'Ik dwaal tussen de geraamten van mijn dromen'

'Europa is niets dan een straatslet, loerend op de eerste de beste klant en maar al te blij dat ze kwistig met haar onwelriekende liefkozingen kan strooien....

Cioran staat bekend als Frans filosoof, maar Frans filosoof werd hijpas bij de gratie van de Tweede Wereldoorlog. In de jaren dertig schreefhij een hele reeks werken in het Roemeens, het laatste, 'Brevier deroverwonnenen', tijdens de oorlog in Parijs, waar hij in die jaren eenroemloos emigrantenbestaan leidde. Dat Roemeense jeugdwerk is weinighoudbaar gebleken. Ciorans lyrisme werd toen nog niet beteugeld engezuiverd door de dwangbuis van de stijl, zoals in zijn latere, rijperewerk.

Het proces van stilistische uitzuivering is op de voet te volgen in hetnu verschenen Exercices négatifs, fragmenten uit de nalatenschap. Deze'negatieve oefeningen' werden geschreven in 1946 en 1947, vlak nadat Cioranzijn moedertaal had afgezworen. Ze vormen in feite de oerversie van zijneerste Franse publicaties, Précis de décomposition (1949) en Syllogismesde l'amertume (1952, vertaald als 'Bittere syllogismen').

Als vroegste Franstalige teksten zijn ze vooral historisch interessant.Onmiddellijk herkenbaar is de fragmentarische vorm van het mini-essay, eengenre waar Cioran een voorliefde voor had. Al snel valt ook op dat Cioransveelgeroemde stijl hier nog niet is uitgekristalliseerd: hij ispersoonlijker en autobiografischer maar ook lyrischer en wijdlopiger inzijn latere werk.

Cioran op zijn best was Franser dan de Fransen: hij drukte zich uit inhet klassieke Frans van Racine, le grand style, een stijlideaal datontstond in een tijd waarin de veronderstelde culturele superioriteit vanhet Frans nog overal in Europa werd erkend - voordat ook Frankrijk tot'decadentie' verviel.

Het boeiendste aan Exercices négatifs is de blik die het de lezer guntin het atelier van de schrijver. Het nodigt uit tot het vergelijken van deopeenvolgende versies van sommige fragmenten.

Zo klinkt de hierboven geciteerde passage over het hoerige Europa inde definitieve versie van 'Bittere syllogismen' al veel afstandelijker:'Wie nooit een bordeel om vijf uur 's ochtends heeft gezien, kan zich nietvoorstellen op welke vermoeidheden onze planeet afstevent.'

Duidelijk wordt hoeveel inspanning het Cioran heeft gekost om zich eennieuwe schrijftaal aan te meten en die zodanig te leren beheersen dat hijer de bijnaam 'La Rochefoucauld van de 20ste eeuw' mee verdiende.

In 'Brief aan een verrre vriend' (1957) geeft hij zelf een idee van de'lijdensweg' die het leren van die 'onderwijzerstaal' voor hem is geweest:'Hoeveel koffie, sigaretten en woordenboeken moest ik consumeren om een ookmaar enigszins correcte zin te kunnen schrijven in die voor mijontoegankelijke, al te edele en voorname taal!'

Voor de 'barbaar' die zich in Frankrijk aan stijloefeningen kwamwijden, fungeerde het Frans als antidotum tegen de uitwassen van de'prehistorische tijd' waarin hij schreef als een 'jonge losbol' die ijverdevoor het heil van zijn vaderland.

In verschillende recente studies is beschreven hoe Cioran, en met hemandere Roemeense intellectuelen als Eliade en Ionesco, zich eind jarendertig compromitteerden met het fascistische Roemeense bewind, en hoe zedie betrokkenheid na de oorlog hebben gecamoufleerd. Na Ciorans dood in1995 kwamen nieuwe feiten aan het licht over zijn heulen met de IJzerenGarde, het legioen van 'Kapitein' Cornelius Codreanu. Hoewel hij hadbeweerd na 1937 met extreem-rechts te hebben gebroken, bleek hij nog in1940-1941 op de Roemeense radio een lofrede te hebben afgestoken op de tweejaar eerder omgekomen Kapitein.

Diezelfde dag vermoordden legionairs van de Garde twee oppositioneleintellectuelen, misdaden die door Cioran niet werden afgekeurd. Dezebewijzen van loyaliteit leveren hem in 1941 kortstondig de post vanattaché op bij het Roemeense gezantschap van het Franse Vichy-bewind. Zijneer redde hij door het op te nemen voor de Roemeense filosoof van joodseherkomst Benjamin Fondane, wiens deportatie naar Auschwitz hij overigensniet kon voorkomen.

De verwijzingen naar de periode van jeugdig pathos en nationalistischeijzervreterij zijn legio in het latere werk, voor wie ze erin wil lezen.

Een negatieve oefening als 'De onweerlegbare teleurstelling' komtallerminst over als camouflage, eerder als uiting van verkapte nostalgie:'Tegenwoordig is voor mij alles koud en dood. Ik dwaal tussen de geraamtenvan mijn dromen; ik beweeg me voort over hun ijzige overblijfselen,onverschillig voor het vuur van weleer, ongevoelig voor de as ervan.Voorgoed vervlogen temperatuur van de jeugd!'

In Précis de décomposition vinden we dezelfde passage terug, maar nuuitgezeefd door de stijl. 'De temperatuur van de jeugd is niet bestandtegen de zekerheden van de teleurstelling. (...) Die alleen stelt nietteleur.'

Ja, La Rochefoucauld van de 20ste eeuw is een 'renegaat van zijn eigenverleden'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden