Interview

'Ik erger me aan het gemak waarmee we dieren laten lijden'

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas net- of bijna-vijftigers over hun dilemma's. In aflevering 16: programmamaker Antoinette Hertsenberg. 'Mijn werk past me als een jas.'

Antoinette Hertsenberg: `Als kind al liet ik me raken door misstanden.' Beeld Adriaan van der Ploeg

'Eind december werd ik 50. Dat heb ik nog vóór mijn verjaardag gevierd met vriendinnen, die een spiegel van mijzelf zijn - het was een lawaai van jewelste. Ik heb nu veel meer energie dan toen ik 40 werd. Toen ik halverwege de 30 was, kreeg ik in drie opeenvolgende jaren drie kinderen. Mijn man Niko had een drukke baan, ik had een drukke baan - we hielden veel ballen in de lucht. Mensen hadden me gezegd dat het niet veel zou uitmaken of je twee of drie kinderen hebt, maar ik vond het een wereld van verschil. Van het eerste jaar van Hessel, de jongste, kan ik me weinig herinneren. Hij zat aan de borst, de tweede zat in de box, de oudste scharrelde, onbenullig nog, rond - ik was een beetje de kluts kwijt. De krant las ik op mijn werk. Op de redactie konden ze het zich niet voorstellen dat ik thuis nog geen tien minuten had om het nieuws tot me te nemen.

Onze kinderen zijn inmiddels 15, 16 en 17. Ze nemen zo veel mogelijk hun eigen verantwoordelijkheid. De zorg is er nog wel, maar het is een ander soort zorg: voor het aankleden en haren kammen kwamen gesprekken in de plaats. Ik heb tegenwoordig meer tijd voor mezelf en ik ben zelfs gaan hardlopen, al moet je je daar niet te veel van voorstellen. Niko en ik hebben meer tijd voor elkaar en verheugen ons op de dingen waar we eerder niet aan toekwamen: samen uit eten, samen op reis naar bestemmingen waar we eerder niet aan toekwamen. Er wordt al met al minder van me gevraagd.

Beeld Adriaan van der Ploeg

Missie

Ik ben op mijn 32ste voor het eerst moeder geworden. Ik had mijn kinderen niet eerder willen krijgen: ik wilde eerst leren, ervaringen opdoen, aan mijn carrière werken en overuren maken als het nodig was. Dat ik nu al twintig jaar tv-programma's als Radar en Opgelicht presenteer, heb ik zelf nooit verzonnen: na een optreden van mij als projectleider bij de Dierenbescherming in NOVA werd ik gebeld door de TROS. Misschien was het mijn overtuigingskracht, in het debat met een jager, die opviel. Ik ben nooit bang voor de camera's geweest en dat is iets wat ik van mezelf helemaal niet wist.

Het werk dat ik doe past me als een jas. Ik houd ervan om belangen te behartigen, me ergens in vast te bijten en veranderingen te bewerkstelligen. Dat ik als presentatrice en eindredacteur van Radar in de positie ben om het verschil te maken, beschouw ik als een voorrecht en geeft me energie. Op de redactie zeggen we weleens gekscherend tegen elkaar: als je geen missie hebt, red je het hier niet. Zie het als een school waarin mensen worden opgevoed, maar ik ben niet de leraar die alle wijsheid in pacht heeft.

Vijftigers

Wat zijn de zorgen en dilemma's van de (net-)vijftiger? Welke verwachtingen zijn er nog? Is een belangrijke carrièremove (nog) denkbaar? Wat betekent het dat de kinderen het huis uit zijn of dat ouders ziek zijn en komen te overlijden? Hoe wordt gedacht over het eigen onvermijdelijk naderende afscheid van het leven? Hoe richt je straks je laatste levensfase in? Cornald Maas, zelf net 50 geworden, interviewt in Over de helft mensen uit de generatie die nog volop in het leven staat maar wel haast moet maken. De reeks is een vervolg op de serie Op de helft, waarvoor hij (net)veertigers sprak.

Als kind al liet ik me raken door misstanden. Ik haalde geld op voor een vastenproject voor kinderen in Kenia, ik organiseerde een fancyfair en nam dan vrij vanzelfsprekend het voortouw. Op de middelbare school woonde ik discussieavonden bij over kernenergie en andere maatschappelijke kwesties. Ook mijn klasgenoten vonden dat interessant - het waren de naweeën van het hippietijdperk, het was lang voor het ik-tijdperk aanbrak. Ik merk dat mijn kinderen dat soort avonden helemaal niet kennen. Dat vind ik jammer voor ze.

Ik volgde een studie bij het hoger sociaal agogisch onderwijs en werd vrijwilligster in een meidenwegloophuis. Daar kreeg ik te maken met schrijnende gevallen: sommige meiden waren zo beschadigd dat het moeilijk werd om ze te helpen. Ik herinner me een meisje van 12, kind van een drugsverslaafde moeder, dat zó agressief was dat ze de andere meiden en de leiding met messen bedreigde en om die reden steeds werd overgeplaatst. Haar toekomst leek uitzichtloos. Tegelijkertijd bleef ik erin geloven dat mensen zelf het heft in handen kunnen nemen om hun levens beter te maken.

Betrokkenheid

Ik weet niet precies waar mijn drang om dingen aan de kaak te stellen vandaan komt. Soms stuit je bij toeval op nieuwe inzichten: via een uitzendbureau kwam ik bij een dierenbeschermingsorganisatie terecht, later werd ik directeur van de Anti-Vivisectie Stichting. Ik ergerde me aan het gemak waarmee we dieren - levende wezens met gevoel en emoties - zonder deugdelijke afweging laten lijden. Ik besloot niet langer vlees te eten.

Wat in het begin trouwens nog niet eenvoudig was, omdat zowel de vleesvervangers als mijn kookkunsten te wensen overlieten.

Ik wil geen zedenprediker zijn, maar van prikkelen en stangen met wat humor, houd ik wél. Ik moet erom grinniken als ik zie hoe mensen vlug een servetje over de kop van een zojuist geserveerde vis heen leggen omdat ze weten hoe ik erover denk.

Ik herinner me nog goed hoe TROS-programmaleider Gerard Baars bij me in de kantine aanschoof en zei hoeveel last hij van me had: stond hij thuis een boterhammetje te smeren, had hij op de valreep het plakje ham toch maar vervangen door een plakje kaas: 'Dat is die Hertsenberg, die zit in m'n hoofd met dat gedoe over dat vlees.' Daar moet ik dan hartelijk om lachen. Ik snap heus wel hoe moeilijk het is voor mensen om geen vlees te eten. Maar als iemand met veel lawaai verkondigt dat-ie zich van de hele bio-industrie geen moer aantrekt, vind ik dat onaantrekkelijk gedrag. Bij zo iemand heeft prikken ook geen zin.

Vroeger, bij ons thuis, waren goede omgangsvormen en betrokkenheid bij de ander van belang. Het was geen vetpot, maar er was zo veel warmte dat ik nooit het gevoel had dat we iets tekort kwamen. Mijn vader was beroepsmilitair, dat wil zeggen: hij was vooral boekhouder, een ijzervreter was hij bepaald niet. Hij was niet erg ambitieus, hoewel hij hard werkte. Veel belangrijker vond hij het dat het thuis gezellig was. Het was een familiale man, altijd in de weer met kopjes koffie en drankjes, overtuigd van het besef dat het daarom draaide in het leven: dat je er voor elkaar moet zijn.

Onverzettelijkheid

Mijn moeder was verpleegster en kwam op voor bejaarden die niet goed werden behandeld. Dat wekte bij haar leidinggevenden weleens wrevel op. Die onverzettelijkheid en de verontwaardiging over de positie van sommige mensen heb ik van haar, maar ik denk dat ik misschien iets handiger kan communiceren.

Mijn ouders hebben ons altijd alle ruimte gegeven, vanuit het vertrouwen dat we onze eigen verantwoordelijkheid zouden nemen. 'Zij loopt niet in zeven sloten tegelijk', zei mijn moeder over mij. Op één punt kwam het wél tot een behoorlijk verschil van inzicht en daarin was ze strenger dan mijn vader: ze betreurde het dat mijn broer en ik niet meer naar de katholieke kerk wilden. Ze heeft meneer pastoor zelfs thuis uitgenodigd om ons te bekeren. We waren geen opstandige pubers en probeerden een gesprek aan te gaan. Waarom mag u niet trouwen, vroegen we. Of: hoe zit het met homoseksualiteit? Hij kwam met niets. Ook voor mijn moeder was het een deceptie. Wij hoefden voortaan niet meer naar de kerk. Maar zij bleef haar geloof trouw.

Dat ik me een jaar of twintig geleden aansloot bij het kerkgenootschap der zevendedagsadventisten zal ze aanvankelijk ingewikkeld hebben gevonden. Maar ze begrijpt het, denk ik, nu wél. Het grootste verschil is dat het katholieke geloof vooral is gericht op ceremonie en rituelen en je niet stimuleert om je te informeren bij de bron, de Bijbel. Als zevendedagsadventist word je juist aangespoord om vragen te stellen en om te onderzoeken wat er in de Bijbel staat en wat dat betekent, zonder dat een leider tussenbeide komt die je vertelt wat je moet denken.

Goed en kwaad

De bekering tot dit geloof kwam niet tot stand via een lichtflits; het was een geleidelijk, verstandelijk proces. Het begon allemaal met de dood van mijn vader. Hij overleed toen hij 63 was, amper twee weken nadat de diagnose van ongeneeslijke alvleesklierkanker was gesteld. We hadden geen tijd om er samen naartoe te werken.

Voor mij was het een grote schok, die de wereld veranderde. Ik werd met een hoop vragen geconfronteerd: is dit het definitieve einde; leeft mijn vader nog ergens voort? Ik voelde hem niet, ik had geen enkel contact met hem, ik dróómde zelfs niet over hem, hoezeer ik dat ook hoopte als ik ging slapen. Dat vond ik nogal bitter.

Ik sprak er met vriendinnen over. Door mijn werk was ik toch al veel bezig met de oorsprong van het leven en genetische manipulatie. Bovendien leerde ik Niko kennen, die al zevendedagsadventist was. Ik worstelde in die tijd met het verschil tussen goed en kwaad. Dat kwam mede doordat ik een video had gezien van varkens die, voor wetenschappelijk onderzoek, vastgebonden op een tafel, brandwonden werden toegebracht tot de vellen eraf sprongen. Die varkens lagen te gillen van de pijn. Ik was verbijsterd: mensen die dit doen, moeten wel slecht zijn.

Ik weet nu beter. Er is altijd een keuze tussen het goede en kwade. Niko wees me erop dat je zelf verantwoordelijk bent voor je keuzen. En natuurlijk ga je soms de fout in. Maar liefdevol aan het geloof is dat voor alles wat we verkeerd doen vergeving is, soms meer dan we ons kunnen voorstellen.

Biografie

Antoinette Hertsenberg wordt op 28 december 1964 geboren in Den Haag. Kort na haar geboorte verhuist haar familie naar Apeldoorn. Ze volgt een opleiding bij het hoger sociaal agogisch onderwijs en bekleedt daarna diverse pr-functies, onder andere bij de Anti-Vivisectie Stichting, waarvan ze later ook directeur wordt. Ook wordt ze projectleider bij de Dierenbescherming.

Na een optreden in 1994 in de tv-nieuwsrubriek NOVA wordt ze benaderd door de TROS en begint haar tv-carrière. Ze wordt presentatrice en eindredacteur van het consumentenprogramma Radar en later ook van Opgelicht. Van 2006 tot 2008 is ze interim- directeur van de TROS.

In 2009 initieert ze een site met vegetarische recepten en publiceert ze het boek De dunne vegetariër. In 2010 wordt ze door het maandblad Opzij uitgeroepen tot machtigste mediavrouw van Nederland.

Hertsenberg is getrouwd met medeoprichter van en Eerste Kamerlid voor de Partij voor de Dieren Niko Koffeman. Ze hebben drie kinderen en wonen in het Veluwse dorp Vierhouten.

Antoinette Hertsenberg met haar echtgenoot Niko Koffeman. Beeld ANP

Engbek

Wij vieren op zaterdag de sabbat, een dag zonder verplichtingen. We voeren gesprekken over onze relatie met elkaar en met God. De kerkdiensten vinden de kinderen soms oninteressant, maar ze zetten zich er niet tegen af. Ik hoop dat ze ons geloof trouw blijven, maar Niko en ik willen ze de ruimte geven om straks een eigen keuze te maken. Sterker: dat kan misschien pas als je tijdelijk afstand neemt.

Als ik me, als bekend presentatrice met een goed leven, uitlaat over mijn geloof, stuit dat op wantrouwen. Op internet zijn de reacties soms heel negatief en expliciet. Onbekend maakt onbemind, denk ik dan. Toen ik opgroeide, werd er gevraagd: 'Welk geloof heb jij?' Nu vragen mensen: 'Héb jij een geloof?' Een serieus gesprek met mij is altijd mogelijk, maar het wordt er niet eenvoudiger op. Religie staat onder druk en mensen radicaliseren. In zo'n aanslag als die in Parijs, vorige maand, vinden degenen met een seculiere levenshouding hun bevestiging: van geloven word je een engbek.

Ik verafschuw die aanslag, maar ik vind het verdrietig dat het geloof op deze manier een naam krijgt die het niet verdient. Er heerst nu een stemming dat je alle geloofsopvattingen zomaar moet kunnen beledigen. Ik ben er ook niet voor om godslastering te verbieden of om mensen weg te zetten. Waaraan soms wordt voorbijgegaan, is dat hele volksstammen rust en vertrouwen ontlenen aan hun geloof.

Lusten en niet de lasten

Mijn moeder wordt dit jaar 82. Ze is sinds de dood van mijn vader alleen gebleven en woont nog zelfstandig. Soms begin ik erover dat het op termijn misschien beter is naar een aanleunwoning te verhuizen, maar daarvoor is ze niet te porren.

Waar ik straks terecht zal komen, houdt me nu nog niet bezig. Eerst maar eens zien hoe de kinderen na de middelbare school op eigen benen komen te staan. Het lijkt me leuk om straks bij hen langs te gaan als ze zelfstandig wonen, en om mijn leven met Niko opnieuw in te richten.

'Jij gaat vast de politiek in', zei mijn vader altijd, omdat hij merkte dat ik vaak voor de troepen uit liep en me verbaal goed kon verweren. Hij heeft door zijn vroege dood niets meegekregen van mijn tv-carrière, maar ik denk dat hij er trots op zou zijn geweest. Het is heel jammer dat hij mijn kinderen nooit heeft gekend. De gezelligheid en de harmonie, daar ging het hem om - samen zijn en kinderen krijgen. En, second best, ooit kleinkinderen krijgen. Al was het maar omdat hij dan, als ongetwijfeld geweldige opa, vooral gezegend zou zijn geweest met de lusten en niet de lasten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.