bij jullie op Lowlands? – heeft ons verder geholpen.’

De scherpe punkachtige rock ’n’ roll van het debuut liet zich nog beter vertalen naar het podium en Dave Grohl, zanger/gitarist van de Foo Fighters, en daarvoor drummer in Nirvana, was niet de enige die zich liet imponeren. ‘De aanbiedingen om te komen spelen, stroomden binnen, maar ik had weinig tijd, bovendien wilde de drummer niet meer op tournee. Nou, die kon dus vertrekken. Onze band zal het namelijk vooral van optreden moeten hebben, want we zijn te ruig voor de radio. Dus kom dan niet aan met dat je er geen zin meer in hebt.’

‘Maar goed’, praat Lewis in rap tempo verder, ‘Dave Grohl was het volgens mij ook even zat met zijn Foo Fighters en wilde wel weer eens een lekker potje drummen. Dus ik denk dat hij ook wat eigen belang had om ons uit te nodigen in zijn Californische studio.’

Dus stapte Juliette Lewis in januari Grohls studio 606 binnen, met onder haar arm een stapel liedjes die ze in de tourbus geschreven had. Grohl nam plaats achter zijn drumkit en Lewis wist het: ‘Deze man gaat de hele fucking plaat volspelen. Hij weet het misschien nog niet, maar het gaat gebeuren.’

En inderdaad hoor je het uit duizenden herkenbare, stuwende roffelwerk van Grohl op de liedjes van het tweede Licks-album Four On The Floor. Nog mooier zou het zijn wanneer Grohl ook mee op tournee had gekund, want Lewis – die toch in de nabijheid van een Martin Scorsese, Robert de Niro of Woody Allen had verkeerd – was nog nooit zo bedwelmd van bewondering, als tijdens die paar weken dat Grohl de liedjes inspeelde. ‘Tja, Ed Davis, de nieuwe Licks-drummer gaat het nog lastig krijgen.’

De repetities verliepen in elk geval hoopgevend en Lewis voelt dat de band nu is waar ze drie jaar geleden al over droomde. ‘Ik doe eigenlijk alles maar op intuïtie, en toch pakt het steeds goed uit. Zo leek het me toch aardig dit keer wel een producer aan te trekken, maar ik wilde niet zo’n mannetje dat ons wel even zou vertellen hoe de Licks moeten gaan klinken. Dus organiseerde ik een auditie, wat, begrijp ik nu, in rock heel ongebruikelijk is. En liet onze geluidsman Dylan McLaren aan de slag gaan met een paar demo’s. Klonk meteen goed. Gemene gitaren, volle drums en mijn stem precies rauw en intens genoeg. Zo simpel kan het dus gaan.’

En Lewis voelt dat ze een echt ‘kick ass album’ gemaakt heeft met liedjes die wat minder donker zijn dan eerst. ‘Feel good muziek ja, op een paar liedjes na dan. Want Death Of A Whore is vooral een gruwelijke vertelling.’ Dat het veelvuldige ‘Fuck you’ in het refrein zeker in eigen land radio-airplay in de weg zal staan, lijkt haar niet te deren.

Lewis: ‘Dan maar geen radio, dan maar geen Amerikaanse topband. Ik zit nu al weer vier maanden in Europa en ga pas eind van het jaar terug met hopelijk een Amerikaanse platendeal. Voorlopig beperk ik me tot Europa, en geniet van de aandacht. Ik ben er trots op als mensen hier zeggen hoezeer ze geraakt zijn door een film als Natural Born Killers, waarin geweld zat waar ze in mijn land niks van begrepen. Ik vind het ook mooi om zo toch deel uit te maken van een klein stukje tegencultuur. En eigenlijk hoor ik ook niet thuis in Hollywood. Ik wilde eens een foto shoot doen zonder make-up, nou vergeet het maar.

‘Nu kan ik dat wel, want ik ben eigen baas. En die fuck you’s die zing ik gewoon, want ieder mens moet het recht kunnen hebben heel hard fuck you te zingen. Ja, net zo lang tot ik blut ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden